Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 oktober 2006
gepubliceerd op 17 november 2006

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 35 van 20 juli 1967 houdende het statuut en het barema van de adviserend geneesheren die tot taak hebben bij de verzekeringsinstellingen in te staan voor de geneeskundige controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en op de gezondheidsverstrekkingen overeenkomstig de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2006023158
pub.
17/11/2006
prom.
22/10/2006
ELI
eli/besluit/2006/10/22/2006023158/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 OKTOBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 35 van 20 juli 1967 houdende het statuut en het barema van de adviserend geneesheren die tot taak hebben bij de verzekeringsinstellingen in te staan voor de geneeskundige controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en op de gezondheidsverstrekkingen overeenkomstig de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 154, vijfde lid; gewijzigd bij de wet van 24 december 2002;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 35 van 20 juli 1967 houdende het statuut en het barema van de adviserend geneesheren die tot taak hebben bij de verzekeringsinstellingen in te staan voor de geneeskundige controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en op de gezondheidszorgverstrekkingen overeenkomstig de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 augustus 1970, 23 juni 1971, 28 december 1971, 31 oktober 1979, 12 juli 1991 en 10 december 2001;

Gelet op het advies van het Comité van de Dienst voor geneeskundige controle van 25 januari 2002;

Gelet op het advies van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van 25 juni 2004;

Gelet op de adviezen van de verzekeringsinstellingen van 27 april 2001, 27 november 2002 en 14 juni 2004;

Gelet op het advies van een representatieve organisatie van werknemers van 7 juni 2005;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 38.910/1, gegeven op 22 september 2005;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 21 juni 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 18 september 2006;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 35 van 20 juli 1967 houdende het statuut en het barema van de adviserend geneesheren die tot taak hebben bij de verzekeringsinstellingen in te staan voor de geneeskundige controle op de primaire arbeidsongeschiktheid en op de gezondheidsverstrekkingen overeenkomstig de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle » en in de Franstalige versie wordt het woord « agréation » vervangen door het woord « agrément »;2° in het tweede lid, worden de woorden « wetten betreffende de arbeidsovereenkomst » vervangen door de woorden « wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten »;3° het derde lid, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1970, wordt vervangen als volgt : « De aanwerving gebeurt voor onbeperkte duur met een proefperiode overeenkomstig artikel 67, § 2, eerste lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.De erkenning neemt een einde als de overeenkomst niet definitief wordt of als de geneesheer gedurende de proefperiode wordt ontslagen. »; 4° het vierde lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1970, wordt opgeheven.

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt in de Franstalige versie het woord « agréation » vervangen door het woord « agrément ».

Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle » en in de Franstalige versie wordt het woord « agréation » vervangen door het woord « agrément »;

Art. 4.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.- § 1. De adviserend geneesheer voert zijn opdracht voltijds uit. Zijn activiteit kan over meerdere verzekeringsinstellingen verdeeld zijn.

De kandidaat adviserend geneesheer die is erkend door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle om zijn taak voltijds te vervullen, verbindt zich ertoe ten minste achtendertig uren per week effectieve dienst te verrichten, verdeeld volgens de richtlijnen van de geneesheer-directeur van de verzekeringsinstelling.

Hij verbindt zich er schriftelijk toe om zijn medische activiteit te beperken tot de loutere taken die hem door de verzekeringsinstellingen zijn toevertrouwd, in overeenstemming met de wetten, besluiten en richtlijnen van het Comité.

