Etaamb.openjustice.be
Decreet van 11 februari 2022
gepubliceerd op 11 maart 2022

Decreet tot vaststelling van de regels voor de subsidiëring van jeugdverblijven, hostels, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme

bron
vlaamse overheid
numac
2022031088
pub.
11/03/2022
prom.
11/02/2022
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

11 FEBRUARI 2022. - Decreet tot vaststelling van de regels voor de subsidiëring van jeugdverblijven, hostels, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet tot vaststelling van de regels voor de subsidiëring van jeugdverblijven, hostels, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder: 1° ADJ: de vereniging zonder winstoogmerk Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme;2° administratie: de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst;3° gezondheidsindex: het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;4° hostel: een toeristisch logies dat erkend is door Toerisme Vlaanderen als hostel binnen het kader van het decreet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/02/2016 pub. 08/03/2016 numac 2016035230 bron vlaamse overheid Decreet houdende het toeristische logies sluiten houdende het toeristische logies of als hostel in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt en erkend is door de administratie;5° jeugd: de kinderen en jongeren tot en met dertig jaar, of een deel van die bevolkingsgroep;6° jeugdverblijf: een toeristisch logies dat erkend is door Toerisme Vlaanderen als jeugdverblijf binnen het kader van het decreet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/02/2016 pub. 08/03/2016 numac 2016035230 bron vlaamse overheid Decreet houdende het toeristische logies sluiten houdende het toeristische logies, of als jeugdverblijf in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt en erkend is door de administratie;7° jeugdwerk: het sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van drie tot en met dertig jaar, in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die eraan deelneemt op vrijwillige basis;8° Logiesdecreet: het decreet van 5 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/02/2016 pub. 08/03/2016 numac 2016035230 bron vlaamse overheid Decreet houdende het toeristische logies sluiten houdende het toeristische logies;9° overnachting: het blijven slapen in een jeugdverblijf of hostel, of in tentplaatsen naast een jeugdverblijf of hostel;10° personeelssubsidie: een subsidie voor de loonkosten van personeelsleden voor arbeid en diensten uitgevoerd in het kader van de uitbating en werking van het jeugdverblijf of hostel;11° tentplaats: slaapplaats in een tent buiten het gebouw, waarvan het aantal is opgenomen in de erkenning van het jeugdverblijf of hostel op basis van het Logiesdecreet of voor jeugdverblijven en hostels die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad in de erkenning door de administratie;12° Toerisme Vlaanderen: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij decreet van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/03/2004 pub. 29/04/2004 numac 2004035613 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Toerisme Vlaanderen » sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Toerisme Vlaanderen";13° werkingssubsidie: een subsidie die toegekend wordt om een structurele activiteit te ondersteunen die een continu en permanent karakter vertoont en die de subsidiëring van een kern van personeelsleden, een basistoelage voor de werking en een subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten omvat.

