Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 oktober 2026
gepubliceerd op 26 oktober 2026

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, betreffende het sectoraal akkoord in de staalindustrie - arbeiders 2025-2026

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2026202027
pub.
26/10/2026
prom.
15/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, betreffende het sectoraal akkoord in de staalindustrie - arbeiders 2025-2026 (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 11 februari 2026, gesloten in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid, betreffende het sectoraal akkoord in de staalindustrie - arbeiders 2025-2026.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, D. CLARINVAL _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de ijzernijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 februari 2026 Sectoraal akkoord in de staalindustrie - arbeiders 2025-2026 (Overeenkomst geregistreerd op 17 maart 2026 onder het nummer 198651/CO/104)

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Onderhavig akkoord is van toepassing op de ondernemingen die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid (PC nr. 104) en op de werknemers en werkneemsters die door een arbeidsovereenkomst voor arbeider aan deze ondernemingen gebonden zijn.

HOOFDSTUK II. - Werkgelegenheid/beroepsopleiding Afdeling 1. - Werkzekerheid

De eerdere sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten, akkoorden en engagementen die niet door dit akkoord werden gewijzigd, vervangen of opgezegd, blijven onverkort van toepassing en blijven hun uitwerking behouden voor de periode 2025-2026 : 1.1. Werkzekerheid - De werkgevers verbinden zich ertoe, alvorens tot afdankingen om economische redenen over te gaan tijdens de duur van onderhavig akkoord, in eerste instantie maximaal gebruik te maken van maatregelen tot behoud van de tewerkstelling, waaronder tijdelijke werkloosheid, deeltijds werk, oplossingen in het raam van een brede mobiliteit binnen de onderneming of tussen haar exploitatievestigingen evenals herklasseringsbegeleiding, gekoppeld aan inspanningen voor beroepsopleiding. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de werknemers van 45 jaar en ouder. - De ondertekenende partijen doen aan de ondernemingen de aanbeveling tot bijzondere zorg voor het zoeken binnen de onderneming zelf van aangepaste jobs voor de volgende categorieën : werknemers die slachtoffer zijn van een arbeidsongeval, medisch ongeschikte werknemers, laaggeschoolde werknemers en oudere werknemers. - Bij collectief ontslag zoals bepaald door de wet, noodzaak tot naleving van de regels inzake voorafgaande informatie en overleg met de organen die de werknemers vertegenwoordigen op ondernemingsvlak. 1.2. Begeleidingsmaatregelen bij collectief ontslag Bij collectief ontslag zoals bepaald door de wet, zullen alle nuttige pragmatische maatregelen onderzocht worden op ondernemingsvlak in overleg met de werknemersvertegenwoordigers, waarbij meer bepaald rekening zal gehouden worden met de individuele situatie van de werknemers, en in het bijzonder van de werknemers van 45 jaar en ouder. 1.3. Maatregelen van toepassing op ondernemingen in herstructurering (economische herstel wet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/2009 pub. 07/04/2009 numac 2009201450 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Economische Herstelwet sluiten en koninklijk besluit van 22 april 2009) In geval van herstructurering in de zin van de reglementering, naleving van de verplichtingen inzake de tewerkstellingscel, begeleiding en outplacement, inschakelingsvergoeding. Toegang tot de tewerkstellingscel en tot het outplacementaanbod ten gunste van tijdelijke werknemers (arbeidsovereenkomst van bepaalde duur en uitzendarbeid) waarvan het contract niet verlengd wordt omwille van de herstructurering, voor zover ze minstens 1 jaar ononderbroken anciënniteit in de onderneming kunnen voorleggen. 1.4. Tijdelijke arbeid (arbeidsovereenkomst van bepaalde duur en uitzendarbeid) - De sector doet aan de ondernemingen de aanbeveling om op hun niveau een kader uit te werken waardoor het mogelijk wordt om, voor het bepalen van de loonvoorwaarden, de anciënniteit van een werknemer die na een tijdelijke tewerkstelling met een contract van onbepaalde duur aangeworven wordt bij dezelfde werkgever, in aanmerking te nemen. - De sector doet een aanbeveling aan de ondernemingen om op hun niveau het principe te voorzien van de evaluatie van de tijdelijke werknemer na een bepaalde tewerkstellingsperiode met het oog op het invullen van vacatures die zouden overeenstemmen met de bekwaamheden van de werknemer. Afdeling 2. - Beroepsopleiding

2.1. Opleiding 2.1.1. Sectoraal kader inzake opleiding De ondertekenende partijen herinneren eraan dat conform de bepalingen van de wet van 3 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/10/2022 pub. 10/11/2022 numac 2022206360 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende diverse arbeidsbepalingen sluiten houdende diverse arbeidsbepalingen, het individueel opleidingsrecht voor een voltijds tewerkgestelde werknemer 5 opleidingsdagen per jaar bedraagt.

De opleidingen die in aanmerking worden genomen om het aantal individuele opleidingsdagen te bepalen, zijn de volgende soorten opleidingen : - de formele opleidingen; - de informele opleidingen zoals beoogd in artikel 50, § 1, a) en b) van bovenvermelde wet; - de opleidingen die betrekking hebben op de materies inzake welzijn, zoals bedoeld in de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

De sector doet aan de ondernemingen de aanbeveling om in het bijzonder in te zetten op : - opleidingen rond artificiële intelligentie in een productie-omgeving, waarbij zowel technische (digitale tools en AI-gebruik) als sociale vaardigheden (samenwerking, communicatie en ethiek), alsook digitale geletterdheid, veerkracht en gezond omgaan met technologie, van groot belang zijn, en - opleidingen inzake diversiteit.

De overige modaliteiten tot concretisering van het individueel opleidingsrecht, waaronder de modaliteiten voor het omzetten van opleidingsdagen in opleidingsuren, worden verwezen naar de ondernemingen.

