Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 02 oktober 2015
gepubliceerd op 20 november 2015

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing

bron
vlaamse overheid
numac
2015036319
pub.
20/11/2015
prom.
02/10/2015
ELI
eli/besluit/2015/10/02/2015036319/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing


De Vlaamse Regering, Gelet op het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 87, het laatst gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2012;

Gelet op verordening 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/06/2003 pub. 10/09/2003 numac 2003035991 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen sluiten betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/11/2008 pub. 22/01/2009 numac 2009035038 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) sluiten betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO);

Gelet op de goedkeuring door de Vlaamse Regering van het ontwerp van Vlaams programmadocument voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 (PDPO III) op 24/01/2014;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 23 januari 2014, met betrekking tot het Vlaams programmadocument voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 (PDPO III);

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, verlengd met vijftien dagen, die op 22 juli 2015 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen op 13/02/2015 het Programma voor Plattelandsontwikkeling in Vlaanderen met betrekking tot de programmeringsperiode 2014-2020 heeft goedgekeurd;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° agentschap: het Agentschap voor Natuur en Bos, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 23/12/2005 pub. 02/03/2006 numac 2006035277 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek type besluit van de vlaamse regering prom. 23/12/2005 pub. 02/02/2006 numac 2006035112 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Natuur en Bos;2° de bevoegde instantie van het beleidsdomein Landbouw en Visserij: het Departement Landbouw en Visserij, opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;3° beheerplan: een beheersplan als vermeld in artikel 46 van het Bosdecreet van 13 juni 1990 of het beheerplan als vermeld in artikel 16bis van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;4° collectieve wildbescherming: een techniek waarbij alle plantgoed gezamenlijk beschermd wordt tegen schade door wild, door het beplante perceel volledig af te rasteren;5° grond in landbouwgebruik: een grond die in de laatste verzamelaanvraag is opgenomen;6° individuele wildbescherming: een techniek waarbij elk stuk plantgoed apart beschermd wordt tegen schade door wild;7° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 4, eerste lid, a), van verordening (EU) nr.1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, en die wordt beschouwd als een actieve landbouwer als vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, en die een minimale gezamenlijke oppervlakte van 2 ha aan landbouwgrond en grond die in het kader van deze subsidieregeling bebost wordt aangeeft in de verzamelaanvraag; 8° plantgoed van aanbevolen herkomst: het plantgoed van een boom- of struiksoort die door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek wordt aanbevolen voor gebruik in het Vlaamse Gewest;9° verzamelaanvraag: de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 1, 24°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 24/10/2014 pub. 08/12/2014 numac 2014036845 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid sluiten tot vaststelling van de voorschriften voor de betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;10° subsidie: subsidies in uitvoering van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de programmeringsperiode 2014-2020 of in uitvoering van artikel 87 van het bosdecreet. HOOFDSTUK 2. - Subsidies voor bebossing en herbebossing Afdeling 1. - Algemene bepalingen

Art. 2.Binnen de beschikbare begrotingskredieten worden subsidies verleend voor het aanleggen van een bebossing of een herbebossing. Het aanleggen van een bebossing of herbebossing kan worden uitgevoerd door beplanting of door natuurlijke verjonging.

Art. 3.§ 1. Er kan een eenmalige subsidie verleend worden voor het aanleggen van een bebossing, met betrekking tot de volgende kosten: 1° de kosten voor beplanting.De subsidie bedraagt 3500 euro/ha. Als plantgoed van aanbevolen herkomst gebruikt wordt, wordt het subsidiebedrag verhoogd met toepassing van de volgende formule: aandeel van het plantgoed van aanbevolen herkomst x (het aantal hectare x 250 euro) 2° de kosten voor het voorzien van een collectieve wildbescherming.De subsidie bedraagt 350 euro per 100 m raster; 3° de kosten voor het voorzien van een individuele wildbescherming.De subsidie bedraagt 0,65 euro per apart beschermingsstuk. § 2. Er kan een subsidie verleend worden voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing gedurende de eerste twaalf jaar van de bebossing te compenseren. Die subsidie wordt gedurende twaalf jaar jaarlijks uitbetaald.

Het bedrag van de subsidie voor de kosten van het onderhoud bedraagt 185 euro/ha/jaar gedurende de eerste vijf jaren. In de daaropvolgende jaren bedraagt de subsidie voor het onderhoud 75 euro/ha/jaar.

Het bedrag van de subsidie voor het compenseren van het verlies aan inkomsten bedraagt 800 euro/ha/jaar.

Het bedrag van de subsidie wordt in voorkomend geval verlaagd met de bedragen voor inkomenscompensatie die via andere kanalen verkregen worden voor de beboste oppervlakte.

