Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 07 november 2022
gepubliceerd op 28 maart 2023

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2022033853
pub.
28/03/2023
prom.
07/11/2022
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 NOVEMBER 2022. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 november 2022.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 december 2021 Vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen (Overeenkomst geregistreerd op 9 mei 2022 onder het nummer 172488/CO/116) Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders (hierna "de werknemer(s)" genoemd) van de ondernemingen die gelegen zijn in de provincie West-Vlaanderen en ressorteren onder het Paritair Comité van de scheikundige nijverheid uit hoofde van hun bedrijvigheid inzake verwerking van kunststoffen.

Met "werknemer(s)" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke werknemers.

Algemene bepaling

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst doet generlei afbreuk aan de algemene collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.

Omwille van de afwijkende geldigheidsduur van artikelen 4, 5, 7, § 1 en 19 wordt ook dit artikel voor onbepaalde duur afgesloten.

Werkzekerheid

Art. 3.Tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst zullen de werkgevers alles in het werk stellen om ontslag wegens economische redenen te vermijden. Eventuele problemen in dit verband zullen vooreerst en in de mate van het mogelijke, worden opgevangen door het invoeren van een regeling van gedeeltelijke werkloosheid.

Ontslagen wegens economische redenen zijn pas mogelijk na het gebruik van een som van dagen gedeeltelijke werkloosheid naar rato van 15 dagen per werknemer in de getroffen afdeling van de betrokken onderneming binnen een periode van 2 kalenderjaren voorafgaand aan de ontslagen.

Indien deze voorwaarde niet vervuld is op het ogenblik van een ontslag wegens economische redenen, wordt, bij het ontslag een bijkomende vergoeding betaald gelijk aan 4 weken loon.

Alvorens tot ontslag wegens economische redenen over te gaan, zal de werkgever hierover met de vakbondsorganisaties overleg plegen.

Stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Art. 4.Er geldt vanaf 1 april 2021 tot en met 30 juni 2023 een recht op de stelsels van SWT lange loopbaan, zwaar beroep 35 en 33 jaar en medisch SWT indien de betrokken werknemer voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen ter zake en bovendien een anciënniteit geniet als werknemer in de onderneming die minstens gelijk is aan de periode dat de werkgever de aanvullende vergoeding in het kader van het gevraagde stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag betaalt.

Van zodra wettelijk mogelijk worden de verschillende wettelijke stelsels van SWT alsook artikel 5 verlengd.

Art. 5.In overeenstemming met artikelen 4bis, 4ter en 4quater van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad voorzien de werkgevers de doorbetaling van de aanvullende vergoeding in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in geval van werkhervatting. De werknemers zullen hun (ex-)werkgevers ook verwittigen van het feit dat ze het werk hervat hebben.

Art. 6.Bij de overgang van 1/5de tijdskrediet of halftijds tijdskrediet naar een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag zal de aanvullende vergoeding in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag ten laste van de werkgever berekend worden op basis van een voltijds loon.