Voor het overige worden volgende bepalingen verlengd : - Verdeling van de opleidingsinspanningen en eerlijke toegang tot opleiding : a) De ondernemingen waken over een billijke verdeling van de opleidingsmiddelen die ze aanwenden om te voldoen aan de opleidingsnoden van alle categorieën werknemers.In de mate van het mogelijke wordt erop toegezien dat het leerproces niet onderbroken wordt. b) De sector beveelt de ondernemingen aan om op hun niveau te onderzoeken welke de specifieke noden zijn eigen aan bepaalde doelgroepen, zoals minder gekwalificeerde of kwetsbare werknemers, de jongeren, de oudere werknemers (45 jaar en ouder) en de allochtonen, en om opleidingsplannen te voorzien die tegemoetkomen aan deze noden.c) De sector benadrukt het belang van de door de overheden opengestelde opleidingsmogelijkheden voor de werknemers die tijdelijk werkloos worden wegens economische omstandigheden, om zo hun professionele competenties te kunnen verhogen, volgens de regels vastgelegd door het beheerscomité van de RVA in zijn beslissing van 19 maart 2009. Daartoe vraagt hij de werkgevers en de werknemers om deze opleidingsopportuniteiten te benutten met het oog op behoud en ontwikkeling van de bekwaamheden, meer bepaald inzake gezondheid en veiligheid van de werknemers en tewerkstelling. - Opleidingsplannen : Rekening houdend met de goedkeuring van de wet van 3 oktober 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/10/2022 pub. 10/11/2022 numac 2022206360 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende diverse arbeidsbepalingen sluiten houdende diverse arbeidsbepalingen en in het bijzonder met hoofdstuk 9 "Opleidingsplannen", herinneren de ondertekenende partijen de lokale sociale partners aan het belang van de overeenstemming van de ondernemingspraktijken met de wettelijke vereisten. - Opvolging en paritaire evaluatie : De sector doet een opvolging van de inhoud en van de toepassing van de opleidingsinspanningen in de staalondernemingen via de gecoördineerde enquête (de zogenaamde "sectorale enquête") die elk jaar in het 2de kwartaal opgestart wordt. Deze enquête wordt meegedeeld en geanalyseerd op sectoraal vlak volgens de gedefinieerde criteria (genus, leeftijd, nationaliteit, schoolopleiding).

De sector stelt jaarlijks een "Rapporteringstabel van de opleidingsinspanningen" op en evalueert deze inspanningen op paritair niveau. 2.1.2. Opleidings-CV De ondertekenende partijen benadrukken het belang voor de werknemers om te beschikken over informatie inzake de bekwaamheden die ze hebben kunnen verwerven via de verschillende gevolgde opleidingen in de loop van hun beroepsloopbaan.

Daartoe komen ze tot overeenstemming over het principe van de invoering binnen de sector van een suppletief stelsel van "opleidings-CV" dat een inventaris opmaakt van de door de werknemer gevolgde opleidingen tijdens zijn tewerkstelling binnen de onderneming. Ze komen overeen dat dit document eenmaal per jaar opgesteld wordt, en ze verwijzen de overige modaliteiten tot inwerkingstelling van het "opleidings-CV" naar een werkgroep "Beroepsopleiding". 2.1.3. Opleidingstijd De sector doet aan de ondernemingen de aanbeveling om erop toe te zien dat de gevolgde opleidingen plaatsvinden tijdens de werkuren. 2.1.4. Aantrekkelijkheid van de sector en contacten met de onderwijsinstellingen Voortzetting van de paritaire werkzaamheden aangaande een betere definiëring van de beroepsprofielen en van de noden van de sector ten overstaan van het onderwijs. Toelichting van de functies.

De ondertekenende partijen zullen een prioriteitenplanning opmaken voor het verloop van de paritaire werkzaamheden. 2.1.5. Mentorschap De sector benadrukt het belang van het mentorschap in het raam van de overdracht van kennis en bekwaamheden.

Daartoe belast de sector de paritaire werkgroep met het uitwerken van een suppletief kader met een model dat rekening zal houden met de volgende elementen : - het profiel, de pedagogische basis en de opleiding van de mentor; - de mogelijkheid voor oudere werknemers om de rol van mentor uit te oefenen; - de definiëring van de leerdoelstellingen; - de vrij gemaakte tijd voor de omkadering van de werknemers in opleiding. 2.2. Risicogroepen De bijdrage voor risicogroepen is vastgelegd op 0,10 pct., voor de periode van 1 januari 2025 tot 31 december 2026, volgens dezelfde voorwaarden als in de vorige akkoorden : alle staalondernemingen worden verzocht om initiatieven te nemen en de concrete modaliteiten ervan op hun niveau te bepalen, in akkoord met de vakbondsafvaardiging, via het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten op ondernemingsvlak.

De ondertekenende partijen zullen na de ondertekening van onderhavig akkoord en zijn uitvoeringsovereenkomst, specifiek met betrekking tot de risicogroepen, een aanvraag indienen met het oog op het bekomen van de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Werk, zoals voorzien door artikel 2, alinea's 2 en 3 van het koninklijk besluit van 19 februari 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 08/04/2013 numac 2013200746 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 189, vierde lid, van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (1) type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 28/03/2013 numac 2013022101 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het artikel 2 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 11/03/2013 numac 2013200702 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 42/1 van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 28/03/2013 numac 2013022099 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 28/02/2013 numac 2013022093 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 37bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 28/03/2013 numac 2013022100 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 37bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 type koninklijk besluit prom. 19/02/2013 pub. 28/02/2013 numac 2013022094 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 2, K, en 25, §§ 1 en 3bis, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen sluiten overeenkomstig de reeds ondernomen demarche in toepassing van de vorige sectorale akkoorden, sinds het sectoraal akkoord 2015-2016.

