Etaamb.openjustice.be
Huishoudelijk Règlement
gepubliceerd op 27 november 2018

Huishoudelijk reglement van het controleorgaan op de politionele informatie Het Controleorgaan op de politionele informatie, opgericht bij artikel 71 en Titel VII van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen me HOOFDSTUK 1. - Inleiding en definities Artikel 1. Onderhavig huishoudelijk reglement (hierna afg(...)

bron
wetgevende kamers, kamer van volksvertegenwoordigers
numac
2018014945
pub.
27/11/2018
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

Huishoudelijk reglement van het controleorgaan op de politionele informatie Het Controleorgaan op de politionele informatie, opgericht bij artikel 71 en Titel VII van de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (B.S. 5 september 2018) gaat, conform artikel 74 van zijn Huishoudelijk Reglement, goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 14 november 2018, over tot de publicatie van voornoemd Huishoudelijk Reglement HOOFDSTUK 1. - Inleiding en definities

Artikel 1.Onderhavig huishoudelijk reglement (hierna afgekort als `HR') wordt genomen ter uitvoering van artikel 233 § 1 GBW en moet samen gelezen worden met volgende niet exhaustieve regelgeving: - de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming, hierna `AVG'); - de richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977 /JBZ van de Raad (hierna `richtlijn justipol'); - de Wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (BS, 5 september 2018); - de Wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt.

Onderhavig HR heeft als doelstelling de werking en de nadere regels te bepalen volgens dewelke het Controleorgaan op de politionele informatie, haar leden en personeelsleden hun opdrachten en bevoegdheden uitoefenen die hen zijn toegekend overeenkomstig de in het eerste lid vermelde wetskrachtige akten en vult deze verder aan.

Art. 2.Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: a) « het controleorgaan op de politionele informatie »: het controleorgaan op de politionele informatie in de zin van artikel 71, titel 7 van de GBW en artikel 44/6 van de WPA, hierna ook afgekort als "COC";b) « het directiecomité »: de drie leden, waaronder de voorzitter, van het Controleorgaan op de politionele informatie in de zin van artikel 231, 1e lid GBW, hierna afgekort als DIRCOM c) « de Voorzitter »: de Voorzitter van het Controleorgaan op de politionele informatie;d) "lid van het orgaan": één van de drie leden van het Controleorgaan in de zin van artikel 231, 1° GBW;e) De plenaire vergadering: de vergadering met alle leden en personeelsleden van het COC;f) "de personeelsleden": de leden van de dienst onderzoeken en de leden van het secretariaat.g) "de dienst onderzoeken": de dienst onderzoeken in de zin van artikel 231 § 4, 1e lid GBW, hierna afgekort als "DOSE" h) "het secretariaat": de leden van het secretariaat in de zin van artikel 235 GBW;i) "GBW" : de Wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (BS, 5 september 2018).j) "WPA": de Wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt. HOOFDSTUK 2. - Structuur en werking van het COC Afdeling 1. - De voorzitter, het DIRCOM, de leden van het

Controleorgaan en de plenaire vergadering van het COC

Art. 3.De leden van het Orgaan treden in functie van zodra zij de eed hebben afgelegd conform artikel 231 § 3 GBW. Zij dragen de titel van "raadsheer" of "lid-raadsheer".

Art. 4.De voorzitter is conform artikel 233 § 1 GBW belast met het dagelijks beheer van het COC. Hij leidt het secretariaat en de DOSE en ziet toe op de dagelijkse goede werking van het COC. In geval van verhindering worden de taken van de voorzitter, conform artikel 233 § 2 GBW, waargenomen, in die respectievelijke volgorde, door het lid van het Orgaan dat als parketmagistraat werd aangewezen, "eerste plaatsvervangend voorzitter" genoemd en het lid dat als deskundige werd aangewezen, "tweede plaatsvervangend voorzitter" genoemd.

Dit geldt eveneens voor alle taken en functies voorzien door huidig HR.

Art. 5.Het DIRCOM komt in besloten vergadering samen in beginsel één maal per week, en telkens het zulks noodzakelijk acht voor de vervulling van zijn taken.

Een personeelslid kan de vergaderingen geheel of gedeeltelijk bijwonen mits akkoord van het DIRCOM. Tijdens die vergaderingen kunnen ook derden worden uitgenodigd en gehoord.

De voorzitter bepaalt de dagorde van de vergadering. Elk lid kan de dagorde aanvullen en een spoedvergadering van het DIRCOM vragen als hij dat nodig acht. Elk lid voert het woord in de landstaal van zijn keuze. Om geldig te kunnen vergaderen dienen minstens twee leden aanwezig te zijn. De voorzitter zit de vergadering van het DIRCOM voor, opent de vergadering, leidt de debatten en sluit ze wanneer de dagorde is afgehandeld. Tijdens de vergaderingen kan de voorzitter worden bijgestaan door één van de leden van het DIRCOM of van het secretariaat, die de verslaggeving verzorgt. De vergadering kan ook op elektronische wijze gehouden worden.

Een beknopt proces-verbaal van de beslissingen van de vergadering van het DIRCOM wordt opgesteld en goedgekeurd op een volgende vergadering.

Er wordt in geval van stemming geen melding gemaakt van de redenen waarom in de ene of de andere richting werd gestemd en de processen-verbaal worden zo veel als mogelijk geanonimiseerd. Het DIRCOM kan zijn beslissingen ook op elektronische wijze nemen.

Art. 6.Het DIRCOM neemt alle beslissingen die onder zijn taken en bevoegdheden ressorteren in beginsel bij consensus. Indien geen consensus kan worden bereikt, worden de beslissingen genomen bij gewone meerderheid van twee leden. Bij staking van stemmen, in geval van aanwezigheid van slechts twee leden, is de stem van het oudste lid doorslaggevend.

Art. 7.De voorzitter is gemachtigd om de volgende handelingen te verrichten: a) de eedaflegging van de leden van de DOSE conform artikel 231 § 6 GBW en de leden van het secretariaat;b) het uitoefenen van specifieke taken als beheerder van de geldmiddelen van het COC, zoals bepaald in 17 van dit HR.

