Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 12 februari 2021
gepubliceerd op 15 maart 2021

Koninklijk besluit houdende de werking van het centraal register van bescherming van de personen

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2021020519
pub.
15/03/2021
prom.
12/02/2021
ELI
eli/besluit/2021/02/12/2021020519/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

12 FEBRUARI 2021. - Koninklijk besluit houdende de werking van het centraal register van bescherming van de personen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 1249/6, § 1, eerste en derde lid, 1253/4, § 1, eerste en tweede lid, en 1253/7, ingevoegd bij de wet van 21 december 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2018 pub. 31/12/2018 numac 2018015683 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie sluiten;

Gelet op de wet van 21 december 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/2018 pub. 31/12/2018 numac 2018015683 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie sluiten houdende diverse bepalingen betreffende justitie, artikel 98, tweede lid, gewijzigd bij de wet van 11 december 2019;

Gelet op de wet van 10 maart 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/03/2019 pub. 22/03/2019 numac 2019040797 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot tenuitvoerlegging van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen sluiten tot tenuitvoerlegging van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, artikel 28, gewijzigd bij de wet van 11 december 2019;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 maart 2020;

Gelet op advies nr. 39/2020 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 15 mei 2020;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 2 september 2020;

Gelet op advies nr. 67.995/2 van de Raad van State, gegeven op 5 oktober 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen, de artikelen 29, 30 en 32 tot 35;

Overwegende de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

Overwegende de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, artikel 16;

Overwegende het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 1239, 1252/7, 1252/9, 1253/3 en 1253/5;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Gegevens van het register

Artikel 1.De gegevens van het centraal register van de bescherming van de personen bedoeld in artikel 1253/2 van het Gerechtelijk Wetboek, hierna "register" genoemd, omvatten: 1° alle stukken en alle gegevens betreffende de procedures bedoeld in artikel 1253/2, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek;2° alle stukken en alle gegevens betreffende de procedures bedoeld in het vierde deel, boek 4, hoofdstuk 10, afdeling 2/1 van het Gerechtelijk Wetboek;3° alle stukken en alle gegevens van het administratief dossier bedoeld in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek. HOOFDSTUK 2. - Autoriteiten en personen die toegang hebben tot het register

Art. 2.Naast de personen bedoeld in artikel 1253/4, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, hebben de volgende categorieën van autoriteiten of personen toegang tot het register, onder de in dit koninklijk besluit opgesomde voorwaarden: 1° de Centrale Autoriteit bedoeld in artikel 1252/9 van het Gerechtelijk Wetboek;2° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen. HOOFDSTUK 3. - Toegang tot het register

Art. 3.Onverminderd artikel 1253/1 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt in de toegang tot de gegevens van het register voorzien als volgt: 1° de magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, de griffiers en de bewindvoerders beschikken over: - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens in het kader van de dossiers die zij behandelen; - een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten; 2° de beschermde of te beschermen persoon beschikt over: - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen; - een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen; 3° de erfgenamen van de beschermde of te beschermen persoon beschikken over: - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hen betreffen; - een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hen betreffen; 4° de vertrouwenspersoon beschikt over: - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens in het kader van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, waarin hij is aangewezen; - een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2° ; 5° iedere partij in een procedure waarvan de behandeling door het register wordt verzekerd, beschikt over : - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die hem betreffen; - een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar rechten in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die haar betreffen; 6° de advocaten beschikken over: - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die de partijen betreffen waarvoor zij optreden; - een inzagerecht, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, met betrekking tot het beschikkend gedeelte van de beschikkingen die van kracht zijn ten aanzien van de persoon en de goederen, teneinde na te gaan of de betrokken persoon bekwaam is om de handeling te verrichten die hun wordt gevraagd; - een schrijfrecht met betrekking tot alle akten die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun opdracht in het kader van de procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die de partijen betreffen waarvoor zij optreden; 7° de notarissen beschikken over: - een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten; - een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten; 8° de deurwaarders beschikken over: - een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten; - een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten; 9° de beheerder beschikt over: - een inzagerecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht; - een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van zijn wettelijke opdracht; 10° de Centrale Autoriteit bedoeld in artikel 1252/9 van het Gerechtelijk Wetboek beschikt over: - een inzagerecht met betrekking tot alle gegevens van de dossiers van procedures zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar opdrachten vermeld in de artikelen 29, 30 en 32 tot 35 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen; - een schrijfrecht met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor het vervullen van haar wettelijke opdrachten vermeld in de artikelen 29, 30 en 32 tot 35 van het Verdrag van `s-Gravenhage van 13 januari 2000 inzake de internationale bescherming van volwassenen; 11° de ambtenaren van de burgerlijke stand en de gemeentebesturen beschikken over: - een inzagerecht, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, met betrekking tot het beschikkend gedeelte van de beschikkingen die van kracht zijn met het oog op de bescherming van de persoon, teneinde na te gaan of de betrokken persoon bekwaam is om de handeling te verrichten die hun wordt gevraagd te stellen; HOOFDSTUK 4. - Inschrijving in het register

