gepubliceerd op 13 oktober 2026
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure en voorwaarden voor de erkenning van particuliere radio-omroeporganisaties en de toekenning van de zendvergunningen aan particuliere erkende radio-omroeporganisaties
25 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure en voorwaarden voor de erkenning van particuliere radio-omroeporganisaties en de toekenning van de zendvergunningen aan particuliere erkende radio-omroeporganisaties
Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993. - het
decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
27/03/2009
pub.
30/04/2009
numac
2009035356
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende radio-omroep en televisie
sluiten betreffende radio-omroep en televisie, artikel 129 eerste, derde en vierde lid vervangen bij decreet van 10 juli 2026, 138, § 2 vervangen bij decreet van 10 juli 2026, 143/2, § 2 gewijzigd bij de decreten van 23 december 2016 en 10 juli 2026, 145, § 2 gewijzigd bij de decreten van 23 december 2016 en 10 juli 2026, 146/2 ingevoegd bij decreet van 10 juli 2026, 146/5, § 2 ingevoegd bij decreet van 10 juli 2026, 148 vierde lid, vervangen bij decreet van 10 juli 2026, 149, vervangen bij decreet van 10 juli 2026, 150/0 ingevoegd bij decreet van 10 juli 2026, § 2, ingevoegd bij decreet van 10 juli 2026, 193, § 3 gewijzigd bij de decreten van 23 december 2016, 3 juni 2022, 12 februari 2021 en 10 juli 2026, 195, gewijzigd bij decreet van 10 juli 2026, 196, gewijzigd bij decreet, 218, § 1, het laatst gewijzigd bij decreet van 19 december 2025, 220, § 4, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012 en 19 maart 2021, 228 eerste lid, het laatst gewijzigd bij decreet van 10 juli 2026, 243/2, § 2, 243/3 § 2 en 243/5 ingevoegd bij decreet van 10 juli 2026.
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 3 juni 2026. - Een raadpleging van de belanghebbenden werd gehouden tussen 10 juni 2026 en 9 juli 2026. - De Sectorraad Media van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd en Media heeft advies gegeven op 29 juni 2026. - Op 9 juli 2026 verleende de sectorraad Media een bijkomend advies. - De Raad van State heeft advies 79.859/1/V gegeven op 7 september 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Motivering Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven: - Het decreet van 10 juli 2026 houdende de wijziging van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft radio-omroeporganisaties voert het omroepmodel in voor DAB+. In het omroepmodel worden de frequentiegebruiksrechten toegekend aan erkende radio-omroeporganisaties, en niet langer aan aanbieders van omroepnetwerken. Daardoor zijn de huidige bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/04/2017 pub. 09/05/2017 numac 2017030262 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse uitvoeringsbepalingen over radio-omroep en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep sluiten houdende diverse uitvoeringsbepalingen over de landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep, die uitgaan van een omroepmodel voor de toekenning van erkenningen voor FM-frequenties, niet langer in overeenstemming met het vernieuwde decretale kader. Het voormelde besluit is in de loop der jaren ook meermaals gewijzigd. Door de omvang en aard van die aanpassingen wordt er gewerkt met een nieuw besluit van de Vlaamse Regering en wordt het voormelde besluit opgeheven. - Dit besluit is nodig om de volgende elementen duidelijk te maken: de modaliteiten en de procedure om een erkenning aan te vragen, te wijzigen, te schorsen of op te heffen, en de voorwaarden en de procedure om de bijbehorende zendvergunningen aan te vragen, te wijzigen, te schorsen, of op te heffen.
Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Brussel en Media.
Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° aanvraag fase 1: onderdeel van de erkenningsaanvraag dat de informatie ter staving van de erkenningsvoorwaarden bevat;2° aanvraag fase 2: onderdeel van de erkenningsaanvraag dat de invulling van de aanvullende kwalificatiecriteria bevat;3° aanvrager: de rechtspersoon die een aanvraag indient tot erkenning als particuliere erkende radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden; 4° akkoord van Genève 1984: `Regional Agreement relating to the use of the Band 87.5 - 108 MHz for FM Sound Broadcasting (Region 1 and Part of Region 3)', gesloten te Genève op 7 december 1984; 5° akkoord van Genève 2006: `Regional Agreement relating to the planning of the digital terrestrial broadcasting service in parts of Region 1 and 3 in the frequency bands 174-230 MHz and 470-862 MHz (RRC-06)', gesloten te Genève op 16 juni 2006';6° besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026: het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026 tot vaststelling van het digitaal frequentieplan voor radio-omroeporganisaties;7° decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten: het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende radio-omroep en televisie;8° gemachtigde vertegenwoordiger: de natuurlijke persoon die door een samenwerkingsverband, vermeld in artikel 147 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, is aangewezen om het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen;9° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de media;10° regulator: de Vlaamse Regulator voor de Media, vermeld in artikel 215 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten;11° samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 147 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten. HOOFDSTUK 2. - Organisatie van de erkenningsronde Afdeling 1. - Oproep
Art. 2.De minister maakt via een oproep in het Belgisch Staatsblad bekend voor welke frequentiepakketten en frequentieblokken een erkenningsaanvraag als particuliere erkende radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden, kan worden ingediend. De oproep vermeldt de relevante informatie.
De administratie kan bijkomende informatie ter beschikking stellen op haar website. Afdeling 2. - Vergoeding voor de indiening van een erkenningsaanvraag
Art. 3.Elke aanvrager betaalt voor die zijn erkenningsaanvraag als vermeld in artikel 2, indient, een inschrijvingsgeld aan de administratie om de kosten voor het onderzoek en de administratieve handelingen van de erkenningsronde te dekken. Het inschrijvingsgeld is als volgt verschuldigd voor elke afzonderlijke erkenningsaanvraag die wordt ingediend: 1° 50.000 euro voor de indiening van een erkenningsaanvraag als landelijke radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden; 2° 6.000 euro voor de indiening van een erkenningsaanvraag als netwerkradio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden; 3° 600 euro voor de indiening van een erkenningsaanvraag als lokale radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden; 4° 10.000 euro voor de indiening van een erkenningsaanvraag als digitaal landelijke radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden; 5° 600 euro voor de indiening van een erkenningsaanvraag als digitale lokale radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden. Als de erkenningsaanvraag niet ontvankelijk is en niet opgenomen is in het overzicht, vermeld in artikel 10, kan 60 procent van het inschrijvingsgeld, vermeld in het eerste lid, worden teruggevorderd.
In geen enkel ander geval kan de aanvrager de rechtstreeks of onrechtstreeks opgelopen kosten in het kader van de procedure terugvorderen van de administratie. Afdeling 3. - Indiening aanvraag fase 1
Onderafdeling 1. - Ontvankelijkheidsvoorwaarden van aanvraag fase 1
Art. 4.De aanvrager dient de aanvraag fase 1 uiterlijk binnen dertig dagen in vanaf de bekendmaking van de oproep, vermeld in artikel 2.