Art. 8.Sommige beslissingen van dagelijks bestuur inzake personeel, middelen, en onderzoeksopdrachten kunnen worden genomen door één of meer leden van het DIRCOM dat specifiek met deze taak worden belast door het DIRCOM. In dergelijk geval brengen zij verslag uit aan de voorzitter en het DIRCOM over de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheden.

Art. 9.De leden van het DIRCOM hebben de verplichting het vertrouwen dat het Orgaan in hen stelt ongeschonden te houden in alle daden die zij stellen zowel in hun privé, als in hun beroepsleven. Bij twijfel omtrent de verenigbaarheid van een van hun activiteiten met deze gedragsregel, dienen zij zulks ter kennis te brengen aan de voorzitter, die het DIRCOM zal vatten opdat deze laatste ter zake een beslissing kan nemen. Zij eerbiedigen te allen tijde de onafhankelijkheid en de waardigheid van hun ambt.

Het is de leden van het DIRCOM conform artikel 233 § 2 GBW verboden deel te nemen aan een beraadslaging of beslissing waarbij zij een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben of waarbij hun bloed - of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Bij twijfel omtrent de toepassing van dit verbod brengen zij zulks ter kennis van het DIRCOM dat ter zake een beslissing neemt. Indien een lid het voorwerp uitmaakt van een belangenconflict, dient hij het DIRCOM hiervan op de hoogte te brengen. De leden informeren onmiddellijk de voorzitter omtrent misdrijven waarvan zij kennis krijgen in het kader van de uitoefening van hun opdrachten.

Art. 10.In geval van afwezigheid van meer dan twee dagen verwittigen de voorzitter en de leden het secretariaat van het COC. De afwezigheid van de voorzitter van meer dan één dag wordt ter kennis gebracht van zijn plaatsvervanger voorzien in artikel 4, 2e lid.

De leden beschikken over 30 werkdagen jaarlijkse vakantie, alsmede de in artikel 51 bedoelde dagen. Er kunnen geen vakantiedagen worden meegenomen die werden verworven in één of meerdere voorgaande betrekkingen of tewerkstellingen bij een andere werkgever en die aldaar niet werden opgenomen voorafgaand aan de tewerkstelling bij het COC. Het DIRCOM regelt de verloven van de leden en de personeelsleden rekening houdende met de noden van de dienst. Er wordt gezorgd voor de continuïteit van de dienst bij de spreiding van de verlof- en afwezigheidsperiodes.

Art. 11.In geval de voorzitter zijn mandaat vrijwillig wenst te beëindigen, moet hij zijn verzoek per aangetekende brief toezenden aan de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Een lid dat zijn mandaat vrijwillig wenst te beëindigen, moet zijn verzoek tegelijkertijd per aangetekende brief toezenden aan de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en aan de voorzitter van het COC. De leden kunnen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers de toestemming krijgen hun vroeger ambt als eretitel te blijven dragen.

Art. 12.§ 1. Conform artikel 324 § 1, 1e lid GBW genieten de leden van het DIRCOM hetzelfde statuut als de raadsheren van het Rekenhof.

De wedderegeling van de raadsheren van het Rekenhof, vervat in de wet van 21 maart 1964 betreffende de wedden van de leden van het Rekenhof, zoals gewijzigd bij de wetten van 14 maart 1975 en 5 augustus 1992, is van toepassing op de leden van het DIRCOM. Hun reeds verworven geldelijke anciënniteit wordt in aanmerking genomen en zij hebben ook recht op de tussentijdse verhogingen in dit barema. § 2. De leden van het DIRCOM hebben, onder dezelfde voorwaarden als de ambtenaren van de Kamer van Volksvertegenwoordigers recht op: - vakantiegeld; - een eindejaarstoelage - kinderbijslag; - een schooltoelage; - de haard - en standplaatsvergoeding; - de terugbetaling van de reiskosten; - de toepassing van de maatregelen van sociale programmatie § 3. Eventuele nadere statutaire bepalingen kunnen worden opgenomen in de interne dienstnota's goedgekeurd door het DIRCOM en onderworpen aan de controle van het Rekenhof. Afdeling 2. - De personeelsleden van het COC

Art. 13.De leden van de DOSE treden in functie van zodra zij de eed hebben afgelegd conform artikel 231 § 6 GBW. De leden van het secretariaat treden in functie van zodra zij de eed voorzien in artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 07/02/2013 numac 2013000079 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet op de drukpers type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten in handen van de voorzitter hebben afgelegd.

Art. 14.De personeelsleden hebben de verplichting het vertrouwen dat het DIRCOM in hen stelt ongeschonden te houden in alle daden die zij stellen zowel in hun privé, als in hun beroepsleven. Bij twijfel omtrent de verenigbaarheid van een van hun activiteiten met deze gedragsregel, dienen zij zulks ter kennis te brengen aan de voorzitter, die het DIRCOM zal vatten opdat deze laatste ter zake een beslissing kan nemen. Zij eerbiedigen te allen tijde de onafhankelijkheid en de waardigheid van hun ambt.

Het is de personeelsleden verboden deel te nemen aan enige dossierbehandeling waarbij zij een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben of waarbij hun bloed - of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Bij twijfel omtrent de toepassing van dit verbod brengen zij zulks, via de voorzitter, ter kennis van het DIRCOM dat ter zake een beslissing neemt. Indien een personeelslid het voorwerp uitmaakt van een belangenconflict, dient hij de voorzitter hiervan op de hoogte te brengen.