Hij kan geen andere bijkomende medische activiteit uitoefenen, behalve wanneer hij daarvoor de steeds herroepbare toestemming van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle krijgt op voorstel van de geneesheer-directeur van de verzekeringsinstelling. § 2. In afwijking van § 1, kan het Comité een adviserend geneesheer voor een deeltijdse functie als adviserend geneesheer erkennen, mits naleving van de volgende voorwaarden : 1 : wanneer de betrokkene zich er persoonlijk toe verbindt geen andere medische beroepsactiviteit uit te oefenen, met uitzondering van onderzoeks- of onderwijsactiviteiten. 2 : wanneer dwingende redenen verhinderen dat in de bedoelde regio een voltijdse functie van adviserend geneesheer gecreëerd wordt. In dat geval, verbindt de adviserend geneesheer, die voor een deeltijdse functie wordt voorgesteld, zich er formeel toe nooit erelonen te vragen bij personen aangesloten bij een verzekeringsinstelling in de activiteitsregio die hem door die instelling is toegewezen. Dat verbod geldt evenwel niet wanneer de adviserend geneesheer verzorging verleent in dringende situaties of in het kader van een wachtdienst.

Bovendien verbindt hij zich ertoe om geen enkele medische activiteit uit te oefenen die onverenigbaar is met de noodzakelijke onafhankelijkheid voor de uitoefening van zijn functie of die hem zou kunnen verplichten ten aanzien van dezelfde personen tegelijkertijd of achtereenvolgens tussen te komen in verschillende hoedanigheden.

Inzake de toepassing van de regelen van dit statuut wordt de adviserend geneesheer die deeltijds is aangeworven voor verscheidene verzekeringsinstellingen, gelijkgesteld met de voltijds aangeworven adviserend geneesheer wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de totale duur van de overeengekomen prestaties beloopt ten minste achtendertig uur per week;2° de adviserend geneesheer oefent geen andere geneeskundige praktijk uit;3° de contractuele of statutaire bepalingen zijn aan het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle voorgelegd en door dat Comité goedgekeurd wat de duur van de prestaties en het bedrag van de bezoldigingen betreft. De adviserend geneesheer, die erkend is om zijn taak deeltijds te vervullen, verbindt zich ertoe de prestaties, welke door de noodwendigheden van zijn taak zijn vereist, te verrichten op uren die door de geneesheer-directeur van de verzekeringsinstellingen zijn vastgesteld. § 3. De verzekeringsinstelling stelt de administratieve standplaats van al haar adviserend geneesheren vast bij hun aanwerving. § 4. De dienstaanwijzing van de adviserend geneesheer mag slechts worden gewijzigd wanner de dienstnoodwendigheden dat vereisen. De kwestie wordt aan het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle voorgelegd dat beslist of de erkenningsvoorwaarden moeten worden gewijzigd. »

Art. 5.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzingen aangebracht : 1° : § 1 vervangen bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 december 2001, wordt vervangen als volgt : « § 1.De bezoldiging van de adviserend geneesheer wordt vastgesteld op grond van de volgende schaal : voor de adviserend geneesheer aangeworven vóór 1 december 2006 : Indiensttreding euro 57.828,90 3e dienstjaar euro 59.829,80 5e dienstjaar euro 61.831,34 7e dienstjaar euro 63.833,11 9e dienstjaar euro 65.834,82 11e dienstjaar euro 67.836,59 13e dienstjaar euro 70.060,69 15e dienstjaar euro 72.284,94 17e dienstjaar euro 74.866,57 adviserend geneesheren aangeworven na 30 november 2006 : Indiensttreding euro 52.822,34 3e dienstjaar euro 53.824,23 5e dienstjaar euro 55.826,08 7e dienstjaar euro 57.828,90 9e dienstjaar euro 59.829,80 11e dienstjaar euro 61.831,34 13e dienstjaar euro 63.833,11 15e dienstjaar euro 65.834,82 17e dienstjaar euro 67.836,59 19e dienstjaar euro 70.060,69 21e dienstjaar euro 72.284,94 23e dienstjaar euro 74.866,57 »; 2° : een § 2bis wordt ingevoegd als volgt : « § 2bis.In afwijking van § 1, kan de verzekeringsinstelling, op voorstel van de geneesheer-directeur, een baremieke anciënniteit toekennen aan de adviserend geneesheer die bij aanwerving bewijst met vrucht gedurende ten minste twee jaar een voltijdse aanvullende universitaire vorming te hebben gevolgd of een medische functie die voor zijn functie binnen zijn verzekeringsinstelling nuttig geacht wordt, uitgeoefend te hebben. ». 3° : in § 3, vervangen bij het koninklijk besluit van 31 oktober 1979, worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ».

