Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 16 juni 2021
gepubliceerd op 24 juni 2021

Koninklijk besluit betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2021042023
pub.
24/06/2021
prom.
16/06/2021
ELI
eli/besluit/2021/06/16/2021042023/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 JUNI 2021. - Koninklijk besluit betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd betreft de uitwerking van een wettelijk kader voor de testen met onbemande schepen in de Belgische maritieme zones. Dit kader zal moeten worden herzien bij de goedkeuring van een specifiek internationaal wettelijk kader voor de onbemande scheepvaart, dat momenteel nog niet bestaat.

Als antwoord op de opmerking van de Raad van State met betrekking tot de definitie van het begrip "onbemand schip" in het eerste artikel, 2°, van het voorgelegde ontwerp, dient gewezen te worden op de flexibiliteit die de wetgever beoogde bij de opmaak van de definitie, gelet op het feit dat er vooralsnog geen definitie van de term "onbemand schip" op internationaal niveau bestaat. Met een definitie die in algemene bewoordingen werd opgesteld, wil men een grote diversiteit aan projecten van onbemande schepen bestrijken.

Momenteel geldt: "Elk schip dient te allen tijde goede uitkijk te houden door te kijken en te luisteren alsook door gebruik te maken van alle beschikbare middelen die in de heersende omstandigheden en toestanden passend zijn ten einde een volledige beoordeling van de situatie en van het gevaar voor aanvaring te kunnen maken." (COLREG-Verdrag, Voorschrift 5). Dit voorschrift houdt in dat op de navigatiebrug van elk schip een menselijke wacht aanwezig moet zijn.

Zo heeft de wetgever er in het voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit voor gekozen de definitie niet te beperken op grond van de grootte van het schip, de wijze van besturing ervan (besturing door kunstmatige intelligentie, besturing op afstand vanaf de kust), of de aan- of afwezigheid van een bemanning of passagiers aan boord. Al deze verschillende concrete kenmerken vallen dus onder de definitie van "onbemand schip".

Wil een schip onder de definitie van "onbemand schip" vallen, dan moet aan twee criteria zijn voldaan: ten eerste moet het onbemande schip een zeeschip zijn, en ten tweede moet het een wijze van besturing hebben die afwijkt van de geldende internationale regels. Deze wijze van besturing moet het mogelijk maken dat de wacht wordt gelopen door een ander middel /andere middelen dan een bemanningslid op de navigatiebrug.

Als antwoord op de opmerking van de Raad van State over de toepassing van internationale verdragen inzake zeevervoer met onbemande schepen zij erop gewezen dat de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) momenteel bezig is met een "Regulatory scoping exercise for the use of Maritime Autonomous Surface. Ships (MASS)". Doel van deze `denkoefening' is om na te gaan of en hoe bestaande internationale verdragen moeten worden gewijzigd om rekening te houden met de bijzonderheden van onbemande schepen, dan wel of er een ad-hocinstrument moet worden ontwikkeld. Op internationaal vlak wordt de toepassing van de in artikel 3 van het voorgelegde ontwerp bedoelde internationale verdragen bediscussieerd en is deze, althans in deze fase van de denkoefening, nog niet geverifieerd. In haar Circulaire nr. 1604 tot vaststelling van voorlopige richtsnoeren voor testen met onbemande schepen loopt de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO niet vooruit op de toepassing van internationale verdragen en gebruikt zij de woorden: "De naleving van de bedoeling van bindende instrumenten moet worden gegarandeerd." (Paragraaf 2.2.1, MSC.1/ Circ. 1604).

In artikel 3 wordt derhalve gepreciseerd dat onbemande schepen moeten voldoen aan de verplichtingen die in de internationale verdragen zijn vervat en die tot doel hebben de veiligheid van de Belgische maritieme zones te waarborgen. Enkel de minister kan een ontheffing van deze internationale verplichtingen verlenen, volgens de regels voor ontheffing die in elk instrument zijn vastgelegd.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van de Noordzee, V. VAN QUICKENBORNE

Raad van Staat, afdeling Wetgeving Advies advies 69.272/4 van 19 mei 2021 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten' Op 23 april 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice eersteminister en Minister van Justitie en Noordzee verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten'.

Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 19 mei 2021. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Luc CAMBIER en Bernard BLERO, staatsraden, en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Yves CHAUFFOUREAUX, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine BAGUET. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 19 mei 2021.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

ONTVANKELIJKHEID 1. Voorliggend ontwerp strekt tot regeling van de onbemande scheepvaart in de Belgische maritieme zones.In dat kader wordt daarbij een regeling van specifieke vaarvergunningen ingevoerd (artikel 4 van het ontwerp) en een bijzonder register voor onbemande schepen aangelegd (artikel 7 van het ontwerp).

Het ontwerp strekt er voorts toe een tweede bijzonder register aan te leggen, genaamd "bijzonder register van overheidsvaartuigen". 2. In advies 67.259/4, dat de afdeling Wetgeving op 13 mei 2020 gegeven heeft over een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 26 juni 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2020 pub. 21/08/2020 numac 2020031121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake registratie van zeeschepen sluiten `inzake registratie van zeeschepen', heeft ze in verband met het aanleggen van het bijzonder register van overheidsvaartuigen de volgende opmerking gemaakt: "Het voorliggende ontwerp beoogt uitvoering te verlenen aan de bepalingen van boek 2, titel 2, hoofdstuk 1, van het Belgisch Scheepvaartwetboek, inzake de registratie van zeeschepen. In die zin volgt het op het koninklijk besluit van 4 april 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/04/1996 pub. 16/10/1997 numac 1997022729 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong type koninklijk besluit prom. 04/04/1996 pub. 13/10/2016 numac 2016000605 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit betreffende de afneming, de bereiding, de bewaring en de terhandstelling van bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `betreffende de registratie van zeeschepen en het in werking treden van de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen', waardoor het in hoge mate is geïnspireerd.

In dat kader handelt artikel 2, § 2, van het ontwerp over de invoering van een bijzonder register van overheidsvaartuigen. Zoals in de adviesaanvraag staat, vindt die bepaling haar rechtsgrond in artikel 9 van een voorontwerp van wet `tot wijziging van het Belgisch Scheepvaartwetboek', waarbij in het Wetboek een artikel 2.2.1.10/1 zal worden ingevoegd dat als volgt luidt: `Bijzondere registers voor bepaalde zeeschepen De Koning kan bepalen dat nader aangeduide zeeschepen moeten of mogen worden geregistreerd in een of meer bijzondere registers. Daarbij kan de Koning: 1° de voorwaarden bepalen waaraan het zeeschip, zijn eigenaar, zijn reder of zijn exploitant daartoe vooraf moeten voldoen; 2° de overmaking van gegevens en de vorm van de daartoe opgemaakte registers regelen, evenals de wijze waarop het register of de registers worden beheerd.' Aangezien artikel 2, § 2, van het ontwerp uitvoering beoogt te geven aan een wetsbepaling die zich nog maar in de voorontwerpfase bevindt, is het voorbarig de afdeling Wetgeving daarover om advies te verzoeken. De afdeling Wetgeving onderzoekt die bepaling bijgevolg niet.

Bovendien moet artikel 2.2.1.10/1 worden weggelaten uit de lijst bepalingen van het Belgisch Scheepvaartwetboek, vermeld in het eerste lid van de aanhef van het ontwerp." 3. Het voorontwerp van wet `tot wijziging van het Belgisch Scheepvaartwetboek' waarnaar in die opmerking verwezen wordt, is ondertussen een wetsontwerp geworden.Het is immers ingediend op 20 april 2021.

Doordat de voorliggende bepalingen van het ontwerp van koninklijk besluit in verband met het bijzonder register van overheidsvaartuigen en met het bijzonder register van onbemande schepen strekken ter uitvoering van een wettelijke bepaling die nog niet aangenomen is, zijn ze bijgevolg voorbarig.

Om de voornoemde redenen worden de artikelen 6, eerste lid, 7 en 9, van het ontwerp niet onderzocht door de afdeling Wetgeving.

BIJZONDERE OPMERKINGEN AANHEF 1. Tenzij nauwkeurig aangegeven kan worden welke bepalingen van het ontwerp geen rechtsgrond zouden vinden in artikel 2.2.3.9, 6°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek (hierna "het Wetboek"), of eventueel in andere machtigingen waarin dat Wetboek voorziet, behoort als rechtsgrond niet naar artikel 108 van de Grondwet verwezen te worden.

