Etaamb.openjustice.be
Decreet van 11 april 2024
gepubliceerd op 25 juli 2024

Decreet tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek en van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling

bron
waalse overheidsdienst
numac
2024203780
pub.
25/07/2024
prom.
11/04/2024
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

11 APRIL 2024. - Decreet tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek en van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (1)


Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:

Artikel 1.Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten.

HOODSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek

Art. 2.In artikel D.29-1, § 4, b., 1°, van Boek I van het Milieuwetboek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "D.64, § 1" vervangen door de woorden "D.64".

Art. 3.Artikel D.29-5 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen door wat volgt: "Art. D.29-5. § 1. Voor de projecten van categorie B wordt vóór de indiening van de vergunningsaanvraag een informatievergadering belegd.

Voor de projecten van categorie C kan vóór de indiening van de vergunningsaanvraag op initiatief van de aanvrager een informatievergadering belegd worden.

Deze informatievergadering dient: 1° om de aanvrager in staat te stellen zijn project over te leggen; 2° om het publiek de mogelijkheid te bieden informatie in te winnen en opmerkingen en suggesties i.v.m. het project te formuleren; 3° als een effectbeoordeling voorgeschreven wordt overeenkomstig de artikelen D.64, D.65, § § 2 en 3: - om te wijzen op specifieke punten die in het effectonderzoek aangesneden zouden kunnen worden; - om technische alternatieven voor te leggen die redelijkerwijs overwogen kunnen worden door de aanvrager en opdat hiermee rekening gehouden wordt bij het uitvoeren van het effectonderzoek. § 2. De aanvrager bepaalt wat volgt: 1° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;2° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;3° de personen en hun fysieke en elektronische adressen, bij wie de informatie kan worden verkregen. § 3. De aanvrager zorgt minstens vijftien dagen vóór de informatievergadering of vóór de eerste vergadering als er meerdere zijn, voor de bekendmaking van een bericht dat de volgende gegevens bevat: 1° de identiteit van de aanvrager;2° de aard van het project en de vestigingsplaats ervan;3° het doel van de vergadering zoals aangegeven in paragraaf 1, derde lid;4° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering of van elke vergadering als er meerdere zijn;5° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;6° de personen bij wie en de adressen waarop de informatie verkregen kan worden. Dit bericht wordt overgemaakt aan de gemeente op het grondgebied waarvan het project uitgevoerd moet worden en wordt bekendgemaakt in twee media die de aanvrager onder de volgende media kiest: 1° twee dagbladen die in de streek in omloop gebracht worden;2° een gemeentelijk informatiebulletin als er één bestaat en als het onder de gezamenlijke bevolking verspreid wordt;3° een huis-aan-huis reclameblad;4° een huis-aan-huis informatiefolder verspreid binnen een straal van drie kilometer van de vestigingsplaats van het project. De aanvrager richt een afschrift van de gepubliceerde berichten, documenten en informatiedragers aan het gemeentecollege.

Het gemeentecollege laat tot de dag na de informatievergadering of van elke vergadering als er meerdere zijn een bericht waarin het eerste lid voorkomt aanplakken: 1° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;2° op vier plaatsen dichtbij de plaats waar het project gevestigd moet worden, langs een openbare berijdbare weg of een doorgangsweg;3° op de website van de betrokken gemeente. § 4. § 3. Als een openbaar onderzoek op het grondgebied van verschillende gemeenten georganiseerd wordt, zijn de paragrafen 1 en 2 van toepassing op elk van de betrokken gemeenten. § 5. De aanvrager stelt het ontwerp voor.

De vergadering wordt gefilmd door de aanvrager, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door de Regering.

De aanvrager is verantwoordelijk voor het verwerken van de persoonsgegevens die betrokken zijn bij het opnemen en raadplegen van de video.

Het doel van de opname en de eventuele raadpleging ervan is te zorgen voor maximale actieve publiciteit door het publiek meer inspraak te geven en het publiek in staat te stellen informatie te verkrijgen en opmerkingen te maken door de video van de voorafgaande informatiebijeenkomst op een later tijdstip te raadplegen.

