Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 07 december 1999
gepubliceerd op 04 februari 2000

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 augustus 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de toekenning van een A.R.A.B.-vergoeding in de ondernemingen van het bijzonder geregeld vervoer

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1999012892
pub.
04/02/2000
prom.
07/12/1999
ELI
eli/besluit/1999/12/07/1999012892/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 augustus 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de toekenning van een A.R.A.B.-vergoeding in de ondernemingen van het bijzonder geregeld vervoer (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 augustus 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de toekenning van een A.R.A.B.-vergoeding in de ondernemingen van het bijzonder geregeld vervoer.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 december 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het vervoer Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 augustus 1997 Toekenning van een A.R.A.B.-vergoeding in de ondernemingen van het bijzonder geregeld vervoer (Overeenkomst geregistreerd op 18 november 1997 onder het nummer 45985/CO/140.02) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen van het bijzonder geregeld vervoer die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer alsook op hun werklieden. § 2. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden gelijkgesteld met het bijzonder geregeld vervoer : - de pendeldiensten naar luchthavens, havens, enz. door middel van voertuigen van ten hoogste 9 plaatsen (chauffeur inbegrepen); - het verhuur met chauffeur van voertuigen van meer dan 9 plaatsen (chauffeur inbegrepen); - het personenvervoer verricht door een persoon die geen houder is van een vergunning voor uitbating van een taxionderneming en die geen dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur is volgens de wetgeving van toepassing in het gewest van de zetel van de onderneming. § 3. Onder werklieden wordt bedoeld de werklieden en werksters.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden gelijkgesteld met werklieden : 1° de personen verbonden aan een werkgever bedoeld door artikel 1, § 1 van deze overeenkomst door een arbeidsovereenkomst geregeld door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten die hoofdzakelijk handenarbeid verrichten ongeacht de juridische kwalificatie die door de partijen aan hun arbeidsovereenkomst werd gegeven;2° de personen bedoeld in artikel 3, 5°bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 genomen in uitvoering van de wet van 27 juni 1969 houdende wijziging van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid van de loontrekkenden. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijving

Art. 2.De A.R.A.B.-vergoeding geregeld door deze overeenkomst wordt toegekend als terugbetaling van kosten die door het rijdend personeel worden gedaan, buiten de zetel van de onderneming vermeld in het arbeidsreglement, doch eigen zijn aan de onderneming.

De A.R.A.B.-vergoeding vindt haar oorsprong in de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming die van toepassing zijn voor de sedentaire werknemers.

Deze overeenkomst voert de bepalingen van titel II, hoofdstuk II, afdeling II van het voornoemde algemeen reglement.

Gelet op het mobiel karakter van het beroep van chauffeur waardoor onmogelijk vanuit de vervoerondernemingen kan gezorgd worden voor een aantal sanitaire voorzieningen (zoals wasplaatsen, refters, toiletten, dranken, enz...), dient noodgedwongen beroep gedaan te worden op de bestaande privé-accommodatie. HOOFDSTUK III. - Toekenningsvoorwaarden

Art. 3.De werklieden hebben recht op de A.R.A.B.-vergoeding voor zover : - zij tot de categorie van het rijdend personeel behoren; - zij tijdens de betrokken maand prestaties hebben geleverd; - zij op eigen initiatief de onderneming niet hebben verlaten. HOOFDSTUK IV. - Bedrag van de A.R.A.B.-vergoeding

Art. 4.De A.R.A.B.-vergoeding wordt vastgelegd op 717 F per maand.

Art. 5.De A.R.A.B.-vergoeding wordt vanaf 1 juli 1997 aangepast op 1 juli van elk jaar bij toepassing van de volgende formule : maandelijks bedrag van de A.R.A.B.-vergoeding vermenigvuldigd met het indexcijfer van de maand juni van het lopend jaar gedeeld door het indexcijfer van juni van het vorig jaar.

Art. 6.De A.R.A.B.-vergoeding wordt betaald ten laatste terzelfder tijd als het loon van de maand waarop de vergoeding betrekking heeft. HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepalingen

Art. 7.Deze overeenkomst vervangt met ingang vanaf 1 juli 1996 het hoofdstuk IV van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 februari 1989 betreffende de arbeidsvoorwaarden en de lonen in het bijzonder geregeld vervoer, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 augustus 1989 (Belgisch Staatsblad van 23 september 1989). HOOFDSTUK VI. - Geldigheidsduur

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang vanaf 1 juli 1996 en is voor onbepaalde duur gesloten.

Zij kan opgezegd worden door iedere ondertekenende partij mits betekening bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het paritair comité van een opzeggingstermijn van drie maanden.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 december 1999.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^