Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 26 juni 2008
gepubliceerd op 16 juli 2008

Besluit van de Waalse Regering waarbij beslist wordt een effectenonderzoek te laten doorvoeren met betrekking tot het voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" genaamd en de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2008202559
pub.
16/07/2008
prom.
26/06/2008
ELI
eli/besluit/2008/06/26/2008202559/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

26 JUNI 2008. - Besluit van de Waalse Regering waarbij beslist wordt een effectenonderzoek te laten doorvoeren met betrekking tot het voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" genaamd en de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain)


De Waalse Regering, Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 8 januari 2008 tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 augustus 2004 tot regeling van de werking van de Regering, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 16 september 2004, 15 april 2005 en 15 mei 2008;

Gelet op het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, inzonderheid op de artikelen 42 en 46;

Gelet op de artikelen 5, 9 en 20, lid 2, van het decreet van 20 september 2007 tot wijziging van de artikelen 1, 4, 25, 33, 34, 42, 43, 44, 46, 49, 51, 52, 58, 61, 62, 127, 175 en 181van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium en tot invoeging van artikel 42bis en tot wijziging van de artikelen 1, 4 en 10 van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid en tot invoeging van de artikelen 1bis, 1ter, 2bis en 9bis ;

Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 26 november 1987 tot aanneming van het gewestplan Luik;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2007 tot herziening van het gewestplan Luik en tot aanneming van het voorontwerp van herziening van het gewestplan met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" en op de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain).

Overwegende dat de Waalse Regering bij datzelfde besluit de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek waaraan het voorontwerp onderworpen moet worden, heeft goedgekeurd;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 oktober 2007 waarbij beslist wordt een effectenonderzoek te laten doorvoeren met betrekking tot het voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" genaamd en de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain);

Overwegende dat de procedure voor de herziening van het gewestplan Luik, opgestart met bedoeld besluit, niet verdergezet is kunnen worden voor zover de ontwerp-herziening van het gewestplan niet voorlopig is aangenomen door de Waalse Regering voor de inwerkingtreding van het zgn. programmadecreet van 19 februari 2007 betreffende de economische heropleving en de administratieve vereenvoudiging; dat heden de procedure gevolgd moet worden omschreven in de artikelen 42 en volgende van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium zoals gewijzigd bij voornoemd programmadecreet;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 21 februari 2008 ter bevestiging van het voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" genaamd en de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain), tot aanneming van de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 18 oktober 2007 waarbij beslist wordt een effectenonderzoek te laten doorvoeren op het voorontwerp;

Overwegende dat op 17 maart 2008 om de adviezen verzocht is van de "Commission régionale d'Aménagement du Territoire" (Gewestelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening) en de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" (Waalse Raad voor het Leefmilieu voor Duurzame Ontwikkeling) over de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek;

Overwegende dat de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable" in zijn advies van 8 april 2008 de gegevens over de omvang en nauwkeurigheidsgraad van de inlichtingen die het effectenonderzoek zal moeten bevatten, zoals hem voorgelegd, voldoende heeft bevonden;

Overwegende dat de "Commission régionale d'Aménagement du Territoire" in haar gunstig advies van 13 mei 2008 het voorstel maakt dat het onderzoek van de compensaties van fase 1 naar fase 2 van de inhoud van het effectenonderzoek wordt overgeheveld;

Overwegende dat de ontwerp-inhoud van het effectenonderzoek mits de opneming van die wijziging definitief aangenomen kan worden;

Overwegende dat de opgestarte procedure voor de herziening van het gewestplan Luik onverwijld verdergezet dient te worden door de bepalingen van artikel 42, lid 2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium uit te voeren;

Op de voordracht van de Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, Besluit :

Artikel 1.Er wordt een effectenonderzoek doorgevoerd met betrekking tot het voorontwerp van herziening van de gewestplannen Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" genaamd en de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain).

Art. 2.De omvang en de nauwkeurigheidsgraad van de gegevens die dat aangevulde effectenonderzoek bedoeld in artikel 1 dient te bevatten worden vastgesteld in de bijlage bij dit besluit met als opschrift "inhoud van het effectenonderzoek als bijlage bij dit besluit".

Art. 3.De Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 26 juni 2008.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE

Voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" en op de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain) BIJLAGE INHOUD VAN HET EFFECTENONDERZOEK 1.Het voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik (blad 34/6 S), aangenomen bij besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2007, bevat de opneming van : ? een ontginningsgebied met als overdruk het merk * S.24; ? een ontginningsgebied met als overdruk het merk * S.25; ? een ontginningsgebied met als overdruk het merk * S.26; ? een ontginningsgebied zonder overdruk; ? een landbouwgebied.