De sectorale uitvoeringsovereenkomst van onderhavig akkoord, die specifiek betrekking heeft op de risicogroepen, zal de vereiste ontwikkelingen aanvoeren om aan te tonen dat de aanwerving binnen de sector grotendeels stopgezet is.

Opvolging en paritaire evaluatie : De sector doet de follow-up en maakt een paritaire evaluatie van de concretisering van de collectieve ondernemingsarbeidsovereenkomsten.

Daartoe wordt een exemplaar van de afgesloten collectieve ondernemingsarbeidsovereenkomsten evenals van de evaluatieverslagen en van het financieel overzicht overgemaakt aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de ijzernijverheid en aan de ondertekenende partijen van onderhavig sectoraal akkoord. Afdeling 3. - Opzegtermijnen

De ondertekenende partijen bevestigen de toepassing tot 31 december 2013 van de sectorale opzegtermijnen zoals voorzien door het sectoraal akkoord 2011-2012. Afdeling 4. - Loopbaan en evenwicht privé- en beroepsleven

4.1. Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor sommige oudere mindervalide werknemers en werknemers met ernstige lichamelijke problemen indien zij worden ontslagen Voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 sluit de sector zich aan bij het bestaande nationale kader inzake het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag ten gunste van bepaalde oudere mindervalide werknemers of werknemers met ernstige fysieke problemen in geval van ontslag.

Dit stelsel wordt toegepast overeenkomstig de voorwaarden voorzien in artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 22/05/2007 numac 2007201185 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de socio-culturele sector van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de toekenning van een eindejaarspremie type koninklijk besluit prom. 03/05/2007 pub. 08/06/2007 numac 2007201609 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact sluiten tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en met verwijzing naar de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 177 gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad.

De aanvullende vergoeding ten laste van de werkgever wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad.

In dit kader beperken de sectorale sociale partners zich tot het bevestigen van hun aansluiting bij het bestaande interprofessionele stelsel. 4.2. Tijdskrediet De ondertekenende partijen bevestigen de uitbreiding tot 51 maanden van de duur van het tijdskrediet met motief "zorgen" waarvan gebruik gemaakt wordt voor een voltijdse of halftijdse onderbreking van de arbeidsprestaties in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103ter. 4.3. Landingsbanen De ondertekenende partijen zijn het eens over de invoering, voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027, van een sectoraal kader van landingsbanen in toepassing van artikel 4, § 5, 2° van het koninklijk besluit van 30 december 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/12/2014 pub. 31/12/2014 numac 2014207688 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van werk en kwaliteit van het leven aangaande het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking en in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 en van zijn wijzigende collectieve arbeidsovereenkomsten.

De uitvoering van dit sectoraal kader veronderstelt het afsluiten van een ondernemingsovereenkomst, rekening houdend met de organisatorische context eigen aan de onderneming.

De partijen herhalen eveneens de toepassing van de organisatorische regels voorzien in geval van gelijktijdige uitoefening van het tijdskrediet door afdeling 4 (artikel 16 en volgende) van hoofdstuk IV van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad.

Onderhavig artikel van het sectoraal akkoord wordt afgesloten in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 179 van de Nationale Arbeidsraad tot vaststelling, voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2027, van het interprofessioneel kader voor de aanpassing naar 55 jaar van de leeftijdsgrens wat de toegang tot het recht op uitkeringen voor een landingsbaan betreft, voor arbeiders met een lange loopbaan, een zwaar beroep of uit een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.

Een bijzondere overeenkomst zal deze bepaling tot uitvoering brengen. 4.4. Arbeidsorganisatie en kwaliteit van de arbeid Overuren : Voortzetting van de paritaire werkzaamheden met het oog op het opstellen van een inventaris van het beroep op overuren in de ondernemingen uit de sector, evenals een tabel inzake de goede praktijken.

De ondertekenende partijen zullen een prioriteitenplanning opmaken voor het verloop van de paritaire werkzaamheden.

Uitzendarbeid : Voortzetting van de paritaire werkzaamheden met het oog op het opstellen van een inventaris van het beroep op uitzendarbeid in de ondernemingen uit de sector, evenals een tabel inzake de goede praktijken.

De sectorale sociale partners verbinden zich ertoe om eventueel veelvuldig beroep op uitzendarbeid in de ondernemingen samen te onderzoeken.

De meest gerede partij roept de andere sectororganisaties op om een vergadering aan te vragen met het oog op dit gezamenlijk onderzoek.

De ondertekenende partijen zullen een prioriteitenplanning opmaken voor het verloop van de paritaire werkzaamheden.

Zware beroepen - Bepalingen uit het IPA 2009-2010 inzake het optrekken van het huidig percentage van de lastenverlaging voor ploegen- en nachtarbeid (van 10,7 pct. tot 15,6 pct. van de bruto belastbare bezoldiging) : De sector neemt de aanbevelingen inzake kwaliteit van de arbeid over van de interprofessionele sociale partners.

Daartoe nodigt de sector de ondernemingen uit om bijzondere aandacht te besteden aan het ontwikkelen van een proactief personeelsbeleid dat rekening houdt met de kwaliteit van de arbeid die aan werknemers in ploegen- en nachtarbeid moet worden geboden. 4.5. Kader buitencontractuele aansprakelijkheid Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, op 1 januari 2025, is de quasi-immuniteit van de uitvoeringsagenten van de contractanten (anders : "hulppersonen") afgeschaft.

Sindsdien kunnen werknemers dus rechtstreeks worden aangesproken door partijen met wie zij geen contract hebben, maar die wel schade lijden ingevolge de niet-nakoming van een contractuele verbintenis, in casu deze die zij zouden verrichten in uitvoering van een contract dat hun respectievelijke werkgever met een opdrachtgever heeft.