De aanvraag fase 1, vermeld in het eerste lid, bevat: 1° de identificatie van de vertegenwoordiger van de aanvrager, inclusief het bewijs dat die gemachtigd is om namens de aanvrager een erkenningsaanvraag in te dienen, wat blijkt uit de statuten of uit een volmachtdocument van de aanvrager;2° de lijst van bestuurders, met de vermelding van hun functie;3° het bewijs van betaling van het inschrijvingsgeld, vermeld in artikel 3;4° de naam van het omroepprogramma;5° de nodige informatie ter staving van de algemene erkenningsvoorwaarden, zoals bepaald in deel III, titel III, hoofdstuk I, afdeling III, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten: a) de bevestiging dat in het Nederlands wordt uitgezonden en, in voorkomend geval, het verzoek om uitzondering daarop;b) de locatie van de maatschappelijke zetel, de vestigingseenheid, de uitzendstudio, de productie-installaties en de zendinstallaties.In voorkomend geval wordt ook het verzoek om uitzondering om niet in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gevestigd te moeten zijn of de intentie om een aanpassing te doen als vermeld in artikel 25, bij de aanvraag gevoegd; c) een verklaring die door elke bestuurder persoonlijk ondertekend is, dat die geen politiek mandaat bekleedt en geen beheerder of bestuurder van de VRT is of de intentie om een aanpassing te doen als vermeld in artikel 25;d) het ondernemingsnummer of identificatienummer en de statuten van de aanvrager;e) voor lokale en digitale lokale radio-omroeporganisaties de bevestiging dat ze niet meer dan tien uur per week identieke radioprogramma's zullen uitzenden;d) een overzicht van de eigendomsstructuur van de aanvrager of de intentie om een aanpassing te doen als vermeld in artikel 25;6° de nodige informatie ter staving van de specifieke erkenningsvoorwaarden: a) het voorwerp van de rechtspersoon van de aanvrager of de intentie om een aanpassing te doen als vermeld in artikel 25;b) een omschrijving van de invulling van de taak van de radio-omroeporganisatie en het profiel of aanbod;c) in verband met journaals en informatieve programma's: 1) het aantal journaals en informatieve programma's dat zal worden gebracht;2) het redactiestatuut van de eigen redactie of het redactiestatuut en de naam van de redactie waarmee samengewerkt zal worden;d) in verband met het programma- of muziekaanbod: 1) voor de landelijke radio-omroeporganisatie: het deel van het muziekaanbod dat uit Nederlandstalig muziekaanbod bestaat;2) voor de netwerkradio-omroeporganisatie met een programma-aanbod als vermeld in artikel 143/1, eerste lid, 1°, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten en de digitale landelijke radio-omroeporganisatie met een programma-aanbod als vermeld in artikel 146/1, eerste lid, 1°, van het hetzelfde decreet het deel van haar aanbod dat betrekking heeft op het generalistische profiel of muziekaanbod en het deel van haar aanbod dat bestaat uit Nederlandstalige en Vlaamse muziekproducties;3) voor de netwerkradio-omroeporganisatie met een programma-aanbod als vermeld in artikel 143/1, eerste lid, 2°, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten en de digitale landelijke radio-omroeporganisatie met een programma-aanbod als vermeld in artikel 146/1, eerste lid, 2°, van het hetzelfde decreet: het deel van haar aanbod dat betrekking heeft op het specifieke gekozen profiel of muziekaanbod en het deel van haar aanbod dat bestaat uit Vlaamse muziekproducties;4) voor de netwerkradio-omroeporganisatie met een programma-aanbod als vermeld in artikel 143/1, eerste lid, 2°, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, en het andere profiel of het andere muziekaanbod, vermeld in dat artikel, betreft een Nederlandstalig en Vlaams profiel of muziekaanbod: het deel van haar aanbod dat bestaat uit een Nederlandstalig en Vlaams profiel of muziekaanbod dat minstens twee derde van de uitzendtijd betreft;7° de bevestiging dat alle FM-frequenties uit het aangevraagde frequentiepakket zullen worden gebruikt;8° de gewenste bitsnelheid in kbps op het frequentieblok en de bevestiging dat ingeval onvoldoende capaciteit beschikbaar is om aan deze gewenste bitsnelheid uit te zenden, de aanvrager bereid is, uit te zenden aan een lagere bitsnelheid.Bij ontstentenis hiervan wordt geacht dat de aanvrager uitsluitend aan de oorspronkelijk gewenste bitsnelheid wenst te willen uitzenden; 9° de bevestiging dat de aanvrager die een erkenningsaanvraag heeft ingediend om hetzelfde omroepprogramma via FM en DAB+ uit te zenden, maar geen erkenning krijgt om via FM uit te zenden, in aanmerking wil komen voor een erkenning als digitale landelijke of digitale lokale radio-omroeporganisatie;10° de volgorde waarin eerder verleende erkenningen zullen vervallen als de aanvrager al beschikt over een of meer erkenningen.
Art. 5.De aanvraag fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, wordt elektronisch ingediend bij de administratie via de webtoepassing die de administratie ter beschikking stelt.
De administratie kan die webtoepassing inzetten voor alle communicatie tussen de administratie en de aanvrager over de erkenningsaanvraag die de aanvrager heeft ingediend.
Art. 6.De aanvraag fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, voldoet aan de vormvereisten, zoals bepaald bij de oproep, vermeld in artikel 2.
Art. 7.De aanvraag fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, wordt ingediend door een persoon die volgens de wet of de statuten bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
Art. 8.De omschrijving van het profiel of het aanbod van de netwerkradio-omroeporganisaties, zoals vermeld in artikel 4, tweede lid, 6°, b), moet overeenkomen met het frequentiepakket van de netwerkradio-omroeporganisatie waarvoor het bedoeld is.
Art. 9.§ 1. Een aanvrager kan maximaal het volgende aantal aanvragen fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, indienen: 1° twee als landelijke radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden;2° drie als netwerkradio-omroeporganisaties om een omroepprogramma uit te zenden voor evenveel verschillende frequentiepakketten;3° vier als lokale radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden voor evenveel frequentiepakketten;4° als digitale landelijke omroeporganisatie, zoveel als het aantal omroepprogramma's bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, na aftrek van het aantal landelijke radio-omroeporganisaties die het omroepprogramma waarvoor ze erkend zijn, moeten uitzenden via FM en via DAB+;5° vier als digitale lokale radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden voor evenveel plaatsen op een frequentieblok;6° vier als de minister een oproep bekendmaakt als vermeld in artikel 2, voor verschillende categorieën van particuliere erkende radio-omroeporganisaties en dit in een combinatie naar keuze.Het aantal aanvragen dat wordt ingediend als digitale landelijke radio-omroeporganisatie, wordt niet mee in rekening genomen om de vier aanvragen te bepalen.
Als een aanvrager meer aanvragen fase 1 dan toegestaan in het eerste lid indient, worden alleen de eerst ingediende aanvragen tot het toegelaten maximum in aanmerking genomen. De overige aanvragen fase 1 zijn niet ontvankelijk. § 2. De aanvrager geeft de volgorde en voorkeur aan tussen de verschillende ingediende aanvragen fase 1 en de daaraan verbonden frequentiepakketten en frequentieblokken. Als een dergelijke aanduiding ontbreekt of als de opgegeven voorkeur onduidelijk is, wordt de volgorde van indiening geacht de voorkeursrangorde weer te geven.
Een lokale radio-omroeporganisatie die haar omroepprogramma tevens via DAB+ wenst uit te zenden, beschikt niet over de keuze van een frequentieblok. De koppeling van een frequentiepakket van een lokale radio-omroeporganisatie aan een frequentieblok wordt vastgesteld in bijlage 1 van dit besluit. § 3. Elke aanvraag, vermeld in paragraaf 1, 1° en 4°, betreft een verschillend omroepprogramma. Twee aanvragen fase 1, vermeld in paragraaf 1, 2°, 3° en 5°, kunnen hetzelfde omroepprogramma betreffen.
Onderafdeling 2. - Beoordeling van de ontvankelijkheid aanvraag fase 1
Art. 10.Binnen vijfendertig dagen nadat de termijn, vermeld in artikel 4, eerste lid, is verstreken, bezorgt de administratie aan elke aanvrager via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een overzicht van alle aanvragen fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, die de minister ontvankelijk heeft bevonden op basis van de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 3, onderafdeling 1.
Art. 11.§ 1. Als er voor een frequentiepakket slechts één aanvraag fase 1 als vermeld in artikel 4, eerste lid, ontvankelijk is, of als het aantal ontvankelijk bevonden aanvragen fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, lager is dan of gelijk is aan het aantal mogelijke omroepprogramma's op een frequentieblok en de maximale capaciteit van dat frequentieblok, zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, niet wordt overschreden, kan de minister een erkenning toekennen zonder de organisatie van de vergelijkende toets, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5. § 2. Per frequentieblok met bijhorend theoretisch beoogd gebied, dat is opgenomen in bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, wordt de maximale capaciteit, vermeld in paragraaf 1, in de volgende volgorde ingevuld: 1° door de landelijke radio-omroeporganisaties die gehouden zijn om het omroepprogramma waarvoor ze erkend zijn, uit te zenden via FM en via DAB+;2° door de netwerkradio-omroeporganisaties, vermeld in artikel 69, paragraaf 2;3° door de netwerkradio-omroeporganisaties die ervoor kiezen om ook via DAB+ uit te zenden;4° door de digitale landelijke radio-omroeporganisaties. Per frequentieblok met bijhorend theoretisch beoogd gebied, dat is opgenomen in bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, wordt de maximale capaciteit, vermeld in paragraaf 1, in de volgende volgorde ingevuld: 1° door de lokale radio-omroeporganisatie die door de Vlaamse Regering is aangewezen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;2° door de lokale radio-omroeporganisaties die ervoor kiezen om ook via DAB+ uit te zenden;3° door de digitale lokale radio-omroeporganisaties. § 3. Het overzicht, vermeld in artikel 10, vermeldt in dat geval welke aanvragers een erkenning verkrijgen binnen de termijn, vermeld in artikel 22. § 4. In afwijking van paragraaf 1 kan voor de twee frequentieblokken, opgenomen in bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, geen vergelijkende toets, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5, georganiseerd worden indien: 1° over beide frequentieblokken samen voldoende capaciteit beschikbaar is om alle ontvankelijk bevonden aanvragen fase 1 toe te wijzen;2° de beschikbare capaciteit van één van beide frequentieblokken wordt overschreden doordat meerdere aanvragers het frequentieblok in kwestie als voorkeur, vermeld in artikel 9, paragraaf 2, hebben opgegeven. Het overzicht, vermeld in artikel 10, vermeldt dat aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, is voldaan. De betrokken aanvragers kunnen binnen tien dagen in onderling overleg een gezamenlijk, door alle betrokken aanvragers een ondertekend voorstel indienen via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, voor de verdeling van de aanvragen over de frequentieblokken rekening houdend met de beschikbare capaciteit, vermeld in het eerste lid.