De personeelsleden informeren onmiddellijk de voorzitter omtrent misdrijven waarvan zij kennis krijgen in het kader van de uitoefening van hun opdrachten. HOOFDSTUK 3. - De begroting en de middelen van het COC

Art. 15.Elk jaar stelt het COC, in de vorm van voorstellen, een gedetailleerd overzicht samen van de bedragen die het nodig heeft voor de werking van zijn diensten. Deze begrotingsvoorstellen worden overgemaakt aan de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Tijdens de bespreking van de begrotingsvoorstellen door de bevoegde organen van de Kamer, moet de voorzitter van het COC toelichting kunnen geven en bewijsstukken voorleggen als voornoemde organen hem daarom verzoeken.

Naast de begrotingsvoorstellen voor het volgend jaar maakt het COC ook de rekeningen op van alle uitgaven die in het voorbije jaar werden gedaan.

Art. 16.Het DIRCOM beslist onafhankelijk over de aanwending van de budgettaire middelen, binnen de grenzen van de toegekende kredieten en met eerbiediging van de begroting zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Art. 17.De voorzitter van het COC: a) hecht zijn goedkeuring aan alle bestellingen voor materiaal en diensten;b) keurt de facturen voor de betaling van voormelde aankopen goed;c) controleert de regelmatigheid van de geleverde stukken;d) ziet erop toe dat de bedragen correct worden geboekt;e) ziet erop toe dat de kredieten niet worden overschreden;f) ziet toe op de boekhouding die gewag moet maken van alle verrichtingen die gevolgen hebben voor de begroting van het COC en de nodige bewijsstukken moet bevatten;g) ziet erop toe dat er een boedelbeschrijving wordt opgemaakt.

Art. 18.Uitgaven boven 2.500 € dienen door het DIRCOM te worden goedgekeurd. Het DIRCOM kan daarnaast ook beslissen dat specifieke uitgaven, die het in plenaire vergadering vastlegt, door de voorzitter niet kunnen worden uitgevoerd, zonder de uitdrukkelijke toestemming van het DIRCOM. Indien de verbintenis of de betaling de som of de waarde van 2.500 € te boven gaat, dient deze tevens te worden ondertekend door de eerste plaatsvervangend voorzitter, of bij afwezigheid van deze, de tweede plaatsvervangend voorzitter.

Art. 19.De nadere regels met betrekking tot het beheer en besteding van de geldmiddelen, de werkings- en/of investeringsuitgaven en onkostenuitgaven of vergoedingen kunnen worden geregeld in dienstorders, goedgekeurd door het DIRCOM.

Art. 20.Het DIRCOM laat elk jaar de rekeningen door twee van het COC onafhankelijke "commissarissen van de rekeningen" controleren. Zij kunnen te allen tijde inzage hebben in de boeken, de rekeningen, bijlagen en boedelbeschrijving ten einde na te gaan: - of de kredieten goed worden besteed; - of de kredieten niet worden overschreden en; - of de boekhouding op regelmatige wijze wordt bijgehouden.

Art. 21.In beperkte en behoorlijk verantwoorde mate, en binnen de perken van haar budgettaire mogelijkheden, kan het COC contractuele personeelsleden in dienst nemen.

Het aantal contractuele personeelsleden voor specifieke opdrachten kan nooit meer bedragen dan 30% van het totale personeelsbestand van het COC zoals voorzien in de GBW. Bij een vervanging van een statutair personeelslid bekomt het contractuele personeelslid de wedde van het personeelslid dat hij vervangt en wordt ingeschaald in de loonschaal overeenkomst de artikelen 65 en 66.

Art. 22.Behoudens uitdrukkelijke uitzondering zijn de contractuele personeelsleden onderworpen aan de bepalingen van dit HR. Die uitzonderingen worden voorzien in de arbeidsovereenkomst.

Ze worden in dienst genomen en ontslagen door het DIRCOM. HOOFDSTUK 4. - De werkingsregels

Art. 23.De adviezen die het COC verstrekt overeenkomstig de in de preambule geciteerde regelgeving worden ten behoeve van de bevoegde overheden toegezonden door middel van een gewone brief.

Een kopie ervan wordt bewaard in een bijzonder door het COC gehouden register.

Alle correspondentie van het COC met andere externe natuurlijke of rechtspersonen gebeurt in beginsel per gewone brief of op elektronische wijze.

Art. 24.Het DIRCOM beslist autonoom en op gemotiveerde wijze over een verzoek om controle, waarbij rekening wordt gehouden met de concrete omstandigheden van de zaak, de door het DIRCOM gestelde prioriteiten en de beschikbaarheid en deskundigheid van haar diensten.

Het COC behoudt zich het recht voor de gecontroleerde diensten al dan niet vooraf op de hoogte te brengen van zijn bezoeken of onderzoeken.

Art. 25.Het COC stelt naar aanleiding van zijn opdrachten in beginsel een verslag op dat zo spoedig mogelijk wordt toegezonden aan de betrokken diensten, organen en overheden.

Het kan aan de betrokken gecontroleerde dienst daarnaast een beknopte nota toezenden waarin de dienst op de hoogte wordt gebracht van de onmiddellijke technische en organisatorische maatregelen die het beslist of aanbeveelt in het belang van het informatiebeheer en/of de gegevensbescherming.

Art. 26.De leden en personeelsleden van het COC moeten hun legitimatiekaart bij zich hebben en indien nodig tonen tijdens de uitoefening van hun opdrachten. HOOFDSTUK 5. - Betrekkingen met derde overheden

Art. 27.In het belang van de doeltreffendheid van de dienst of teneinde een degelijke bestuurlijke handelswijze aan te moedigen, kan het COC samenwerkingsprotocollen sluiten met andere diensten of overheden.

Alle dergelijke samenwerkingsprotocollen worden ter informatie overgemaakt aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers. HOOFDSTUK 6. - Het statuut van de personeelsleden van het COC Afdeling 1. - Algemeen

Art. 28.Onverminderd artikel 234 § 1, 2e lid en 235 GBW wordt het statuut van de personeelsleden door het DIRCOM vastgelegd en in huidig HR opgenomen, dat wordt goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De bepalingen van het federaal openbaar ambt kunnen door het DIRCOM van overeenkomstige toepassing verklaard worden voor de niet uitdrukkelijk in dit HR voorziene gevallen.