De opname bevat: 1° een audio- en video-opname van de tussenkomsten;a) van de aanvrager;b) van de vertegenwoordigers van de gemeente op het grondgebied waarvan het ontwerp wordt gepland en adviseurs inzake leefmilieu;2° een audio-opname van alle overige tussenkomsten. § 6. De video van de vergadering en de tijdens de vergadering gebruikte documenten en informatiedragers kunnen op afspraak en op afstand bij de gemeente worden geraadpleegd vanaf de dag na de vergadering tot het einde van een periode van vijftien dagen.

De video wordt aan het einde van deze periode vernietigd door de beheerder van de persoonsgegevens. § 7. De Regering bepaalt: 1° de modaliteiten voor de informatieverstrekking aan het publiek;2° het geval of de gevallen waarin meerdere voorafgaande informatievergaderingen moeten worden belegd en de modaliteiten voor de organisatie van de informatievergadering of -vergaderingen als er meerdere zijn;3° de modaliteiten voor de organisatie van de informatievergadering via videoconferentie en de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;4° welke instanties en administraties op de informatievergadering uitgenodigd worden;5° de modaliteiten volgens dewelke het publiek opmerkingen en suggesties kan formuleren en erom kan verzoeken dat specifieke punten betreffende het project aan het licht gebracht worden, alsook technische alternatieven kan voorleggen die redelijkerwijs door de aanvrager overwogen kunnen worden opdat ze in overweging genomen worden bij de tenuitvoerlegging van het effectonderzoek.".

Art. 4.Artikel D.29-6 van hetzelfde Boek, zoals gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, wordt vervangen als volgt: "Art. D.29-6. De informatievergadering wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de gemeente. De milieuadviseur of, bij gebreke daarvan, een vertegenwoordiger van de gemeente neemt er het secretariaat van waar, maakt de notulen op en stelt een verklaring op dat de video de in artikel D.29-5, § 5, vijfde lid, bedoelde informatie bevat. Hij legt ze ter inzage van het publiek en maakt ze binnen dertig dagen na de informatievergadering over aan de bevoegde overheid en aan de aanvrager.

De Regering bepaalt de minimale inhoud van de notulen en de verklaring bedoeld in het eerste lid. ".

Art. 5.Artikel D.29-11 van hetzelfde Boek, zoals gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, wordt opgeheven.

Art. 6.In Deel III, Titel III, van hetzelfde Boek, wordt een Hoofdstuk IVbis ingevoegd, die de artikelen D.29-24-1 tot en met D.29-24-8, bevat, luidend als volgt: "Hoofdstuk IVbis - Grensoverschrijdende raadplegingen Afdeling 1. - Algemeen


Art. D.29-24-1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing naast de bepalingen vastgelegd in de vorige hoofdstukken van Titel III voor Waalse plannen of programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, alsook voor grensoverschrijdende plannen of programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op het milieu van het Waals Gewest. In geval van tegenstrijdigheden prevaleren de bepalingen van dit hoofdstuk.

De termijnen waarin is voorzien en die op straffe van nietigheid zijn vastgesteld door de decreetprocedures die van toepassing zijn op de betrokken plannen of programma's, worden bij beslissing van de administratie, in voorkomend geval, verlengd met een termijn van 20 dagen om rekening te houden met de termijn voor grensoverschrijdende raadpleging van de bevoegde overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend en hun publiek, zoals bepaald in dit hoofdstuk. De bovengenoemde bevoegde buitenlandse overheden worden onmiddellijk in kennis gesteld van de verlengingsbeslissing. Afdeling 2. - Grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd door

het Waals Gewest Onderafdeling 1. - Voorafgaande procedure

Art. D.29-24-2. § 1. Als een plan of programma het voorwerp uitmaakt van een milieueffectrapport en als de Regering, die overeenkomstig artikel D.56, § 2, beslist, vaststelt dat het aanzienlijke effecten zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, of als een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en aanzienlijke schade zou kunnen lijden van het plan of het programma, daarom verzoekt, wordt het plan- of het programmaontwerp onmiddellijk ter informatie aan haar medegedeeld.