Het gebied met als overdruk het merk * S.24 wordt voorbehouden voor alles wat voor de herinrichting ervan nodig is. De omkeerbaarheid van de bestemming ervan tot landbouwgebied is effectief na afloop van de herinrichting.

Het gebied met als overdruk het merk * S.25 kan, als bestemming, weer omgevormd worden tot een landbouwgebied na afloop van de uitbating en de herinrichting.

De volledige herinrichting van de gebieden die het voorwerp zijn van de bijkomende voorschriften * S.24 et * S.25 en de overdracht van 5 ha gronden van de NV Tessenderlo aan de gemeente Oupeye worden als voorwaarden gesteld voor elke ontginning van het gebied aangegeven met de overdruk * S.26.

Het besluit bevat drie voorstellen voor een alternatieve compensatie : ? de herinrichting van het ontginningsgebied met als overdruk het merk * S.24; ? de afstand, voor de symbolische euro, van het deel van de betrokken gronden, eigendom van de aanvrager, aan de gemeente Oupeye; ? het storten door de NV Tessenderlo van een financiële compensatie van 50.000 euro voor projecten van algemeen belang opgestart door de gemeente Oupeye. 2. Omvang van het effectonderzoek en nauwkeurigheidsgraad van de gegevens (artikel 42, al.2, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium). 2.1. Omvang.

De milieu-effectenbeoordeling zal betrekking hebben op : ? de opneming van de vier delen van het ontginningsgebied; ? de herinrichting van de delen van het ontginningsgebied met als overdruk de merken * S.24 en * S.25; ? de planologische compensaties (zie hoofdstuk IV. Analyse van de compensaties); ? de alternatieve compensaties (zie hoofdstuk IV. Analyse van de compensaties). 2.2. Nauwkeurigheidsgraad van de gegevens.

Het hieronder overwogen bestek is een standaarddocument waarvan de precisiegraad geacht wordt voldoende te zijn wat betreft artikel 42 van het Wetboek.

Het onderzoek naar de menselijke, sociaaleconomische en milieueigenschappen wordt verricht op de schaal van het algemene grondgebied (fase 1) en op microgeografische schaal van het onderzochte grondgebied in termen van kwetsbare milieu- en drukfactoren (fase 2).

Fase 1 HOOFDSTUK I. - Omschrijving van het voorontwerp van plan 1. Doel van de gewestplanherziening (artikel 42, 1°). Ligging en oppervlakte van de ontginningszone(s) (of andere zones en/of omtrek(ken)voorzien in artkel 40 van het Wetboek) opgenomen in het voorontwerp van plan : ? exacte lokalisatie (provincie, gemeente(n), plaatsnaam, straat, bladnr. NGI, Lambert-coördinaten) en afbeelding op wegen- en topografische kaarten (1/50 000e en 1/10 000e) + orthofotoplan op 1/10 000e; ? kadastrale percelen betrokken bij de herziening van het gewestplan en op NGI-achtergrond overgedrukt op 1/10 000e en 1/25 000e; de totale oppervlakte die het eigendom is van de aanvrager, bepalen; ° (huidige en geplande) bestemmingen in het gewestplan (kaarten 1/10 000e en 1/25 000e); de oppervlakten van de zones waarvan de bestemming verandert (met inbegrip van de omtrekken bedoeld in artikel 40 van het Wetboek) nader bepalen.

In voorkomend geval de bepaalde bijkomende voorschriften nader omschrijven (zie artikel 41 van het Wetboek). 2. Identificatie en explicitatie van de doelstellingen van de herziening van het gewestplan (artikel 42, 1°). Doel is de doelstellingen van de Regering bedoeld in het besluit van voorontwerp van het plan voor het publiek duidelijk en begrijpelijk maken.

Het is geen kopieerwerk en ook geen interpretatie. 3. Kritische analyse van de verenigbaarheid van de doelstellingen van het voorontwerp ten opzichte van de relevante plannen en programma's (artikel 42, 1°). Die analyse dient ondere andere de controle te bevatten van de verenigbaarheid van de doelstellingen van het voorontwerp met de belangen voorgesteld in de gewestelijke regelgeving en beleidsteksten, namelijk het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, en de verschillende plannen en programma's zoals het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, het milieubeleidsplan voor de duurzame ontwikkeling, het bijgewerkte toekomstcontract voor Wallonië.