Zo zij, in het kader van de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst, door hun werkgever, zijnde de schuldenaar van de contractuele verbintenis ten aanzien van hun opdrachtgever, belast worden met de hele of gedeeltelijke uitvoering van diens verbintenis(sen) jegens een opdrachtgever, lopen zij hierdoor een verhoogd risico op buitencontractuele vorderingen, met name deze die tegen hen zouden worden ingesteld door een opdrachtgever van hun werkgever wegens een (vermeende) fout die zij zouden hebben begaan bij de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst, dit in uitvoering van een contractuele verbintenis van hun werkgever jegens de betreffende opdrachtgever.

Hoewel voor fouten die zij begaan tijdens de uitvoering van hun arbeidstaken, artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet de nodige bescherming blijft bieden voor het geval de werknemer deze derde(n) daarbij schade berokkent, met name door te blijven waarborgen dat de werknemer in voorkomend geval enkel aansprakelijk is, en bijgevolg door deze derde kan worden gesteld, voor zijn bedrog, zijn zware schuld en de gewoonlijk voorkomende lichte schuld, wensen de ondertekenende partijen, hoe klein dit ook is, élk risico van een mogelijke buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering van een opdrachtgever van een werkgever jegens zijn werknemer(s) uit te sluiten.

Gezien het aanvullend karakter van artikel 6.3. van het Burgerlijk Wetboek, is het inderdaad mogelijk om daarvan op dit punt af te wijken, weliswaar zonder afbreuk te doen aan de wettelijke bepalingen van openbare orde of van dwingend recht.

Daartoe engageren de ondernemingen zich ertoe om zoveel als mogelijk de buitencontractuele aansprakelijkheid van hun werknemers, zijnde hulppersonen in de zin van artikel 6.3. van het Burgerlijk Wetboek, uit te sluiten en dit contractueel vast te leggen, waarbij de ondertekenende partijen de ondernemingen aanbevelen om daartoe gebruik te maken van de volgende clausule : "Partijen sluiten elke buitencontractuele aansprakelijkheid ten aanzien van hun hulppersonen, hieronder begrepen "elke natuurlijke persoon (die niet voor eigen rekening en risico handelt), met inbegrip van de werknemers van de schuldenaar, die door de schuldenaar van een contractuele verbintenis belast wordt met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van deze verbintenis en dit in de volledige contractketen", voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis, uit. Huidig artikel doet geen afbreuk aan de wettelijke bepalingen van openbare orde of van dwingend recht. De hulppersonen kunnen zich, als derde begunstigden, beroepen op de clausules van dit artikel.".

Wat betreft de nieuwe contracten, kan deze clausule daartoe geïntegreerd worden in het contract zelf of de algemene voorwaarden die daarvan deel uitmaken.

Wat betreft de reeds bestaande contracten, kan zulks worden bewerkstelligd via een bijlage aan het bestaande contract. 4.6. Opt-out : flexi-jobs Op voorwaarde dat de toekomstige wetgeving dienaangaande het toelaat, worden voor de looptijd van het sectorakkoord voor 2025-2026, flexi-jobs in onze sector uitgesloten, behalve in de ondernemingen waarin hierover met de syndicale delegatie, bij gebreke hieraan de vertegenwoordigers van de vakorganisaties, een ander akkoord gesloten wordt.

HOOFDSTUK III. - Werkbaar en wendbaar werk De ondertekenende partijen erkennen dat het in hun wederzijds belang is om een aanpassing en een verlichting van de (einde)loopbanen voor werknemers mogelijk te maken, zo ook opdat, door het verhogen van de werkbaarheid van de (einde)loopbanen en het verlichten van het belastend karakter van het werk in de staalsector en het verder verbeteren van de veiligheid en gezondheid van de werknemers, de aantrekkelijkheid van de sector zou toenemen.

De ondernemingen die meer dan twintig werknemers tewerkstellen, zijn verplicht om een actieplan ter verbetering van de werkbaarheid op te stellen. De werkgever stelt dit ieder jaar, tegen uiterlijk 31 december, op, maar kan ook kiezen voor een plan met meerjarenmaatregelen. Het plan wordt besproken binnen het daartoe geijkte overlegorgaan en/of -organen.

Het plan bevat ondernemingsspecifieke maatregelen om de werkbaarheid te verbeteren. Daarbij wordt rekening gehouden met de specifieke problematieken en mogelijkheden van de werknemers en de onderneming, en kan men zich laten leiden door de niet-limitatieve lijst van mogelijke maatregelen zoals geïdentificeerd in de HIVA-studie inzake werkbaar werk.

Uiterlijk 14 kalenderdagen na de definitieve oplevering van de sectorale studie inzake belastend werk wordt deze, met die bedoeling, aan de ondernemingen toegezonden. De ondernemingen stellen deze studie voor op de eerstvolgende ondernemingsraad, gerekend vanaf de ontvangst daarvan.

Lopende oktober 2026 wordt lokaal de stand van zaken met betrekking tot de redactie van het plan gegeven. Het eerste plan is klaar tegen uiterlijk 31 december 202 6. Tegen uiterlijk 30 juni van elk kalenderjaar gebeurt een lokale evaluatie van de concrete en meetbare vooruitgang van de implementatie van dit plan, daarbij rekening houdende met de situatie en de verplichtingen eigen aan elke onderneming alsook de behoeften van de werknemers.

De werkgever bewaart het plan gedurende vijf jaar en houdt het ter beschikking van het GSV, met het oog op de opvolging van deze lokale verplichting binnen het paritair comité. Onverminderd de verzoeningsbevoegdheid van het paritair comité, roept bij niet-naleving van (één van) de voormelde verplichtingen, de meest gerede partij de andere sectororganisaties op om, uiterlijk binnen 1 maand na deze oproep, een vergadering van het paritair comité te beleggen om naar een sectorale oplossing te zoeken.