De kennisgeving bevat: 1° alle documenten met betrekking tot het plan- of het programmaontwerp waarover de Regering beschikt;2° een beschrijving van het plan- of het programmaontwerp, samen met alle beschikbare informatie over de mogelijke grensoverschrijdende effecten ervan. Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van de kennisgeving deelt het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die voornoemd Espoo-Verdrag heeft ondertekend, de Regering mee of zij wensen deel te nemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures. § 2. Voor projecten van categorie B, wanneer door de autoriteit die moet nagaan of het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk is, is vastgesteld dat het project aanzienlijke effecten zou kunnen hebben op het milieu van een Gewest, een Lidstaat van de Europese Unie of een Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, of wanneer een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en aanzienlijke schade zou kunnen lijden van het project daarom verzoekt, geeft zij, ter informatie, ten minste 15 dagen voor de datum van de voorafgaande informatievergadering, kennis van het advies bedoeld in artikel D.29-5, § 3, aan de bevoegde autoriteit van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, waarbij deze en het publiek waarvoor het project gevolgen heeft, worden uitgenodigd om deel te nemen aan ten minste één voorafgaande informatievergadering die door de aanvrager wordt georganiseerd.

De kennisgeving bevat ook: 1° een beschrijving van het project, samen met de informatie over eventuele grensoverschrijdende effecten waarover de autoriteit beschikt;2° informatie over de aard van de beslissing die zou kunnen worden genomen. In de kennisgeving wordt vermeld dat het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend zoals bedoeld in het eerste lid, wordt uitgenodigd deel te nemen aan de scoping-procedure van het onderzoek zoals bedoeld in artikel D.69, indien een dergelijke procedure door de aanvrager wordt gestart.

Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van de kennisgeving deelt het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, aan de autoriteit die moet nagaan of het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk is of zij wensen deel te nemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures. § 3. Indien binnen de in paragraaf 1, derde lid, en paragraaf 2, vierde lid, bedoelde termijn geen antwoord is ontvangen, wordt het antwoord geacht negatief te zijn. § 4. De bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden en die hebben aangegeven te willen deelnemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures, kunnen deelnemen aan de scopingprocedure voor de milieueffectbeoordeling bedoeld in artikel D.69 en volgens dezelfde modaliteiten. § 5. De Regering kan bepalen: 1° de modaliteiten betreffende de kennisgeving en het overmaken ervan; 2° volgens welke modaliteiten de bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden aan de scopingprocedure voor milieueffectbeoordeling kunnen deelnemen, bedoeld in artikel D.69.

Art. D.29-24-3. § 1. In het geval van een negatief antwoord op de in artikel D.29-24-2 bedoelde kennisgeving door het andere Gewest, de andere Lidstaat of de andere Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, mag deze niet deelnemen aan een voorafgaande scopingvergadering die door de bouwheer is aangevraagd op basis van artikel D.69 en niet verzoeken om de organisatie van een raadpleging overeenkomstig artikel D.29-24-5. § 2. Hoe dan ook wordt de bevoegde overheid van het andere Gewest, de andere Lidstaat of de andere Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, op de hoogte gebracht van de modaliteiten voor het organiseren van het openbaar onderzoek op Waals grondgebied en de modaliteiten voor inspraak van het publiek in dit onderzoek, overeenkomstig artikel D.29-24-4, evenals de beslissing van de Regering of de bevoegde overheid over het plan, het programma of het project.

Onderafdeling 2. - Procedure na validering van het plan- of het programmaontwerp of indiening van de vergunningsaanvraag

Art. D.29-24-4. § 1. Zodra het plan- of het programmaontwerp is goedgekeurd, worden het milieueffectrapport, dat alle informatie bevat met betrekking tot de grensoverschrijdende effecten van het dossier, en het plan- of het programmaontwerp zoals gevalideerd door de Regering, door deze laatste aan de bevoegde overheid van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, overgemaakt voor inspraak van het publiek en de overheid. De voornaamste rapporten en adviezen die bij het aanvraagdossier zijn gevoegd en waarover de bevoegde Waalse overheden beschikken op de datum van verzending, zijn eveneens bijgevoegd.