De doelstellingen van bedoelde gewestelijke documenten moeten niet samengevat worden. Wat wel gedaan moet worden, is de doelstellingen van het voorontwerp analyseren ten opzichte van die documenten. HOOFDSTUK II. - Sociaaleconomische verantwoording van het voorontwerp In dit hoofdstuk wordt nagegaan of de gronden opgenomen als ontginningsgebied in het gewestplan op een relevant grondgebied (nader te bepalen) op de vraag kunnen ingaan en worden de voornaamste sociaaleconomische effecten van de herziening van het gewestplan aangeduid. ( Artikel 42, 2°). 1. Evaluatie van de behoefte.1. Kenmerken van het product. Specifieke kenmerken, toegevoegde waarde en gebruiksvormen van het product, benoeming van de concurrerende of vervangingsproducten en van de voor- en nadelen in vergelijking met het overwogen product ten opzichte van de concurrerende producten, het soort vervoer dat gebruikt wordt en het aandeel van het vervoer in de kostprijs van het product. 1.2 Evaluatie van de vraag.

Hier worden de perspectieven inzake de productie door de exploitant ten opzichte van de markperspectieven van de ontgonnen stof geëvalueerd. 1.2.1. Globale markt van de stof : huidige toestand en ontwikkelingsperspectieven ? De huidige (daadwerkelijke en potentiële) afzetmogelijkheden van de ontgonnen stof evalueren ten opzichte van de verschillende gebruiksvormen (in voorkomend geval het belang van de ontgonnen rotsgesteenten op erfgoedvlak aangeven), alsook de schaal van de markt (afzetkring), van het lokale naar het internationale vlak. Als de denkoefening relevant is, de voornaamste ondernemingen die heden (daadwerkelijk en potentieel) klant zijn, noemen en op een kaart aangeven, alsook aangeven welk belang zij kunnen halen uit de inbedrijfname van de locatie; in het tegenovergesteld geval, de afzetkring in kaart brengen en nader omschrijven. - Evolutie van de markt de volgende dertig jaar : Er zal met name rekening worden gehouden met de evolutie van de gebruiksvormen van het product, de ontwikkeling van vervangingsproducten en de vermoedelijke evolutie in de vervoerskosten. 1.2.2. Plaats die de onderneming bekleedt op de (huidige en toekomstige) markt. - Omschrijving van de concurrentie, zowel regionaal als internationaal, die dezelfde stof ontgint en dezelfde afzetkring bespeelt (elke concurrerende site op een kaart aanduiden). - Raming van het relatieve marktaandeel van de onderneming (zie hoger). ? Groeiperspectieven van de onderneming afhankelijk van de marktevolutie en de productieperspectieven van de concurrerende ondernemingen (eveneens de verzoeken om herziening van gewestplannen in overweging nemen). 1.2.3. Conclusie over de productieperspectieven van de onderneming over dertig jaar. 1.3 Evaluatie van het aanbod.

Het aanbod van de te ontginnen stof dat kwalitatief én kwantitatief de onder 1.2.3. gevalideerde vraag kan dekken, wordt hier geëvalueerd.

Die evaluatie gebeurt in twee stappen. ? In een eerste stap wordt het huidig in bedrijf zijnde ontginningsgebied onderzocht. ? In een volgende stap worden de ontginningsgebieden onderzocht die overeenstemmen met een gelijkaardige afzetting, opgenomen op het gewestplan in de hierboven aangegeven afzetkring en die niet beantwoorden aan de ontwikkelingsperspectieven van de concurrerende ondernemingen opgegeven in 1.2.2.

Voor elke site die op een kaart wordt aangegeven, worden de kenmerken van de afzetting aangegeven : kwaliteit van de gesteenten (beschikbare natuur- en scheikundige analyses of kwaliteitslabels), geschatte reserves (berekeningsmethodes uitleggen) en uitbaatmogelijkheden.

Nagegaan dienen te worden : de bereikbaarheid van de site, de aanwezigheid van de nodige infrastructuren, de mogelijkheid om de exploitatie te verrichten in functie van de voornaamste bodembezettingen (gevolgen van de onverenigbaarheid van de ontginningsactiviteit met de andere bodembezettingen en de menselijke activiteiten), en de plaats van de site tegenover de bestaande uitbating en de huidige en toekomstige afnemers. 1.4. Conclusie over de evaluatie van de behoeften.