Het eerste lid moet bijgevolg weggelaten worden. 2. Het achtste lid, in verband met het advies van de Raad van State, moet gesteld worden als volgt: "Gelet op advies 69.272/4 van de Raad van State, gegeven op 19 mei 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;".

Dispositief Artikel 1 In de bepaling onder 2° wordt het begrip onbemand schip gedefinieerd als volgt: "`onbemand schip': een zeeschip dat voor zijn volledige reis of een deel daarvan deels zonder menselijke tussenkomst kan varen of dat met besturing vanop afstand kan varen. Voor de toepassing van dit besluit, worden centra voor besturing op afstand beschouwd als een integrerend deel van het onbemande schip." De afdeling Wetgeving vraagt zich af of die definitie wel nauwkeurig genoeg is, in het bijzonder wat de exacte draagwijdte betreft van de woorden "deels zonder menselijke tussenkomst", aangezien de aldus geformuleerde definitie blijkbaar ook geldt voor de "gewone" schepen die uitgerust zijn met elektronische systemen waardoor bepaalde taken reeds automatisch verricht kunnen worden.

Op een vraag in verband met die twee punten heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord: "3. Définition des `navires sans équipages'. 3.1. Notre intention n'est pas d'exclure les navires pouvant naviguer pour tout le voyage en totale autonomie. Le mot `partiellement' de la définition fait référence aux différents degrés d'autonomie établis par l'OMI dans son `Regulatory Scoping Exercise' (cfr. réponse à la question 4.2). Après avoir consulté les précédentes versions du texte, le `partiellement' était initialement `à des degrés divers'. Cette terminologie a été abandonnée puisque les degrés d'autonomie utilisés au niveau de l'OMI sont temporaires et sont donc susceptibles de changer. 3.2. Cette question nous a été posée à de nombreuses reprises ; en effet, les navires modernes sont équipés de fonctions qui permettent une plus grande automatisation de certaines actions. Cependant, ce que nous visons dans la définition est le cas d'une passerelle de navigation occasionnellement sans surveillance. Cela déroge aux règles actuelles selon lesquelles la passerelle de navigation doit toujours être sous surveillance. Le terme `navire sans équipage' ou `onbemand vaartuig' désigne non pas l'absence totale d'équipage à bord du navire mais bien l'absence (pour tout ou partie du voyage) d'équipage sur la passerelle de navigation." Van het begrip "onbemande schepen" dient een nauwkeuriger definitie gegeven te worden, aangezien die definitie bepaalt wat het toepassingsgebied van het ontworpen besluit is en, bijgevolg, onder welk rechtsstelsel die schepen vallen.

Bovendien moet een verslag aan de Koning opgesteld worden om die definitie nader toe te lichten, indien nodig aan de hand van concrete voorbeelden.

Artikel 3 1. Artikel 3 luidt als volgt: "Het onbemande schip moet voldoen aan de maritieme verdragen van de IMO zoals gedefinieerd in artikel 1.1.2.1 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, alsook aan het CLC-verdrag, het BUNKER-verdrag, het FAL-verdrag het WRC-verdrag en het MLC Verdrag, voor zover het onbemande schip onder het toepassingsgebied ervan valt." Op de vraag om welke redenen ervoor geopteerd is om in die bepaling net die internationale verdragen aan te halen, heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord: "4.2. Dans le cadre de la navigation autonome, l'OMI fait actuellement un `Regulatory Scoping Exercise' qui vise à identifier si et comment les Conventions Internationales existantes doivent être modifiées pour accommoder des particularités des navires sans équipage. C'est sur cette base que les Conventions ont été choisies." Aangezien onbemande schepen zeeschepen zijn, spreekt het vanzelf dat zowel de supranationale als de interne regelgeving daarop integraal van toepassing is zonder dat zulks uitdrukkelijk aangegeven hoeft te worden. Het spreekt eveneens vanzelf dat die regels slechts gelden "voor zover het onbemand schip onder het toepassingsgebied ervan valt".