Art. 6.Artikel 5bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1970, wordt opgeheven.

Art. 7.In artikel 6, eerste lid van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 worden de woorden « 80 % van de in artikelen 5 en 5bis bepaalde basisschaal, » vervangen door de woorden « 100 % van de in artikel 5 vastgestelde bezoldiging voor een voltijdse functie ».

Art. 8.In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° : in de huidige tekst die de § 1 zal vormen, vervalt het woord « 5 bis » in het eerste lid;2° : een § 2 wordt toegevoegd als volgt : « § 2.De in de artikelen 5 en 6 vastgestelde bezoldigingen zijn bovendien gekoppeld aan de herwaarderingen van de weddenschalen, toegekend aan de ambtenaren van niveau A van de federale overheidsdiensten. »

Art. 9.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « geneeskundige directie » vervangen door de woorden « geneesheer-directeur » en in de Nederlandstalige versie, worden de woorden « die directie » vervangen door de woorden « deze laatste ».

Art. 10.In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° : het tweede lid van § 1 wordt opgeheven;2° : in § 2 vervallen de woorden « die wegens zijn opdracht moet reizen ».

Art. 11.In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° : aan § 1 wordt een vijfde lid toegevoegd als volgt : « Zolang de persoonlijke bijdrage van de groepsverzekeringspremie, berekend als betrof het de premie van een mannelijk adviserend geneesheer, 4,8 % van de bezoldiging van de adviserend geneesheer niet heeft bereikt, wordt het surplus van de premie veroorzaakt door de wettelijke verplichting van niet-discriminatie tussen mannen en vrouwen eveneens ten laste genomen door de werkgever.« ; 2° : in a) van § 3 worden de woorden « op de weduwe of bij ontstentenis van deze » vervangen door de woorden « op de weduwnaar of op de weduwe of bij ontstentenis van deze »;3° : in b) van § 3 worden de woorden « op de weduwe of bij ontstentenis van deze » vervangen door de woorden « op de weduwnaar of op de weduwe of bij ontstentenis van deze »;4° : § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.Het contract, gestijfd door de werkgeversbijdragen is eveneens eigendom van de adviserend geneesheer onder het in paragraaf 4 gemaakte voorbehoud. ».

Art. 12.In artikel 19 van hetzelfde besluit wordt een derde lid ingevoegd, luidende : « Hij neemt zijn medische beslissingen in alle onafhankelijkheid ».

Art. 13.In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » en « geneeskundige directie » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle » en « een geneesheer-directeur. »

Art. 14.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° : in het eerste lid worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle »;2° : de volgende leden worden tussen het eerste en tweede lid ingevoegd : « De arbeidsvoorwaarden waarborgen de vertrouwelijkheid van de medische gegevens zowel bij de archivering of verwerking ervan, als bij het vertrouwelijk contact tussen de sociaal verzekerde en de adviserend geneesheer. De geneesheer-directeur ziet toe op de naleving van de in het eerste en tweede lid vermelde vereisten. » 3° : in het vroegere tweede lid, dat het vierde lid is geworden, wordt het woord « Hij » vervangen door de woorden « De adviserend geneesheer ».

Art. 15.In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° : in het eerste lid worden de woorden « een ernstige tekortkoming ten aanzien van de bepalingen van diens dienstcontract » vervangen door de woorden « een dringende reden voor afzetting, in de zin van artikel 35, 2e lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en een einde wenst te stellen aan de arbeidsovereenkomst »;2° : in het tweede lid worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » en « artikel 18 van de wetten inzake het bediendencontract » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle » en « artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten » en in de Franstalige versie wordt het woord « agréation » vervangen door het woord « agrément ».3° : in het derde lid wordt in de Franstalige tekst het woord « agréation » vervangen door het woord « agrément ».