De conclusie betreft de noodzaak om een ontginningsgebied uit te breiden of op te richten op het gewestplan in de aangegeven afzetkring. 2. Sociaaleconomische gevolgen. Hier wordt de daaruit voortvloeiende economische activiteit geschat (zowel voor als na de ontginning) door de uitbating, rechtstreekse en onrechtstreekse werkgelegenheid en de financiële impact (belastingen, retributies,...). HOOFDSTUK III. - Validering van de ligging van het voorontwerp Identificatie en analyse van de liggingsvarianten Het gaat er hier om op schaal van de afzetkring de ligging van het voorontwerp al dan niet te valideren : ? ten opzichte van de gewestelijke opties die op dit grondgebied toepasselijk zijn; ? in functie van de in 1.3. onderkende liggingscriteria, en, in voorkomend geval, liggingsvarianten die voldoen aan deze elementen binnen dat grondgebied te zoeken (artikel 42, 11°). 1. Ruimtelijke overschrijving van de grote gewestelijke opties. De opties die bij gewestelijke beleidsdocumenten bepaald worden (gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, milieubeleidsplan voor de duurzame ontwikkeling, Toekomstcontract, overkoepelende beleidsplannen,...) worden overgeschreven op het grondgebied dat de afzetkring uitmaakt. 2. Benadrukking van de voornaamste liggingscriteria die beantwoorden aan de doelstellingen van het voorontwerp zoals geldig verklaard in punt 3 van hoofdstuk I Volgende gegevens worden in ieder geval onderzocht : 2.1. Kenmerken van de afzetting : kwaliteit van de gesteenten (beschikbare natuur- en scheikundige analyses of kwaliteitslabels), geschatte reserves (berekeningsmethodes uitleggen) en uitbaatmogelijkheden. 2.2. Ligging van de site tegenover bestaande uitbating en tegenover huidige en toekomstige afnemers. 2.3. Bereikbaarheid. 2.4. Bestaan van noodzakelijke infrastructuren. 2.5. Uitbaatmogelijkheden in functie van de voornaamste bodembezettingen gevolgen van de onverenigbaarheid van de ontginningsactiviteit met de andere bodembezettingen en de menselijke activiteiten). 3. Validering van de ligging van het ontginningsgebied van het voorontwerp. Hier wordt nagegaan of de ligging van het voorontwerp niet in tegenspraak komt te staan met de gewestelijke opties onderkend in punt 1 en of de liggingscriteria uiteengezet in punt 2 naleeft. 4. Onderzoek naar en presentatie van wisseloplossingen inzake ligging van het voorontwerp. Doel is liggingsvarianten voor het voorontwerp te zoeken door de liggingscriteria toe te passen die naar voren zijn gekomen in punt 2 toe te passen op het grondgebied van de afzetkring waarbij rekening wordt gehouden met de gewestelijke opties bepaald in punt 1.

Die liggingsvarianten worden beknopt voorgesteld. 5. Keuze van wisseloplossingen inzake ligging. Hier wordt de vergelijking gemaakt van het ontginningsgebied van het voorontwerp en van de liggingsvarianten wat betreft : ? de gewestelijke opties; ? de liggingscriteria; ? de menselijke, sociaaleconomische en ecologische potentialiteiten en drukfactoren van het grondgebied van de afzetkring; ? ... ? de kostprijs van de ontsluiting voor de gemeenschap, en worden één of meer liggingsvarianten uitgekozen.

Als er geen enkele liggingsvariant beter aan de liggingscriteria beantwoordt dan het voorontwerp, hoeft er geen wisseloplossing uitgekozen te worden.

