Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 december 2019
gepubliceerd op 24 december 2019

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2006 tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2019015752
pub.
24/12/2019
prom.
15/12/2019
ELI
eli/besluit/2019/12/15/2019015752/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

15 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2006 pub. 12/05/2006 numac 2006009328 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 191bis, gewijzigd bij de wet van 23 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/03/2019 pub. 29/03/2019 numac 2019030329 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een betere werking van de rechterlijke orde en van de Hoge Raad voor de Justitie sluiten en artikel 259bis-10, § 1, 3°, ingevoegd bij de wet van 7 april 2005;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 april 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2006 pub. 12/05/2006 numac 2006009328 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 24 oktober 2019;

Gelet op advies 66.720/1 van de Raad van State, gegeven op 5 december 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 3 van het koninklijk besluit van 19 april 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2006 pub. 12/05/2006 numac 2006009328 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot vaststelling van de wijze van en de voorwaarden voor de organisatie van het mondelinge evaluatie-examen bedoeld in artikel 191bis van het Gerechtelijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, tweede streepje, worden de woorden "De kandidaten die geen twintig jaar ervaring als voornaamste beroepsactiviteit bij de balie kunnen aantonen" vervangen door de woorden "De kandidaten bedoeld in artikel 187bis, eerste lid, in artikel 191bis, § 1 eerste lid, en in artikel 194bis, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek" die geen twintig jaar ervaring als voornaamste beroepsactiviteit bij de balie kunnen aantonen";2° in het tweede lid, worden de woorden, "artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek".

Art. 2.In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "het verzoek om advies aan de vertegenwoordiger van de balie aangewezen door de orde van de advocaten," vervangen door de woorden "het verzoek of de verzoeken om advies".

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.

Art. 4.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 december 2019.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS

^