Maatregelen inzake tijdskrediet, deeltijdse arbeid en vorming

Art. 7.Tijdskrediet § 1. In navolging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het tijdskrediet en landingsbanen en de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2021 met betrekking tot het recht op uitkeringen bij landingsbaan, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid en voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst : - Worden, overeenkomstig artikel 4, § 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, voor de werknemers die 5 jaar anciënniteit bereikt hebben in de onderneming en die voldoen aan alle voorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, de opnamevormen voltijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering uitgebreid tot : -51 maanden voor de zorgmotieven (artikel 4, § 1, a° tot c° ); - 36 maanden voor het motief opleiding (artikel 4, § 2); - Wordt, overeenkomstig artikel 8, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, voor de werknemers die voldoen aan alle voorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, in afwijking van artikel 8, § 1, de leeftijd op 50 jaar gebracht voor de werknemers die hun voltijdse betrekking verminderen ten belope van een dag of twee halve dagen per week en die voorafgaand aan deze vermindering een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar hebben doorlopen; - Wordt, in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 156 en nr. 157 van de Nationale Arbeidsraad de leeftijdsgrens voor wat de toegang tot het recht op uitkeringen betreft : - op 55 jaar gebracht voor de werknemers die in toepassing van artikel 8, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad hun arbeidsprestaties verminderen tot een halftijdse betrekking; - op 55 jaar gebracht voor de werknemers die in toepassing van artikel 8, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad hun arbeidsprestaties verminderen met een 5de; en die - ofwel, voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 6, § 5, lid 1, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 28/12/2001 numac 2001013152 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001013274 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 18 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 28/12/2001 numac 2001022960 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1997 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten, zoals gewijzigd door artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 december 2014; - ofwel, voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 6, § 5, lid 1, 1° van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 28/12/2001 numac 2001013152 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de rustdagen als vermindering van de arbeidsduur, toegekend aan de werklieden tewerkgesteld door de werkgevers die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 29/12/2001 numac 2001013274 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 18 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 28/12/2001 numac 2001022960 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1997 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten, zoals gewijzigd door artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 december 2014, indien de betrokken onderneming erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en naar aanleiding hiervan een collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten die uitdrukkelijk verwijst naar de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 156 en nr. 157 van de Nationale Arbeidsraad. § 2. De werkgever beslist, na overleg met de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging, over de eventuele vervanging in functie van de werkorganisatie. De werkgever zal, in het geval hij beslist niet te vervangen, zijn beslissing motiveren ten overstaan van de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging.

Art. 8.Drempel tijdskrediet Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt voor de berekening van de drempel, zoals bedoeld in artikel 16, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, geen rekening gehouden met de werknemers van 51 jaar en ouder.

Art. 9.Landingsbaan Vanaf 1 januari 2022, wordt, ingeval de arbeider zijn arbeidsprestaties vermindert tot een halftijdse betrekking vanaf de leeftijd van 55 jaar in het kader van een landingsbaan als bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 van de Nationale Arbeidsraad, een bruto bestaanszekerheidsvergoeding boven op de onderbrekingsuitkering toegekend van 60 EUR per maand.

Art. 10.Deeltijdse arbeid Voor de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt het recht op halftijdse arbeid met verhoudingsgewijs behoud van inkomen toegekend naar rato van maximum 3,0 pct. van het werknemersbestand. De uitoefening van dit recht mag de organisatie van het werk niet verstoren.

Art. 11.Vorming In uitvoering van artikel 12 van de wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2017 pub. 15/03/2017 numac 2017011012 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende werkbaar en wendbaar werk sluiten betreffende werkbaar en wendbaar werk (Belgisch Staatsblad van 15 maart 2017) wordt de interprofessionele doelstelling van gemiddeld 5 dagen opleiding per voltijds equivalent per jaar geconcretiseerd door een opleidingsinspanning van gemiddeld 5 dagen per jaar per voltijds equivalent, waarbij alle ondernemingen dienen bij te dragen.

Vanaf 1 januari 2022 wordt er aan de werknemers een individueel opleidingsrecht toegekend onder de volgende voorwaarden : - Gemiddeld 1 dag vorming per jaar voor voltijdse werknemers over een periode van 5 jaar; - Mits 6 maanden effectieve prestaties per kalenderjaar.

Er wordt zowel voor de interne als voor de externe beroepsopleiding gestreefd naar een spreiding van de vormingsinspanningen over de verschillende beroepscategorieën, met een bijzondere aandacht voor de kort geschoolden. Jaarlijks wordt voorzien in een evaluatie en bespreking van het programma in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, met de syndicale afvaardiging, waarbij tevens de spreiding van de vormingsinspanningen over de verschillende beroepscategorieën gerapporteerd zal worden.

Uitzendarbeid

Art. 12.Uitzendarbeid § 1. Onverminderd de wettelijke bepalingen en de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 van de Nationale Arbeidsraad ter zake, wordt de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, de syndicale afvaardiging maandelijks ingelicht over de tewerkstelling van uitzendkrachten, beoogd door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, welke in hoofdzaak handarbeid verrichten.