Behoudens uitdrukkelijke uitzondering zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op alle personeelsleden.

Art. 29.§ 1. Overeenkomstig artikel 231 § 5 GBW en dit HR worden de leden van de DOSE en de leden van het secretariaat benoemd door het DIRCOM, die hen ook kan afzetten wanneer de in artikel 232 bepaalde voorwaarden in hun hoofde niet meer vervuld zijn of wegens ernstige redenen.

De in het 1e lid vermelde "ernstige redenen" kunnen onder meer te maken hebben met de volgende criteria: - de globale wijze van functioneren; - de kwaliteit van het geleverde werk; - de mate van inzet en doorzettingsvermogen; - de mate waarin eigen initiatief wordt genomen; - zelfstandig kunnen werken; - de wijze waarop het personeelslid het COC vertegenwoordigd; - het afleggen van verantwoording; - een tekortkoming aan één of meerdere andere evaluatiecriteria zoals die door het DIRCOM worden vastgelegd bij intern reglement.

Ook handelingen of gedragingen strijdig met het bepaalde in artikel 14 van dit HR, al dan niet in de private levenssfeer, kunnen voormelde ernstige reden uitmaken voor zover zij de waardigheid van het ambt of het imago van het COC aantasten. § 2. De door artikel 231 § 5 GBW bedoelde leden van DOSE dragen de titel van "commissaris-onderzoeker". Afdeling 2. - De werving

Art. 30.De personeelsleden worden aangeworven na te zijn geslaagd in een vergelijkend wervingsexamen.

Het DIRCOM kan beslissen bepaalde functies bij wijze van interne recrutering toe te bedelen aan een personeelslid.

De aanwervingsprocedure voor deze vergelijkende examens en de samenstelling van de examencommissie worden vastgesteld door het DIRCOM. De voorzitter of een lid van het DIRCOM zit de examencommissie voor.

Art. 31.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 232 §§ 5, 6 en 7 en 235 GBW kunnen voor elke aanwerving bijkomende voorwaarden door het DIRCOM worden vastgesteld.

Aldus kan het DIRCOM onder meer een minimum leeftijd voorschrijven of het bezit van bijzondere diploma's of getuigschriften, of kan zij bijzondere eisen stellen inzake de beroepsbekwaamheid, zoals het bezit van een praktische kennis of de uitoefening van een vorige beroepswerkzaamheid. Afdeling 3. - De benoeming

Art. 32.De benoeming als lid van de DOSE geldt door een mandaat van zes jaar.

De benoeming van lid van het secretariaat is definitief of tijdelijk.

Art. 33.Elke benoeming als personeelslid van het COC wordt voorafgegaan door een stageperiode.

Behoudens uitdrukkelijke uitzondering zijn de bepalingen van dit statuut van toepassing op de stagiair.

De stage duurt één jaar voor de leden van de DOSE en zes maanden voor de leden van het secretariaat. De stage wordt verlengd met de duur van een eventuele afwezigheid wegens ziekte of andere onvoorziene omstandigheid.

Art. 34.Het verloop van de stage wordt driemaandelijks beoordeeld door middel van een tussentijds stageverslag en één maand voor het einde van de stage door een eindverslag, Ieder verslag wordt ter kennis gebracht van de stagiair, die er eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt.

De stage verloopt onder de leiding van de voorzitter of een lid van het DIRCOM.

Art. 35.De voorzitter of het lid van het DIRCOM legt het afsluitende stageverslag, alsook de tussentijdse stageverslagen die niet gunstig zijn voor de stagiair, voor aan het DIRCOM dat beslist tot hetzij : 1. het voortzetten van de stage;2. de definitieve benoeming van de stagiair indien hij in alle opzichten geschikt wordt bevonden;3. het ontslaan van de stagiair indien hij ongeschikt wordt bevonden;4. een verlenging van de stage met een maximum van drie maanden, indien de fysieke of professionele geschiktheid onvoldoende kon worden beoordeeld. Het DIRCOM hoort de stagiair alvorens te beslissen tot de verlenging van de stage of tot het ontslag van de stagiair. De beslissing is met redenen omkleed.

Art. 36.De stagiair kan wegens beroepsongeschiktheid worden ontslagen met een opzegging van 1 maand.

Voor elke zware fout of herhaaldelijke lichte fout tijdens of naar aanleiding van de stage kan de betrokkene zonder opzegging worden ontslagen. De betrokkene wordt in dat geval voorafgaandelijk gehoord door het DIRCOM. Afdeling 4. - Rechten en plichten

Art. 37.De personeelsleden dienen plichtsbewust de hen opgedragen taken te vervullen. Zij oefenen hun functie op loyale en onberispelijke wijze uit. Zij dienen bij elke handeling, in het kader van hun ambt of daarbuiten, het vertrouwen waardig te blijven dat het DIRCOM in hen stelt.

Art. 38.De personeelsleden hebben het recht op vrijheid van meningsuiting, voor zover de neutraliteit of de waardigheid van het COC niet worden geschaad.

Het is hun verboden die feiten bekend te maken die betrekking hebben op 's lands veiligheid, de bescherming van de openbare orde, de financiële belangen van de overheid, het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten, het medisch geheim, de rechten en de vrijheden van de burger, en in het bijzonder op het recht op eerbied voor de persoonlijke levenssfeer.

Zij mogen aan niet rechtstreeks belanghebbenden geen feiten openbaar maken waarvan zij kennis kregen in de uitoefening van hun functie en onthouden zich van elke commentaar met betrekking tot de standpunten ingenomen door het DIRCOM of haar leden. De bepalingen van de voorgaande leden gelden eveneens voor de personeelsleden die hun ambt hebben neergelegd.

