Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 05 juni 2009
gepubliceerd op 19 juni 2009

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en ter uitvoering van artikelen 151, 156, 159, 175 en 268 van het Provinciedecreet van 9 december 2005

bron
vlaamse overheid
numac
2009035554
pub.
19/06/2009
prom.
05/06/2009
ELI
eli/besluit/2009/06/05/2009035554/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en ter uitvoering van artikelen 151, 156, 159, 175 en 268 van het Provinciedecreet van 9 december 2005


De Vlaamse Regering, Gelet op het Provinciedecreet van 9 december 2005, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006, 22 december 2006 en 20 juni 2008, artikel 151, artikel 156, § 2, derde lid, tweede volzin, artikel 159, § 3, en artikel 268, § 1, eerste lid;

Gelet op het decreet van 30 april 2009 tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, inzonderheid artikel 137, § 2, eerste lid, 5°;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 juni 1999 houdende de algemene regeling van de provinciale boekhouding, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 2001 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en ter uitvoering van artikel 156, 175 en 264 van het Provinciedecreet van 9 december 2005;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 april 2009;

Gelet op advies 46.583/3 van de Raad van State, gegeven op 19 mei 2009 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.De volgende artikelen van het Provinciedecreet van 9 december 2005 treden in werking : 1° artikel 148;2° artikel 150;3° artikel 151;4° artikel 261, 67°, voor wat betreft het tweede lid van artikel 113 van de Provinciewet.

Art. 2.Artikel 88, 7°, van het decreet van 30 april 2009 tot wijziging van het Provinciedecreet en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking treedt in werking.

Art. 3.Artikel 15 van het koninklijk besluit van 2 juni 1999 houdende de algemene regeling van de provinciale boekhouding, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 oktober 2001 en bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 15.Een interne kredietaanpassing van de gewone dienst is een kredietaanpassing aan de uitgaven- of ontvangstenkredieten van de gewone dienst waarbij het totaal van deze uitgaven- of ontvangstenkredieten met dezelfde twee eerste cijfers van de functionele code als vermeld in artikel 1, 5°, niet wijzigt.

Een interne kredietaanpassing van de buitengewone dienst is een kredietaanpassing aan de uitgaven- of ontvangstenkredieten van de buitengewone dienst waarbij het totaal van deze uitgaven- of ontvangstenkredieten van de artikelen met dezelfde twee eerste cijfers van de functionele code, als vermeld in artikel 1, 5°, niet wijzigt, en voor zover een van de volgende voorwaarden is vervuld : 1° de kredieten kunnen maar verschoven worden voor zover de provincieraad daartoe beslist heeft en in bevestigend geval binnen de perken aangegeven door de provincieraad;2° enkel de kredieten die resteren nadat alle erop voorziene projecten volledig zijn aangerekend, kunnen verschoven worden naar een ander begrotingsartikel.».

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt in hoofdstuk 4, afdeling 3, onderafdeling 1, een nieuw artikel 52bis ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 52bis.De verrichtingen waarvan het bedrag niet hoger is dan 67.000 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen, kunnen door de provincieraad uitgesloten worden van de visumverplichting.

In afwijking van het eerste lid, kunnen de aanstellingen waarvan de duur niet meer bedraagt dan één jaar, door de provincieraad uitgesloten worden van de visumverplichting. Contracten van onbepaalde duur worden voor de toepassing van deze bepaling gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar. Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde functie moet de totale duur worden aangenomen voor de toepassing van deze bepaling.

In afwijking van het eerste lid kunnen investeringssubsidies door de provincieraad niet worden uitgesloten van de visumverplichting. ».

Art. 5.Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 65.§ 1. De personen, vermeld in artikel 159, § 3, van het Provinciedecreet van 9 december 2005, zijn de kredietinstellingen en de financiële instellingen die erkend zijn overeenkomstig de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.

De opeisbare schulden die aangegaan zijn door de provincie bij die personen kunnen in mindering gebracht worden op de rekeningen van de provincie. § 2. De opeisbare schulden voortkomende uit verbintenissen uit leasingovereenkomsten zijn opeisbare schulden als vermeld in artikel 159, § 3, van het Provinciedecreet van 9 december 2005.

De opeisbare schulden die aldus aangegaan zijn door de provincie kunnen, als dat zo overeengekomen werd tussen het bestuur en de leasinggever, in mindering gebracht worden op de rekeningen van de provincie. § 3. De aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten verschuldigde sommen zijn opeisbare schulden, vermeld in artikel 159, § 3, van het Provinciedecreet van 9 december 2005. ».

Art. 6.Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en ter uitvoering van artikel 156, 175 en 264 van het Provinciedecreet van 9 december 2005 wordt opgeheven.

Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2009.

Art. 8.De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 5 juni 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, M. KEULEN

^