HOOFDSTUK IV. - Non-discriminatie en bestrijding van alle vormen van racisme De sector benadrukt zijn inzet voor democratische waarden en de bestrijding van alle vormen van racisme.

Onverminderd het Belgisch wettelijk kader inzake niet-discriminatie, verbinden de ondernemingen zich ertoe om ieder van de werknemers eerlijk en met respect te behandelen.

In dit verband ontwikkelt het GSV een sensibiliseringspakket rond diversiteit en verdraagzaamheid, bestemd voor gebruik binnen de ondernemingen, in het bijzonder tijdens de week van 8 mei, ter gelegenheid van de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dit pakket is beschikbaar tegen uiterlijk 30 april 202 6.

Daarnaast doet de sector de aanbeveling aan de ondernemingen om op hun niveau een diversiteitsbeleid te voeren inzake personeel en HR-beheer.

Hij benadrukt het belang toe te zien op de diversiteit van de werknemersploegen en vraagt aan de ondernemingen om elke vorm van discriminatie te bestrijden.

De ondernemingsraad wordt op de hoogte gebracht van de diversiteitsmaatregelen die op ondernemingsvlak genomen zijn en gaat over tot de evaluatie ervan.

HOOFDSTUK V. - Gezondheid en veiligheid De ondertekenende partijen van het sectoraal akkoord komen overeen om, gelet op het belang van gezondheid en veiligheid in de omgeving van de staalondernemingen, de volgende tekst, aangepast overeenkomstig het resultaat van de onderhandelingen met het oog op onderhavig akkoord, in een aparte tekst afzonderlijk van het akkoord op te nemen.

Deze tekst zal geïntegreerd worden in de bundel van sectorale overeenkomsten teneinde het belang van deze thema's te benadrukken.

De ondertekenende partijen verbinden zich er bovendien toe om onderhavig hoofdstuk aan te vullen met de invoering van een actieplan dat specifiek gericht is op de gezondheids- en veiligheidsproblematiek in verband met onderaanneming. 1.1. Beginselverklaring De staalondernemingen zijn specifieke arbeidsomgevingen waarin de aanwezige personen (medewerkers, onderaannemers, bezoekers,...) blootstaan aan aanzienlijke beroepsrisico's.

De veiligheid en integriteit van elke persoon, aanwezig in de staalvestigingen, zijn dan ook van het allergrootste belang. Daartoe worden veiligheidsregels op de werkplek in de ondernemingen ingevoerd die integraal deel uitmaken van hun werking. 1.2. Gezondheid en veiligheid en onderaanneming Het begrip "onderaanneming" dat gebruikt wordt in dit hoofdstuk, moet begrepen worden als van toepassing zowel op onderaanneming als op "contracting".

Het begrip "werf" moet zodanig opgevat worden dat het elke situatie omvat waarin een onderneming beroep doet op een onderaannemer.

Inleiding De gezondheid en veiligheid van alle werknemers, tewerkgesteld binnen de staalsector, zijn een hoofdbekommernis voor de ondernemingen en de representatieve werknemersorganisaties actief binnen deze sector.

Tijdens de onderhandeling van het sectoraal akkoord 2011-2012 hebben de ondertekenende partijen de wens geuit om een referentiekader, aangepast aan de staalsector, van goede praktijken inzake gezondheid en veiligheid bij beroep op onderaanneming uit te werken. Dit kader laat toe om het Veiligheidscharter aan te passen.

Het belang van deze materie voor de sociale partners heeft de ondertekenaars gemotiveerd om hun verbintenissen om te zetten in onderhavig sectoraal akkoord.

Ten gevolge hiervan werden de volgende principes overeengekomen : 1. De gezondheid en veiligheid van de werknemers maken integraal deel uit van de contacten tussen de opdrachtgevers en hun onderaannemers.2. De opdrachtgevende ondernemingen passen dit beleid toe, via concrete maatregelen, in verschillende fasen van de contacten met hun onderaannemers.3. Deze maatregelen beogen het bereiken van volgende doelstellingen : a) De selectiecriteria van de onderaannemers door hun opdrachtgevers houden rekening met de wijze waarop de onderaannemers de gezondheid en veiligheid op het werk daadwerkelijk aanpakken. Deze in aanmerkingneming wordt geconcretiseerd, meer bepaald via een systematisering van het beroep op gecertificeerde onderaanneming.

De sector erkent dat de VCA-norm (of elke gelijkwaardige norm) op toereikende wijze beantwoordt aan de kwaliteitsdoelstelling van naleving door de onderaannemers van de regels inzake gezondheid en veiligheid op het werk. b) De kennis van de regels, van de voorschriften en van de specifieke risico's met betrekking tot veiligheid bij het uitvoeren van prestaties binnen de staalondernemingen (opdrachtgevers) is een conditio sine qua non voor de toegang van de werknemers van de onderaannemers tot de geografische perimeter van de opdrachtgevende ondernemingen. Daartoe steunt de sector de veralgemening van het systeem van het "veiligheidspaspoort" als waarborg voor deze kennis. c) Elke tussenkomst van een onderaannemer bij de opdrachtgever mag slechts plaatsvinden mits de voorafgaande uitvoering van een effectieve werfopening die het onder meer mogelijk maakt om de risico's verbonden aan de betrokken werf te bepalen en alle noodzakelijke gegevens inzake gezondheid en veiligheid wederzijds uit te wisselen. Het informeren van de werknemers van de onderaannemer gebeurt met alle nuttige middelen en minimum op basis van de voor deze werf opgemaakte risicoanalyse. d) De opdrachtgevende ondernemingen bepalen een procedure tot veiligstelling van de installaties, alvorens elke interventie van werknemers van de onderaannemers plaatsvindt in deze installaties.e) De opdrachtgevers installeren meetinstrumenten voor het verifiëren van de naleving door de onderaannemers van de regels inzake gezondheid en veiligheid bij de uitvoering van de werf. De modaliteiten, gekoppeld aan de inwerkingstelling van deze maatregelen, zijn vastgesteld op basis van parameters gelinkt aan de specifieke kenmerken van elke werf. f) Elke tussenkomst van een onderaannemer bij de opdrachtgever geeft aanleiding tot het uitvoeren van een effectieve sluiting van de werf die het mogelijk maakt alle gegevens te verzamelen aangaande de naleving door de onderaannemers van de regels inzake gezondheid en veiligheid.g) De inlichtingen betreffende de evaluatie van de prestaties van de onderaannemers op gebied van gezondheid en veiligheid, gebundeld door de werfverantwoordelijke van de opdrachtgever bij de uitvoering van de werf en de sluiting ervan, worden overgemaakt aan alle diensten van de opdrachtgever die betrokken zijn in de selectieprocedures van de onderaanneming met het oog op het realiseren van nieuwe werven. De opdrachtgevende ondernemingen houden rekening met al deze informatie, met het oog op de toekenning van deze nieuwe werven.