Art. 39.Voor zover de uitoefening van hun functie er niet door wordt gehinderd en voor zover de neutraliteit of de waardigheid van het COC hierdoor niet in het gedrang wordt gebracht, mogen de personeelsleden bijkomende activiteiten uitoefenen mits de voorafgaande toestemming van het DIRCOM. Vooraleer zich kandidaat te stellen voor een politiek mandaat moeten de personeelsleden de voorzitter van het COC daarvan in kennis stellen. Ook de uitoefening van een dergelijk mandaat moet ter kennis van de voorzitter worden gebracht.

De personeelsleden mogen zich niet aansluiten bij, noch hun medewerking verlenen aan een beweging, groepering, organisatie of vereniging die doelstellingen nastreeft in strijd met de Grondwet of de Wet.

Art. 40.Ten behoeve van een andere openbare dienst, kan een personeelslid slechts een opdracht vervullen, dan na voorafgaande toestemming van het DIRCOM en slechts in de mate dat dit de goede werking van het COC en de inzetbaarheid van het personeelslid niet schaadt.

Art. 41.Een personeelslid mag in geen geval giften, beloningen of voordelen van welke aard ook, rechtstreeks of via tussenpersoon, zelfs buiten zijn functie maar naar aanleiding ervan, vragen of ontvangen.

Art. 42.Elk personeelslid heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen.

Indien een personeelslid een inbreuk pleegt op de bepalingen van dit reglement, kan hij overeenkomstig dit statuut worden onderworpen aan tuchtsancties. Afdeling 5. - Verloop van de loopbaan

Art. 43.§ 1. Voor het personeelslid wordt een evaluatieverslag opgesteld ten minste om de drie jaar en telkens wanneer zulks door het DIRCOM noodzakelijk wordt geacht. § 2. De evaluatie verloopt onder de leiding van de voorzitter of een lid van het DIRCOM die er de principes en modaliteiten van vastlegt.

De evaluatie wordt toegekend na een onderhoud tussen de evaluator en de geëvalueerde. Het personeelslid ontvangt een exemplaar van het evaluatieverslag. Het wordt hem ter kennis gebracht bij aangetekende brief, elektronisch of tegen ontvangstbewijs. De evaluatie is definitief na een termijn van 14 dagen vanaf de kennisgeving, binnen welke termijn de geëvalueerde aan de evaluatie opmerkingen kan toevoegen. § 3. Er zijn twee vermeldingen mogelijk: o "goed"; o "onvoldoende". § 4. Het personeelslid dat de vermelding « onvoldoende » krijgt, wordt na drie maanden vanaf het definitief worden van de evaluatie opnieuw geëvalueerd. Krijgt hij op dat ogenblik opnieuw een vermelding « onvoldoende », dan wordt hij ontslagen wegens professionele ongeschiktheid. Het ontslag gaat in de 1e dag van de 2e maand volgend op de datum van de evaluatie. Afdeling 6. - Administratieve stand en Verlofregeling

Onderafdeling 1. - Algemeen

Art. 44.Het personeelslid bevindt zich in dienstactiviteit, in non-activiteit of in disponibiliteit.

Art. 45.Het personeelslid wordt altijd geacht in actieve dienst te zijn behoudens uitdrukkelijke bepaling die hem hetzij van rechtswege, hetzij bij beslissing van het DIRCOM in een andere administratieve toestand plaatst.

Behoudens uitdrukkelijk strijdige bepaling heeft het personeelslid in actieve dienst recht op wedde en op bevordering in zijn weddeschaal overeenkomstig het huidig HR.

Art. 46.Het personeelslid is in non-activiteit wanneer hem door het DIRCOM, om familiale of persoonlijke redenen, toegestaan wordt voor een periode van lange duur afwezig te zijn. Deze periode kan evenwel nooit langer duren dan zes maanden.

Art. 47.§ 1. Behoudens uitdrukkelijk strijdige bepaling heeft het personeelslid in non-activiteit geen recht op wedde.

Niemand kan in non-activiteit gesteld of gehouden worden wanneer hij aan de vereisten voldoet om in ruste te worden gesteld. § 2. Onverminderd de eventuele toepassing een administratieve maatregel, komt het personeelslid die zonder toestemming afwezig is of de duur van zijn verlof zonder geldige reden overschrijdt, van rechtswege op non-activiteit zonder wedde te staan. § 3. Het personeelslid waarvan het DIRCOM vaststelt dat hij langer dan 8 dagen onwettig afwezig is, is van rechtswege ontslagen met ingang van de negende dag.

Art. 48.§ 1. Het personeelslid kan door het DIRCOM en onder de door haar te stellen voorwaarden, zonder opzegging in disponibiliteit worden gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid waaruit geen definitieve dienstongeschiktheid ontstaat maar die aanleiding geeft tot langere afwezigheid dan tot verlof wegens ziekte of gebrekkigheid. § 2. Het personeelslid in disponibiliteit gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid ontvangt een wachtgeld, zoals bepaald in artikel 56 § 2 van dit HR. § 3. Niemand kan in disponibiliteit gesteld of gehouden worden, wanneer hij voldoet aan de eisen om in ruste te worden gesteld.

Personeelsleden in disponibiliteit blijven ter beschikking van het DIRCOM en kunnen, onder de door het DIRCOM te stellen voorwaarden, weder tewerkgesteld worden.

Zij moeten, binnen de door het DIRCOM gestelde tijd, de hun toegewezen dienst opnemen. Indien zij dat niet doen wordt van rechtswege een einde gesteld aan de benoeming als personeelslid van het COC. Onderafdeling 2. - Het jaarlijks vakantieverlof

Art. 49.De personeelsleden beschikken over 30 werkdagen jaarlijkse vakantie.

De jaarlijkse vakantie wordt genomen naar keuze van het personeelslid rekening houdend met de noodwendigheden van de dienst en na toestemming van het DIRCOM. Er kunnen geen vakantiedagen worden meegenomen die werden verworden in één of meerdere voorgaande betrekkingen of tewerkstellingen en die nog niet werden opgenomen voorafgaandelijk aan de in dienst treding bij het COC.

