Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 09 juni 1999
gepubliceerd op 03 juli 1999

Koninklijk besluit tot toekenning van een vergoeding aan de Belgische grensarbeiders in uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, n van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1999012439
pub.
03/07/1999
prom.
09/06/1999
ELI
eli/besluit/1999/06/09/1999012439/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

9 JUNI 1999. - Koninklijk besluit tot toekenning van een vergoeding aan de Belgische grensarbeiders in uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, n van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (1)


ALBERT II, Roi des Belges, A tous, présents et à venir, Salut.

Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § 1, derde lid, n), ingevoegd bij de wet van 13 maart 1997 en vervangen bij de wet van 22 december 1998;

Gelet op de wet van 13 maart 1997 betreffende de sociale zekerheid der grensarbeiders;

Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut van sociale zekerheid en sociale voorzorg inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting gegeven op 21 april 1999;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 19 april 1999;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd door het feit dat de billijkheid vraagt dat de Belgische grensarbeiders, zowel diegenen die in Nederland als in Frankrijk werken een analoge vergoeding krijgen en dat zowel de betrokken werknemers als de instellingen bevoegd voor de berekening en de betaling van deze vergoedingen zonder verwijl op de hoogte dienen te worden gebracht van de nieuwe maatregelen om een doeltreffende behandeling van de aanvragen te kunnen verzekeren;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Vanaf 1 januari 1999 wordt een vergoeding toegekend aan de Belgische grensarbeiders tewerkgesteld in Nederland of in Frankrijk ter compensatie van het inkomstenverlies dat zij lijden ten gevolge van het feit dat zij hun belastingen in België en hun sociale zekerheidsbijdragen in het werkland betalen. § 2. Worden voor de toepassing van dit besluit beschouwd als grensarbeiders in Nederland de werknemers die een loontrekkende activiteit uitoefenen in de Nederlandse grensstreek of een Nederlandse uitkering genieten in de zin van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, de Werkloosheidswet of de Loopbaanonderbrekingsregeling, wonen in de Belgische grensstreek, premieplichtig zijn voor de Volksverzekeringen in Nederland en belastingplichtig zijn in België.

De in het vorige lid bedoelde grensstreken zijn de volgende gebieden: a) de grensstreek van Nederland is het gebied dat ten zuiden worden begrensd door de Nederlands-Belgische grens en ten noorden door Grevelingen, Krammer, Volkerak, Hollandsch Diep, Dordtsche Kil, Merwede, de Maas tot Gennep, de spoorlijn van Gennep naar het oosten tot aan de Duitse grens;b) de grensstreek van België is het gebied dat ten noorden wordt begrensd door de Belgisch-Nederlandse grens en ten zuiden door een denkbeeldige kortste lijn die de volgende gemeenten verbindt: Oostende, Brugge, Tielt, Oudenaarde, Aalst, Mechelen, Leuven, Tienen, Landen, Borgworm (Waremme), Luik (Liège), Verviers, Eupen, Raeren. De gemeenten die door de in het vorig lid b) bedoelde denkbeeldige lijn worden doorsneden, worden geacht in hun geheel tot de grensstreek te behoren.

De betaling van de vergoeding is afhankelijk van de voorlegging door de rechthebbende van het bewijs dat de inkomsten bedoeld in het eerste lid effectief aan de Belgische inkomstenbelasting worden onderworpen. § 3. Voor de toepassing van dit besluit worden beschouwd als in Frankrijk tewerkgestelde grensarbeiders, de werknemers die hun activiteit uitoefenen in de Franse grenszone en waarvan de verblijfplaats zich bevindt in de Belgische grenszone en belastingplichtig zijn in België.

De in het vorig lid bedoelde grenszones zijn dezelfde als de grenszones bepaald bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 1 juni 1999 tot toekenning aan de in Frankrijk tewerkgestelde grensarbeiders van een vergoeding om de loonderving te compenseren die voortvloeit uit de schommelingen van de wisselkoers tussen de Belgische en de Franse munt die zich voordeden voor de invoering van de euro.

De betaling van de vergoeding is afhankelijk van de voorlegging door de rechthebbende van het bewijs dat de inkomsten uit het eerste lid effectief aan de Belgische inkomstenbelasting worden onderworpen.

Art. 2.§ 1. Voor de grensarbeiders tewerkgesteld in Nederland wordt het bedrag van de in artikel 1 bedoelde compensatievergoeding voor de voltijdse grensarbeider die voor de beschouwde maand een premieplichtig loon dat in Nederland als basis dient voor de inhoudingen sociale zekerheid of een uitkering zoals bedoeld in artikel 1 en die onderworpen is aan de verplichting tot premiebetaling, ontvangen heeft van ten hoogste 7 500 gulden per maand, vastgesteld als volgt: - wanneer het loon of de uitkering maximum 3 500 gulden per maand bedraagt, bedraagt de vergoeding 2 000 Belgische frank per maand; - wanneer het loon of de uitkering zich situeert tussen 3 500 gulden en maximum 4 500 gulden per maand, bedraagt de vergoeding 1 500 Belgische frank per maand; - wanneer het loon of de uitkering zich situeert tussen 4 500 gulden en maximum 7 500 gulden per maand, bedraagt de vergoeding 1 000 Belgische frank per maand.