Bij een negatieve evaluatie kunnen de opdrachtgevende ondernemingen een remediëringsprocedure en/of sancties voorstellen, die kunnen gaan tot de uitsluiting van de betrokken onderaannemer. h) De opdrachtgevende onderneming zorgt voor een regelmatig verslag van de middelen die aangewend worden voor het verwezenlijken van bovenvermelde doelstellingen, dit ter attentie van zijn comité voor preventie en bescherming op het werk. Op elk moment kunnen de vertegenwoordigers in het comité voor preventie en bescherming op het werk tussenkomen wanneer een tekortkoming inzake veiligheid met potentiële gevolgen vastgesteld wordt. i) De ondernemingen (opdrachtgevers) begunstigen de complementariteit van de rollen van de verschillende tussenkomende partijen (lees : interne medewerkers) die betrokken zijn bij het verwezenlijken van een werf die toevertrouwd is aan een onderaannemer.j) De rol en de plaats van de vakbondsvertegenwoordigers in de verschillende informatie- en consultatieorganen moeten in functie van hun respectieve bevoegdheden gerespecteerd worden tijdens alle etappes van de bovengenoemde procedure. Ze moeten betrokken worden vanaf het moment dat beroep wordt gedaan op onderaanneming/contracting en alle noodzakelijke informatie ontvangen over de gegevens met betrekking tot de onderaanneming.

De ondertekenende partijen van onderhavige verbintenis dringen in het bijzonder aan op : - De verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, inclusief de hiërarchische lijn; - De rol van de preventieadviseurs/ arbeidsgeneesheren; - Het belang van de betrokkenheid van de overlegorganen bij de interventieprocessen van de onderaannemers en medecontractanten.

HOOFDSTUK VI. -Arbeidsvoorwaarden Gezondheid en veiligheid op het werk, stress op het werk, pesten op het werk : Voortzetting van de paritaire werkzaamheden met het oog op het bepalen van de oriënteringen over het vervolg van de sectorale enquête welzijn 200 8.

De ondertekenende partijen zullen een prioriteitenplanning opmaken voor het verloop van de paritaire werkzaamheden.

HOOFDSTUK VII. - Artificiële intelligentie (AI) De ondertekenende partijen erkennen dat digitalisering en AI nieuwe perspectieven biedt voor de manier waarop we (samen)werken. Deze evoluties versterken het potentieel van ondernemingen en werknemers om te groeien en zich verder te ontwikkelen, onder meer door ruimte te creëren voor productiviteit, innovatie, efficiëntie en kwaliteitsvol werk.

Deze aanbeveling wil bijdragen aan een groter bewustzijn en aan een verantwoorde en mensgerichte ondersteuning van het gebruik van AI, zodat zowel organisaties als werknemers de voordelen ervan optimaal kunnen benutten.

Daartoe raden de sociale partners de ondernemingen aan om bij digitalisering en AI te kiezen voor een mensgerichte en duurzame aanpak, met bijzondere aandacht voor kennisverwerving, opleiding, overleg, transparantie, welzijn en vertrouwen.

Een positieve en waarderende benadering van AI-gebruik, waarbij werknemers erkenning krijgen voor hun inzet voor verantwoorde innovatie en productiviteitsverbetering, versterkt het vertrouwen en de betrokkenheid.

Door werknemers actief te betrekken bij het gebruik van technologie en hen te ondersteunen in nieuwe werkvormen, groeit ook de motivatie om mee te werken aan de digitale transitie, zelfs wanneer hierdoor taken of functies veranderen.

Bij de invoering van nieuwe AI-systemen met belangrijke collectieve gevolgen voor de werkgelegenheid, werkorganisatie of arbeidsvoorwaarden, is het aangewezen deze op te nemen in de sociale dialoog binnen de onderneming, in overeenstemming met de wettelijke verplichtingen, waaronder de AI Verordening, collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 39 en nr. 81, en de GDPR-wetgeving.

Een geïntegreerde aanpak van AI-toepassingen bevordert de transparantie, zorgt ervoor dat technologische innovaties aansluiten bij de waarden en noden van de organisatie en haar werknemers, en versterkt het vertrouwen.

Duidelijke en toegankelijke informatie over hoe en waarom deze technologie wordt ingezet, bevordert een verantwoord en effectief gebruik. AI kan taken verlichten en processen ondersteunen, maar menselijke betrokkenheid blijft cruciaal, zeker bij gevoelige beslissingen. Het is ook belangrijk oog te blijven hebben voor de impact op werk en welzijn. Opleidingen rond digitale geletterdheid, veerkracht en gezond omgaan met technologie kunnen het welzijn ondersteunen. Door ervaringen uit te wisselen kunnen organisaties samen met werknemers een werkbare balans vinden.