De te verstrekken informatie betreft volgende punten : - het aantal uitzendkrachten per afdeling; - de reden van tewerkstelling; - de opdeling van het aantal uitzendkrachten in de onderneming volgens ononderbroken tewerkstellingsduur in de onderneming volgens het volgende schema : minder dan drie maanden, tussen drie en zes maanden, tussen zes en twaalf maanden, tussen twaalf en achttien maanden, en vanaf achttien maanden en meer. § 2. Ingeval een uitzendkracht wordt aangeworven met een arbeidsovereenkomst bij dezelfde gebruiker, vanaf dan werkgever genoemd, wordt de anciënniteit opgebouwd als uitzendkracht bij die gebruiker overgenomen volgens volgende modaliteiten : - per 20 dagen effectieve prestaties wordt 1 maand anciënniteit toegekend bij de betrokken werkgever.

De volgens bovenstaande modaliteiten als uitzendkracht opgebouwde en overgenomen anciënniteit bij dezelfde gebruiker, vanaf dan werkgever genoemd, geldt voor alle voordelen bij de werkgever, uitgezonderd voor wat betreft de toekenning van de aanvullende werkloosheidsuitkering waarvoor wordt verwezen naar de bepalingen van artikel 22, § 2, b) van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst en voor wat betreft de toekenning van de eindejaarspremie, als bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2017 betreffende de eindejaarspremie, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. Voor de toekenning van de eindejaarspremie wordt de opgebouwde anciënniteit als uitzendkracht bij aanwerving niet overgenomen. § 3. Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst verbinden de werkgevers van de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen zich ertoe om het gebruik van dagcontracten in het kader van uitzendarbeid zoveel als mogelijk te beperken.

Modaliteiten van arbeidsduurverkorting, anciënniteitsverlof, leeftijdsverlof, 1/10de ouderschapsverlof

Art. 13.Modaliteiten van arbeidsduurverkorting Onverminderd artikel 5, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst tot vaststelling van de modaliteiten in verband met arbeidsduurverkorting gesloten op 7 november 2001 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, wordt een maximum van 20 dagen gedeeltelijke werkloosheid per kalenderjaar gelijkgesteld met werkelijke prestaties.

Art. 14.Anciënniteitsverlof § 1. Als voorafname op een eventueel toekomstige arbeidsduurverkorting onder welke vorm ook, worden een aantal anciënniteitsdagen vanaf 1 januari 2022 als volgt toegekend : - een eerste anciënniteitsdag wordt toegekend vanaf 5 jaar anciënniteit in de onderneming; - een tweede anciënniteitsdag wordt toegekend vanaf 10 jaar anciënniteit in de onderneming; - een derde anciënniteitsdag wordt toegekend vanaf 18 jaar anciënniteit in de onderneming; - een vierde anciënniteitsdag wordt toegekend vanaf 24 jaar anciënniteit in de onderneming; - een vijfde anciënniteitsdag wordt toegekend vanaf 30 jaar anciënniteit in de onderneming; - een zesde anciënniteitsdag wordt toegekend vanaf 36 jaar anciënniteit in de onderneming, of een totaal van maximum 6 anciënniteitsdagen per kalenderjaar. § 2. Vanaf 1 januari 2020 behouden de werknemers die overstappen naar een vorm van landingsbaan, tijdskrediet of thematisch verlof het aantal anciënniteitsverlofdagen zoals zij die hebben opgebouwd in hun vorige arbeidsregime.

De verdere opbouw van de anciënniteitsdagen gebeurt op basis van het arbeidsregime voor de overstap naar landingsbaan, tijdskrediet of thematisch verlof.

Onderhavige § 2 doet geen afbreuk aan gelijkwaardige of gunstigere regelingen die in de ondernemingen bestaan.

Art. 15.Leeftijdsverlof Vanaf 1 januari 2020 wordt er één leeftijdsdag ingevoerd vanaf 59 jaar voor werknemers die voltijds werken. Deeltijdse werknemers hebben recht op deze dag naar verhouding tot hun arbeidsprestaties.