Aan de deeltijds tewerkgestelde grensarbeiders wordt het in het eerste lid vermelde bedrag van de compensatievergoeding proportioneel toegekend, in die zin dat het deeltijds loon wordt omgezet naar een voltijds loon waarna de met dit voltijds loon overeenstemmende compensatievergoeding zoals voorzien in het eerste lid wordt toegekend. Indien de deeltijds tewerkgestelde grensarbeiders tevens een arbeidsongeschiktheidsvergoeding genieten die indertijd werd berekend op voltijdse prestaties, dan wordt bij de berekening van de compensatievergoeding enkel rekening gehouden met het deeltijdse loon. § 2. Voor de grensarbeiders tewerkgesteld in Frankrijk wordt het bedrag van de in artikel 1 bedoelde compensatievergoeding voor de voltijdse grensarbeider die voor de beschouwde maand een premieplichtig loon dat in Frankrijk als basis dient voor de inhoudingen sociale zekerheid ontvangen heeft van ten hoogste 22 300 Franse frank per maand, vastgesteld als volgt: - wanneer het loon of de uitkering maximum 10 400 Franse frank per maand bedraagt, bedraagt de vergoeding 2 000 Belgische frank per maand; - wanneer het loon of de uitkering zich situeert tussen 10 400 Franse frank en maximum 13 400 Franse frank per maand, bedraagt de vergoeding 1 500 Belgische frank per maand; - wanneer het loon of de uitkering zich situeert tussen 13 400 Franse frank en maximum 22 300 Franse frank per maand, bedraagt de vergoeding 1 000 Belgische frank per maand.

Aan de deeltijds tewerkgestelde grensarbeiders wordt het in het eerste lid vermelde bedrag van de compensatievergoeding proportioneel toegekend, in die zin dat het deeltijds loon wordt omgezet naar een voltijds loon waarna de met dit voltijds loon overeenstemmende compensatievergoeding zoals voorzien in het eerste lid wordt toegekend. Indien de deeltijds tewerkgestelde grensarbeiders tevens een arbeidsongeschiktheidsvergoeding genieten die indertijd werd berekend op voltijdse prestaties, dan wordt bij de berekening van de compensatievergoeding enkel rekening gehouden met het deeltijdse loon.

Art. 3.Om de compensatievergoeding te kunnen ontvangen dienen de betrokken werknemers per kalendersemester door bemiddeling van de instellingen belast met de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen bij het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van hun woonplaats, een aanvraag in vergezeld van de nodige bewijsstukken.

Deze aanvraag is slechts geldig indien zij op het werkloosheidbureau ontvangen wordt binnen een termijn van drie jaar, ingaande de eerste dag van het semester dat volgt op dat waarop de compensatievergoeding betrekking heeft.

De aanvraag dient te gebeuren op de formulieren waarvan het model en de inhoud vastgesteld worden door het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, mits goedkeuring door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid.

De betaling van de compensatievergoeding geschiedt door toedoen van de hogervermelde uitbetalingsinstellingen onder toezicht van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

De hogervermelde uitbetalingsinstellingen moeten met betrekking tot de betaling en de indiening van de uitgaven bij het werkloosheidsbureau rekening houden met de bepalingen van de artikelen 164, 165, 166 en 167 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid kan nadere procedureregels bepalen.

Art. 4.De Administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening vordert elke onrechtmatig ontvangen compensatievergoeding terug.

De dossiers van de weerspannige schuldenaars worden aan het bestuur van de registratie en domeinen overgemaakt. De door het bestuur van de registratie en domeinen in te stellen vervolgingen gebeuren op dezelfde wijze als voor het invorderen van de registratierechten.

Onder inhouding van de eventuele kosten worden de door het genoemde bestuur ingevorderde bedragen aan het Hoofdbestuur van de Rijksdienst overgemaakt.

Art. 5.Het koninklijk besluit van 18 juli 1997 tot toekenning aan de grensarbeiders in Nederland van een vergoeding ter compensatie voor het koopkrachtverlies dat voortvloeit uit de verhoging van de premies voor de Nederlandse Volksverzekeringen is opgeheven met ingang van 1 januari 1999.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.

Art. 7.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 9 juni 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 13 maart 1997, Belgisch Staatsblad van 10 juni 1997. Wet van 22 december 1998, Belgisch Staatsblad van 10 april 1999.

^