Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 15 mei 2009
gepubliceerd op 01 juli 2009

Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van aanvullende programmatiecriteria en erkenningsnormen waaraan de zorgprogramma's cardiale pathologie B moeten voldoen om erkend te worden

bron
vlaamse overheid
numac
2009035546
pub.
01/07/2009
prom.
15/05/2009
ELI
eli/besluit/2009/05/15/2009035546/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

15 MEI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van aanvullende programmatiecriteria en erkenningsnormen waaraan de zorgprogramma's cardiale pathologie B moeten voldoen om erkend te worden


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 28 en 29;

Overwegende de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;

Overwegende het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 9ter van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 en tot aanduiding van de artikelen van de wet op de ziekenhuizen die op hen van toepassing zijn, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 juni 1999, 21 maart 2003, 13 juli 2006, 29 januari 2007 en 26 april 2007;

Overwegende het koninklijk besluit van 16 juni 1999 tot bepaling van het maximumaantal zorgprogramma's cardiale pathologie B, T en C, dat mag uitgebaat worden en tot vaststelling van de programmatiecriteria die van toepassing zijn op deze zorgprogramma's;

Overwegende het koninklijk besluit van 15 juli 2004 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's cardiale pathologie moeten voldoen om erkend te worden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 augustus 2006;

Overwegende het koninklijk besluit van 1 augustus 2006 houdende vaststelling van de afwijkingen op de toepassing van artikel 76sexies van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 1 april 2009;

Gelet op advies 46.425/3 van de Raad van State, gegeven op 12 mei 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° zorgprogramma cardiale pathologie B : het zorgprogramma, vermeld in artikel 2bis, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's als vermeld in artikel 9ter van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, en tot aanduiding van de artikelen van de wet op de ziekenhuizen die erop van toepassing zijn;2° algemene ziekenhuizen : de ziekenhuizen, vermeld in artikel 2 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, met uitzondering van de psychiatrische ziekenhuizen en met uitzondering van de ziekenhuizen die uitsluitend beschikken over gespecialiseerde diensten voor behandeling en revalidatie (kenletter Sp), al of niet samen met diensten voor gewone hospitalisatie (kenletter H) of diensten neuropsychiatrie voor behandeling van volwassen patiënten (kenletter T) of diensten geriatrie (kenletter G);3° gebied : zorgregio op regionaalstedelijk niveau als vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen.

Art. 2.Voor het Vlaamse Gewest en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad samen wordt het maximumaantal vestigingsplaatsen van een zorgprogramma cardiale pathologie B bepaald op 16.

Art. 3.Een zorgprogramma cardiale pathologie B moet vanaf 1 januari 2013 voldoen aan volgende aanvullende erkenningsnormen : 1° het aantal interventies van de B2-activiteit bedraagt op jaarbasis minimaal 400;2° het aantal interventies van de B3-activiteit bedraagt op jaarbasis minimaal 250, waarbij het plaatsen en verwijderen van intra-aortische ballonpompen niet als een interventie van een B3-activiteit wordt beschouwd;3° een sluitende registratie op basis van wetenschappelijk gevalideerde registratiesystemen wordt uitgevoerd van alle ingrepen en de opvolging ervan;4° met het oog op de uitvoering van de activiteiten van de deelprogramma's B1 en B2 moet het zorgprogramma cardiale pathologie B, naast het team van het zorgprogramma cardiale pathologie A, beschikken over een medisch team dat bestaat uit minstens drie voltijdse cardiologen die exclusief aan het zorgprogramma verbonden zijn en die jaarlijks elk ten minste 125 diagnostische coronarografieën en ten minste 125 percutane transluminale coronaire angioplastieën en aanverwante technieken voor de technologische ontwikkeling in eerste hand verrichten.

Art. 4.Een zorgprogramma cardiale pathologie B kan geëxploiteerd worden in een associatie als vermeld in het koninklijk besluit van 25 april 1997 houdende nadere omschrijving van de associatie van ziekenhuizen en van de bijzondere normen waaraan die moet voldoen, op voorwaarde dat : 1° op elke vestigingsplaats van het zorgprogramma voldaan wordt aan de normen, als vermeld in artikel 3 van dit besluit en dit vanaf 1 januari 2013;2° de exploitatie van het zorgprogramma cardiale pathologie B binnen de associatie op maximaal twee vestigingsplaatsen plaatsvindt;3° elk algemeen ziekenhuis maximaal op één vestigingsplaats een zorgprogramma cardiale pathologie B uitbaat.

Art. 5.In een gebied waar nog geen vestigingsplaats is van een erkend zorgprogramma cardiale pathologie B kan een nieuwe vestigingsplaats van een zorgprogramma cardiale pathologie B worden opgericht en worden erkend als zorgprogramma cardiale pathologie B als aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de nieuwe vestigingsplaats ligt in een gebied met minstens 300 000 inwoners;2° alle algemene ziekenhuizen in het betreffende gebied, vermeld in 1°, baten gezamenlijk het zorgprogramma cardiale pathologie B uit op de twee vestigingsplaatsen onder de vorm van een associatie, al dan niet met eigen rechtspersoonlijkheid, als vermeld in het koninklijk besluit van 25 april 1997 houdende nadere omschrijving van de associatie van ziekenhuizen en van de bijzondere normen waaraan die moet voldoen. Een algemeen ziekenhuis dat reeds erkend is voor het deelprogramma cardiale pathologie B1 en beantwoordt aan de bepalingen onder 1°, moet in afwijking van het voorgaande geen gezamenlijke uitbating realiseren met andere ziekenhuizen dan het ziekenhuis waarmee reeds een associatie erkend is in het kader van de uitbating van het deelprogramma cardiale pathologie B1.

Art. 6.In een gebied waar reeds een vestigingsplaats is van een erkend zorgprogramma cardiale pathologie B kan, als er na de toepassing van artikel 5 nog ruimte is binnen het maximumaantal vestigingsplaatsen als vermeld in artikel 2, een nieuwe vestigingsplaats van een zorgprogramma cardiale pathologie B worden opgericht en erkend op voorwaarde dat, vóór op een vestigingsplaats voor het eerst een zorgprogramma cardiale pathologie B wordt erkend en uitgebaat, met het oog op de uitbating een voorafgaandelijke raadpleging plaatsvindt van alle algemene ziekenhuizen in het betreffende gebied.

Als er verschillende aanvragen worden ingediend met toepassing van het eerste lid, worden de aanvragen gerangschikt volgens het aantal erkende acute bedden op de vestigingsplaats van het ziekenhuis waar het zorgprogramma uitgevoerd wordt. De aanvraag met het hoogste aantal erkende acute bedden geniet voorrang, tot het maximumaantal vestigingsplaatsen als vermeld in artikel 2 volledig bereikt is.

Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 15 mei 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, V. HEEREN

^