Dit artikel doet geen afbreuk aan, of is geen belemmering voor gunstiger regelingen op bedrijfsvlak.

Art. 16.1/10de ouderschapsverlof Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst verbinden de werkgevers van de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen zich ertoe om de opnamemogelijkheden van het 1/10de ouderschapsverlof te bespreken op ondernemingsvlak.

Koopkracht

Art. 17.Lonen § 1. De werkelijk betaalde basisuurlonen worden verhoogd met 0,17 EUR (in de 40 uur/week) vanaf 1 januari 2022.

De minimumuurlonen uitgedrukt in het 40-urenstelsel, bedragen op 1 januari 2022 (spilindexcijfer : 110,66, basis 2013 = 100) : - Afwerking en verpakking : 14,3140 EUR/bruto per uur; - Productie : a) bij aanwerving : 15,1475 EUR/bruto per uur;b) na drie maanden (= referentieloon) : 15,6280 EUR/bruto per uur;c) gespecialiseerden : 15,9420 EUR/bruto per uur; - ploegbazen : 16,3295 EUR/bruto per uur. § 2. Deze bedragen worden gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 februari 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende de koppeling der lonen aan het indexcijfer der consumptieprijzen. § 3. Er wordt, uiterlijk 31 december 2021, een éénmalige waarderingspremie (onder de vorm van consumptiecheques) met een waarde van 500 EUR toegekend, mits de volgende modaliteiten : - Pro rata arbeidsregime in de referteperiode = het jaar 2021; - In dienst zijn op 1 november 2021; - Pro rata effectieve prestaties in de referteperiode 2021 en gelijkstellingen volgens de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst eindejaarspremie van 21 juni 2017 betreffende de eindejaarspremie (registratienummer 141282/CO/116).

Onverminderd het recht van de werkgever om bij de berekening van deze waarderingspremie gunstigere modaliteiten toe te passen.

De waarderingspremie in de vorm van consumptiecheques wordt in principe elektronisch toegekend.

Indien de waarderingspremie op papier wordt toegekend bedraagt de maximale nominale waarde van de consumptiecheque 10,00 EUR per consumptiecheque.

In toepassing van het reglement op het bijhouden van sociale documenten en de RSZ-reglementering zal de werkgever de vereiste gegevens in verband met de toegekende coronapremie vermelden op de individuele rekening van de werknemer en in de RSZ-aangifte.

De coronapremie kan geheel noch gedeeltelijk voor geld omgeruild worden.

Het gebruik van de coronapremie in een elektronische vorm brengt geen kosten voor de werknemer teweeg. In geval van diefstal of verlies is de werknemer ertoe gehouden zo spoedig mogelijk de werkgever en/of de erkende uitgever te informeren. Alle transacties uitgevoerd voor de aangifte van het verlies of diefstal zijn onherroepelijk, zonder mogelijkheid van beroep van de werknemer tegen de werkgever en/of de erkende vennootschap.

Art. 18.Premies voor ploegwerk De premie voor ploegwerk (uitgedrukt in het 40-urenstelsel) bedraagt, voor de voor- en namiddagploeg 7,10 pct. en voor de nachtploeg 22,30 pct. van het referentieloon, zoals bepaald in artikel 17, § 1, tweede lid, b) van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.

De berekening van de bedragen in euro gebeurt tot op de vijfde decimaal en vervalt alles wat na de vierde decimaal komt, zoals bepaald in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 september 2019 betreffende de minimum ploegenpremies, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid.

De premies voor ploegwerk, uitgedrukt in het 40-urenstelsel, bedragen op 1 januari 2022 (spilindexcijfer : 110,66 basis 2013 = 100) : - morgen- en namiddagploeg : 1,1095 EUR/bruto per uur; - nachtploeg : 3,4850 EUR/bruto per uur.

Art. 19.Maaltijdcheques § 1. Er zullen maaltijdcheques toegekend worden aan de werknemers.

