Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 29 mei 2009
gepubliceerd op 14 augustus 2009

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen

bron
vlaamse overheid
numac
2009203660
pub.
14/08/2009
prom.
29/05/2009
ELI
eli/besluit/2009/05/29/2009203660/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

29 MEI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen


De Vlaamse Regering, Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, artikel 3, § 1, 1°, vervangen bij de wet van 29 december 1990;

Gelet op het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 6, 58 en 74;

Gelet op verordening (EG) nr. 13/2009 van de Raad van 18 december 2008 tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening), met het oog op het opzetten van een schoolfruitregeling;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven 17 maart 2009;

Gelet op de gecoördineerde wetten op de Raad van State, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat met dit besluit uitvoering wordt gegeven aan verordening (EG) nr. 288/2009 van de Commissie van 7 april 2009;

Overwegende dat de leerlingen van bij de aanvang van het schooljaar 2009-2010 in de mogelijkheid moeten zijn om van de schoolfruitregeling te kunnen genieten;

Overwegende dat dit besluit, gelet op het feit dat de onderwijsinstellingen zich op de toepassing ervan moeten voorbereiden bij het einde van dit schooljaar in werking moet treden;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid en de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1°de bevoegde entiteit : het Agentschap voor Landbouw en Visserij; 2° groenten en fruit : producten van de sector verse groenten en fruit en de sector bananen, vermeld in verordening (EG) nr.1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening); 3° de ministers : de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;4° de onderwijsinstelling : een pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt en waaraan door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een uniek instellingsnummer toegekend is;5° de regionale strategie : de strategie opgesteld door het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3 van de verordening;6° de verordening : verordening (EG) nr.288/2009 van de Commissie.

Art. 2.Afhankelijk van de kredieten op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap die daartoe goedgekeurd zijn, kunnen de ministers een subsidie toekennen aan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, vermeld in artikel 4 van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 4 en 5 van dit besluit en in artikel 7 van de verordening.

Art. 3.Om voor de subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de onderwijsinstellingen, vermeld in artikel 2, door de bevoegde entiteit zijn erkend.

De erkenningsaanvraag moet jaarlijks voor 30 september van het schooljaar in kwestie bezorgd worden aan de bevoegde entiteit.

De ministers bepalen de wijze waarop de erkenningsaanvraag moet worden ingediend.

Art. 4.§ 1. Om erkend te worden,moeten de onderwijsinstellingen : 1° zich er schriftelijk toe verbinden : a) de gesubsidieerde groenten en fruit aan de leerlingen te verstrekken, in één portie per week gedurende minstens dertig weken per schooljaar, niet als onderdeel van de schoolmaaltijden;b) de ouders op de hoogte te brengen van de verstrekking van gesubsidieerde groenten en fruit;c) alleen subsidies te vragen voor (verse) producten die gesubsidieerd kunnen worden overeenkomstig artikel 3 van de verordening;d) de gesubsidieerde groenten en het gesubsidieerde fruit alleen te gebruiken voor ingeschreven leerlingen;e) een steunaanvraag in te dienen die voor elke soort subsidieerbaar product afzonderlijk melding maakt van de tijdens de maand aangekochte hoeveelheden en de betaalde prijs;f) zich te onderwerpen aan de controles van de ambtenaren die belast zijn met de uitvoering van verordening (EG) nr.485/2008 van de Raad van 26 mei 2008 inzake de door de lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van het Europees Landbouwgarantiefonds; g) de ten onrechte betaalde steun terug te betalen voor de betreffende hoeveelheden als overeenkomstig artikel 13 van de verordening geconstateerd wordt dat de artikelen 4, 5 en 6 van dit besluit niet worden nageleefd,of dat de steun werd ontvangen voor grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden die voortvloeien uit de toepassing van artikel 13, van de verordening;h) om in een bijdrage van de onderwijsinstelling van minstens 2 euro per leerling te voorzien;i) om een contract te sluiten met een leverancier conform het door de bevoegde entiteit ter beschikking gestelde modelcontract en een kopie hiervan over te maken aan de bevoegde entiteit;j) de verbintenissen vermeld in artikel 7 van de verordening na te leven.2° aangeven hoeveel leerlingen erbij betrokken zijn. § 2. De onderwijsinstellingen verbinden zich tot de verbintenissen, vermeld in § 1, door het indienen van de erkenningsaanvraag.

Art. 5.De erkende onderwijsinstellingen kunnen een steun verkrijgen van maximaal 4 euro per ingeschreven leerling per jaar als ze aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de verbintenis, vermeld in artikel 4, 1°, naleven;2° een bijdrage leveren van minstens 2 euro per leerling per jaar, waarbij de onderwijsinstellingen zelf kunnen beslissen hoe deze bijdrage gefinancierd wordt;3° geen producten verstrekken die niet zijn opgenomen in bijlage 1 van de verordening;4° alleen steun vragen voor de verstrekking van groenten en fruit op schooldagen;5° een overzicht bijhouden waarin de volgende gegevens worden vermeld : a) de leverancier van de groenten en fruit;b) de soorten aangekochte groenten en fruit;c) het factuurnummer;d) de aankoopprijs;e) de aangekochte hoeveelheid. De ministers kunnen die voorwaarden verder uitwerken.

Art. 6.Er worden geen voorschotten uitbetaald.

Art. 7.Onderwijsinstellingen kunnen steunaanvragen maandelijks of trimestrieel indienen.

De inhoud van de steunaanvragen en de wijze waarop ze ingediend moeten worden, worden door de ministers bepaald.

Art. 8.De onderwijsinstelling moet gedurende ten minste drie jaar alle bewijsstukken, zoals leveringsbonnen, facturen en steunaanvragen bewaren en ze ter beschikking houden van de ambtenaren die met de controle belast zijn.

Art. 9.Als aan een van de verplichtingen, vermeld in de artikelen 3 tot 8 van dit besluit, en de verordening, niet voldaan is, zal de bevoegde entiteit de erkenning, overeenkomstig artikel 9 van de verordening schorsen of intrekken.

Art. 10.§ 1. Onterecht uitbetaalde steun wordt overeenkomstig artikel 13, lid 9 van de verordening teruggevorderd. § 2. Met behoud van de toepassing van § 1 wordt bij een ernstige nalatigheid, zoals het niet naleven van de verbintenis, vermeld in artikel 4, of een valse verklaring, de sanctie vermeld in artikel 13, lid 10 van de verordening toegepast.

Art. 11.Een bezwaarschrift tegen de genomen beslissing tot schorsing, vermeld in artikel 9, of tot terugbetaling van de onterecht ontvangen steun, vermeld in artikel 10, kan ingediend worden per aangetekende brief bij de bevoegde entiteit, binnen een maand na de mededeling van de beslissing.

Art. 12.Met behoud van de toepassing van artikel 10 van het besluit, de bepalingen van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen, worden overtredingen van de bepalingen van dit besluit opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.

Art. 13.De ministers kunnen aanvullende maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit besluit.

Art. 14.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2009.

Art. 15.De Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij, en de Vlaamse minister bevoegd voor het gezondheidsbeleid zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 29 mei 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme, Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Mevr. V. HEEREN

^