Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 december 2014
gepubliceerd op 24 december 2014

Koninklijk besluit tot vaststelling van de bedragen van de responsabiliseringsbijdragen voor het jaar 2014

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2014022565
pub.
24/12/2014
prom.
19/12/2014
ELI
eli/besluit/2014/12/19/2014022565/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de bedragen van de responsabiliseringsbijdragen voor het jaar 2014


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer aan Uwe Majesteit een ontwerp van koninklijk besluit voor te leggen tot vaststelling van de bedragen van de responsabiliseringsbijdragen voor het jaar 2014.

Dit besluit wordt genomen in toepassing van artikel 8 van de bijzondere wet van 5 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector.

Artikel 10 van voormelde bijzondere wet van 5 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten voorziet in een evaluatie van die bijzondere wet door de federale overheid en de verschillende bij de responsabiliseringsbijdrage betrokken overheden in de loop van het jaar 2003. Het bleek niet mogelijk om in het kader van die evaluatie hetzij een akkoord te bereiken om de in de bijzondere wet bepaalde berekeningswijze voort te zetten hetzij tot een consensus te komen inzake wijzigingen die moeten worden aangebracht aan sommige berekeningselementen van de responsabiliseringsbijdrage. Door de koninklijke besluiten van 7 mei 2004, 20 oktober 2005, 26 november 2006, 6 november 2007, 23 december 2008, 21 december 2009, 14 december 2010, 17 januari 2012, 27 december 2012 en 22 november 2013 werden de door elk van de overheden verschuldigde bijdragen voor de jaren 2003 tot 2013 dan ook, met toepassing van het derde lid van artikel 10, vastgesteld op het bedrag dat door elk van die overheden verschuldigd was voor het jaar 2002.

Het bleek ook onmogelijk om in de loop van het jaar 2013 met de Regeringen van de Gemeenschappen en Gewesten een dergelijk akkoord te bereiken. Bijgevolg stelt dit besluit de bedragen van de door de Gemeenschappen en Gewesten verschuldigde responsabiliseringsbijdragen voor het jaar 2014 vast op dezelfde bedragen als die welke verschuldigd waren voor het jaar 2002.

Wij hebben de eer te zijn, Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Pensioenen, D. BACQUELAINE

19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de bedragen van de responsabiliseringsbijdragen voor het jaar 2014 FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de bijzondere wet van 5 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector;

Gelet op het feit dat in 2013 met de Regeringen van de Gemeenschappen en de Gewesten geen akkoord kon bereikt worden om de in artikel 10, § 3 van die bijzondere wet bepaalde elementen vast te stellen;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 december 2014;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 11 december 2014;

Gezien het artikel 8 van de wet van 15 decembert 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse geien de hoogdringendheid;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoordineerd op 12 januari 1973, met name op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat het Rekenhof vraagt om de regels inzake de betaling van de responsabilisringsbijdragen nauwgezet te respecteren, namelijk dat de verschillende betrokkenen entiteiten de bijdragen aan de Pensioendienst voor de overheidssector (PDOS) betalen vóór 31 december van het betreffende jaar. Om deze aanbeveling van het Rekenhof te kunnen respecteren, zou de PDOS de verschuldigde responsabiliseringsbijdrage voor het jaar 2014 ten laatste op 31 december 2014 moeten krijgen;

Overwegende dat de voor het jaar 2014 verschuldigde responsabiliseringsbijdragen zo snel mogelijk bij de Pensioendienst voor de overheidssector moeten toekomen, is het noodzakelijk dat dit besluit zo spoedig mogelijk wordt aangenomen;

Op de voordracht van Onze Minister van Pensioenen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het bedrag van de met toepassing van de bijzondere wet van 5 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector, voor het jaar 2014 verschuldigde responsabiliseringsbijdrage wordt vastgesteld als volgt : 1° Vlaamse Gemeenschap : € 7.104.687,00 2° Franse Gemeenschap : € 8.427.913,00 3° Duitstalige Gemeenschap : € 108.347,00 4° Waals Gewest : € 518.918,00 5° Brussels Hoofdstedelijk Gewest : € 75.528,00 6° Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : € 5.439,00 7° Franse Gemeenschapscommissie : € 1.836,00

Art. 2.De in artikel 1 bedoelde bedragen van de responsabiliseringsbijdragen moeten uiterlijk op 31 december 2014 bij de Pensioendienst voor de overheidssector toekomen.

Art. 3.Onze Minister van Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 december 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Pensioenen, D. BACQUELAINE

^