Onderhavig artikel regelt de voorwaarden en de modaliteiten van de toekenning van de maaltijdcheques. Zij is gesloten in het kader van artikel 19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. § 2. Het aantal maaltijdcheques wordt bepaald volgens de "alternatieve telling" als bepaald in artikel 19bis, § 2, 2° van bovenvernoemd koninklijk besluit van 28 november 1969. Meer bepaald wordt het aantal maaltijdcheques bekomen door het aantal uren normale werkelijke arbeid, meerprestaties zonder inhaalrust, meerprestaties mits inhaalrust en andere meerprestaties mits inhaalrust die de betrokken werknemer tijdens het kwartaal gepresteerd heeft, te delen door het normale aantal dagelijkse uren in de onderneming en dit volgens de volgende breuk Het aantal effectief gepresteerde uren tijdens trimester/"X" Waarbij "X" gelijk is aan de gemiddelde arbeidsduur per dag op jaarbasis voor een voltijdse werknemer bij de betrokken werkgever.

Indien uit deze berekening een decimaal volgt, wordt dit afgerond naar de hogere eenheid.

Indien het op deze wijze bekomen aantal maaltijdcheques hoger is dan het maximaal aantal dagen dat in de loop van het kwartaal gepresteerd kan worden door een voltijds tewerkgestelde werknemer bij de betrokken werkgever, dan wordt het aantal herleid tot dit maximaal mogelijke aantal.

Het maximum aantal werkbare dagen van de voltijds tewerkgestelde werknemer in het kwartaal is gelijk aan alle dagen waarop een voltijdse werknemer in een 5-dagenstelsel in het kwartaal theoretisch zou kunnen werken (voor zover dit aldus wordt opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement). Het gaat hierbij dus niet om een gemiddelde per kwartaal, maar om het maximum aantal dagen dat een voltijdse werknemer in het kwartaal theoretisch zou kunnen werken, zonder in conflict te komen met de wetgeving op de arbeidsduur.

Enkel indien de werkgever waarmee de werknemer verbonden is met een arbeidsovereenkomst niet voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden gesteld in artikel 19bis, § 2, 2° van bovenvernoemd koninklijk besluit van 28 november 1969 voor de toepassing van de "alternatieve telling", is het aantal toegekende maaltijdcheques gelijk aan het aantal dagen gedurende welke de werknemer tijdens het trimester effectieve arbeidsprestaties heeft geleverd en dit onafhankelijk van de duur van zijn dagelijkse arbeidsprestatie. § 3. De maaltijdcheques worden elke maand, uiterlijk bij de loonafrekening van de voorgaande maand, in één keer gecrediteerd op de maaltijdchequerekening van de werknemer afhankelijk van het aantal voorzienbare dagen gedurende welke de werknemer arbeidsprestaties zal verrichten.

Het aantal maaltijdcheques wordt geregulariseerd, uiterlijk bij de loonafrekening van de laatste maand van het kwartaal waarop de maaltijdcheques betrekking hebben, zodat het aantal werkelijk toegekende maaltijdcheques in overeenstemming gebracht wordt met het aantal maaltijdcheques dat toegekend moet worden in toepassing van § 2 van onderhavig artikel. § 4. De maaltijdcheques worden op naam van de werknemer afgeleverd.

Deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld als de toekenning ervan en de daarop betrekking hebbende gegevens voorkomen op de individuele rekening van de werknemer, overeenkomstig de reglementering betreffende het bijhouden van de sociale documenten. § 5. De elektronische maaltijdcheque heeft een geldigheidsduur van twaalf maanden, te rekenen vanaf het ogenblik dat de maaltijdcheque op de maaltijdchequerekening wordt geplaatst. § 6. De werkgeversbijdrage in het totaal bedrag van de maaltijdcheque wordt vanaf 1 januari 2022 met 0,50 EUR verhoogd tot 2,91 EUR. De tussenkomst van de werknemer in de maaltijdcheque bedraagt 1,09 EUR en zal in mindering gebracht worden van zijn nettoloon. Bijgevolg is de nominale waarde van de maaltijdcheque gelijk aan 4,00 EUR. § 7. In afwijking van § 6 van onderhavig artikel wordt, voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in weekend- en overbruggingsploegen met een arbeidsprestatie van 12 uren per dag, afgesloten overeenkomstig de bepalingen opgenomen in de wet van 17 maart 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/03/1987 pub. 18/03/2010 numac 2010000131 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 42 van de Nationale Arbeidsraad betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en die gelijkgesteld worden met voltijdse prestaties, een regeling getroffen waardoor zij per week een totaal bedrag aan werkgeversbijdragen in de maaltijdcheque ontvangen gelijk aan het totaal bedrag van de werkgeversbijdragen in de maaltijdcheque voor een normale voltijdse werknemer.