De verzending moet uiterlijk 30 dagen voor het begin van het openbaar onderzoek in het Waals Gewest plaatsvinden.

De verzending bevat de volgende elementen: 1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen; 2° de melding van de datum en de plaats waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;3° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek;4° de niet-technische samenvatting van het milieueffectrapport. § 2. Wanneer de vergunningsaanvraag voor een project volledig en ontvankelijk is verklaard, maakt de autoriteit die nagaat of deze aanvraag volledig of ontvankelijk is, het aanvraagdossier samen met effectonderzoek over aan het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag ondertekend heeft. De voornaamste rapporten en adviezen die bij het aanvraagdossier zijn gevoegd en waarover de bevoegde Waalse overheden beschikken op de datum van verzending, zijn eveneens bijgevoegd.

De verzending moet uiterlijk plaatsvinden 30 dagen voor aanvang van het openbaar onderzoek dat wordt georganiseerd op het grondgebied van de gemeente waar het project zich bevindt of op het grootste gebied waar het project zich bevindt.

De verzending bevat de volgende elementen: 1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen; 2° de aard van de mogelijke besluiten of het ontwerp van besluit, indien bestaand;3° in voorkomend geval, nadere gegevens over een voorstel van bijwerking van een vergunning of de voorwaarden waarvan ze vergezeld gaat;4° de melding van de datum en de plaats, of data en plaatsen, waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;5° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek;6° de niet-technische samenvatting van het effectonderzoek door de vergunningsaanvrager. § 3. De bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden, kunnen advies uitbrengen volgens dezelfde modaliteiten als de bevoegde Waalse overheden.

Onderafdeling 3. - Raadpleging

Art. D.29-24-5. Naast de in de artikelen D.29-24-2 tot en met D.29-24-4 bedoelde procedures kan de bevoegde overheid, op verzoek van de bevoegde overheid van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, een raadplegingsprocedure organiseren met de bevoegde grensoverschrijdende overheden, desnoods via een aangepast gemeen orgaan, over de potentiële grensoverschrijdende effecten van het project en over de maatregelen die worden overwogen om deze effecten te beperken, te compenseren of te verwijderen. Ze komen een redelijke termijn overeen voor de duur van de raadplegingsperiode.

De termijn van verzending van de beslissing tot toekenning of weigering van de vergunning kan door de bevoegde overheid met 30 dagen worden verlengd.

De Regering kan de regels en modaliteiten bepalen volgens welke de raadpleging wordt georganiseerd.

Onderafdeling 4. - Beslissing

Art. D.29-24-6. De bevoegde overheid stelt het andere Gewest, de andere Lidstaat van de Europese Unie of de andere geraadpleegde Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, in kennis van haar beslissing over het plan, het programma of het project onderworpen aan een vergunning.

Indien het gaat om een plan of programma moeten de volgende documenten worden overgemaakt: 1° het plan of programma zoals aangenomen;2° de milieuaangifte en de opvolgingsmaatregelen van het plan. De Regering kan de voorwaarden bepalen voor de kennisgeving van de beslissingen tot aanneming van een plan, programma of project aan de bevoegde overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend die geraadpleegd werden. Afdeling 3. - Grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd door

een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend

Art. D.29-24-7. Als een plan, programma of project gelegen op het grondgebied van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het leefmilieu in het Waalse Gewest, worden de gegevens over het plan, programma of project, samen met de effectbeoordelingsdocumenten, die door de bevoegde overheden van dat andere Gewest of van die andere Staat zijn overgemaakt, ter inzage gelegd van het publiek en van de door de Regering aangewezen instanties.

De Regering bepaalt: 1° volgens welke modaliteiten de gegevens bedoeld in het eerste lid ter inzage gelegd worden van het publiek en van de instanties bedoeld in het eerste lid;2° volgens welke modaliteiten het advies van het publiek en van de geraadpleegde instanties ingewonnen en overgemaakt wordt. Afdeling 4. - Vertrouwelijkheid


Art. D.29-24-8. Bij ontvangst van informatie overgemaakt aan de bevoegde overheid door een ander Gewest, een andere Lidstaat of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, is deze informatie onderworpen aan de beperkingen inzake industrieel en het handelsgeheim, met inbegrip van de intellectuele eigendom, en van het openbaar belang, van kracht in het Gewest of de Staat waar het project wordt voorgesteld, onverminderd de bepalingen die, in het Waalse recht, de omzetting beogen van de Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad. ".