Art. 50.Het vakantieverlof wordt echter in evenredige mate verminderd wanneer het personeelslid in de loop van het jaar in dienst treedt, zijn ambt definitief neerlegt of tijdens het jaar één van de hierna genoemde verloven of afwezigheden heeft gekregen op beslissing van het DIRCOM: 1° de verminderde prestaties wegens medische redenen;2° verminderde prestaties wegens persoonlijke redenen; Indien het aldus berekende aantal vakantiedagen geen geheel getal vormt, wordt het afgerond op de onmiddellijke hogere eenheid.

Art. 51.§ 1. De personeelsleden zijn met verlof op de zaterdagen en zondagen en op de wettelijke feestdagen, maar tevens op: o 2 januari; o 2 en 15 november; o 26 december.

Zij kunnen evenwel door de voorzitter worden verzocht op één of meerdere van deze dagen te werken, mocht dit noodzakelijk blijken voor de dienst. Zij bekomen in dat geval een inhaalverlof van dezelfde duur dat onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijks vakantieverlof worden genomen. § 2. De voorzitter kan bepalen dat sommige vakantiedagen of compensatiedagen dienen te worden opgenomen op bepaalde door hem vastgestelde dagen.

Onderafdeling 3. - Omstandigheidsverlof

Art. 52.§ 1. Het omstandigheidsverlof wordt toegekend binnen de perken zoals hierna bepaald : 1° huwelijk van het personeelslid: 4 werkdagen;2° de bevalling van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid: 10 werkdagen;3° overlijden van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid, overlijden van een bloed- of aanverwant in de eerste graad van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) alsook het overlijden van de echtgeno(o)t(e) van het kind van het personeelslid of het overlijden van de echtgeno(o)t(e) van het kind van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid: 4 werkdagen; § 2. Het personeelslid legt de stavingsstukken van de omstandigheid voor aan de voorzitter. § 3. De verloven bedoeld in dit artikel worden met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.

Onderafdeling 4. - Uitzonderlijk verlof

Art. 53.§ 1. Het personeelslid bekomt uitzonderlijk verlof wegens overmacht die het gevolg is van de ziekte of van een ongeval overkomen aan één van de hierna opgesomde personen, met wie hij samenleeft op dezelfde woonplaats : 1° de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid;2° een bloed- of aanverwant van het personeelslid of zijn echtgeno(o)t(e); Het personeelslid bekomt eveneens een uitzonderlijk verlof wegens overmacht die het gevolg is van de ziekte of van een ongeval overkomen aan zijn kind dat bij hem verblijft maar gedomicilieerd is bij de andere ouder van het kind.

De noodzaak van de aanwezigheid van het personeelslid wordt bewezen aan de hand van een doktersattest. § 2. De duur van het verlof bedoeld in § 1 is tot vier werkdagen per jaar beperkt; het wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.

Onderafdeling 5. - Moederschapsbescherming

Art. 54.De regels van het federaal openbaar ambt inzake moederschapsbescherming zijn van overeenkomstige toepassing op het personeelslid.

Onderafdeling 6. - Ouderschapsverlof

Art. 55.§ 1. Aan het personeelslid wordt, bij de geboorte of de adoptie van zijn kind een ouderschapsverlof toegestaan gedurende een periode van vier maanden. Op vraag van het personeelslid kan dit verlof worden opgesplitst in maanden. § 2. Het personeelslid heeft recht op ouderschapsverlof: - naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt; - in het kader van de adoptie van een kind gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, tot het kind twaalf jaar wordt; § 4. Het in dit artikel beoogde ouderschapsverlof wordt niet bezoldigd; voor het overige wordt het gelijkgesteld aan een periode van dienstactiviteit.

Onderafdeling 7. - Verlof wegens ziekte

Art. 56.§ 1. Het personeelslid wordt, voor de ganse duur van zijn loopbaan, een verlof wegens ziekte toegekend tot maximum eenentwintig werkdagen per twaalf maanden dienstanciënniteit.

In afwijking van het voorgaande lid wordt het verlof wegens ziekte zonder tijdsbeperking toegestaan, naar aanleiding van een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van en naar het werk.

Het personeelslid met verlof wegens ziekte wordt geacht het ambt waarin hij werd benoemd te hebben uitgeoefend. Hij behoudt de aan dit ambt verbonden wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen. § 2 Het personeelslid dat wegens ziekte afwezig is na het maximum aantal verlofdagen hem toegekend bij artikel § 1 is van rechtswege in disponibiliteit wegens ziekte. Het personeelslid behoudt zijn recht op verhoging in weddeschaal.

De wegens ziekte in disponibiliteit geplaatst personeelslid ontvangt na de § 1 vermelde termijn een wachtgeld gelijk aan 60 % van zijn laatste activiteitswedde. De laatste activiteitswedde is deze welke verschuldigd was overeenkomstig het prestatiestelsel op het ogenblik waarop het personeelslid zich in disponibiliteit bevond.

Art. 57.§ 1. In afwijking van artikel 56 wordt het verlof wegens ziekte zonder tijdsbeperking toegestaan, naar aanleiding van: 1° een arbeidsongeval;2° een ongeval op de weg van en naar het werk. § 2. In geval van definitieve arbeidsongeschiktheid zijn de regels van het federaal openbaar ambt van overeenkomstige toepassing.

Onderafdeling 8. - Andere verloven en arbeidsongevallen

Art. 58.§ 1 De regels van het federaal openbaar ambt worden naar analogie toegepast op de personeelsleden voor de volgende andere vormen van verlof: - verlof voor palliatieve zorg; - verlof voor verzorging van een ernstig ziek familielid; - verlof voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of vlak na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte § 2. De verloven in paragraaf 1 worden evenwel vastgesteld op maximum één maand en kunnen met maximum één maand worden verlengd.

Het personeelslid die één van de verloven bepaald in § 1 wenst op te nemen brengt de voorzitter hiervan minstens 7 dagen op voorhand op de hoogte, tenzij het een onvoorzien gebeurtenis betreft waardoor van deze termijn kan worden afgeweken. Voor iedere verlenging dient het personeelslid dezelfde procedure te volgen en de vereiste attest(en) in te dienen. § 3. De verloven bepaald in dit hoofdstuk worden met dienstactiviteit gelijkgesteld en zijn onbezoldigd. § 4. Geen andere verloven dan degenen voorzien in dit HR worden toegelaten.