Binnen de vijf dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, beoordeelt de minister het gezamenlijk voorstel, vermeld in het eerste lid. Indien het gezamenlijk voorstel aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, voldoet, wordt geen vergelijkende toets, als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5, georganiseerd. Indien het gezamenlijk voorstel niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, wordt een vergelijkende toets georganiseerd, als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5.
Binnen de termijn, vermeld in het derde lid, worden de betrokken aanvragers van de beoordeling, vermeld in het derde lid, op de hoogte gesteld via de webtoepassing, vermeld in artikel 5.
Art. 12.Als het aantal ontvankelijk bevonden aanvragen fase 1, vermeld in artikel 4, paragraaf 1, voor een frequentiepakket hoger is dan één, of als het aantal ontvankelijk bevonden aanvragen fase 1, vermeld in artikel 4, paragraaf 1, het aantal beschikbare omroepprogramma's op een frequentieblok of de maximale capaciteit van het frequentieblok, zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, overschrijdt en artikel 11, paragraaf, 4, derde lid, niet wordt toegepast, kan de minister een erkenning enkel toekennen na organisatie van de vergelijkende toets, vermeld in afdeling 5.
Per frequentieblok met bijhorend theoretisch beoogd gebied, dat is opgenomen in bijlage 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2026, gebeurt de invulling van de maximale capaciteit, zoals vermeld in artikel 11, § 2.
Het overzicht, vermeld in artikel 10, vermeldt voor welke frequentiepakketten en frequentieblokken een vergelijkende toets als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5, zal worden georganiseerd. Afdeling 4. - Financiële waarborg
Art. 13.§ 1. Om de geldelijke verplichtingen, vermeld in artikel 36, te waarborgen, verstrekt voor elke ontvankelijk bevonden aanvraag fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, van dit besluit, de aanvrager een financiële waarborg als volgt: 1° als landelijke radio-omroeporganisatie: 200.000 euro per omroepprogramma; 2° als digitale landelijke radio-omroeporganisatie: 15.000 euro per omroepprogramma, uitsluitend vanaf de vijfde ontvankelijk bevonden aanvraag fase 1, vermeld in artikel 4, eerste lid, van dit besluit.
De financiële waarborg, vermeld in het eerste lid, bestaat uit een borgtocht die wordt neergelegd bij de Deposito- en Consignatiekas in geld of in openbare fondsen of een onherroepelijke bankgarantie en wordt verstrekt binnen tien dagen nadat de administratie het overzicht, vermeld in artikel 10, heeft bezorgd via de webtoepassing, vermeld in artikel 5. Als de financiële waarborg niet tijdig wordt verstrekt, komt de aanvrager niet in aanmerking voor een erkenning.
De aanvrager voor wie met toepassing van artikel 11, paragraaf 1, geen vergelijkende toets, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5, wordt georganiseerd dient het bewijs van de financiële waarborg, vermeld in het eerste lid, in via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, binnen de vijftien dagen nadat het de administratie het overzicht, vermeld in artikel 10, heeft bezorgd via de webtoepassing. § 2. Om de geldelijke verplichtingen, vermeld in artikel 36, te waarborgen, verstrekt de aanvrager die een erkenningsaanvraag indient, vermeld in artikel 30, eerste en derde lid, of een verzoek, vermeld in artikel 31, indient een financiële waarborg binnen de tien dagen nadat het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 33, tweede lid, bezorgd is.
Als de financiële waarborg niet tijdig wordt verstrekt, komt de aanvrager niet in aanmerking voor een erkenning. Het bewijs van deze financiële waarborg wordt ingediend binnen de vijftien dagen nadat het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 33, tweede lid, bezorgd is via de webtoepassing, vermeld in artikel 5. Afdeling 5. - Organisatie van de vergelijkende toets
Onderafdeling 1. - Ontvankelijkheidsvoorwaarden van de aanvraag fase 2
Art. 14.De aanvrager dient de aanvraag fase 2 uiterlijk in binnen negentig dagen nadat de administratie het overzicht, vermeld in artikel 10, heeft bezorgd.
Indien artikel 11, paragraaf 4, van toepassing is, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, niet verlengd met de termijn, vermeld in artikel 11, paragraaf 4, tweede en derde lid.
Art. 15.De aanvraag fase 2, vermeld in artikel 14, wordt ingediend via de webtoepassing, vermeld in artikel 5.
Art. 16.De aanvraag fase 2, vermeld in artikel 14, wordt ingediend door een persoon die volgens de wet of de statuten bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
Art. 17.De aanvraag fase 2, vermeld in artikel 14, voldoet aan de vormvereisten, zoals bepaald bij de oproep, vermeld in artikel 2.
Art. 18.De aanvraag fase 2 bevat het bewijs van de financiële waarborg, vermeld in artikel 13, § 1.
Onderafdeling 2. - Beoordeling van de ontvankelijkheid aanvraag fase 2
Art. 19.Binnen veertien dagen nadat de termijn, vermeld in artikel 14, is verstreken, bezorgt de administratie aan elke aanvrager via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een overzicht van alle aanvragen fase 2, vermeld in artikel 14, die de minister ontvankelijk heeft bevonden op basis van de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5, onderafdeling 1, en waarvoor een vergelijkende toets zal worden georganiseerd.
Onderafdeling 3. - Toetsing van de aanvullende kwalificatiecriteria
Art. 20.De aanvullende kwalificatiecriteria waaraan de aanvragen fase 2, vermeld in artikel 14, in de vergelijkende toets inhoudelijk en kwalitatief worden getoetst, zijn, als die van toepassing zijn: 1° voor de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema: a) de omschrijving van het omroepprogramma, namelijk: 1) de omschrijving van het programma-aanbod;2) de omschrijving van het profiel of de specifieke doelgroep tot wie het omroepprogramma zich richt;3) de omschrijving van de band met het verzorgingsgebied;b) de toelichting van het zendschema, namelijk: 1) het weekoverzicht;2) de mix in de programmatie;3) de aandacht voor liveprogrammatie;c) de inhoud en de diversiteit van de programma's;d) het muziekaanbod: 1) de omschrijving van het muziekaanbod;2) de toelichting over aandacht voor en het aandeel Nederlandstalig muziekaanbod, Vlaamse muziekproducties, de Nederlandstalige en Vlaamse muziekproducties of het Nederlandstalige en Vlaamse profiel of muziekaanbod;e) de invulling van de journaals en informatieve programma's: 1) het aantal en de duur van de nieuwsuitzendingen per dag;2) de verscheidenheid aan onderwerpen in de journaals en bij het brengen van informatieve programma's;3) de voorgenomen verslaggeving van sociale en culturele evenementen;4) de redactie: a) de investeringen in de eigen redactie;b) de ervaring op het vlak van het brengen van journaals en informatie;c) de werking van de eigen redactie;d) het aantal beroepsjournalisten en redactiemedewerkers;f) de aantoonbare maatschappelijke waarde van het omroepprogramma voor de samenleving;g) de creatieve inbreng van de medewerkers;h) een audiodemo die de elementen, vermeld in punt a) tot en met f), reflecteert. De audiodemo, vermeld in punt 1°, h), is alleen vereist in een erkenningsaanvraag als landelijke of digitale landelijke radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden; 2° de media-ervaring: a) de opgedane media-ervaring in de Vlaamse mediasector, in het bijzonder de auditieve sector, zowel van de rechtspersoon als van het team van medewerkers;b) de media-ervaring van het hoofd van het omroepprogramma, een relevante ervaring van ten minste vijf jaar in de auditieve mediasector of in een crossmediale mediaonderneming;c) voor het team van medewerkers: een mix van technische, commerciële, administratieve en radio-eigen competenties;3° het financiële plan: a) een nota waaruit blijkt hoe en wanneer het businessplan zal worden verwezenlijkt aan de hand van een geprojecteerde balans, een geprojecteerde resultatenrekening en een kasstroomplan van minstens de drie eerstvolgende exploitatiejaren;b) een geprojecteerde balans van de twee eerstvolgende exploitatiejaren;c) een nota waarin de specificatie van de herkomst van de financiële middelen, zowel het eigen vermogen als het vreemd vermogen, die het mogelijk maken het dossier uit te voeren, beschreven wordt. De nota, vermeld in punt 3°, a), is alleen vereist in een erkenningsaanvraag als landelijke of digitale landelijke radio-omroeporganisatie om een omroepprogramma uit te zenden.