Art. 7.In artikel D.53 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 oktober 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/10/2018 pub. 31/12/2018 numac 2018015578 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende het Waalse Dierenwelzijnwetboek sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "52 tot 61" vervangen door de woorden "D.52 tot D.61"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "66, § 2" vervangen door de woorden "D.64"; 3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "66, § 2" vervangen door de woorden "D.64"; 4° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54"; 5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54"; 6° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54".

Art. 8.In artikel D.59 van hetzelfde Boek, zoals gewijzigd bij het decreet van 22 juli 2010Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/07/2010 pub. 09/08/2010 numac 2010204226 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende wijziging van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 22/07/2010 pub. 05/08/2010 numac 2010027173 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende goedkeuring van het avenant van 30 april 2010 aan het samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaardeneconomie sluiten, worden de woorden "artikel D.29-11" vervangen door de woorden "de artikelen D.29-24-2 tot en met D.29-24-4".

Art. 9.In artikel D.65 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bedoeld is in artikel D64, § 1," vervangen door de woorden "bedoeld is in artikel D.64"; 2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "Overeenkomstig artikel D66, § 2," vervangen door de woorden "In de milieueffectenrapportering,";3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "vanaf de dag na het verstrijken van de termijn die toegestaan werd aan de overheid om na te gaan of het aanvraagdossier volledig of ontvankelijk is" vervangen door de woorden "vanaf de dag van indiening van de aanvraag of, wanneer de overheid die nagaat of deze volledig of ontvankelijk is, bijkomende stukken heeft verzocht, vanaf de dag van indiening van die bijkomende stukken"; 4° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig hoofdstuk III van Titel I van dit Wetboek," vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten bedoeld in artikelen D.20.15 tot en met D.20.18".

Art. 10.In artikel D.68, eerste lid, van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "wordt de milieueffectbeoordeling één enkele keer uitgevoerd" vervangen door de woorden "er wordt één milieueffectenrapportering of één milieueffectonderzoek uitgevoerd".

Art. 11.In artikel D.71 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de instanties aan die bij het project betrokken kunnen worden" vervangen door de woorden "de instanties en/of diensten aan die bij het project betrokken kunnen worden" en worden de woorden "De in artikel D.72 van dit Boek bedoelde instanties " vervangen door de woorden "De in artikel D.72 van dit Boek bedoelde instanties en/of diensten"; 2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "Wanneer ze niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid of instanties die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen," vervangen door de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid, instanties of diensten die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen,";3° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid of instanties die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen," vervangen door de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid, instanties of diensten die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen,".

Art. 12.In artikel D.72 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 februari 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/02/2017 pub. 29/03/2017 numac 2017201628 bron waalse overheidsdienst Decreet met het oog op de wijziging van artikel 97 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en van artikel 30 van het decreet van 20 juli 2016 tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling type decreet prom. 16/02/2017 pub. 30/03/2017 numac 2017201658 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende ontbinding van de "Office wallon des déchets" en tot wijziging van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut, Boek I van het Milieuwetboek en het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en houdende wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen (1) sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "de uitvoerder" worden vervangen door de woorden "de erkende ontwerper"; 2° de woorden "D.I.5, § 1, eerste lid, 5°", ingevoegd bij het decreet van 20 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/2016 pub. 14/11/2016 numac 2016205561 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opheffing van het decreet van 24 april 2014 tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Energie, tot opheffing van de artikelen 1 tot 128 en 129quater tot 184 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot vorming van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling sluiten, worden vervangen door de woorden "D.I.4, § 1, eerste lid, 5°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling alsook de door de Regering aangewezen diensten wegens hun expertise".