Art. 3.De jeugdverblijven, hostels, de ondersteuningsstructuren en ADJ voldoen aan al de volgende algemene subsidievoorwaarden om gesubsidieerd te worden en te blijven: 1° in de werking de principes en de regels van de democratie aanvaarden en ook de rechten van het kind en het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden onderschrijven en uitdragen;2° hun statutaire zetel hebben in het Nederlandse taalgebied, in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in een andere lidstaat van de Europese Unie evenals een uitbating hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;3° ervoor zorgen dat alle gegevens die verband houden met de uitbating en subsidievoorwaarden, in het Nederlands voorhanden zijn en die ter beschikking stellen voor onderzoek door de administratie;4° op zelfstandige wijze de financiën beheren en het eigen beleid bepalen, wat blijkt uit de volgende elementen: a) de eigen werking zelf bepalen en die zelf uitvoeren;b) over een eigen post- of bankrekening beschikken;c) diensten verlenen in eigen naam;d) de bevoegdheden die wettelijk toekomen aan de algemene vergadering of aan het bestuursorgaan, niet overdragen aan een derde;5° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de uitbaters, de eventuele vereniging met haar leden, de medewerkers en de deelnemers aan de activiteiten die ze organiseert, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken;6° uitgebaat worden door een of meer lokale besturen, of een rechtspersoon die is opgericht door een of meer lokale besturen, of een rechtspersoonlijkheid hebben in een van de volgende vormen: a) een vereniging zonder winstoogmerk;b) een stichting;c) een coöperatieve vennootschap met een erkenning als sociale onderneming die het doel om rechtstreekse vermogensvoordelen uit te keren of te bezorgen aan haar vennoten, statutair uitsluit;d) wat betreft rechtspersonen met een statutaire zetel in een andere lidstaat van de Europese Unie, een gelijkaardige rechtspersoon als vermeld onder punt a, b of c. Vanaf het ogenblik van subsidiëring voldoen de beheerders van jeugdverblijven, hostels, de ondersteuningsstructuren en ADJ aan al de volgende subsidievereisten: 1° meewerken aan onderzoek dat door of namens de Vlaamse overheid wordt ingesteld;2° in alle gedrukte en digitale communicatie, bij elke mededeling, verklaring, publicatie en presentatie in het kader van de gesubsidieerde activiteit de steun van de Vlaamse Gemeenschap vermelden door de standaardlogo's en de bijbehorende tekst en baselines te gebruiken die de Vlaamse Regering vaststelt;3° een boekhouding voeren en die zo organiseren dat de aanwending van de subsidies op elk ogenblik financieel kan worden gecontroleerd;4° toestaan dat de administratie en het Rekenhof de werking en de boekhouding, zo nodig ter plaatse, onderzoeken. De Vlaamse Regering kan de algemene subsidievoorwaarden en vereisten, vermeld in dit artikel, nader bepalen. HOOFDSTUK 2. - Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme en de ondersteuningsstructuren Afdeling 1. ADJ

Art. 4.De Vlaamse Regering wordt gemachtigd toe te treden tot ADJ. De Vlaamse Regering mag goederen ter beschikking stellen van ADJ en er goederen aan overdragen.

Art. 5.ADJ wordt gesubsidieerd om een zo groot mogelijk aanbod van capaciteit en diversiteit mogelijk te maken voor jeugdtoeristische, educatieve en vormingsactiviteiten.

ADJ heeft tot doel de volgende eigen educatieve jeugdcentra van de Vlaamse overheid te beheren: 1° de Hoge Rielen in Kasterlee (Lichtaart);2° Destelheide in Beersel (Dworp);3° Hanenbos in Beersel (Dworp). De Vlaamse Regering sluit met ADJ een beheersovereenkomst die in een periodieke evaluatie van het beheer door ADJ voorziet en die de voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van de centra, vermeld in het tweede lid, regelt.

Art. 6.Als ADJ aan al de volgende subsidievoorwaarden voldoet, komt ze in aanmerking voor een subsidie: 1° in de bestuursorganen op een evenwichtige wijze, representatieve partners en specialisten opnemen uit het jeugdwerk die een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de werking van ADJ;2° om de vier jaar aan de administratie een beleidsnota bezorgen die de algemene vergadering heeft goedgekeurd.Die beleidsnota bevat al de volgende elementen: a) de missie, waarin de vereniging haar kernopdracht weergeeft;b) de strategische doelstellingen die de vereniging wil realiseren binnen de beleidsperiode.Bij die strategische doelstellingen worden ook de beoogde effecten op middellange termijn omschreven; c) de operationele doelstellingen, die geformuleerd worden in termen van resultaten op korte termijn.De kostprijs van iedere operationele doelstelling wordt duidelijk weergegeven; d) de financiële middelen die worden ingezet voor de werking, het personeel en de infrastructuur van de vereniging;e) de ontwikkeling van het bereik van de vereniging, opgedeeld per centrum;f) een duidelijk overzicht van het personeelsbeleid en de financiële weerslag daarvan voor de vereniging en per centrum;g) het verlenen van medewerking aan kennis- en expertisedeling met de jeugdtoeristische sector en de Vlaamse overheid;3° de jeugdverblijven en hostels die door ADJ worden beheerd, voldoen aan de subsidievoorwaarden van de jeugdverblijven en hostels, vermeld in artikel 13. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen over de totstandkoming, de procedure voor de verdere behandeling van de subsidieaanvraag na indiening, de indiendatum, de inhoud, de mogelijkheid tot tussentijdse bijsturing en de naleving van de beleidsnota. Afdeling 2. - Ondersteuningsstructuren

Art. 7.Met het oog op de praktijkontwikkeling, de praktijkondersteuning en het informeren van en over de sector, subsidieert de Vlaamse Regering een organisatie als ondersteuningsstructuur voor jeugdverblijven en een organisatie als ondersteuningsstructuur voor hostels.