HOOFDSTUK VIII. - Sectoraal sociaal luik Afdeling 1. - Klein verlet

Er wordt uitdrukkelijk overeengekomen dat in de volgende specifieke gevallen : - overlijden van een kind van de werknemer of van een kind van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer of van een kind van de samenwonende partner van de werknemer; - overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner van de werknemer, een extra dag rouwverlof wordt toegekend, wat het totaal, in deze specifieke gevallen, op 13 dagen brengt, waarvan de eerste 5 dagen kunnen worden opgenomen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis, terwijl de overige 8 dagen naar keuze kunnen worden opgenomen binnen één jaar na het betreffende overlijden.

Daarnaast wordt in de mogelijkheid voorzien om, wanneer een overlijden van een familielid tot de tweede graad zich voordoet tijdens een periode van jaarlijkse vakantie, voor de dag of dagen waarop de werknemer ingevolge dit overlijden recht heeft om met behoud van zijn normaal loon, berekend zoals voor betaalde feestdagen, van het werk afwezig te zijn, de jaarlijkse vakantiedagen die samenvallen met de daadwerkelijk daartoe opgenomen afwezigheidsdagen, over te dragen, evenwel zonder dat dit automatisch een verlenging van de betreffende vakantie inhoudt.

De werknemer die van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken, deelt deze vraag aan de werkgever mee, uiterlijk op het moment dat hij deze van zijn afwezigheid ter gelegenheid van de betreffende familiegebeurtenis verwittigt.

In geval van overmacht, brengt hij de werkgever hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.

De aldus overgedragen jaarlijkse vakantiedagen worden toegekend c.q. opgenomen vóór 31 december van het betreffende vakantiejaar.

Teneinde het bovenstaande te garanderen, zal de sector-collectieve arbeidsovereenkomst van 25 januari 2024 betreffende het behoud van het normaal loon voor afwezigheidsdagen naar aanleiding van bepaalde familiegebeurtenissen, staatsburgerlijke verplichtingen of burgerlijke opdrachten (registratienummer 185728/CO/104) worden aangepast. Afdeling 2. - Economische werkloosheid

De ondertekenende partijen onderschrijven de volgende interpretatie inzake de sectorale bepalingen betreffende het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen : de ondernemingen leven de overeengekomen akkoorden na, zonder het sectoraal bedrag van de toelage economische werkloosheid aan te passen (sectoraal stelsel gewaarborgd inkomen in geval van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen), ten gevolge van de verhogingen van de RVA-percentages.

Gezien de economische omstandigheden eigen aan de staalsector die nog steeds zijn activiteitpeil van voor de crisis die medio 2008 van start ging, niet bereikt heeft, komen de ondertekenende partijen overeen om in het Paritair Comité voor de ijzernijverheid de aanvragen vanuit de ondernemingen tot afwijkende economische werkloosheid voor een duur die kan oplopen tot 18 weken volledige schorsing van de arbeidsprestaties, goedgekeurd door de lokale representatieve instanties, met bijzondere aandacht te onderzoeken. Afdeling 3. - Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht

De sector formuleert een aanbeveling aan de ondernemingen om geval per geval, op hun niveau, de omstandigheden en gevolgen op alle vlakken te onderzoeken, verbonden aan het zich voordoen van onvoorzienbare gebeurtenissen van technische aard - zoals de brand die schade heeft berokkend aan de installaties en een tijdelijke en uitzonderlijke inactiviteit met zich meebracht -, teneinde hierop een geschikt antwoord te vinden via overleg op het niveau van de betrokken onderneming.

HOOFDSTUK IX. - Aanvullende pensioenen De sectororganisaties herinneren de sociale partners van de ondernemingen aan de noodzaak en de dringendheid om de aanvullende pensioenstelsels te harmoniseren rekening houdend met de termijnen die door de reglementering voorzien zijn, waaronder de "cut-off" datum van 31 december 202 9.

Voor het overige onderschrijft de sector het Afsprakenkader dat in april 2023 afgesloten werd door de intersectorale sociale partners.

HOOFDSTUK X. - Syndicale waarborgen De ondertekenende partijen bevestigen de niveaus van de onvoorwaardelijke en voorwaardelijke gedeelten, zoals voorzien in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 juli 2011 houdende wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 mei 1971 betreffende de syndicale waarborgen en zijn toepassingsregeling.

HOOFDSTUK XI. - Sectorale situatie De socio-economische situatie werd becommentarieerd op 8 januari 202 6.

HOOFDSTUK XII. - Mobiliteit De ondertekenende partijen benadrukken de cruciale mobiliteitsuitdagingen voor de ondernemingen en hun werknemers en meten het belang van dit thema waarbij tal van actoren betrokken zijn, waaronder institutionele actoren uit verschillende bevoegdheidsniveaus.

Ze nemen nota van de evolutie van de besprekingen tussen de interprofessionele sociale partners inzake mobiliteit en zijn van plan om rekening te houden met een aantal principes die door deze interprofessionele sociale partners werden overeengekomen.

Bijgevolg worden ze het eens over het volgende : - Integrale terugbetaling van het abonnement op het openbaar vervoer voor woon-werkverplaatsingen : Verlenging van de bepalingen van het vorige akkoord die voorzien dat, op sectoraal vlak, de tussenkomst van de werkgever in de prijs van het abonnement op het openbaar vervoer van de werknemer voor zijn woon-werkverplaatsingen op 100 pct., wordt gebracht.

Indien nodig, bevestigen de ondertekenende partijen de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19/9 waarvan de integrale terugbetaling van het abonnement op het openbaar vervoer, voor afstanden korter dan 5 kilometer. - Alternatieve vervoermiddelen : De sector doet de aanbeveling aan de ondernemingen om het thema van de alternatieve vervoermiddelen te onderzoeken, met het oog op het ondersteunen op hun niveau van deze alternatieve vervoermiddelen voor woon-werkverplaatsingen, zoals de fiets en carpooling.