Art. 13.In artikel D.74, eerste lid, van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "volgens de modaliteiten van titel III van deel III van dit Wetboek" vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten van artikelen D.29-1 tot en met D.29-28".

Art. 14.In artikel D.75, § 4, tweede lid, 3° van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "D.29-11, § 1" vervangen door de woorden "D.29-24-2 tot en met D.29-24-5".

Art. 15.In artikel D.77, tweede lid, van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in 2° worden de woorden "van één van de bepalingen" opgeheven; 2° punt 7° wordt vervangen als volgt: "7° in het geval bedoeld in artikel D.65, § 3, laatste lid;"; 3° punt 8° wordt opgeheven.

Art. 16.In de titel van Bijlage II bij hetzelfde Boek worden de woorden "de artikelen D.64, § 1, en D.65, § § 2 en 3" vervangen door de woorden "artikel D.64, § 1".

Art. 17.In Bijlage III van hetzelfde Boek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de titel wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel D.64, § 2"; 2° in punt 3."Soorten en de kenmerken van het potentiële effect", eerste lid, worden de woorden "D.66, § 1," vervangen door "D.62, § 2,".

HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling

Art. 18.In artikel D.IV.34, eerste lid, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden de woorden "bedoeld in artikel D.68" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel D.65 van Boek I".

Art. 19.In artikel D.V.2 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 3°, tweede lid, worden de woorden "van artikel D.68" vervangen door de woorden "van artikel D.65"; 2° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "artikel 65" vervangen door de woorden "artikel D.62, § 1,". 3° in paragraaf 7, worden de woorden "van de artikelen D.64 en D.68" vervangen door de woorden "van de artikelen D.65 en D.75".

Art. 20.In artikel D.VII.13, tweede lid, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden de woorden "van artikel D.66" vervangen door de woorden "van artikel D.62, § 2, rekening houdend met de in bijlage III bedoelde relevante selectiecriteria".

Art. 21.In artikel D.VIII.1, 4°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/05/2018 pub. 06/06/2018 numac 2018202802 bron waalse overheidsdienst Decreet tot omzetting van Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2004 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en tot wijziging van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wat betreft de dematerialisatie en de administratieve vereenvoudiging en diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "de artikelen D.64, § 2, en D.68, § § 2 en 3" vervangen door de woorden "de artikelen D.64 en D.65".

Art. 22.In artikel D.VIII.31, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, vervangen door het decreet van 13 december 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2023 pub. 20/03/2024 numac 2024002233 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2024 type decreet prom. 13/12/2023 pub. 28/12/2023 numac 2023048538 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2024 sluiten, worden de woorden "artikel 64, § 2," vervangen door de woorden "artikel D.64".

HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 23.De bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op milieueffectbeoordelingsprocedures voor projecten waarvoor een bericht waarbij de voorafgaande informatievergadering in de media werd gepubliceerd vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet, aangekondigd wordt.

De bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op milieueffectbeoordelingsprocedures van plannen en programma's waarvoor de Regering, of de door haar daartoe aangewezen persoon, de ontwerp-inhoud van het milieueffectverslag evenals het ontwerp van plan of programmaontwerp aan het advies van de Beleidsgroep Leefmilieu, de betrokken gemeenten en elke persoon of instantie die ze nuttig acht te raadplegen vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Namen, 11 april 2024.

De Minister-President, E. DI RUPO De Vice-Minister-President en Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", en de Vaardigheidscentra, W. BORSUS De Vice-Minister-President en Minister van Klimaat, Energie, Mobiliteit en Infrastructuren, Ph. HENRY De Vice-Minister-President en Minister van Tewerkstelling, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie en Sociale Economie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten, Ch. MORREALE De Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid, V. DE BUE De Minister van Huisvesting, Plaatselijke Besturen en Stedenbeleid, Ch. COLLIGNON De Minister van Begroting en Financiën, Luchthavens en Sportinfrastructuren, A. DOLIMONT De Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn, C. TELLIER Nota (1) Zitting 2023-2024. Stukken van het Waals Parlement, 1643 (2023-2024) Nrs. 1 tot en met 6 Volledig verslag, plenaire zitting van 10 april 2024 Bespreking.

Stemming.


^