Art. 4.Er kan een eenmalige subsidie verleend worden voor het aanleggen van een herbebossing, met betrekking tot de volgende kosten: 1° de kosten voor beplanting.De subsidie bedraagt 3000 euro/ha. Als plantgoed van aanbevolen herkomst gebruikt wordt, wordt het subsidiebedrag verhoogd met toepassing van de volgende formule: aandeel van het plantgoed van aanbevolen herkomst x (het aantal hectare x 250 euro) 2° de kosten voor het voorzien van een collectieve wildbescherming.De subsidie bedraagt 235 euro per 100 m raster; 3° de kosten voor het voorzien van een individuele wildbescherming.De subsidie bedraagt 0,45 euro per apart beschermingsstuk. Afdeling 2. - Instapvoorwaarden om in aanmerking te komen voor

subsidie

Art. 5.Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de kosten voor beplanting, als vermeld in artikel 3, § 1, 1°, of artikel 4, 1°, van dit besluit gelden de volgende instapvoorwaarden: 1° de begunstigde van de subsidie is een privaatrechtelijke rechtspersoon, een natuurlijke persoon of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon dan de federale staat of het Vlaamse Gewest;2° het gaat om een grond in eigendom van de begunstigde, een grond waarop de begunstigde een zakelijk recht heeft dat bebossing toestaat of een grond die de begunstigde in pacht heeft conform de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen.In dat laatste geval geeft de verpachter een schriftelijke verklaring waarin hij uitdrukkelijk instemt met de bebossing van de gronden; 3° in voorkomend geval beschikt de begunstigde over de wettelijk vereiste vergunningen en adviezen voor de bebossing;4° de begunstigde beschikt over een voorafgaand gunstig advies van het de bevoegde instantie van het beleidsdomein Landbouw en Visserij betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving, als in een periode van vijf jaar vóór de aanvraag, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag van de subsidie, de pacht van de percelen in kwestie door de verpachter is stopgezet of als een procedure tot stopzetting is ingezet;5° de bebossing of herbebossing is, in voorkomend geval, in overeenstemming met het beheerplan, de kapmachtiging als vermeld in artikel 50 en 81 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, het natuurrichtplan als vermeld in artikel 103 van het decreet van tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos, het managementplan Natura 2000 als vermeld in artikel 50septies van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of het managementplan als vermeld in artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;6° de te bebossen of te herbebossen oppervlakte bedraagt minimaal 0,50 ha.In geval van bebossing wordt de minimumoppervlakte verlaagd tot 0,25 ha als de bebossing aansluit bij bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling. Die oppervlakte kan bestaan uit ruimtelijk gescheiden deeloppervlaktes van minimaal 10 are, op voorwaarde dat die binnen een straal van één kilometer van elkaar liggen; 7° de voorgenomen herbebossing wordt uitsluitend uitgevoerd met inheemse soorten, opgenomen in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd.Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn; 8° de voorgenomen bebossing wordt uitsluitend uitgevoerd met inheemse soorten, opgenomen in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, of met populier gecombineerd met inheemse soorten opgenomen in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd.Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn; 9° de voorgenomen bebossing of herbebossing bestaat uit minimaal twee boom- of struiksoorten, en vanaf één hectare minimaal drie soorten, die elk minimaal 10% van het plantaantal innemen;10° het betreft geen bebossing of herbebossing die als maatregel tot herstel door de rechtbank is bevolen;11° het betreft geen compensatie zoals vermeld in artikel 90bis, § 2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990. Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de kosten voor het voorzien van een collectieve of een individuele wildbescherming als vermeld in artikel 3, § 1, 2° en 3°, of artikel 4, 2° en 3°, gelden de volgende algemene instapvoorwaarden: 1° de aanvraag voldoet aan de instapvoorwaarden voor een subsidie voor de kosten voor beplanting, vermeld in het eerste lid;2° de voorgenomen werkwijze en materialenkeuze zijn opgenomen in de aanvraag.

Art. 6.Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing te compenseren als vermeld in artikel 3, § 2, gelden de volgende instapvoorwaarden: 1° de begunstigde is landbouwer;2° het gaat om een grond in landbouwgebruik;3° de aanvraag voldoet aan de instapvoorwaarden vermeld in artikel 5. Afdeling 3. - Verbintenisvoorwaarden waaraan moet worden voldaan bij