De steller van het ontwerp beschikt evenwel over de mogelijkheid om: - ofwel welomschreven bepalingen van het Wetboek of van de uitvoeringsbesluiten ervan, met toepassing van artikel 1.1.1.3, § 3, 4°, van het Wetboek buiten toepassing te verklaren voor onbemande schepen, er evenwel op toeziend dat de internationale verplichtingen van de Belgische Staat nageleefd worden; - ofwel met toepassing van artikel 2.2.3.9, 6°, van het Wetboek te bepalen dat voor onbemande schepen specifieke regels inzake veiligheid gelden.

Artikel 4 moet in het licht van deze bepaling aldus herzien worden dat de bedoeling van de steller ervan duidelijker tot uiting komt. Door de bekendmaking van een verslag aan de Koning zouden de adressaten van de ontworpen normen ook op dit punt beter ingelicht kunnen worden. 2. Een vergelijkbare opmerking geldt voor artikel 5, in verband met de prerogatieven van de Scheepvaartcontrole, en voor artikel 6, tweede lid, in verband met de naleving van hoofdstuk 6 van het koninklijk besluit van 27 oktober 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/10/2016 pub. 21/11/2016 numac 2016024257 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de procedure tot aanduiding en beheer van de mariene beschermde gebieden sluiten `betreffende de procedure tot aanduiding en beheer van de mariene beschermde gebieden'. 3. Daarenboven: - dient het woord "CLC-Verdrag" vervangen te worden door de woorden "CLC-Verdrag 1992", overeenkomstig de terminologie die gedefinieerd wordt in artikel 1.1.1.1, § 1, eerste lid, 12°, van het Wetboek; - dient een definitie gegeven te worden van het woord "FAL-Verdrag", dat niet voorkomt in de opsomming van de bronnen van scheepvaartrecht die vervat is in artikel 1.1.1.1, § 1, eerste lid, van het Wetboek, en dient die bepaling bijgevolg aldus aangevuld te worden dat het voornoemd internationaal verdrag daarin opgenomen wordt met vermelding van het volledige opschrift ervan.

Artikel 4 1. In paragraaf 1, eerste lid, dient vermeld te worden waarop de in die bepaling vermelde aanvraag betrekking heeft.2. Paragraaf 1, tweede lid, bevat de opsomming van de gegevens die meegedeeld moeten worden bij het indienen van een aanvraag om een vaarvergunning.Tot die gegevens behoren ook de persoonsgegevens van de aanvrager.

Zoals de Gegevensbeschermingsautoriteit in haar advies 42/2021 van 1 april 2021 opgemerkt heeft, moet het ontwerp aldus aangevuld worden dat daarin de essentiële regels vastgesteld worden in verband met die gegevensverwerking, naar het voorbeeld van wat bepaald wordt in artikel 49 van het koninklijk besluit van 26 juni 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2020 pub. 21/08/2020 numac 2020031121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake registratie van zeeschepen sluiten voor de verwerking van gegevens in het kader van de registratie van schepen, zoals dat artikel aangevuld wordt bij artikel 8 van het ontwerp, op het stuk van de bewaartermijn voor persoonsgegevens. 3. Paragraaf 1, tweede lid, bevat de opsomming van de gegevens die meegedeeld moeten worden door de aanvrager.Daaronder wordt in de bepaling onder 4° melding gemaakt van "een technisch (...) dossier waarvan de inhoud wordt bepaald door het Directoraat op zijn website".

Hoewel in te zien valt dat het niet de Koning zou zijn die bepaalt wat dat dossier dient te bevatten, moet de subdelegatie van de bevoegdheden op grond waarvan dat vastgesteld kan worden in principe aan de minister verleend worden in plaats van aan personeelsleden van het bestuur.

Artikel 4 moet in die zin herzien worden. 4. Het is niet nodig te bepalen dat de ministeriële beslissing houdende toekenning of weigering van de aangevraagde vergunning genomen wordt op basis van een gemotiveerd advies van het Directoraat, aangezien die kwestie valt onder de werking van de diensten die onder het gezag van de minister staan.Dat de beslissing van de minister uitdrukkelijk gemotiveerd dient te zijn, vloeit bovendien reeds voort uit de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten `betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen'.