Fase 2 HOOFDSTUK IV. - Aanwijzing en analyse van de drukfactoren en de potentialiteiten van de sites uit de voorontwerpen en van de liggingsvarianten 1. Omschrijving van het regelgevend verband 1.1. Inrichtingsgebieden en -omtrekken conform de regelgeving. 1.1.1. Gewestelijk niveau (gewestplan, gewestelijk stedenbouwkundig reglement, saneringsplan per onderstroomgebied, algemeen reglement op gebouwen in landbouwgebieden,...). 1.1.2. Gemeentelijk niveau (bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk plan van aanleg, gemeentelijk milieuplan voor duurzame ontwikkeling, gemeentelijk natuurbevorderingsplan, gemeentelijk structuurplan, gemeentelijk stedenbouwkundig reglement, algemeen gemeentelijk afwateringsplan,...). 1.2. Goederen waarvoor een bijzondere regelgeving geldt. 1.2.1. Fauna en flora (rechtsstatuut van de bossen en wouden, natuurpark, natuurreservaten, Natura 2000-omtrekken, ruimten van gemeenschapsbelang, natuurlijke habitats (decreet van 6 december 2001) en soorten van gemeenschapsbelang,...) (artikel 42, 5°). 1.2.2. Menselijke activiteiten (rechtsstatuut van de wegen en verkeerswegen, autonoom net voor traag verkeer, industrieën en uitrusting met een hoog SEVESO-risicogehalte,...) (artikel 42, 6°). 1.3. Omtrekken met vergunningsplicht en beperking van burgerlijke rechten (bestaande verkavelingen, omtrekken waarin het Rampenfonds tussenbeide kwam, onroerende goeden met voorkooprecht, onroerende goeden met onteigening ten algemenen nutte,...). 1.4. Omtrekken die blijvend deel uitmaken van operationele inrichtingsmaatregelen (ruilverkavelingsomtrekken, stadheroplevingsomtrekken, stadsvernieuwingsomtrekken, bevoorrechte initiatiefgebieden,...). 1.5. Erfgoed- en archeologische sites (beschermde monumenten en sites, met inbegrip van de archeologische opgravingen, monumentaal erfgoed van België, lijst der waardevolle bomen en heggen,...). 6. Drukfactoren van leefmilieuaard (ondergrondse holten van wetenschappelijk belang, vochtige gebieden met een biologisch belang, riviercontracten, gevoelige natuurgebieden, biologisch zeer waardevolle gebieden, speciaal beschermde gebieden voor avifauna, oppervlakte met een landschappelijke waarde, dichtbijgelegen en afgelegen preventiegebieden, toezichtsgebieden op waterwinningen, kwetsbare gebieden met de voornaamste waterhoudende lagen,...). 7. De regelgevingstoestand van het bedrijf (vergunningen en toelatingen voor de huidige site, beroepsverzoeken, eventuele overtredingen op het gewestplan of de vergunningen,...) als het voorontwerp de uitbreiding van het bedrijf beoogt. 2. Omschrijving van de menselijke en leefmilieukenmerken van de betrokken sites (artikel 42, 3°). De uitgestrektheid van dat grondgebied wordt aangepast volgens de in het vooruitzicht gestelde kenmerken. Ze wordt nader bepaald en punt voor punt beargumenteerd door het studiebureau. 2.1. Menselijke kenmerken. 2.1.1. Bebouwing - Materiële goederen en erfgoederen (stedenbouwkundige structuur en architecturale morfologie van de bebouwing en de openbare ruimten, cultureel erfgoed (beschermde sites en goederen, beschermde gebieden,...), dichtheidskaarten en ontwikkelingspolen). 2.1.2. Boven- en ondergrondse openbare infrastructuren en uitrustingen (wegen, spoorwegen, hoogspanningslijnen en zeer hoge spanningslijnen, telefoonlijnen, ondergrondse leidingen,...) + cartografie en evolutie van de capaciteiten). 2.1.3. Menselijke activiteiten (aard en kenmerken van de huidige en potentiële activiteiten w.o. landbouw, toerisme, gevoelige sociaal-culturele uitrustingen zoals rusthuizen, scholen, kinderopvangcentra, ziekenhuizen, andere gevoelige menselijke bezigheden of (SEVESO) industriële activiteiten,...). 2.2. Leefmilieukenmerken. 2.2.1. Geologie (Wordt indien nodig besproken). 2.2.2. Pedologie (karakterisering van de bodemsoort, kwaliteit en zeldzaamheid, een uittreksel van de pedologische kaart bijvoegen). 2.2.3. Hydrologie en hydrogeologie (stroomgebieden, deelstroomgebieden, categorie van de waterlopen, watervlakken, hydrogeologische kaart, waterhoudende laag (soort opgeven), piezometrie, waterwinningen, kwetsbare gebieden, beschermings- en bewakingsgebieden, gebieden onderhevig aan drukfactoren vanwege het leefmilieu,...). 2.2.4. Topografie en landschappen (geomorfologie en landschappelijk waardevolle omtrekken, ADESA-vergezichten, uitzicht op het landschap vanaf de site en op de site vanuit een afgelegen punt in de omtrek + foto's,...). 2.2.5. Lucht en klimaat (beschikbare gegevens over de luchtkwaliteit recht tegenover de woningen en de woon-, de recreatiegebieden, de gevoelige gebieden zoals de dichtstbijgelegen rusthuizen, scholen, kinderopvangcentra, plaatsing van Owen-meetinstrumenten, klimaatgegevens, overheersende windrichting, op grond van de gegevensverwerking van het dichtstbij gelegen weerstation, luchtmonsters en -analyses, natuurschermen, ingebedde valleien, bijzondere situaties,...). 6. Geluidshinder en trillingen (huidige bronnen en niveaus (akoestisch onderzoek) recht tegenover de woningen en de woongebieden, recreatiegebieden, gevoelige gebieden zoals rusthuizen, scholen, kinderopvangcentra en de dichtstbijgelegen gebieden met een technologisch risico, bestaande of gemeten gegevens, de plaatsen van de metingen aangeven, alsook data en uren). Fauna en flora (inventaris en omschrijving van de soorten en de habitats, de bijzondere biotopen, de aquatische en moerasbiotopen, eventuele aanwezigheid van soorten en beschermde milieus). 3. Conclusies over de analyses van de drukfactoren en de potentialiteiten (artikel 42, 3°). HOOFDSTUK V. - Aanduiding van de waarschijnlijke gevolgen van de uitvoering van het ontwerp op mens en leefmilieu Doel is de niet-verwaarloosbare vermoedelijke drukfactoren en effecten (cumulatieve secundaire synergische, korte-, middelange- en langetermijneffecten, permanente en tijdelijke zowel positieve als negatieve effecten) op mens en leefmilieu duidelijk te maken (artikel 42, 8°).