Art. 59.Het stelsel van de arbeidsongevallen dat geldt voor het personeel van de federale overheidsdiensten is van toepassing op de leden van het DIRCOM en de personeelsleden van het COC. Onderafdeling 9. - Controle op afwezigheden ten gevolg van ziekte of ongeval

Art. 60.Het personeelslid dat wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn ambt normaal uit te oefenen, is verplicht de voorzitter of, bij afwezigheid, het lid dat de voorzitter vervangt, hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen vergezeld van een geneeskundig getuigschrift in de hiernavolgende alinea's bedoelde gevallen.

Voor een afwezigheid wegens ziekte of ongeval dat langer duurt dan één dag, dient het personeelslid eveneens zo snel mogelijk een geneeskundig getuigschrift in bij het Bestuur van de medische expertise. Het geneeskundig getuigschrift maakt melding van de ziekte, de waarschijnlijke duur ervan, de verblijfplaats van het personeelslid en of deze zich met het oog op de controle al dan niet naar een andere plaats mag begeven.

In afwijking van de bepalingen van het tweede lid, dient het personeelslid onmiddellijk een medisch getuigschrift in bij het Bestuur van de medische expertise wanneer de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval maar één dag bedraagt en wanneer het personeelslid tijdens het lopende kalenderjaar reeds twee maal afwezig geweest is ten gevolge van ziekte of ongeval met een duur van één dag zonder een medisch getuigschrift.

Art. 61.De afwezigheid wegens ziekte of ongeval wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.

Indien het personeelslid nalaat een geneeskundig getuigschrift in te dienen bij het Bestuur van de medische expertise of een door het Controleorgaan gekozen gelijkaardige dienst, en de voorzitter of, bij afwezigheid, het lid dat de voorzitter vervangt, overeenkomstig artikel 60, dan bevindt hij zich van rechtswege in non-activiteit. Na 8 dagen is het personeelslid in dit geval van rechtswege ontslagen.

Art. 62.§ 1. Het personeelslid is verplicht de arts die aangeduid is door het Bestuur van de medische expertise of een door het DIRCOM gekozen gelijkaardige dienst en die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996 (2) sluiten betreffende de controlegeneeskunde, hierna de controlearts genoemd, te ontvangen of in te gaan op de oproep om zich aan te melden bij de controlearts. Het personeelslid kan het medisch onderzoek niet weigeren. De controle van het personeelslid kan gebeuren op vraag van de voorzitter of een lid van het Controleorgaan of op initiatief van het Bestuur van de medische expertise.

De controle van het personeelslid kan gebeuren vanaf de eerste dag van de afwezigheid en tijdens de volledige periode van de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval.

Het medisch onderzoek vindt plaats in de woon- of verblijfplaats van het personeelslid. Wanneer de arts die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, oordeelt dat de gezondheidstoestand van het personeelslid hem toelaat zich naar een andere plaats te begeven, dan kan het personeelslid ook worden opgeroepen door het Bestuur van de medische expertise om zich voor een onderzoek aan te melden bij de controlearts.

Wanneer de controlearts het personeelslid niet aantreft op de aangegeven woon- of verblijfplaats, dan laat hij een bericht achter.

Behoudens wanneer de arts die het geneeskundig getuigschrift aan het personeelslid heeft afgeleverd, oordeelt dat zijn gezondheidstoestand hem niet toelaat zich naar een andere plaats te begeven, moet het personeelslid zich op het vermelde uur aanmelden bij de controlearts.

Wanneer het personeelslid zich niet naar een andere plaats mag begeven, maar op het ogenblik van de controle afwezig was, wegens redenen van overmacht, brengt hij de controlearts onmiddellijk hiervan op de hoogte, zodat een nieuwe controle kan plaatshebben.

Het personeelslid die het medisch onderzoek weigert of die het de controlearts onmogelijk maakt om het medisch onderzoek uit te voeren wordt van rechtswege ontslagen als personeelslid § 2. De controlearts gaat na of de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval gerechtvaardigd is en kan daarbij hoogstens constateren dat: 1° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is, 2° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is voor een kortere periode dan vermeld werd in het geneeskundig getuigschrift;3° de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch ongerechtvaardigd is. De controlearts oefent zijn opdracht uit overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van de wet van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996 (2) sluiten betreffende de controlegeneeskunde. De controlearts overhandigt onmiddellijk, eventueel na raadpleging van diegene die het in artikel 60, 2e lid bedoelde geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan het personeelslid. Indien het personeelslid op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de controlearts, wordt dit door deze laatste vermeld op voornoemd geschrift.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 2° en 3° gaat de werkhervatting in respectievelijk op de door de controlearts vastgestelde datum of, onverminderd artikel 63, op de eerste dag volgend op het onderzoek.

Wanneer het personeelslid één dag afwezig is ten gevolge van ziekte of ongeval en geen arts heeft geraadpleegd, en de controlearts oordeelt na medisch onderzoek dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval niet gerechtvaardigd is, dan bevindt het personeelslid zich van rechtswege in non-activiteit.

Niettemin kan het personeelslid opteren voor het gebruik van één dag jaarlijks vakantieverlof met akkoord van de voorzitter, voor een afwezigheid van één dag waarvoor het personeelslid geen arts geraadpleegd heeft wanneer de controlearts geoordeeld heeft dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval ongerechtvaardigd is.

Art. 63.Binnen twee werkdagen na de overhandiging van de bevindingen door de controlearts, kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medische geschil en in onderling akkoord een arts-scheidsrechter aanwijzen. Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 23/11/1999 numac 1999015206 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996 (2) sluiten betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de lijst die in uitvoering van voornoemde wet werd vastgesteld.

