gepubliceerd op 16 juni 2000
Wet houdende wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Erratum
MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN
10 FEBRUARI 2000. - Wet houdende wijziging van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
19/03/2013
numac
2013000145
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Duitse vertaling. - Erratum
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
25/08/2017
numac
2017031028
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuse coördinatie in het Duits. - Erratum
sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Erratum
In het Belgisch Staatsblad van 6 april 2000, tweede uitgave, blz. 10827 na artikel 2, § 2 wordt volgende tekst toegevoegd : Daartoe behouden zij tijdelijk hun bestaande erkenning. Onverminderd artikel 29, worden hun erkenning en opdrachten van rechtswege beëindigd op het ogenblik dat een aanvang wordt genomen met de in artikel 28, lid 2 bedoelde opdrachten hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling overeenkomstig de artikelen 28 en 30. § 3. De overgangsregeling ingevoerd middels dit artikel geldt voor een maximale duur van twee jaar. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit de voorwaarden en de nadere regelen bepalen betreffende de overdracht van de specifieke controleopdrachten. Hij kan op dezelfde wijze de termijn van deze overgangsregeling met telkens maximaal één jaar verlengen. »