De organisaties, vermeld in het eerste lid, hebben als doel een bijdrage te leveren tot het optimaal functioneren van de sector van de jeugdverblijven en hostels. De voormelde organisaties waken op al de volgende wijzen over de jeugd- en jeugdwerkvriendelijkheid van jeugdverblijven en hostels: 1° door voor alle jeugdverblijven en hostels een aanspreekpunt te zijn met een eerstelijnsondersteunings- en doorverwijsfunctie;2° door vorming en uitwisseling te organiseren voor eigenaars, uitbaters en personeel van alle jeugdverblijven en hostels;3° door op een efficiënte wijze te communiceren met alle uitbaters en eigenaars van de jeugdverblijven en hostels en hen te informeren;4° door gebruikersgroepen op een efficiënte manier te informeren over de jeugdverblijven en hostels en hen ernaartoe te leiden;5° door synergieën en samenwerkingsverbanden tot stand te brengen tussen de twee ondersteuningsstructuren met het oog op efficiëntiewinsten en maximalisatie van het ondersteuningsaanbod;6° door medewerking te verlenen aan kennis- en expertisedeling met de jeugdtoeristische sector en de Vlaamse overheid. De organisaties, vermeld in het eerste lid, worden alleen gesubsidieerd voor hun afgebakende werking als ondersteuningsstructuur, exclusief de activiteiten die een financieel voordeel opleveren voor de organisatie.

Art. 8.De ondersteuningsstructuren komen in aanmerking voor een subsidie als ze om de vier jaar een beleidsnota indienen waarin aangetoond wordt hoe de opdrachten, vermeld in artikel 7, tweede lid, uitgevoerd zullen worden.

De vierjaarlijkse beleidsnota, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen: 1° de missie, waarin de vereniging haar kernopdracht weergeeft;2° de strategische doelstellingen die de vereniging wil realiseren binnen de beleidsperiode.Bij die strategische doelstellingen worden ook de beoogde effecten op middellange termijn omschreven; 3° de operationele doelstellingen, die geformuleerd worden in termen van resultaten op korte termijn.De kostprijs van iedere operationele doelstelling wordt duidelijk weergegeven; 4° de financiële middelen die worden ingezet voor de werking, het personeel en de infrastructuur van de vereniging;5° een duidelijk overzicht van het personeelsbeleid en de financiële weerslag daarvan voor de vereniging. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen over de totstandkoming, de procedure, de indiendatum, de inhoud, de mogelijkheid tot tussentijdse bijsturing en de naleving van de beleidsnota. Afdeling 3. - De subsidie voor ADJ en de ondersteuningsstructuren

Art. 9.De Vlaamse Regering legt binnen de perken van de beschikbare jaarlijkse begrotingskredieten, de bedragen vast die kunnen worden besteed aan de subsidiering van ADJ en van de ondersteuningsstructuren.

De subsidies, vermeld in het eerste lid, worden toegekend in de vorm van een vierjaarlijks financieringsbudget.

Binnen de perken van de beschikbare jaarlijkse begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering bij aanvang van elk werkingsjaar de grootte van het toe te kennen subsidiebedrag aanpassen aan de evolutie van de gezondheidsindex of aan de verplichtingen voor de werkgevers, opgenomen in de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten die worden gesloten tussen de erkende vakbonden en werkgeversfederaties en die geregistreerd worden door de federale overheid, of verminderen als de naleving van de budgettaire beperking, vermeld in het eerste lid, het noodzakelijk maakt.