Wat meer bepaald het fietsgebruik betreft, wijst de sector op de inwerkingtreding van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 164 van de Nationale Arbeidsraad betreffende de tegemoetkoming van de werkgever voor de verplaatsingen per fiets van de werknemer tussen zijn woonplaats en zijn plaats van tewerkstelling.

In dit verband herinnert de sector eraan dat deze overeenkomst tot doel heeft de toekenningsvoorwaarden, het bedrag en de modaliteiten te regelen van de werkgeverstussenkomst voor de verplaatsingen die de werknemer per fiets maakt tussen zijn woonplaats en zijn arbeidsplaats. - Vervoerkosten van de werknemers ingeschakeld in de tewerkstellingscellen in het raam van de wetgeving inzake ondernemingsherstructureringen : De werkgevers nemen de vervoerkosten van hun werknemers die ingeschakeld zijn in de tewerkstellingscellen, ten laste volgens het tarief overeengekomen op ondernemingsvlak. - Verlenging van de bepalingen van het akkoord 2009-2010 : Voortzetting van de paritaire werkzaamheden met het oog op het opstellen van een paritaire opvolging van de resultaten van de ondernemingen in het kader van de driejaarlijkse federale mobiliteitsenquête.

De ondertekenende partijen zullen een prioriteitenplanning opmaken voor het verloop van de paritaire werkzaamheden.

HOOFDSTUK XIII. - Duurzame ontwikkeling Afdeling 1. - Energiebeleid

De sector onderschrijft en steunt alle initiatieven ter zake die op ondernemingsvlak genomen worden.

De sector moedigt de ondernemingen aan om aan de overlegorganen meer informatie te verschaffen over : - de inzet van energie-efficiëntie; - de evolutie van de industriële uitstoot (broeikasgassen,...); - en het energie- en milieubeleid dat in de sector wordt gevoerd, evenals de daardoor behaalde resultaten. Afdeling 2. - Convenant

De sector formuleert een aanbeveling aan de ondernemingen om aan hun ondernemingsraad de inlichtingen te verschaffen inzake het jaarverslag dat opgesteld wordt in samenhang met het Convenant.

HOOFDSTUK XIV. - Attractiviteit Om het werken in de sector te ondersteunen worden een aantal acties opgezet om de attractiviteit te verhogen. Deze omvatten thema's als klimaatpolitiek, fair trade, onderzoek en ontwikkeling, innovatie,...

HOOFDSTUK XV. - Evaluatie De ondertekenende partijen komen overeen om in het 3de kwartaal van het jaar 2026 over te gaan tot een evaluatie van de toepassing van onderhavig akkoord op sectoraal en ondernemingsvlak.

HOOFDSTUK XVI. - Versterking van de sociale dialoog - Werkgroepen De ondertekenende partijen komen overeen om bepaalde specifieke thema's te onderzoeken binnen ad hoc werkgroepen : - enerzijds, een werkgroep belast met het onderzoek van de gevolgen, op sectoraal niveau, van de harmonisatie van de statuten; - anderzijds een werkgroep gewijd aan "belastend" werk en aan de transformatie (digitalisering) van het werk. Het werkgebied van deze werkgroep is uitgebreid tot verscheidene andere thema's zoals werkbaar of duurzaam werk, de gezondheid op het werk en de verlenging van de loopbanen, evenals de robotisering.

De besprekingen van deze werkgroep zullen gevoerd moeten worden met het oog op het bevorderen van een grotere aantrekkelijkheid en duurzaamheid van de sector.

Tenslotte worden de ondertekenende partijen het eveneens eens over het starten van de sectorale besprekingen aangaande de ondernemingspraktijken op gebied van het beroep op uitzendarbeid of andere specifieke contractvormen, evenals inzake de structurele ontwikkelingen van de ondernemingen.

De partijen hebben de vorderingen vastgesteld van de werkgroep gewijd aan het onderzoek naar de harmonisering van de statuten en komen overeen om op korte termijn na de ondertekening van onderhavig akkoord en zijn uitvoeringsovereenkomsten de werkzaamheden van deze werkgroep verder te zetten.

De partijen komen eveneens overeen om de werkzaamheden van deze werkgroep samen met de vakbondsorganisaties van het Paritair Comité voor de bedienden van de ijzernijverheid verder te zetten.

HOOFDSTUK XVII. - Sociale vrede De ondertekenende partijen verklaren dat onderhavig akkoord alle problemen inzake de bepalingen van onderhavig akkoord regelt, ongeacht de specifieke aangelegenheden die op ondernemingsvlak behandeld worden.

De werknemers- en werkgeversorganisaties, ondertekenaars van onderhavig akkoord, bevestigen hun gemeenschappelijke wil om alle conventionele bepalingen en procedures systematisch op alle niveaus toe te passen en te doen toepassen, met als doel binnen de sociale relaties voorrang te verlenen aan overleg en verzoening als middelen om geschillen op te lossen en de sociale vrede te waarborgen.

HOOFDSTUK XVIII. - Geldigheidsduur Onderhavig akkoord wordt afgesloten voor een duur van twee jaar vanaf 1 januari 2025 tot 31 december 2026, behalve voor de eventuele specifieke bepalingen die een andere toepassingsduur voorzien, namelijk de bepalingen die vermeld worden onder hoofdstuk I "Toepassingsgebied" (geldig van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027) en hoofdstuk II, getiteld "Werkgelegenheid/ Beroepsopleiding", onder de afdelingen 4.1. (medisch SWT) respectievelijk 4.2. en 4.3 (tijdskrediet landingsbanen).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 oktober 2026.

De Minister van Werk, D. CLARINVAL


^