Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 22 december 2004
gepubliceerd op 31 december 2004

Koninklijk besluit houdende wijziging van de artikelen 8bis, tweede lid en 31bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2004023043
pub.
31/12/2004
prom.
22/12/2004
ELI
eli/besluit/2004/12/22/2004023043/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 DECEMBER 2004. - Koninklijk besluit houdende wijziging van de artikelen 8bis, tweede lid en 31bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 2, § 1, 2°;

Gelet op de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, inzonderheid op artikel 23, tweede lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 8bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1997, 9 juli 2000, 12 augustus 2000 en 24 februari 2003, en op artikel 31bis, § 1, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 december 1995 en 9 juli 2000 en bij het ministerieel besluit van 3 april 2001;

Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 19 juli 2004;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 oktober 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 15 oktober 2004;

Gelet op advies 37.761/1 van de Raad van State, gegeven op 18 november 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 december 1995 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 juli 1997, 9 juli 2000, 12 augustus 2000 en 24 februari 2003, worden het eerste tot het vijfde lid vervangen als volgt : «

Art. 8bis.De toepassing van de wet wordt beperkt tot de regeling voor de verplichte verzekering tegen ziekte -en invaliditeit, tot de regeling van de werkloosheid, tot de regeling voor rust- en overlevingspensioenen voor werknemers en tot de kinderbijslagregeling voor werknemers, wat betreft de gelegenheidsarbeiders tewerkgesteld bij een werkgever die ressorteert onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf of het Paritair Comité voor de landbouw.

In de zin van dit artikel wordt als gelegenheidsarbeider beschouwd : 1° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf ressorteren : de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 65 dagen per kalenderjaar, tenzij de tewerkstelling bestaat uit het aanplanten en onderhouden van parken en tuinen;2° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de landbouw ressorteren : de handarbeider tewerkgesteld aan werken op de eigen gronden van de werkgever of de gebruiker van diensten, gedurende maximaal 30 dagen per kalenderjaar;3° wat de handarbeiders betreft die onder het Paritair Comité voor de uitzendarbeid ressorteren : de handarbeider tewerkgesteld gedurende maximaal 65 dagen per kalenderjaar bij een gebruiker die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, met uitsluiting van het aanplanten en onderhouden van parken en tuinen valt en de handarbeider tewerkgesteld aan werken op de eigen gronden van de gebruiker die onder het Paritair Comité voor de landbouw valt, gedurende maximaal 30 dagen per kalenderjaar. De beperking van de onderwerping bedoeld in het eerste lid wordt beperkt tot maximaal 65 dagen per handarbeider en per kalenderjaar.

In geval van arbeid uitgevoerd zowel bij werkgevers en gebruikers die onder het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf vallen, als bij werkgevers en gebruikers die onder het Paritair Comité voor de landbouw vallen, is de toepassing van dit artikel beperkt tot 65 dagen per arbeider en per kalenderjaar.

De werkgever duidt de tewerkstellingsdagen van de gelegenheidsarbeiders aan in het aanwezigheidsregister bedoeld bij het koninklijk besluit van 17 juni 1994 betreffende het bijhouden van een aanwezigheidsregister.

De gebruiker houdt voor de werknemer bedoeld in het tweede lid, 3°, een aanwezigheidsregister bij. Hij duidt in dit register de dagen aan waarop de gelegenheidsarbeiders door een uitzendbureau te zijner beschikking worden gesteld.

Wordt voor een kwartaal niet als gelegenheidsarbeider in de zin van dit artikel beschouwd, de werknemer die in de loop van dat kwartaal en de twee voorafgaande kwartalen in de land- of tuinbouwsector heeft gewerkt met toepassing van de wet in een andere hoedanigheid dan die van gelegenheidsarbeider zoals hier omschreven.

Wanneer nagelaten wordt gelegenheidsarbeiders in te schrijven in de ter zake opgelegde sociale documenten, of wanneer nagelaten wordt de modaliteiten van het bijhouden van, respectievelijk, de plukkaart of de landbouwkaart bedoeld in artikel 31bis, § 2, na te leven, kunnen de betrokken werknemers voor het hele kalenderjaar waarin dit werd nagelaten, niet in de hoedanigheid van gelegenheidsarbeiders bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid worden aangegeven. »

Art. 2.Artikel 31bis, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juni 1994 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 december 1995 en 9 juli 2000, wordt vervangen als volgt : « Wanneer nagelaten wordt de gelegenheidsarbeiders aan te duiden in het aanwezigheidsregister bedoeld in artikel 8bis, vijfde en zesde leden, worden de bijdragen op de werkelijke lonen berekend. »

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DENBOSSCHE

^