Voor deze werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de "alternatieve telling", als bepaald in § 2 van onderhavig artikel, wordt de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque per dag bekomen door het totaal aan werkgeversbijdragen voor één week tewerkstelling in een normale voltijdse tewerkstelling, zijnde 14,55 EUR (= 2,91 EUR x 5 werkdagen), te delen door "Y" : 14,55 EUR/ "Y" waarbij "Y" gelijk is aan het quotiënt dat bekomen wordt door het aantal werkelijk gepresteerde uren arbeid in de weekend- en overbruggingsploegen door een werknemer per week te delen door het normaal aantal uren prestaties per dag voor een voltijdse werknemer bij de betrokken werkgever, zoals bepaald door het arbeidsreglement.

Voorbeeld : - De werknemers werken in de weekend ploeg in een week op zaterdag (12 uur) en zondag (12 uur) = 24 uur effectieve prestaties per week; - De voltijdse werknemers in het normaal arbeidsregime werken per week 40 uur en 8 uur per dag; waardoor ze op weekbasis in totaal : 5 x 2,91 EUR = 14,55 EUR aan werkgeversbijdragen in de maaltijdcheques ontvangen; - "Y" is in dit geval gelijk aan 3, namelijk het quotiënt ontstaan door 24 (= aantal uren werkelijke arbeid in weekendploeg) te delen door 8 (aantal normaal te presteren uren voor een voltijdse werknemer) = 3; - De werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque bedraagt in dit geval : 14,55 EUR : 3 = 4,85 EUR. Voor de werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die niet voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de "alternatieve telling", als bepaald in bovenstaand § 2, wordt de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque bekomen door het totaal aan werkgeversbijdragen voor één week tewerkstelling in een normale voltijdse tewerkstelling, zijnde 14,55 EUR (= 2,91 EUR x 5), te delen door "Z" : 14,55/ "Z" waarbij "Z" gelijk is aan het aantal dagen effectieve tewerkstelling per week in de weekenden overbruggingsploegen.

In dit geval zal de werkgeversbijdrage voor een deeltijds effectief gepresteerde dag worden geprotariseerd.

Voorbeeld : - De werknemers werken in de weekendploeg in een week 2 dagen namelijk op zaterdag (12 uur) en zondag (12 uur); - De voltijdse werknemers in het normaal arbeidsregime werken effectief 5 dagen van maandag tot vrijdag; waardoor ze op weekbasis 2,91 EUR x 5 = 14,55 EUR werkgeversbijdrage ontvangen; - "Z" is in dit geval gelijk aan 2; - De werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque per effectief volledig gepresteerde dag in de weekendploeg bedraagt in dit geval : 14,55 EUR : 2 = 7,275 EUR. § 8. De werknemer die geniet van de elektronische maaltijdcheque ontvangt een gratis drager (= kaart) waardoor hij zijn cheques zal kunnen gebruiken.

De werknemer verbindt zich ertoe de kaart in goede staat te bewaren tot zijn vervaldatum, ook al geniet hij op een bepaald moment niet meer van elektronische maaltijdcheques. Bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst, kan de drager worden hergebruikt voor de elektronische maaltijdcheques toegekend door een andere werkgever.