De geprojecteerde balans van de twee eerstvolgende exploitatiejaren, vermeld in punt 3°, b), is alleen vereist in erkenningsaanvragen voor netwerk-, lokale en digitale lokale radio-omroeporganisaties; 4° het businessplan: a) de strategische visie op langere termijn en de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van het omroepprogramma en de radio-omroeporganisatie;b) de activiteiten die uitgebouwd worden om de vereiste visie en doelstellingen, vermeld in punt a), te realiseren, de manier waarop dat zal gebeuren, de acties en middelen, in het bijzonder de gedane en voorgenomen investeringen, de omschrijving van de beoogde doelgroep, het geraamde marktaandeel en de verhouding ervan met de adverteerders- en luisteraarsmarkt;5° de technische infrastructuur en zendinfrastructuur: a) de technische uitrusting, studio's, infrastructuur, transmissie met aandacht voor de continuïteit van de uitzendingen, vestiging en uitbouw van het zenderpark;b) de vooruitzichten en uitrol inzake technische investeringen;6° voor de verwezenlijkingen, plannen, intenties en engagementen rond digitale radio-uitzendingen via DAB+ en andere vormen van digitale radio: a) de uitzendingen die de aanvrager zal verzorgen via de verschillende vormen van digitaal radioluisteren;b) de mensen en middelen die worden ingezet voor de verschillende vormen van digitaal radioluisteren;c) een planning en beschrijving van campagnes over de verschillende vormen van digitaal radioluisteren;d) de toekomstige engagementen van de aanvrager voor de verschillende vormen van digitaal radioluisteren.
Art. 21.De aanvullende kwalificatiecriteria, vermeld in artikel 20, worden op de volgende wijze gewogen voor: 1° de landelijke radio-omroeporganisatie: a) 30% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 1° ;b) 20% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 2° ;c) 5% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 3° ;d) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 4° ;e) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 5° ;f) 25% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 6° ;2° de digitale landelijke radio-omroeporganisatie: a) 40% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 1° ;b) 20% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 2° ;c) 5% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 3° ;d) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 4° ;e) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 5° ;f) 15% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 6° ;3° de netwerkradio-omroeporganisatie: a) 55% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 1° ;b) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 2° ;c) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 3° ;d) 10% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 4° ;e) 15% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 5° ;4° de lokale radio-omroeporganisatie: a) 55% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 1° ;b) 30% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 3° ;c) 15% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 5° ;5° de digitale lokale radio-omroeporganisatie: a) 55% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 1° ;b) 30% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 3° ;c) 15% voor het criterium, vermeld in artikel 20, 5°. Afdeling 6. - Toekenning van de erkenning
Art. 22.Binnen honderdtwintig dagen nadat de termijn, vermeld in artikel 19, verstreken is, erkent de minister de aanvragers, vermeld in artikel 11, en de aanvragers, vermeld in artikel 12, die het hoogst worden gerangschikt na de organisatie van de vergelijkende toets, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5.
Art. 23.De administratie bezorgt aan elke erkende radio-omroeporganisatie via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een afschrift van het erkenningsbesluit.
De administratie bezorgt aan elke niet-erkende aanvrager via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een afschrift van de erkenningsbesluiten, vermeld in het eerste lid, voor de frequentiepakketten en frequentieblokken waarvoor die een aanvraag heeft ingediend.
Art. 24.Als een aanvrager met toepassing van artikel 9, § 3, twee aanvragen fase 1 voor hetzelfde omroepprogramma indient, en na de organisatie van de vergelijkende toets, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5, dan wel na de beoordeling van de ontvankelijkheid, vermeld in artikel 10, in aanmerking komt voor erkenning voor beide erkenningsaanvragen, verleent de minister slechts één erkenning, met name voor de erkenningsaanvraag die de voorkeur, die blijkt uit artikel 9, § 2, van de aanvrager geniet.
In dat geval wordt de erkenning die niet wordt verleend, toegekend aan de eerstvolgende niet-erkende aanvrager, gerangschikt overeenkomstig de resultaten van de vergelijkende toets, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 5.
Art. 25.Een erkenning wordt verleend onder opschortende voorwaarde dat de erkende radio-omroeporganisatie, in voorkomend geval en binnen twee maanden na de datum van het verkrijgen van de erkenning, haar eigendomsstructuren, statuten, de locatie van de vestigingseenheid en bestuurders aanpast om in overeenstemming te zijn met de bepalingen van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten en van dit besluit.
Art. 26.Als de minister niet beslist binnen de periode, vermeld in artikel 22, wordt de erkenning voor dat frequentiepakket of een omroepprogramma op een frequentieblok niet toegekend.
Indien met toepassing van vorige lid geen erkenning wordt toegekend, neemt de minister een beslissing tot niet-erkenning. De administratie bezorgt daarvan via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een afschrift aan de betrokken aanvragers.
Art. 27.Als een aanvrager die al beschikt over een of meer erkenningen, een nieuwe erkenning verwerft, vervallen van rechtswege de erkenningen die eerder aan de aanvrager verleend zijn, in de volgorde die de aanvrager heeft meegedeeld conform artikel 4, tweede lid, 10°.
Art. 28.De administratie bezorgt de erkenningsaanvragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 14, en de erkenningsbesluiten, vermeld in artikel 23, aan de regulator.
Art. 29.Als een erkende radio-omroeporganisatie wil afzien van haar erkenning, deelt ze dat mee aan de regulator.
HOOFDSTUK 3. - Erkenningsprocedure bij onderbenutte capaciteit en een frequentiepakket waarvoor geen erkenning verleend is
Art. 30.Als na de organisatie van een erkenningsronde, zoals bepaald in hoofdstuk 2, het maximale aantal omroepprogramma's op een frequentieblok en de maximale capaciteit niet bereikt is, kan een aanvrager een erkenningsaanvraag indienen zonder dat de minister een nieuwe oproep als vermeld in artikel 2, in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt.
Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer voor een frequentiepakket geen erkenning is verleend na de organisatie van een erkenningsronde.
Artikel 3 tot en met 9 en artikel 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de erkenningsprocedure vermeld in het eerste en tweede lid.
Art. 31.In afwijking van artikel 30 zijn de volgende openbare radio-omroeporganisaties vrijgesteld van de verplichting om een erkenningsaanvraag in te dienen, vermeld in artikel 30, eerste lid, en is de erkenningsprocedure, vermeld in artikel 30, derde lid, niet van toepassing voor de erkenningsprocedure bij onderbenutte capaciteit, vermeld in artikel 30, eerste lid: 1° de openbare radio-omroeporganisatie van de Franse en Duitstalige Gemeenschap;2° openbare radio-omroeporganisatie van Nederland, het Groothertogdom Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Ze dienen een verzoek in via de webtoepassing, vermeld in artikel 5.
De minister kan het verzoek, vermeld het tweede lid, weigeren, in het bijzonder met het oog op het waarborgen van de diversiteit en het pluralisme in het radiolandschap, alsook een doelmatig gebruik van frequentieblokken.
Art. 32.De erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 30, en het verzoek, vermeld in artikel 31, worden behandeld in volgorde van ontvangst. De volgorde van ontvangst wordt bepaald aan de hand van het tijdstip van indiening via de webtoepassing, vermeld in artikel 5.