Het Bestuur van de medische expertise of een door het DIRCOM gekozen gelijkaardige dienst kan de controlearts en het personeelslid kan diegene die hem het geneeskundig getuigschrift overhandigd heeft, uitdrukkelijk machtiging geven om de arts-scheidsrechter aan te wijzen.

De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist in het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Alle andere vaststellingen blijven onder het beroepsgeheim.

Indien de arts-scheidsrechter een negatieve beslissing neemt voor het personeelslid, wordt de periode tussen de datum van werkhervatting bepaald door de controlearts en de datum van de beslissing van de arts-scheidsrechter, omgezet in non-activiteit.

De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van het personeelslid, vallen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de controlearts op de hoogte van zijn beslissing. Het Bestuur van de medische expertise en het personeelslid worden schriftelijk bij een ter post aangetekende brief verwittigd.

Art. 64.Wanneer het personeelslid tijdens een afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval in het buitenland wil verblijven, moet hij hiervoor voorafgaand de toestemming krijgen van het Bestuur van de medische expertise of een door het DIRCOM gekozen gelijkaardige dienst. Afdeling 7. - Financieel statuut

Art. 65.§ 1. Conform artikel 234 § 1, 2e lid GBW genieten de leden van de DOSE een wedde zoals bepaald in barema A3 van het statuut van de ambtenaren van de Gegevensbeschermingsautoriteit opgericht door de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Hun reeds verworven geldelijke anciënniteit wordt conform artikel 67 in aanmerking genomen en zij hebben ook recht op de tussentijdse verhogingen in dit barema.

Zij genieten alle geldelijke voordelen die voorzien zijn in het statuut van de ambtenaren van de Gegevensbeschermingsautoriteit. § 2. Conform artikel 235 § 1 genieten de leden van het secretariaat het volgende baréma zoals voorzien in het statuut van de ambtenaren van het federaal openbaar ambt: - Directie-assistent: barema A1 - Jurist: barema A3 - Informaticus: barema A3 Hun reeds verworven geldelijke anciënniteit wordt conform artikel 67 in aanmerking genomen en zij hebben ook recht op de tussentijdse verhogingen in dit barema.

Zij genieten alle geldelijke voordelen die voorzien zijn in het statuut van de ambtenaren van de Gegevensbeschermingsautoriteit § 3. De personeelsleden hebben, onder dezelfde voorwaarden als de ambtenaren van de Kamer van Volksvertegenwoordigers recht op: - vakantiegeld; - een eindejaarstoelage - kinderbijslag; - een schooltoelage; - de haard - en standplaatsvergoeding; - de terugbetaling van de reiskosten; - de toepassing van de maatregelen van sociale programmatie § 4. Andere statutaire bepalingen kunnen worden voorzien in de interne dienstnota's goedgekeurd door het DIRCOM en onderworpen aan de controle van het Rekenhof.

Art. 66.§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 67 wordt de directie-assistent van het secretariaat ingeschaald in baréma A11 bij aanwerving. Na zes jaar als personeelslid bij het COC verkrijgt betrokkene het baréma A12. § 2. Onverminderd de toepassing van artikel 67, wordt de jurist en informaticus ingeschaald in baréma A31 bij aanwerving. Na zes, respectievelijk twaalf jaar als personeelslid bij het COC bekomen betrokkenen het baréma A32, respectievelijk A33.

Art. 67.Bij het bepalen van de geldelijke anciënniteit en het toepasselijke baréma wordt rekening gehouden met de diensten die werden gepresteerd in een vorige beroepswerkzaamheid, voor zover deze door het Controleorgaan als nuttig worden erkend voor het COC. Deze erkenning gebeurt ambtshalve voor: 1. de diensten die voor het Rijkspersoneel in aanmerking worden genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit;2. de nuttige beroepservaring die desgevallend als voorwaarde werd gesteld voor de aanwerving.

Art. 68.Aan de functie van lid van de DOSE of lid van het secretariaat zijn één of meerdere weddeschalen verbonden, zoals bepaald in de artikel 65 en de bijgevoegde tabel in de bijlage I en II. Afdeling 8. - Ordemaatregel

Art. 69.Onverminderd andere ordemaatregelen bepaald door het DIRCOM, kan de voorzitter of het lid dat hem vervangt, het personeelslid die als verdachte het voorwerp uitmaakt van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek of lastens wie strafvervolging werd ingesteld en wiens aanwezigheid onverenigbaar is met het belang van de dienst, bij ordemaatregel voorlopig schorsen gedurende de duurtijd van voormeld strafrechtelijke vooronderzoek of voormelde vervolging.

De te volgen procedure voor het opleggen van een ordemaatregel wordt bij intern reglement vastgelegd door het DIRCOM. Afdeling 9. - Diverse bepalingen

Art. 70.Het DIRCOM bepaalt bij intern personeelsreglement of interne dienstorders de nadere regels betreffende de dagelijkse werking van het COC, waaronder, onder meer, aanwezigheden, diensturen, dienstopdrachten en gebruik van dienstmateriaal.

Het controleorgaan kan het personeelslid een dienstvrijstelling toekennen voor het volgen van een opleiding.

Art. 71.De voorzitter en, in diens afwezigheid, de eerste plaatsvervangend, respectievelijke tweede plaatsvervangend voorzitter vertegenwoordigt het COC in rechte. De beslissing om op te treden in rechte namens het COC wordt genomen door het DIRCOM. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het huishoudelijk reglement

Art. 72.Als het DIRCOM het noodzakelijk acht, kan het de Kamer van Volksvertegenwoordigers voorstellen haar HR geheel of gedeeltelijk te wijzigen.

Art. 73.Elke wijziging van het HR wordt pas van kracht nadat de goedkeuring ervan door de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het Belgisch Staatsblad werd bekend gemaakt. HOOFDSTUK 8. - Rechtskracht en inwerkingtreding

Art. 74.Dit HR treedt in werking op 5 september 2018, na publicatie in het Belgisch Staatsblad en heeft kracht van wet.

^