Art. 16.Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 31.- De adviserend geneesheer kan slechts worden ontslagen in de drie volgende hypothesen : 1° : nadat het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle reeds bij tuchtmaatregel een schorsing heeft uitgesproken van het recht om zijn ambt uit te oefenen voor een termijn van meer dan drie maanden of een tweede schorsing van om het even welke duur en de verzekeringsinstelling oordeelt aan het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle die ermee instemt, zonder meer de intrekking van erkenning te moeten voorstellen;2° : wanneer hij ten minste tweemaal en na een bij aangetekende brief betekende verwittiging, de regels van zijn statuut overtreedt of de richtlijnen van de geneesheer- directeur inzake organisatie en coördinatie niet naleeft;3° wanneer, afgezien van elke tuchtvervolging, de verzekeringsinstelling in het belang van haar diensten, met de voorafgaande instemming van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, een ambt van adviserend geneesheer opheft binnen de perken en de voorwaarden die in de bovenvermelde, gecoördineerde wet van 14 juli 1994 zijn vastgesteld. Het ontslag is bovendien altijd afhankelijk van de voorafgaandelijke intrekking van de erkenning waartoe het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle beslist. In de hypothese bedoeld in het eerste lid, 2°, moet de intrekking gebaseerd zijn op een uitvoerig rapport waarin wordt aangetoond dat de adviserend geneesheer ten minste twee schriftelijke verwittigingen heeft gekregen, betekend bij aangetekend schrijven. Dat verslag dat door de geneesheer-directeur wordt opgesteld, wordt bij aangetekende brief aan de adviserend geneesheer en aan het Comité betekend. Vervolgens worden de adviserend geneesheer en de geneesheer-directeur tijdens de eerstvolgende vergadering van het Comité gehoord. Dat Comité kan desgevallend de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle belasten met een bijkomend onderzoek naar de tenlasteleggingen die tegen de adviserend geneesheer zijn geformuleerd. De beslissing van het Comité moet in ieder geval genomen worden binnen de drie maanden te tellen vanaf de dag van de betekening van het verslag van de geneesheer-directeur. ».

Art. 17.Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 32.- In de gevallen bepaald in artikel 31, eerste lid, 1°, 2°en 3° heeft de adviserend geneesheer recht op een vooropzeg berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 82, § 3 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten. ».

Art. 18.In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt opgeheven;2° het vroegere tweede lid, dat het eerste lid is geworden, wordt vervangen als volgt : « In het geval voorzien in artikel 31, eerste lid, na het verstrijken van de opzeggingstermijn, heeft de voltijds aangeworven adviserend geneesheer recht op rouwgeld, op voorwaarde evenwel dat hij zijn ambt gedurende die opzeggingstermijn heeft moeten uitoefenen.Dat rouwgeld wordt vastgesteld op één jaar bezoldiging voor de adviserend geneesheer die vijf jaar dienst heeft of minder, en op twee jaar bezoldiging voor degene die meer dan vijf jaar dienst heeft. ». 3° in het vroegere vijfde lid, dat het vierde lid is geworden, worden de woorden « artikel 31, 2° » vervangen door de woorden « artikel 31, eerste lid, 3° ».4° in het vroegere zesde lid, dat het vijfde lid is geworden, worden de woorden « tweede lid » vervangen door de woorden »eerste lid ».

Art. 19.In artikel 34, tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1970, vervallen de woorden » zoals bepaald in artikel 5bis, § 4 ».

Art. 20.Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 21.In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 december 2001, worden de woorden « Dienst voor geneeskundige controle » vervangen door de woorden « Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ».

Art. 22.Onze Minister van Sociale Zaken en Volkgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 oktober 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^