Als het maximale aantal omroepprogramma's op een frequentieblok en de maximale capaciteit bereikt is als gevolg van de behandeling van eerder ingediende erkenningsaanvragen, vermeld in artikel 30, of verzoeken, vermeld in artikel 31, worden de aanvragers die hun erkenningsaanvraag of openbare omroeporganisaties die hun verzoek hebben ingediend op een ogenblik waarop er nog sprake was van onderbenutte capaciteit, maar waarvan de erkenningsaanvraag of het verzoek later werd ingediend, daarvan op de hoogte gebracht en wordt hun erkenningsaanvraag of verzoek afgewezen.
Als een erkenning voor een frequentiepakket werd verleend als gevolg van de behandeling van een eerder ingediende erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 30, tweede lid, worden de aanvragers die hun erkenningsaanvraag hebben ingediend nadat de erkenning voor dit frequentiepakket werd verleend, daarvan op de hoogte gebracht en wordt hun erkenningsaanvraag afgewezen.
Art. 33.Binnen vijfendertig dagen na ontvangst van de aanvraag, vermeld in artikel 29, kan de minister de aanvrager, vermeld in artikel 30, erkennen, op voorwaarde dat de financiële waarborg, vermeld in artikel 13, tijdig is verstrekt.
De administratie bezorgt aan elke erkende radio-omroeporganisatie via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een afschrift van het erkenningsbesluit. Een erkenning wordt verleend onder opschortende voorwaarde dat de erkende radio-omroeporganisatie, in voorkomend geval en binnen twee maanden na de datum van het verkrijgen van de erkenning, haar eigendomsstructuren, statuten, de locatie van de vestigingseenheid en bestuurders aanpast om in overeenstemming te zijn met de bepalingen van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten en van dit besluit.
Als de minister niet beslist binnen de periode, vermeld in het eerste lid, wordt de erkenning niet toegekend.
Indien met toepassing van het derde lid geen erkenning wordt toegekend wegens het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de minister een beslissing tot niet-erkenning. De administratie bezorgt daarvan via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een afschrift aan de betrokken aanvrager.
Als een aanvrager die al beschikt over een of meer erkenningen, een nieuwe erkenning verwerft, vervallen van rechtswege de erkenningen die eerder aan de aanvrager verleend zijn, in de volgorde die de aanvrager heeft meegedeeld conform artikel 4, eerste lid, 10°.
De administratie bezorgt de erkenningsaanvragen, vermeld in artikel 30, en de erkenningsbesluiten, vermeld in artikel 32, tweede lid, aan de regulator.
Als een erkende radio-omroeporganisatie wil afzien van haar erkenning, deelt ze dat mee aan de regulator.
Art. 34.Binnen vijfendertig dagen na de ontvangst van het verzoek, vermeld in artikel 31, kan de minister het verzoek inwilligen.
De administratie bezorgt een bevestiging aan de openbare omroeporganisatie waarvan het verzoek ingewilligd wordt.
Als de minister niet beslist binnen de periode, vermeld in het eerste lid, wordt het verzoek niet ingewilligd.
Indien met toepassing van het derde lid geen erkenning wordt toegekend wegens het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de minister een beslissing tot niet-erkenning. De administratie bezorgt daarvan via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, een afschrift aan de betrokken aanvrager Als de openbare omroeporganisatie niet langer gebruik wenst te maken van de aan haar toegekende capaciteit, deelt ze dat mee aan de regulator.
Art. 35.Op haar website maakt de administratie de volgende gegevens publiek beschikbaar: 1° per frequentieblok: een overzicht van de omroepprogramma's die via dat frequentieblok worden aangeboden en de toegewezen capaciteit per omroepprogramma ;2° per frequentiepakket: het omroepprogramma dat via dat frequentiepakket wordt aangeboden. Een erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 30, of verzoek, vermeld in artikel 31, kan slechts worden ingediend nadat de administratie het overzicht, vermeld in het eerste lid, publiek beschikbaar heeft gemaakt op haar website.
HOOFDSTUK 4. - Vergoeding voor het gebruik van frequentiepakketten en frequentieblokken
Art. 36.De erkende radio-omroeporganisatie betaalt voor elk kalenderjaar waarin haar erkenning geheel of gedeeltelijk loopt, met inbegrip van het kalenderjaar waarin de erkenning ingaat, een jaarlijkse vergoeding aan de regulator per: 1° voor een landelijke radio-omroeporganisatie bestaat de vergoeding uit de som van twee bedragen die worden vastgesteld op de volgende wijze: a) een vast bedrag van 200.000 euro; b) 2% van de schijf van de bruto-inkomsten boven 7.500.000 euro; 2° voor een netwerkradio-omroeporganisatie: een vast bedrag van 6000 euro;3° voor een lokale radio-omroeporganisatie en een digitale lokale radio-omroeporganisatie: een vast bedrag van 600 euro; 4° voor een digitale landelijke radio-omroeporganisatie en voor een openbare radio-omroeporganisatie als vermeld in artikel 31: a) een vast bedrag van 15.000 euro; b) 2% van de schijf van de bruto-inkomsten boven 7.500.000 euro.
De vergoedingen, vermeld in het eerste lid, worden uiterlijk betaald op 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop de vergoeding betrekking heeft.
De vergoedingen die op de vervaldatum, vermeld in het tweede lid, niet betaald zijn, geven van rechtswege en zonder ingebrekestelling aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief, verhoogd met 2%. Die intrest wordt berekend naar rato van het aantal dagen achterstand.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder bruto-inkomsten alle inkomsten die betrekking hebben op radioadvertenties, inclusief zuivere advertenties, sponsoring en advertentieruil. Het gaat om de inkomsten zoals ze zijn weergegeven in de officiële jaarrekening van de onderneming en zoals ze zijn geattesteerd door een bedrijfsrevisor. Het attest van de bedrijfsrevisor over de bruto-inkomsten wordt samen met de betaling van de vergoeding aan de regulator bezorgd. Sponsoring en advertentieruil, al dan niet met gedeeltelijke geldopleg, worden in de boekhouding onder omzet aan de normaal geldende marktprijzen gewaardeerd en zitten aldus in de bruto-inkomsten vervat.
Als de inkomsten uit reclamewerving of de rechten ervan door de landelijke, digitale landelijke of openbare radio-omroeporganisatie aan een derde worden overgedragen, wordt onder bruto-inkomsten verstaan de bruto-inkomsten die door die derde worden verkregen.
De volgende inkomsten worden niet meegerekend bij de bruto-inkomsten: 1° alle inkomsten van andere commerciële activiteiten, zoals de verkoop van cd's, T-shirts, horloges, inkomsten van concerten of andere evenementen, de verkoop van toegangskaarten, de verkoop van advertenties op een website;2° alle inkomsten van regie voor derden en verkoop van software. De landelijke, digitale landelijke en openbare radio-omroeporganisaties moeten de gegevens over de bruto-inkomsten aan de regulator meedelen, telkens als de regulator daarom verzoekt.
HOOFDSTUK 5. - Schorsing en opheffing van de erkenning
Art. 37.§ 1. De regulator kan de erkenning van de radio-omroeporganisatie schorsen of opheffen als die zich niet houdt aan de relevante bepalingen van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, dit besluit of voorwaarden van de erkenning, alsook in het geval van een landelijke en netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties als die radio-omroeporganisatie zich niet houdt aan de voorwaarden in overeenstemming waarmee de erkenning door de Vlaamse Regering is verleend. § 2. De schorsing of de opheffing van de erkenning door de regulator wordt voorafgegaan door een ingebrekestelling door de regulator die de erkende radio-omroeporganisatie de kans biedt de tekortkomingen te regulariseren. De erkende radio-omroeporganisatie beschikt daarvoor over ten minste dertig dagen vanaf de kennisgeving van de ingebrekestelling. De termijn kan door de regulator worden verlengd naargelang van de vastgestelde inbreuk.
De erkende radio-omroeporganisatie kan worden opgeroepen om door de regulator te worden gehoord. Als de erkende radio-omroeporganisatie daarom verzoekt, wordt die door de regulator gehoord.
In afwijking van het eerste lid kan de erkenning zonder regularisatietermijn worden opgeheven als de regulator een inbreuk vaststelt op artikel 134/7 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, tenzij de erkende radio-omroeporganisatie aantoont dat de inbreuk het gevolg is van overmacht.