Art. 4.De inschrijving in het register geschiedt via het register, door middel van een elektronische identificatie en met vermelding van een geldig e-mail adres. HOOFDSTUK 5. - Het informaticasysteem, de gegevens, de vertrouwelijkheid en de effectiviteit van de communicatie

Art. 5.Bij alle communicatie via het register en bij de uitoefening van de rechten van toegang, zoals bepaald in artikel 3, gepaard gaande met de opname van gegevens en, in voorkomend geval, stukken, wordt toepassing gemaakt van informaticatechnieken met een passend beveiligingsniveau.

Art. 6.Het register voorziet in een strikt en adequaat gebruikers- en toegangsbeheer dat de mogelijkheid biedt gebruikers te identificeren, te authentificeren en hun relevante kenmerken of hoedanigheden, mandaten en toegangsmachtigingen te controleren en te beheren.

Het register maakt gebruik van informaticatechnieken die: - de oorsprong van de toegang verzekeren door middel van aangepaste beveiligingstechnieken; - de vertrouwelijkheid van de toegang waarborgen; - toelaten om de toegangsgerechtigde ondubbelzinnig te identificeren en te authentificeren en om het tijdstip van toegang ondubbelzinnig vast te stellen; - een bewijs van toegang loggen in het systeem; - de volgende gegevens loggen in het systeem: de identiteit van de toegangsgerechtigde, de datum en het tijdstip van de toegang, het dossier waarin toegang wordt genomen, het rolnummer van de zaak en de rechter bij wie de zaak aanhangig is, de modaliteiten van de toegang met het type van handeling; - systeemfouten melden en de tijdstippen registreren waarop systeemfouten de toegang verhinderen en deze periodes systematisch beschikbaar maken voor de belanghebbenden.

De logs worden bewaard gedurende 10 jaar.

Art. 7.Onverminderd artikel 16 van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, wordt de beheerder met betrekking tot het register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7) van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG. De beheerder werkt samen met zijn functionaris voor gegevensbescherming aan de analyse van bestaande en nieuwe risico's in verband met de veiligheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In het bijzonder gaat het om de risico's die gevolgen kunnen hebben voor de veerkracht en de beschikbaarheid van de netwerken en systemen en voor de authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van de informatie en gegevens die via deze netwerken en systemen toegankelijk wordt gemaakt en wordt verzonden.

Art. 8.De personen, overheden en instellingen die krachtens artikel 3 een toegangsrecht tot het register hebben, nemen alle nodige technische en organisatorische maatregelen om, onder hun exclusieve verantwoordelijkheid, te waarborgen dat: 1° de individuele gebruiker bevoegd is om het toegangsrecht uit te oefenen;2° elke toegang uitgeoefend wordt overeenkomstig de doelstellingen van het register;3° de juistheid en de actualiteit van de gegevens wordt verzekerd, voor wat betreft de overheden en instellingen die over een schrijfrecht beschikken;4° de vertrouwelijkheid van de uit het register verkregen gegevens wordt gerespecteerd en dat deze gegevens, behoudens andersluidende wettelijke bepalingen, vervolgens niet worden gebruikt, herwerkt of verspreid voor doeleinden die niet verenigbaar zijn met de door hoofdstuk 10 van boek vier van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek en van titel 11 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek nagestreefde doelstellingen.

Art. 9.De datum van de uitgeoefende rechten en communicatie bedoeld in artikel 3 stemt overeen met de door het register gelogde datum.

Art. 10.In geval van een disfunctioneren van het register wordt een systeemfout gemeld aan degene die de toegang heeft gevraagd.

De registratie van de systeemfouten die de toegang verhinderen, geldt als bewijs en kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht. HOOFDSTUK 6. - Eensluidendverklaring door de griffier

Art. 11.Het informaticasysteem biedt de griffier de mogelijkheid om voor elk document of stuk dat hij in het register oplaadt overeenkomstig artikel 1249/6, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek, op elektronische wijze te verklaren dat het document of het stuk eensluidend is met het origineel.

Art. 12.Elk verzoek tot verbetering van de gegevens wegens een tegenstrijdigheid tussen de papieren documenten en stukken en de door de griffier overeenkomstig artikel 1249/6, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek opgeladen documenten en stukken wordt aan deze laatste gericht.

Na onderzoek van de betreffende papieren documenten en stukken, verbetert de griffier, als daar reden toe is, de overeenstemmende gegevens van het register. HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding en slotbepaling

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2021.

Art. 14.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 februari 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE

^