In geval van verlies van de drager, zal de werknemer de kost van de vervanging van de drager dragen, die gelijk zal zijn aan de nominale waarde van één maaltijdcheque. Behalve in geval van verzet vanwege de werknemer, zal deze kost afgehouden worden van de eerstvolgende netto verloning die hem verschuldigd is.

Echter, in geval van diefstal van de drager en mits de werknemer hierover een proces-verbaal van de politie kan voorleggen, zal de werkgever de kost van de vervanging van de drager dragen. § 9. Voor de werkgevers die reeds vóór 1 januari 2016, overeenkomstig de bepalingen van artikel 19bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, maaltijdcheques toekennen aan hun werknemers gelden volgende bepalingen : - voor de werkgevers waarvan de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque door de verhoging met de werkgeversbijdrage zoals bepaald in bovenstaand § 6 of § 7, de wettelijk maximale werkgeversbijdrage (= 6,91 EUR vanaf 1 december 2017) niet wordt overschreden, wordt de bij de werkgever geldende werkgeversbijdrage op 1 november 2019 verhoogd met het bedrag als bepaald in bovenstaand § 6 of § 7; - voor de werkgevers waarvan de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque door de verhoging met de werkgeversbijdrage zoals bepaald in bovenstaand § 6 of § 7, de wettelijk maximale werkgeversbijdrage (= 6,91 EUR vanaf 1 december 2017) wel zou overschrijden wordt de bij de werkgever geldende werkgeversbijdrage op 1 november 2019 verhoogd tot de wettelijk maximale werkgeversbijdrage.

Voor het gedeelte van de werkgeversbijdrage dat door de verhoging bepaald in § 6 of § 7 voor een groep van werknemers de maximale werkgeversbijdrage overschrijdt wordt, deze overschrijdende waarde van de maaltijdcheque gedeeld door 10 voor de omzetting naar bruto loon, bijvoorbeeld : een overschrijdende waarde van 0,30 EUR in de maaltijdcheque wordt omgezet in 0,03 EUR in het bruto basisuurloon. § 10. Onderhavig artikel 18 doet geen afbreuk aan gelijkwaardige of gunstigere regelingen die betreffende de toekenning van maaltijdcheques in de ondernemingen bestaan.

Art. 20.Eindejaarspremie Voor het einde van elk kalenderjaar wordt pro rata temporis aan de rechthebbende werknemers een premie genaamd "eindejaarspremie" toegekend.

Het bedrag van de eindejaarspremie blijft behouden op 174 maal het basisuurloon van kracht tijdens de maand december van het betrokken jaar (in het stelsel 40 uur per week).

De toepassingsmodaliteiten, met uitzondering van hetgeen bepaald is in artikel 23, § 2, c) van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, zijn deze welke zijn vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2017 betreffende de eindejaarspremie, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, met dien verstande dat alle anciënniteitsdagen (zie artikel 14 supra) en het leeftijdsverlof (zie artikel 15 supra) ook worden gelijkgesteld.

Classificatie

Art. 21.De werkgevers zijn bereid om aan de werknemers die erom verzoeken, alsook aan de syndicale delegatie, informatie te verstrekken over de loonklasse.

Art. 22.Er wordt een werkgroep opgericht met betrekking tot de omschrijving van de categorieën in de functieclassificatie, met het oog op afronding tegen 30 juni 2022.