De erkende radio-omroeporganisaties wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de schorsing of opheffing van de erkenning. § 3. De schorsing of opheffing van een erkenning geeft geen aanleiding tot enige vergoeding of terugbetaling van vergoeding. § 4. De regulator bezorgt een lijst aan de minister van erkende radio-omroeporganisaties waarvan de erkenning werd opgeheven.
HOOFDSTUK 6. - Procedure tot toekenning van een zendvergunning Afdeling 1. - Ontvankelijkheid van de aanvraag voor een zendvergunning
Art. 38.Een ontvankelijke aanvraag voor een zendvergunning van een erkende radio-omroeporganisatie of een samenwerkingsverband of een wijziging ervan bevat per opstellingsplaats van de FM- of DAB+-zendinstallatie: 1° een uittreksel van de landkaart met minimale schaal van 1/25.000 waarop de bepaalde opstellingsplaats van de zendinstallatie wordt aangegeven, alsook de vermelding van de geografische coördinaten van die plaats (lengte en breedte in graden, minuten en seconden); 2° het merk en het type van het genotificeerde zendtoestel;3° het merk, het type en de karakteristieken van de antenne met de volledige technische specificaties van de fabrikant, het volledige stralingsdiagram van de antenne, de hoogte van het midden van de nuttige stralingselementen van de antenne boven de begane grond en de cijferwaarde per 10° in geval van directionele antennes;4° het type en de lengte van de kabel die de zendapparatuur met de antenne verbindt, met de vermelding van de volledige technische specificatie van de fabrikant;5° het aantal connectoren, in voorkomend geval de karakteristieken van de gebruikte splitter en de karakteristieken van de gebruikte filter. De regulator bezorgt de technische karakteristieken die nodig zijn voor een nationale of internationale coördinatie in het gangbare ITU-formaat in elektronische versie en zoals bepaald in de respectieve akkoorden van Genève 1984 en 2006 zo snel mogelijk aan de administratie voor verder onderzoek over de inpasbaarheid ervan in het frequentieplan en om de coördinatie via de bevoegde federale instantie op te starten op internationaal niveau en op het niveau van de gemeenschappen.
Art. 39.Een aanvraag van een zendvergunning wordt in het Nederlands ingediend door een persoon die volgens de wet of de statuten bevoegd is om de erkende radio-omroeporganisatie te vertegenwoordigen, of door de gemachtigde vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband.
Art. 40.Als een aanvraag niet voldoet aan de ontvankelijkheidvoorwaarden, vermeld in artikel 38 en 39, verklaart de regulator die aanvraag niet ontvankelijk binnen de vijfenveertig dagen nadat die ze heeft ontvangen. Vanaf de kennisgeving van die beslissing beschikt de erkende radio-omroeporganisatie over vijftien dagen om de aanvraag te vervolledigen.
Art. 41.De erkende radio-omroeporganisatie of het samenwerkingsverband kan worden opgeroepen om door de regulator te worden gehoord. Als de erkende radio-omroeporganisatie of het samenwerkingsverband daarom verzoekt, wordt die door de regulator gehoord. Afdeling 2. - Beoordeling van de aanvraag van een zendvergunning
Art. 42.§ 1. Als een aanvraag voldoet aan de ontvankelijkheidvoorwaarden, vermeld in artikel 38 en 39, beslist de regulator binnen zestig dagen nadat die de aanvraag heeft ontvangen.
Als de regulator beslist dat een voorafgaand onderzoek door een andere instantie noodzakelijk is, begint de termijn van zestig dagen te lopen vanaf de dag waarop het onderzoeksrapport van de andere instantie bij de regulator is uitgereikt. De regulator brengt de erkende radio-omroeporganisatie op de hoogte van die beslissing. § 2. Bij de beoordeling van de aanvraag en de aanvraag tot wijziging van een zendvergunning van een landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisatie worden de FM-frequenties van de andere landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisatie en de FM-frequenties van het frequentiepakket van de openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap in hun respectieve dienstzones beschermd tegen storingen van de eerstgenoemde landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisatie volgens de normen, vermeld in het akkoord van Genève 1984, aangepast zoals hierna beschreven om het risico op storingen op redelijke wijze te beperken.
Bij de evaluatie van het storingsniveau zal een van de volgende berekeningsmethodes gebruikt worden, met dien verstande dat het bruikbare veld telkens wordt bepaald met de methode van vereenvoudigde vermenigvuldiging (Simplified Multiplication Method - SMM), zoals vermeld in bijlage 2, hoofdstuk 4, van het akkoord van Genève 1984 en op basis van ITU-R 370-7 met een ontvangstantenne van 10 meter boven het niveau van de grond: 1° een berekening met strikte inachtneming van het akkoord van Genève 1984 (inclusief het bereik van de zenders);2° een berekening waarbij het bereik van een zender bepaald wordt op basis van een nuttig veld van 60 dBµV/m, zonder rekening te houden met het richtvermogen van de ontvangstantenne, en waarbij het veld van elke stoorzender verkregen zal worden door het maximum te nemen tussen een constant veld (50% van de tijd, 50% van de plaats) en een veld van de troposfeer (1% van de tijd, 50% van de plaats) en met de overeenstemmende beschermingsverhoudingen;3° een berekening als vermeld in punt 2°, maar rekening houdend met exclusief constante velden (50% van de tijd, 50% van de plaats). De keuze van de berekeningsmethode en de gebruikte parameters wordt gemaakt in functie van een optimale bescherming tegen storingen als vermeld in het eerste lid.
De erkende radio-omroeporganisatie respecteert de geldende internationale en nationale afspraken. § 3. Bij de beoordeling van de aanvragen van zendvergunningen voor een bepaald frequentieblok mag het totale netwerk van het samenwerkingsverband in dat frequentieblok geen gecumuleerd veld veroorzaken van meer dan 40 dBµV/m (1% van de tijd, 50% van de plaats met een ontvangstantenne van 10 meter hoogte boven het niveau van de grond en de gebruikelijke parameters uit het akkoord van Genève van 2006) op de grens van een ander theoretisch beoogd gebied uit het Vlaamse frequentieplan met identiek Vlaams frequentieblok.Het theoretisch beoogde gebied voor dat frequentieblok moet gerespecteerd worden op basis van een berekening van het theoretisch geografische bedieningsgebied voor mobiele ontvangst (60 dBµV/m op 10 meter hoogte, 50% van de tijd, 50% van de plaats volgens ITU-R-1546, in voorkomend geval berekend volgens de vermogen-sommethode, zoals beschreven in het akkoord van Genève van 2006, hoofdstuk 3 bij annex 2, sectie 3.5). Het samenwerkingsverband respecteert de geldende internationale en nationale afspraken. Afdeling 3. - Administratieve bepalingen
Art. 43.De regulator vermeldt in de zendvergunning van de erkende radio-omroeporganisatie of het samenwerkingsverband per opstellingsplaats van de zendinstallatie het volgende: 1° de naam van de erkende radio-omroeporganisatie, met vermelding van het adres van de vestigingseenheid of, in geval van een samenwerkingsverband, de naam van alle erkende radio-omroeporganisaties, met vermelding van het adres van hun vestigingseenheid;2° de naam van het omroepprogramma of de omroepprogramma's;3° het zendschema of de zendschema's;4° de wijze van uitzenden;5° de toegewezen frequentie of het toegewezen frequentieblok;6° het adres en de geografische coördinaten van de opstellingsplaats van de zendinstallaties van de particuliere erkende radio-omroeporganisatie;7° het merk en type van het genotificeerde zendtoestel;8° de maximale toegestane waarde van het effectief uitgestraalde vermogen van de antenne en de maximale toegestane waarden van het effectief uitgestraalde antennevermogen in 36 verschillende richtingen per 10° (in wijzerzin, waarbij 0° overeenstemt met het noorden) in geval van een directioneel antennepatroon;9° het maximaal toegestane uitgangsvermogen van het zendtoestel;10° de karakteristieken van de antenne en de hoogte van het middelpunt van de stralingselementen van de antenne tegenover de begane grond;11° het type en de lengte van de kabel die het zendtoestel met de antenne verbindt;12° de frequentiezwaai voor zendtoestellen met frequentiemodulatie;13° de PI-code voor het FM-RDS-signaal of de DAB-SID-code als die van toepassing is;14° de gebruikte filter en, indien nodig, de noodzakelijke extra verzwakkingen om de intermodulatieproducten te onderdrukken;15° andere bijzondere voorwaarden.