Indien de uitvoering van het (de) ontginningsgebied(-en) gefaseerd verloopt, dienen de effecten bepaald te worden in de verschillende stadia van die uitvoering.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de effecten op de site beoogd bij het voorontwerp en de effecten op de naburige gebieden.

Die analyse dient uitgevoerd te worden voor de site van het voorontwerp en de liggingsvarianten. 1. Impact op de leefkwaliteit (gezondheid, veiligheid, hygiëne,...). 1.1. Bebouwing : (verband van het project met de bestaande agglomeratie en de aangrenzende eigendommen, verenigbaarheid met eventuele ontwikkelingsschema's, met de bestaande uitrustingen en de infrastructuur). 1.2. Effecten op de materiële goederen en het culturele erfgoed : (beschermde monumenten en sites en archeologische opgravingen, barsten in gebouwen, aantasting van de stabiliteit van de gebouwen, verdwijning of verslechtering van gemeentepaden en wegen, ondergrondse leidingen (water, elektriciteit, gas, telefoon,...), elektrische lijnen,...). 1.3. Verkeer : (rechtstreeks, onrechtstreeks - aantal vrachtwagens per dag, reisweg, nuttig laadvermogen, effecten op het wegen- en snelwegnet, de infrastructuren en de mobiliteitsstromen,...). 1.4. Mijnschoten : (trillingen recht tegenover de woningen en de woongebieden, recreatiegebieden, gevoelige gebieden zoals de dichtstbijgelegen rusthuizen, kinderopvangcentra en de dichtsbijgelegen gebieden met een technologisch risico, site-effecten,...). 1.5. Geluidshinder : (recht tegenover de woningen en de woongebieden, recreatiegebieden, gevoelige gebieden zoals de dichtstbijgelegen rusthuizen, scholen, kinderopvangcentra). 1.6. Lucht en klimaat : (stof - installatie van Owen-meetinstrumenten -, mistvorming, geurhinder,...). 1.7. Topografie en landschappen :(tijdens en na de ontginningsactiviteit, synthesefoto's maken). 2. Impact op de menselijke activiteiten : (toeristische activiteiten, SEVESO-activiteiten, land- en bosbouwbedrijvigheid,...) (artikel 42, 9°). 3. Impact op bodem en ondergrond : (karst, mijnwerkzaamheden, grondverschuiving, erosie, of andere geotechnische drukfactoren,...). 4. Impact op de hydrogeologie en hydrologie. 4.1. Wijziging van het hydrogeologisch stelsel : (verlaging van de grondwaterstand, grondverzakking, invloed op de waterwinningen en het hydrografisch stelsel,...). 4.2. Wijziging van het hydrologisch stelsel : (debiet en vuilvracht van de waterlopen, overstromingen na lozing van bemalingswater, verdwijning/ontstaan van vochtige gebieden,...). 4.3. Inzet van tot drinkwater verwerkbare watervoorraden. 5. Impact op de fauna, de flora, de biodiversiteit. Tijdens en na de uitvoering van het project, verslechtering en verlies van faunistische habitats en ecosystemen, potentiële impact op soorten en habitats van soorten, met een gemeenschapsbelang, Natura 200-mtrekken,... (wetgeving inzake natuurbehoud en Europese Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG). 6. Interactie tussen die verschillende factoren.7. Kenmerken van de gebieden die op niet-verwaarloosbare wijze beïnvloed zouden kunnen worden (artikel 42, 4°).Doel is om ten opzichte van de punten 1 t.e.m. 6 zoals hierboven de gebieden aan te duiden die op niet-verwaarloosbare wijze beïnvloed zouden kunnen worden, de leefmilieukenmerken van die gebieden aan te geven en erop te wijzen hoe die kenmerken door het ontwerp gewijzigd dreigen te worden. HOOFDSTUK VI. - Onderzoek naar de uit te voeren maatregelen ter voorkoming, vermindering of compensatie van de negatieve effecten of ter versterking of verhoging van de positieve effecten van het voorontwerp of de liggingsvarianten 1. Voorstelling van de afbakenings- en uitvoeringsvarianten (artikel 42, 11°). De afbakeningsvarianten zijn wisseloplossingen voor de omtrek van het (de) ontginningsgebied(en).