Art. 10.De Vlaamse Regering sluit met ADJ en de ondersteuningsstructuren een subsidieovereenkomst voor vier jaar. Die subsidieovereenkomst heeft betrekking op de volgende aspecten: 1° de samenwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap en ADJ en de ondersteuningsstructuren;2° het toezicht op de aanwending van de middelen die ter beschikking worden gesteld. In de subsidieovereenkomst worden ten minste de strategische en operationele doelstellingen en bijbehorende resultaats- en inspanningsindicatoren bepaald, alsook het subsidiebedrag.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen over de totstandkoming, de inhoud en de naleving van die subsidieovereenkomst. HOOFDSTUK 3. - Jeugdverblijven en hostels

Art. 11.Om voor een subsidie in aanmerking te komen moeten jeugdverblijven en hostels, die gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied, erkend zijn als jeugdverblijf in de comfortclassificatie basis, standaard of comfort of als hostel erkend zijn overeenkomstig het Logiesdecreet.

Om voor een subsidie in aanmerking te komen moeten jeugdverblijven en hostels gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad erkend zijn door de administratie.

Art. 12.Om als jeugdverblijf of hostel erkend te worden door de administratie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad moet het: 1° geregistreerd zijn als toeristische logies bij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;2° voldoen aan de openings- en uitbatingsvoorwaarden, bepaald in uitvoering van artikel 4, eerste lid, 7° en 8°, van het Logiesdecreet;3° gelijktijdig met de subsidieaanvraag een aanvraag tot erkenning indienen bij de administratie.Die erkenningsaanvraag bevat minstens volgende elementen: a) het logiestype;b) het aantal geregistreerde slaapplaatsen;c) de uitrusting van de slaapruimtes;d) de sanitaire voorzieningen;e) de eetruimte;f) de uitrusting van de keuken of de kookruimte;g) het aantal dagzalen;h) alle andere aanwezige faciliteiten. Op basis van de elementen uit de erkenningsaanvraag beslist de administratie over de erkenning als jeugdverblijf of als hostel.

In het geval van een jeugdverblijf kent de administratie, samen met de erkenning, de comfortclassificatie basis, standaard of comfort toe op basis van de comfortclassificatienormen, bepaald in uitvoering van artikel 7, § 1, van het Logiesdecreet, waaraan jeugdverblijven moeten voldoen.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen over de indiendatum, de procedure en de inhoud van de erkenningsaanvraag.

Art. 13.In dit artikel wordt verstaan onder jeugdvereniging: een privaatrechtelijke of feitelijke organisatie die aan jeugdwerk doet, zoals blijkt uit haar doelstellingen en handelingen.

Een jeugdverblijf met comfortclassificatie basis of standaard komt in aanmerking voor een subsidie en kan die behouden als het voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° jaarlijks minstens 80 procent overnachtingen voor jeugd realiseren;2° voor jeugdverenigingen een substantieel lagere prijscategorie vastleggen;3° ten minste toegankelijk zijn gedurende minstens vijftig dagen in de maanden juli en augustus;4° jaarlijks ten minste duizend overnachtingen voor jeugd realiseren;5° jaarlijks ten minste vijf jeugdverenigingen ontvangen die minstens één nacht verblijven. Een jeugdverblijf met comfortclassificatie comfort of een hostel komt in aanmerking voor een subsidie en kan die behouden als het voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° jaarlijks minstens 70 procent overnachtingen voor jeugd realiseren;2° voor jeugdverenigingen een substantieel lagere prijscategorie vastleggen;3° ten minste tweehonderd dagen per jaar open zijn, waarvan tachtig dagen tijdens de schoolvakanties;4° jaarlijks ten minste tweeduizend overnachtingen voor jeugd realiseren, waarvan duizend buiten de maanden juli en augustus;5° als het om een hostel gaat jaarlijks ten minste vijf jeugdverenigingen ontvangen die minstens één nacht verblijven;6° als het om een jeugdverblijf met comfortclassificatie comfort gaat ten minste tien jeugdverenigingen ontvangen die minstens één nacht verblijven. Zowel overnachtingen in de gebouwen van het jeugdverblijf of hostel als overnachtingen in tentplaatsen bij het gebouw of op hetzelfde domein van het jeugdverblijf of hostel komen in aanmerking voor de berekening van de werkingssubsidies.

De Vlaamse Regering kan de subsidievoorwaarden, vermeld in dit artikel, nader bepalen.