Art. 44.§ 1. De zendvergunning bevindt zich op het adres van de vestigingseenheid van de erkende radio-omroeporganisatie of het adres van de gemachtigde vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband.
Als dat adres niet in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ligt, wijst de erkende radio-omroeporganisatie een gemachtigde binnen de Vlaamse Gemeenschap aan. De coördinaten waarop de erkende radio-omroeporganisatie of haar gemachtigde bereikbaar zijn, worden aan de regulator meegedeeld. § 2. De zendvergunning wordt getoond op elk verzoek van de bevoegde controleoverheden. In geval van verlies, diefstal of beschadiging van de zendvergunning wordt daarvan aangifte gedaan bij de regulator die een nieuwe zendvergunning uitreikt.
Art. 45.Als een erkende radio-omroeporganisatie of het samenwerkingsverband wil afzien van de zendvergunning, deelt de erkende radio-omroeporganisatie of de gemachtigde vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband dat mee aan de regulator. In geval van afstand van de zendvergunning wordt de zendvergunning onmiddellijk per aangetekende brief teruggezonden aan de regulator.
Art. 46.De houder van een FM-zendvergunning is verplicht een geschikte filter te installeren om potentiële schadelijke storingen te beperken op de frequenties van de luchtvaartnavigatiediensten.
De houder van een DAB+-zendvergunning is verplicht een filter te installeren, waarbij voldaan is aan het spectrummasker nummer 2 voor gevoelige gevallen om potentiële storingen op aangrenzende frequentieblokken te beperken. Dat spectrummasker wordt beschreven in bijlage 2, hoofdstuk 3, punt 3.6.1, van het akkoord van Genève 2006.
Het buiten de band uitgestraalde signaalspectrum zal in elke 4 kHz-band beperkt blijven tot het masker dat in de tabel hieronder gedefinieerd wordt.
frequentie relatief t.o.v. het centrum van het 1.54 MHz- kanaal (MHz)
relatief niveau (dB)
spectrummasker voor gevoelige gevallen
+0.77 +0.97 +1.75 +3.0
-26 -71 -106 -106
Afdeling 4. - Vergoeding
Art. 47.Om de initiële zendvergunning te krijgen, is geen vergoeding verschuldigd.
Voor een wijziging van de zendvergunning, waarbij een coördinatieprocedure via het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie moet worden opgestart, wordt een vergoeding van 400 euro betaald. De erkende radio-omroeporganisatie of de gemachtigde vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband betaalt die vergoeding vooraf aan de regulator.
Voor een wijziging van de zendvergunning waarbij geen beroep moet worden gedaan op de diensten van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie in het kader van een coördinatieprocedure, is geen betaling van een vergoeding verschuldigd.
De schorsing of intrekking van een zendvergunning geeft geen aanleiding tot de terugbetaling van de betaalde vergoedingen, van welke aard ook. Afdeling 5. - Schorsing en opheffing van de zendvergunning
Art. 48.De regulator kan de zendvergunning opheffen of schorsen in de volgende gevallen: 1° de vergunningsvoorwaarden worden niet nageleefd;2° de toegewezen frequenties of frequentieblokken worden niet of niet meer gebruikt;3° een of meer zendinstallaties worden naar een andere plaats overgebracht, zelfs occasioneel, zonder voorafgaande goedkeuring;4° een of meer zendinstallaties functioneren niet meer volledig of maar gedeeltelijk gedurende drie maanden, tenzij dat het gevolg is van overmacht;5° de jaarlijkse vergoeding, vermeld in artikel 36, wordt niet of niet tijdig betaald. Als de regulator vaststelt dat niet conform de zendvergunning wordt uitgezonden, kan die, in afwachting van de beslissing ten gronde en na de erkende radio-omroeporganisatie of de gemachtigde vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband te hebben gehoord, als voorlopige maatregel de zendvergunning schorsen. De regulator bepaalt de termijnen daarvoor zelf.
De erkende radio-omroeporganisatie of de gemachtigde vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de schorsing of opheffing van de zendvergunning.
HOOFDSTUK 7. - Indexering
Art. 49.De bedragen vermeld in artikel 3, eerste lid, artikel 13, eerste lid, artikel 36, eerste lid en artikel 47, tweede lid, worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer, zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
De indexering, vermeld in het eerste lid, gebeurt door de bedragen in kwestie te vermenigvuldigen met het prijsindexcijfer, vermeld in het eerste lid, dat is vastgesteld voor de maand januari van het lopende jaar, en door dat resultaat te delen door het prijsindexcijfer dat vastgesteld is voor de maand januari van het jaar 2026. Het resultaat van die berekening wordt naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.
HOOFDSTUK 8. - Termijnen
Art. 50.Als de eerste dag van een termijn als vermeld in dit besluit, op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, vangt de termijn aan op de eerstvolgende werkdag.
Art. 51.De termijnen, vermeld in dit besluit, met uitzondering van de termijnen, vermeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 14, worden opgeschort: 1° op tweede paasdag;2° op 1 mei; 3° op O.L.H. Hemelvaart; 4° op tweede pinksterdag;5° op 11 juli;6° van 17 juli tot en met 18 augustus;7° op 1 en 2 november;8° op 15 november; 9° van 25 december tot en met de eerste dag na 1 januari die niet op een zaterdag en zondag valt.".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van
30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media
Art. 52.In het opschrift van hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 30/06/2006 pub. 25/08/2006 numac 2006036272 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media sluiten betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media wordt de zinsnede "erkenningen, vergunningen en" opgeheven.
Art. 53.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 01/08/2024 numac 2024007369 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, wat betreft raadplegingen en kennisgevingen type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 27/06/2024 numac 2024005706 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, wat betreft de opdrachten, de samenstelling, de erkenningsvoorwaarden en de subsidiëring en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 over de regels voor de erkenning en subsidiëring van een partnerorganisatie als Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 01/08/2024 numac 2024007046 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie en tot wijziging van diverse besluiten, wat betreft de regionale televisieomroeporganisaties type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 12/07/2024 numac 2024006440 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering over het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken sluiten, worden de woorden "Aanvragen voor vergunningen en" opgeheven.
Art. 54.In artikel 20 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 01/08/2024 numac 2024007369 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, wat betreft raadplegingen en kennisgevingen type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 27/06/2024 numac 2024005706 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, wat betreft de opdrachten, de samenstelling, de erkenningsvoorwaarden en de subsidiëring en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 over de regels voor de erkenning en subsidiëring van een partnerorganisatie als Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 01/08/2024 numac 2024007046 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie en tot wijziging van diverse besluiten, wat betreft de regionale televisieomroeporganisaties type besluit van de vlaamse regering prom. 26/04/2024 pub. 12/07/2024 numac 2024006440 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering over het stimuleren van de audiovisuele sector door financiële bijdragen aan de productie van audiovisuele werken sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "Aanvragen of kennisgevingen" vervangen door het woord "Kennisgevingen";2° paragraaf 2 en 3 worden opgeheven.
Art. 55.Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juni 2007, 29 januari 2010 en 2 juli 2021, wordt opgeheven.
Art. 56.In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk III, afdeling III, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 januari 2010, 21 april 2017 en 2 juli 2021, dat bestaat uit artikel 35, opgeheven.
Art. 57.In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk III, afdeling IV, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 02/07/2021 pub. 04/08/2021 numac 2021032134 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten over radio-omroep type besluit van de vlaamse regering prom. 02/07/2021 pub. 17/08/2021 numac 2021032332 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen type besluit van de vlaamse regering prom. 02/07/2021 pub. 04/08/2021 numac 2021032133 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019 houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties sluiten, dat bestaat uit artikel 39 en 40, opgeheven.
Art. 58.In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/01/2010 pub. 26/04/2010 numac 2010202243 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2003 betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media sluiten, wordt een punt 4/1° ingevoegd, dat luidt als volgt: "4/1° in geval van uitzending in een andere taal dan het Nederlands, een toelichtende nota;".
Art. 59.Artikel 42 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 29/01/2010 pub. 26/04/2010 numac 2010202243 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2003 betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media sluiten, wordt opgeheven op 1 januari 2028. Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van
13 juni 2003 betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, netwerk- en lokale radio-omroepen
Art. 60.In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/06/2003 pub. 15/07/2003 numac 2003035746 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen sluiten betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, netwerk- en lokale radio-omroepen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 2 juli 2021, wordt de zinsnede "zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, netwerk- en lokale radio-omroepen" vervangen door de woorden "tijdelijke zendvergunningen".