De uitvoeringsvarianten beantwoorden bijvoorbeeld aan : - een nadere omschrijving van de bestemmingen van het (de) gebied(en); - een fasering van de bezetting; - technische uitrustingen of bijzondere inrichtingen,...

Op schaal van het invloedsgebied zijn de grondslagen voor de aanduiding van de afbakeningsvarianten en de uitvoeringsvarianten : - beantwoorden aan de doelstellingen van het voorontwerp; - beantwoorden (artikel 1, § 1) aan het bepaalde van het Wetboek en andere gewestelijke regelgevende of beleidsbepalende documenten; - zo goed mogelijk gebruik maken van de potentialiteiten en de dwingende omstandigheden van het gebied : de negatieve effecten zo klein mogelijk houden en de positieve effecten begunstigen op sociaal, economisch en ecologisch vlak. 2. Uit te voeren maatregelen (artikel 42, 10°). De uit te voeren maatregelen ter voorkoming, vermindering of compensatie van de negatieve effecten of ter versterking of verhoging van de positieve effecten op het leefmilieu dienen voor elke variant aangeduid te worden.

Als dergelijke maatregelen in het voorontwerp aanwezig zijn, dient nagegaan te worden of ze afgestemd zijn op de doelstellingen van de herziening en de bijzonderheden van de omgeving. Indien nodig kunnen nieuwe voorschriften worden toegevoegd. 2.1. Aanpassing van de regelgevende zonering (met inbegrip van de omtrekken bedoeld in artikel 40 van het Wetboek). 2.2. Opstellen van bijkomende voorschriften.

Die bijkomende voorschriften kunnen het volgende inhouden (artikel 41 van het Wetboek) : ? een nadere omschrijving van de bestemmingen van het (de) gebied(en); ? (de uitvoering van een gemeentelijk plan van aanleg); ? (de fasering van de bezetting van het (de) gebied(en); ?de omkeerbaarheid van de bestemmingen indien er geen uitvoering is na verloop van een bepaalde tijd. ? ... 2.3. Aanduiding van technische uitrustingen en bijzondere inrichtingen. 4. Geschatte doeltreffendheid van die niet-herleidbare maatregelen en residuele effecten.3. Opmeten in hoeverre de doelstellingen die relevant zijn voor de bescherming van het menselijk en natuurlijk milieu in het kader van de herziening van het gewestplan in rekening zijn gebracht (artikel 42, 7°). De in overweging te nemen doelstellingen inzake bescherming van het leefmilieu slaan minstens op volgende onderwerpen : de biodiversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodems, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goederen, het culturele erfgoed met inbegrip van het architectonisch en het archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen die factoren.

Het betreft de doelstellingen inzake milieubescherming die "relevant" zijn voor bedoeld plan. De relevantie van een doelstelling wordt beoordeeld naar de waarschijnlijke aanzienlijke effecten van het plan op het leefmilieu zoals hierboven omschreven.

De in overweging te nemen doelstellingen inzake bescherming van het leefmilieu zijn die, welke vastgesteld zijn op internationaal, communautair of lidstatenniveau.

Wat het communautaire niveau betreft, kunnen die doelstellingen afgeleid worden uit meer bepaald het zesde milieuactieprogramma, maar eveneens uit de verschillende Europese richtlijnen zoals de kaderrichtlijn voor het waterbeleid.

Bij opname van de internationaal of Europees vastgestelde doelstellingen in nationaal, gewestelijk of lokaal vastgestelde doelstellingen hoeven enkel laatstgenoemden in overweging te worden genomen. 4. Vermoedelijke evolutie van de leefmilieutoestand als het plan niet wordt uitgevoerd (artikel 42, 3°). Hier wordt de waarschijnlijke ontwikkeling van de leefmilieukenmerken opgegeven van de gebieden die op niet-verwaarloosbare wijze beïnvloed zouden kunnen worden (zie hoofdstuk IV, punt 7) indien een herziening van het gewestplan uitblijft. HOOFDSTUK VII. - Analyse van de compensaties Dit hoofdstuk strekt ertoe de effecten van de door de Waalse Regering voorgestelde compensaties te bestuderen.