Paragraaf 1, derde lid, moet bijgevolg weggelaten worden. 5. Paragraaf 2 bepaalt: "De minister beslist over de aanvraag en bepaalt de voorwaarden voor de vaarvergunning." Met het oog op een betere afbakening van de bevoegdheden waarvan de uitoefening bij die bepaling gedelegeerd wordt, moet die bepaling aldus aangevuld worden dat daarin vermeld wordt op welke punten de voorwaarden die door de minister aan de vaarvergunning verbonden kunnen worden, betrekking kunnen hebben.

De griffier, De Voorzitter, Anne-Catherine Van Geersdaele Martine Baguet

16 JUNI 2021. - Koninklijk besluit betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Scheepvaartwetboek, artikelen 1.1.2.1, 2.2.1.4, 2.2.3.9, 6° en 3.2.1.2 ;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2020 pub. 21/08/2020 numac 2020031121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake registratie van zeeschepen sluiten inzake de registratie van zeeschepen;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 september 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/09/2020 pub. 28/09/2020 numac 2020042893 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart sluiten tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart;

Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 januari 2021;

Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingautoriteit n° 42/2021, gegeven op 1 april 2021 ;

Gelet op het advies 69.272/4 van de Raad van State gegeven op 19 mei 2021 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Noordzee, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit betekent: 1° "Directoraat": het Directoraat-generaal Scheepvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer;2° "onbemand schip": een zeeschip dat voor zijn volledige reis of een deel daarvan deels zonder menselijke tussenkomst kan varen of dat met besturing vanop afstand kan varen.Voor de toepassing van dit besluit, worden centra voor besturing op afstand beschouwd als een integrerend deel van het onbemande schip. 3° "aanvrager": de natuurlijke of rechtspersoon die een aanvraag om een vaarvergunning voor een onbemand schip bij het Directoraat indient en die de aansprakelijkheid met betrekking tot dit schip opneemt;4° "minister": de minister bevoegd voor Maritieme Mobiliteit.

Art. 2.De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op onbemande schepen die zich in de Belgische maritieme zones bevinden.

Art. 3.Het onbemande schip moet voldoen aan de maritieme verdragen van de IMO zoals gedefinieerd in artikel 1.1.2.1 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, alsook aan het CLC-Verdrag 1992, het BUNKER-verdrag, het WRC-verdrag, het MLC-Verdrag en het Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee, opgemaakt te Londen op 9 april 1965, voor zover het onbemande schip onder het toepassingsgebied ervan valt en waarbij de minister conform de internationale verdragen gemachtigd is om in de vaarvergunning afwijkingen toe te staan.

Art. 4.§ 1. De aanvraag voor een vaarvergunning wordt bij het Directoraat ingediend volgens zijn instructies die op de website van het Directoraat zijn bekendgemaakt.

De volgende gegevens worden meegedeeld: 1° voor wat een natuurlijk persoon betreft: de rijksregisternummer van de aanvrager; Voor natuurlijke personen niet ingeschreven in het Belgische rijksregister, kunnen volgende identificatiegegevens gevraagd worden door de administratie: i) naam; ii) voornaam; iii) geboorteplaats; iv) geboortedatum; v) adres van de woonplaats.2° voor wat een rechtspersoon betreft: het ondernemingsnummer van de aanvrager; Voor rechtspersonen met maatschappelijke zetel in het buitenland, kunnen volgende identificatiegegevens gevraagd worden door de administratie: i) het ondernemingsnummer; ii) de rechtsvorm; iii) de maatschappelijke benaming; iv) het nationaal recht van de rechtspersoon; v) het adres van de statutaire zetel of, indien deze rechtspersoon volgens zijn nationaal recht geen statutaire zetel heeft, het adres waar zijn hoofdkantoor gevestigd is.3° een e-mailadres dat gekoppeld is aan de persoon bedoeld in 1° of 2° ;4° een technische dossier overeenkomstig de vereisten van de administratie waarbij bewezen moet worden dat het onbemande schip voldoet aan alle voorwaarden.Dit moet worden gestaafd aan de hand van de nodige overtuigingsstukken ten behoeve van de administratie. § 2. De minister beslist over de aanvraag en bepaalt de duurtijd van en de voorwaarden voor de vaarvergunning.