Art. 14.De beschikbare jaarlijkse begrotingskredieten bepalen het maximale bedrag aan subsidies dat jaarlijks kan worden toegekend aan de jeugdverblijven en hostels die in het kader van dit decreet worden gesubsidieerd.

Aan de jeugdverblijven met comfortclassificatie basis en standaard die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 11 en 13 van dit decreet, kan een werkingssubsidie toegekend worden. De werkingssubsidie wordt berekend op basis van het aantal gerealiseerde overnachtingen voor jeugd en wordt toegekend op basis van een voorgaande vierjaarlijkse aanvraag.

Aan de jeugdverblijven met comfortclassificatie comfort en hostels die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 11 en 13 van dit decreet, kunnen werkings- en personeelssubsidies toegekend worden. De werkingssubsidie wordt berekend op basis van het aantal gerealiseerde overnachtingen voor jeugd en toegekend op basis van een voorgaande vierjaarlijkse aanvraag.

De toekenning van personeelssubsidies gebeurt op basis van een vierjaarlijkse beleidsnota.

De vierjaarlijkse beleidsnota, vermeld in het vierde lid, bevat al de volgende elementen: 1° een korte voorstelling van het jeugdverblijf of hostel;2° een historiek met de overnachtingscijfers van de voorgaande jaren;3° het aantal erkende slaapplaatsen, inclusief tentplaatsen;4° de aard van het gebruik;5° het prijsbeleid;6° de personeelsinzet;7° de gevraagde personeelssubsidie inclusief het barema;8° een minimaal financieel overzicht;9° een beschrijving van de inhoudelijke werking met oog voor kwaliteit en toegankelijkheid;10° een korte toekomstvisie voor het jeugdverblijf of hostel. Om de vierjaarlijkse beleidsnota, vermeld in het vierde lid, op te maken, stelt de administratie een leidraad ter beschikking.

De financiële vraag geldt voor de volledige beleidsperiode van vier jaar. Een tussentijdse bijsturing van de beleidsnota is alleen mogelijk bij een grondige wijziging van de werking of substantiële verhoging van de overnachtingscapaciteit van het jeugdverblijf of hostel.

De werkings- en personeelssubsidies, vermeld in dit hoofdstuk, worden jaarlijks gekoppeld aan de gezondheidsindex.

De werkings- en personeelssubsidies aan hostels kunnen pas worden toegekend na definitieve goedkeuring van dit steunregime door de Europese Commissie.

De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden en de procedure bepalen voor: 1° de indiening van de aanvraag;2° de jaarlijkse verantwoording;3° de beoordeling, de toekenning en de uitbetaling van de subsidies;4° het toezicht op de naleving van de algemene en specifieke subsidievoorwaarden, vermeld in artikel 3, 11 en 13. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 15.Het decreet van 6 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2012 pub. 17/08/2012 numac 2012204476 bron vlaamse overheid Decreet houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme sluiten houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme, gewijzigd bij de decreten van 12 mei 2017 en 18 december 2020, wordt opgeheven.

Art. 16.De subsidieovereenkomsten met ADJ, de ondersteuningsstructuren gesloten vóór 1 januari 2018, en de werkings- en personeelssubsidies voor de jeugdverblijven en hostels die toegekend zijn vóór 1 februari 2018 blijven gelden tot en met 31 december 2022.

Art. 17.Gedurende de eerste beleidsperiode, die loopt van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026, komen naast jeugdverblijven met comfortclassificatie basis, standaard en comfort ook jeugdverblijfcentra type A, B en C die zijn erkend in het kader van het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 19/09/2003 numac 2003200873 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van « Toerisme voor Allen » sluiten betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van "Toerisme voor Allen", in aanmerking voor subsidiëring als vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet.

De jeugdverblijven moeten uiterlijk op het einde van de eerste beleidsperiode een erkenning als jeugdverblijf met de comfortclassificatie basis, standaard of comfort hebben om gesubsidieerd te blijven.

Art. 18.Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 11 februari 2022.

De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media, B. DALLE _______ Nota (1) Zitting 2021-2022 Documenten: - Ontwerp van decreet : 1086 - Nr.1 Amendementen : 1086 - Nrs. 2 en 3 Verslag : 1086 - Nr. 4 Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1086 - Nr. 5 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 9 februari 2022.

^