Terzake worden de effecten van de planologische compensaties en de alternatieven opgenomen in het voorontwerp van herziening van het gewestplan van 14 juni 2007 bestudeerd, met name : - als planologische compensatie : ? de opneming van 8,1 ha in het geucht "Xhavée de Froidmont" in landbouwgebied; - als alternatieve planologische compensatie : - de herinrichting van het ontginningsgebied met als overdruk het merk * S.24; ? de afstand, voor de symbolische euro, van het deel van de betrokken gronden, eigendom van de aanvrager, aan de gemeente Oupeye; ? het storten door de NV Tessenderlo van een financiële compensatie van euro 5 0.000 voor projecten van algemeen belang opgestart door de gemeente Oupeye. ? de herinrichting van de speelplaatsen van de scholen Centre en Briquet in Heure-le-Romain; ? de herinrichting van de overdekte speelplaats van de school Briquet; ? de tenuitvoerlegging van projectfiches van het toekomstige gemeentelijke plan voor natuurontwikkeling. HOOFDSTUK VIII. - Verantwoordingen, aanbevelingen en termijnen van de uitvoering 1. Verantwoording en vergelijking van het voorontwerp en de verschillende afbakenings- en uitvoeringsvarianten (artikel 42,11°). De verantwoording gebeurt op grond van artikel 1, § 1eren 46, § 1, lid 2, 3°, van het Wetboek en de analyse van de voorgaande hoofdstukken.

In de vorm van een tabel berust de vergelijking minstens op onderstaande elementen : effecten (zowel positieve als negatieve) op het leefmilieu, uit te voeren maatregelen ter verzachting van de maatregelen, overige effecten.

Erop wijzen welke de voornaamste potentialiteiten en drukfactoren van het herzieningsontwerp van het gewestplan zijn.

Conclusies over de aanvraag en, in voorkomend geval, aanbevelingen formuleren. 2. In het vooruitzicht gestelde maatregelen voor de opvolging van de uitvoering van het gewestplan (artikel 42, 13°). Zaak is, de lijst op te maken van de niet-verwaarloosbare effecten, opvolgingsindicatoren voor die effecten voor te stellen, wijze van berekening of vaststelling ervan, de gebruikte gegevens en hun bron, evenals hun grenswaarden.

De auteur kan raad geven over punten die in het vergunningsaanvraagdossier en het effectonderzoek van het ontwerp uitgewerkt moeten worden. HOOFDSTUK IX. - Omschrijving van de evaluatiemethode en van de gerezen moeilijkheden 1. Omschrijving van de evaluatiemethode en van de gerezen moeilijkheden (art.42, 12°) Doel is de specifieke elementen van de evaluatiemethode te omschrijven en de moeilijkheden te bepalen die met name tijdens de verzameling van gegevens en de methodes voor de schatting van de behoeften ondervonden zijn. 2. Grenzen van het onderzoek (artikel 42, 12°). De auteur van het onderzoek geeft aan welke moeilijkheden gerezen zijn en op welke punten hij niet dieper is kunnen ingaan en die eventueel uitgediept kunnen worden in toekomstige effectonderzoeken.

Bibliografie

Niet-technische samenvatting Inhoudstafel, gevolgd door de lijst van de kaarten, figuren en foto's (met opgave van het nummer van de bladzijde waar ze zich bevinden).

De niet-technische samenvatting is een onafhankelijk document van hoogstens dertig tekstbladzijden. Met een kaart-, figuur- en kleurenfotodocumentatie.

Dat document moet het effectonderzoek van het plan samenvatten en het omzetten naar een niet-technische taal om het begrijpelijk te maken voor een publiek van niet-kenners en de deelneming van de burgers aan het openbaar onderzoek bevorderen.

De voorgestelde positieve en negatieve effecten en verzachtende maatregelen (aanbevelingen) worden in een samenvattingstabel gepresenteerd.

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 juni 2008 waarbij beslist wordt een effectenonderzoek te laten doorvoeren met betrekking tot het voorontwerp van herziening van het gewestplan Luik met het oog op de opneming van een ontginningsgebied op de locatie "Boyou" genaamd en de herbestemming als landbouwgebied van een ontginningsgebied op het grondgebied van de gemeente Oupeye (Heure-le-Romain);

Namen, 26 juni 2008.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE

^