Bestaanszekerheid

Art. 23.Bestaanszekerheid in geval van gedeeltelijke werkloosheid § 1. In afwijking van artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bestaanszekerheid gesloten op 23 november 2021 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid wordt het bedrag van de aanvullende werkloosheidsuitkeringen in geval van gedeeltelijke werkloosheid van 11,50 EUR per dag verhoogd tot 12,00 EUR per dag gedeeltelijke werkloosheid en dit vanaf de maand volgend op de maand van ondertekening van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt voorzien in volgende afwijkingen op de sectorale regeling met betrekking tot de aanvullende werkloosheidsuitkeringen bij gedeeltelijke werkloosheid : a) in afwijking van artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bestaanszekerheid gesloten op 23 november 2021 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid wordt de aanvullende werkloosheidsuitkering per dag gedeeltelijke werkloosheid, toegekend voor alle dagen gedeeltelijke werkloosheid tijdens de duur van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst;b) ingeval een uitzendkracht wordt aangeworven, en dit vanaf 1 januari 2014, met een arbeidsovereenkomst bij dezelfde gebruiker, vanaf dan werkgever genoemd wordt, voor de opbouw van de anciënniteit van 6 maanden als werknemer om recht te hebben op de aanvullende werkloosheidsuitkering zoals bepaald in artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de bestaanszekerheid gesloten op 21 december 2021 in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, de periode van tewerkstelling als uitzendkracht mee in aanmerking genomen;c) in afwijking van artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 2017 betreffende de eindejaarspremie, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, worden alle dagen gedeeltelijke werkloosheid gelijkgesteld met werkelijke arbeid voor de opbouw van de eindejaarspremie. § 3. De toepassing van deze afwijkingen zal tegen het einde van de duurtijd van deze collectieve arbeidsovereenkomst geëvalueerd worden.

Art. 24.Bestaanszekerheid in geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst door ziekte of arbeidsongeval In geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst door ziekte of arbeidsongeval wordt een aanvullende vergoeding bestaanszekerheid, ten laste van de werkgever toegekend. Deze is gelijk aan 60 pct. van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque.

Deze bestaanszekerheidsvergoeding is slechts verschuldigd na het einde van de ononderbroken periode van 30 dagen gewaarborgd loon en wordt toegekend voor een periode van maximum 6 maanden per kalenderjaar.

Voor de periode van 1 november 2019 tot en met 31 december 2021 bedraagt deze vergoeding 1,45 EUR per dag. Dit bedrag wordt vanaf 1 januari 2022 verhoogd naar 1,75 EUR per dag.

Voor deeltijdse werknemers gelden deze vergoedingen pro rata hun arbeidsregime.

Mobiliteit

Art. 25.Vervoer De bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten gedragen door de werknemers, ongeacht het gebruikte vervoersmiddel, wordt ongeacht de afstand van de verplaatsing toegekend.

De bijdrage blijft gekoppeld aan de prijs van de treinkaart van de NMBS en bedraagt vanaf 1 februari 2020 100 pct. van de prijs van de maandelijkse treinkaart en vanaf 1 februari 2022 zal de weekbasis als referentie gelden.

De bijdrage wordt aangepast op 1 februari van ieder jaar aan de nieuwe tarieven van de NMBS. Voor de bepaling van de bijdrage wordt een verplaatsing van minder dan 1 kilometer gelijkgesteld met een verplaatsing gelijk aan 1 kilometer.

Art. 26.Fietsvergoeding Er wordt een werkgroep opgericht om de eventuele invoering van een fietsvergoeding te onderzoeken.

Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst voorziet men in de mogelijkheid om op ondernemingsvlak overleg te plegen met de ondernemingsraad of de syndicale delegatie met betrekking tot een fietsvergoeding.

Art. 27.Werkbaar werk Voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst verbinden de werkgevers van de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen zich ertoe om het toepassingsgebied artikel 12 van de nationale collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2021 met betrekking tot werkbaar werk, uit te breiden tot de wisselende 3-ploeg arbeidsregimes.

Sociale vrede

Art. 28.De sociale vrede wordt gewaarborgd voor de ganse duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Geldigheidsduur

Art. 29.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 april 2021 en houdt op van kracht te zijn op 31 maart 2023, met uitzondering van artikelen 4 en 5 (die aflopen op 30 juni 2023), artikel 7, § 1, derde streepje (dat afloopt op 31 december 2022) en de artikelen 1 en 19.

De artikelen 1 en 19 worden afgesloten voor onbepaalde duur. Deze kunnen door elk der partijen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid. De termijn van 3 maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter wordt toegezonden en ten vroegste vanaf 31 december 2022. De poststempel geldt als bewijs.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 oktober 2019 betreffende de vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden voor de kunststofverwerkende nijverheid van de provincie West-Vlaanderen (registratienummer: 155875/CO/116).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 november 2022.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^