Onverminderd artikel 3 hebben de voorwaarden van de vaarvergunning betrekking onder meer, zonder limitatief te zijn, het verzekeren van de veiligheid in de Belgische maritieme zones en de bescherming van het mariene milieu. § 3. De verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens voor deze aanvraag is de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 blijven gedurende 5 jaar na afloop van duurtijd van de vaarvergunning of na de weigering om een vaarvergunning toe te kennen.

Art. 5.Elk onbemand schip dat zich in de Belgische maritieme zones bevindt, voorzien zijn van een van de onderstaande documenten: 1° een attest van inschrijving in de register voor de onbemande schepen afgegeven door het Belgisch Scheepsregister.De vorm en de inhoud van dit attest worden bepaald door het Belgisch Scheepsregister en het model van dit attest is gepubliceerd op de website van het Belgisch Scheepsregister; 2° een inschrijvingsbewijs afgegeven door een ander land. Elk onbemand schip dat zich in de Belgische maritieme zones bevindt, moet hoofdstuk 6 van het koninklijk besluit van 27 oktober 2016Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/10/2016 pub. 21/11/2016 numac 2016024257 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de procedure tot aanduiding en beheer van de mariene beschermde gebieden sluiten betreffende de procedure tot aanduiding en beheer van de mariene beschermde gebieden naleven.

Art. 6.Artikel 2 van het koninklijk besluit van 26 juni 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2020 pub. 21/08/2020 numac 2020031121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake registratie van zeeschepen sluiten inzake de registratie van zeeschepen, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 vormt, wordt aangevuld met twee paragrafen 2 en 3, luidende: " § 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kunnen de schepen bedoeld in 1° en 2° vrijwillig in het bijzonder register van overheidsvaartuigen worden geregistreerd.

Dit register bevat de volgende gegevens: 1° de overheid die het vaartuig gebruikt;2° het bouwjaar, de bouwplaats, de scheepswerf waar het werd gebouwd en het bouwnummer;3° het type;4° de bruto- en nettotonnenmaat;5° de lengte en de breedte over alles;6° betreffende de voortstuwingsmachines: het aantal, de scheepsbouwer, de aard, het bouwjaar en het vermogen in kilowatt. § 3. De onbemande schepen zoals omschreven in het koninklijk besluit van 16 juni 2021 betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten kunnen in het bijzonder register van onbemande schepen worden geregistreerd.

Dit register bevat de onderstaande gegevens: 1° de naam, het adres van de woonplaats of van de hoofdverblijfplaats of de benaming en het adres van de feitelijke zetel van de eigenaar;2° het registratienummer;3° de naam van het schip, zijn roepnaam, de thuishaven;4° eventueel het IMO-nummer;5° het bouwjaar, de bouwplaats, de scheepswerf waar het werd gebouwd en het bouwnummer;6° het type;7° de bruto- en nettotonnenmaat;8° de lengte en de breedte over alles;9° eventueel de plaats en datum van uitgifte van de meetbrief en het nummer ervan;10° eventueel met betrekking tot de voortstuwingsmachines: het aantal, de scheepsbouwer, de aard, het bouwjaar en het vermogen in kilowatt;11° eventueel het buitenlandse register waar het schip het laatst was geregistreerd en de schrappingsdatum ervan uit dit register, en in voorkomend geval, de hypothecaire status ervan; 12° de ministeriële vergunning bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juni 2021 betreffende onbemande vaart in Belgische maritieme zones en tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten."

Art. 7.Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende: « De persoonsgegevens worden bewaard tot 10 jaar nadat het schip niet meer onder Belgische vlag vaart."

Art. 8.Artikel 2.2 van het koninklijk besluit van 21 september 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/09/2020 pub. 28/09/2020 numac 2020042893 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart sluiten tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende: " § 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de registraties bedoeld in artikel 2, § 2 en 3, van het koninklijk besluit van 26 juni 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2020 pub. 21/08/2020 numac 2020031121 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit inzake registratie van zeeschepen sluiten inzake registratie van zeeschepen."

Art. 9.De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 16 juni 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Noordzee, V. VAN QUICKENBORNE

^