Art. 61.Artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 2 juli 2021, wordt opgeheven.
Art. 62.In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 en 21 april 2017, worden de woorden "zendvergunning of" telkens opgeheven.
Art. 63.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 en 21 april 2017, wordt het woord "zendvergunning" vervangen door de woorden "tijdelijke zendvergunning".
Art. 64.In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 02/07/2021 pub. 04/08/2021 numac 2021032134 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten over radio-omroep type besluit van de vlaamse regering prom. 02/07/2021 pub. 17/08/2021 numac 2021032332 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen type besluit van de vlaamse regering prom. 02/07/2021 pub. 04/08/2021 numac 2021032133 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2019 houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties sluiten, worden de volgende artikelen opgeheven: 1° artikel 4, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 en 21 april 2017;2° artikel 5.
Art. 65.Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007, 29 januari 2010 en 21 april 2017, wordt opgeheven.
Art. 66.In artikel 6/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/04/2017 pub. 09/05/2017 numac 2017030262 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse uitvoeringsbepalingen over radio-omroep en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep sluiten, worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: 1° het getal "100" wordt vervangen door het getal "150";2° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het prijsindexcijfer, zoals bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De indexering, vermeld in het tweede lid, gebeurt door de bedragen in kwestie te vermenigvuldigen met het prijsindexcijfer, vermeld in het tweede lid, dat is vastgesteld voor de maand januari van het lopende jaar, en door dat resultaat te delen door het prijsindexcijfer dat vastgesteld is voor de maand januari van het jaar 2026. Het resultaat van die berekening wordt naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal.".
Art. 67.Artikel 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
HOOFDSTUK 1 0. - Slotbepalingen
Art. 68.Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/04/2017 pub. 09/05/2017 numac 2017030262 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse uitvoeringsbepalingen over radio-omroep en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep sluiten houdende diverse uitvoeringsbepalingen over de landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, 29 september 2023 en decreet van 19 april 2024, wordt opgeheven.
Art. 69.§ 1. Voor de landelijke radio-omroeporganisaties, vermeld in artikel 243/2, § 1, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, waarvan de erkenning verlengd wordt met een periode van maximaal drie jaar conform datzelfde artikel 243/2 § 1 die verplicht zijn om op DAB+ uit te zenden, zoals bepaald in artikel 137, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, wordt de mogelijkheid tot uitzending via DAB+ van rechtswege toegevoegd aan hun bestaande erkenning.
De landelijke radio-omroeporganisaties, vermeld in het eerste lid, geven hun voorkeur van frequentieblok en de gewenste bitsnelheid per omroepprogramma in kbps via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, door binnen de termijn, vermeld in artikel 4, eerste lid. § 2. Voor de netwerkradio-omroeporganisaties, vermeld in artikel 243/3, § 2, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, die verplicht zijn om op DAB+ uit te zenden, wordt de mogelijkheid tot uitzending via DAB+ van rechtswege toegevoegd aan hun bestaande erkenning.
De netwerkradio-omroeporganisaties, vermeld in het eerste lid, geven hun voorkeur van frequentieblok en de gewenste bitsnelheid per omroepprogramma in kbps via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, door binnen de termijn, vermeld in artikel 4, eerste lid.
Art. 70.§ 1. Als een lokale radio-omroeporganisatie als vermeld in artikel 243/3, § 2, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, een nieuwe erkenning krijgt als lokale radio-omroeporganisatie voor hetzelfde frequentiepakket waarvoor ze al een erkenning heeft en te kennen geeft ook via DAB+ te wensen uitzenden, wordt de mogelijkheid tot uitzending via DAB+ voor de resterende duurtijd van de lopende erkenning van rechtswege toegevoegd aan de bestaande erkenning. § 2. Als de lokale radio-omroeporganisatie, vermeld in paragraaf 1, niet opnieuw wordt erkend, kan de nieuwe erkende lokale radio-omroeporganisatie voor hetzelfde frequentiepakket waarvoor de eerstgenoemde lokale radio-omroeporganisatie een erkenning had verworven al vanaf 1 januari 2028 gebruikmaken van de toegewezen DAB+-capaciteit, op voorwaarde dat ze te kennen heeft gegeven al vanaf 1 januari 2028 via DAB+ te wensen uitzenden, onverminderd de datum van inwerkingtreding van haar FM-erkenning. § 3. Voor de lokale radio-omroeporganisatie als vermeld in artikel 243/3, § 2, tweede lid, waarvan de erkenning afloopt op 20 oktober 2031 en die wenst uit te zenden via DAB+ vanaf 1 januari 2028 voor de resterende duurtijd van diens lopende erkenning wordt de mogelijkheid tot uitzending via DAB+ van rechtswege toegevoegd aan zijn bestaande erkenning op voorwaarde dat deze lokale radio-omroeporganisatie dit via de webtoepassing, vermeld in artikel 5, binnen de termijn, vermeld in artikel 4, eerste lid, heeft doorgegeven.
Art. 71.Als erkenningen worden toegekend conform artikel 243/5 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2009 pub. 30/04/2009 numac 2009035356 bron vlaamse overheid Decreet betreffende radio-omroep en televisie sluiten, gebeurt dat met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 21/04/2017 pub. 09/05/2017 numac 2017030262 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse uitvoeringsbepalingen over radio-omroep en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep sluiten houdende diverse uitvoeringsbepalingen over de landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep, zoals van kracht op de datum van de bekendmaking van dit besluit. Als radio-omroeporganisaties, die erkend zijn op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit, zendvergunningen aanvragen of wijzigingen aan zendvergunningen aanvragen, gebeurt dat met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 13/06/2003 pub. 15/07/2003 numac 2003035746 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen sluiten betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, netwerkradio- en lokale radio-omroepen, zoals van kracht op de datum van de bekendmaking van dit besluit.
Art. 72.Dit besluit treedt in werking de eerste dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 73.De Vlaamse minister, bevoegd voor de media, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 25 september 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Brussel en Media, C. VAN ACHTER
Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure en voorwaarden voor de erkenning van particuliere radio-omroeporganisaties en de toekenning van de zendvergunningen aan particuliere erkende radio-omroeporganisaties.
Bijlage 1. Koppeling van een frequentiepakket van een lokale radio-omroeporganisatie aan een frequentieblok voor een theoretisch beoogd gebied als vermeld in artikel 9 paragraaf 2.
theoretisch beoogd gebied
frequentieblok
frequentiepakketten
het noordelijke deel van de provincie West-Vlaanderen
9A
32, 41, 42, 43, 44, 45, 48, 98, 99, 111, 112, 113, 114, 115, 124
het zuidelijke deel van de provincie West-Vlaanderen
10A
4, 21, 49, 50, 57, 90, 91, 100, 101, 102, 110, 117, 120, 129
het noordelijke deel van de provincie Oost-Vlaanderen
5A
3, 5, 20, 28, 29, 30, 53, 59, 62, 66, 67, 68, 69, 70, 107, 118, 130
het zuidelijke deel van de provincie Oost-Vlaanderen
9B
1, 2, 6, 36, 51, 52, 71, 72, 73, 85, 96, 97, 125,128
het westelijke deel van de provincie Vlaams-Brabant en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
5D
10, 19, 25, 46, 47, 76, 86, 92, 93,108
het oostelijke deel van de provincie Vlaams-Brabant
10C
7, 55, 56, 74, 81, 104, 105, 121, 122, 131, 132
het westelijke deel van de provincie Antwerpen
10B
9, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 26, 33, 35, 37, 38, 58, 60, 61, 106
het oostelijke deel van de provincie Antwerpen
7B
8, 17, 18, 22, 23, 24, 63, 82, 83, 84, 88, 89, 94, 116, 127
het westelijke deel van de provincie Limburg
10A
27, 34, 54, 75, 77, 78, 80, 119
het oostelijke deel van de provincie Limburg
5D
31, 39, 40, 64, 65, 79, 87, 95, 103, 109, 123, 126
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedure en voorwaarden voor de erkenning van particuliere radio-omroeporganisaties en de toekenning van de zendvergunningen aan particuliere erkende radio-omroeporganisaties.
Brussel, 25 september 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Brussel en Media, C. VAN ACHTER