de aanwending van de subsidie

Art. 7.Voor het aanwenden van de subsidies voor het aanleggen van bebossing en herbebossing die op basis van dit besluit zijn verkregen, gelden de volgende verbintenisvoorwaarden: 1° de bebossing of herbebossing moet worden uitgevoerd op de wijze, vermeld in de aanvraag, die ontvankelijk werd verklaard conform artikel 9, § 2, van dit besluit;2° het plantgoed moet in voorkomend geval voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 03/10/2003 pub. 13/11/2003 numac 2003036096 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal sluiten betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal.In afwijking van de voormelde voorwaarde kan het agentschap plantgoed van een andere herkomst vaststellen, met de garantie dat het gaat om kwalitatief plantgoed; 3° de nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing of herbebossing moeten worden uitgevoerd;4° de begunstigde moet uiterlijk vier jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf, vermeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit, een goedgekeurd beheerplan hebben;5° de bebossing of herbebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage; 6° op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 50, 81, 90bis, 96 of 97, van het Bosdecreet van 13 juni 1990;7° de bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag, vermeld in artikel 12 van dit besluit, niet worden ontbost. Voor het aanwenden van de subsidies voor wildbescherming die op basis van dit besluit zijn verkregen, gelden de volgende verbintenisvoorwaarden: 1° de uitvoering gebeurt op de wijze, vermeld in de aanvraag, die ontvankelijk werd verklaard conform artikel 9, § 2, van dit besluit;2° in geval van collectieve wildbescherming moet de afrastering gedurende zeven jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf, vermeld in artikel 12 § 1, eerste lid, 1°, van dit besluit, worden behouden en onderhouden. Voor het aanwenden van de subsidies voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing te compenseren die op basis van dit besluit zijn verkregen, gelden de volgende verbintenisvoorwaarden: 1° de bebossing of herbebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van soorten die niet opgenomen zijn in de bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage; 2° de bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag, vermeld in artikel 12 van dit besluit, niet worden ontbost;3° op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 81, 90bis, 96 of 97, § 2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990;4° de bebossing werd uitgevoerd zoals beschreven in de aanvraag, die ontvankelijk werd verklaard op de wijze, vermeld in artikel 9, § 2, van dit besluit;5° de nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing of herbebossing moeten worden uitgevoerd.Aan die voorwaarde moet tot de laatste betaling voldaan worden.

Bij overdracht van de grond in kwestie, onder welke vorm ook, al dan niet onder bezwarende titel, verbindt de overdrager die begunstigde is van een subsidie conform dit besluit zich ertoe om in de akte van overdracht een clausule te laten opnemen die de overnemer verplicht de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, te respecteren. Afdeling 4. - Procedure voor het aanvragen van subsidie

Art. 8.Een aanvraag voor het verkrijgen van een subsidie zoals vermeld in artikel 3 en 4 wordt ingediend bij het agentschap voor 1 mei of voor 1 september van elk kalenderjaar.

Door een aanvraag voor een subsidie in te dienen staat de eigenaar, de houder van het zakelijk recht of de pachter van de te bebossen of herbebossen gronden toe dat een personeelslid van het agentschap of van het de bevoegde instantie van het beleidsdomein Landbouw en Visserij zich op de grond in kwestie begeeft om te beoordelen of voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden vermeld in afdeling 2 en 3 van dit hoofdstuk.

Art. 9.§ 1. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap.

De aanvraag bevat de volgende gegevens: 1° als de begunstigde pachter is: de identiteit van de verpachter en een schriftelijke verklaring van de verpachter dat hij uitdrukkelijk instemt met de bebossing van de gronden;2° als de aanvrager geen eigenaar is of houder van een zakelijk recht dat bebossing toestaat: een schriftelijke verklaring van de eigenaar of van de houder van het zakelijk recht, dat de eigenaar, respectievelijk de houder van het zakelijk recht, instemt met de bebossing van de gronden;3° in voorkomend geval, een verklaring van de begunstigde dat hij landbouwer is en dat de percelen gronden in landbouwgebruik zijn;4° een verklaring dat de voor de beplanting benodigde werkzaamheden niet strijdig zijn met de erfdienstbaarheden die op de gronden in kwestie rusten;5° een verklaring dat voor de grond in kwestie geen andere subsidies werden verkregen of aangevraagd zullen worden voor de werkzaamheden waarvoor subsidies worden verkregen met toepassing van dit besluit;6° een beschrijving van de voorgenomen beplantingswerkzaamheden, met opgave van de boom- en struiksoorten, de stamtallen, de plantverbanden, de leeftijd en de grootte van de planten, alsook de eventuele aanleg van een onderetage, een mantelstruweel of een brandsingel;7° een beschrijving van de geplande onderhoudswerkzaamheden gedurende de eerste vier jaar na de beplanting;8° een gedetailleerd plan, op schaal 1/5 000 of groter, waarop de beplantingen aangegeven zijn, en waarop onderscheid gemaakt wordt tussen de bebossing of herbebossing door beplanting en door natuurlijke verjonging;9° als een subsidie wordt aangevraagd voor de kosten voor het voorzien van een collectieve of een individuele wildbescherming: de te gebruiken materialen. § 2. Het agentschap bezorgt binnen de dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding aan de aanvrager.

Tenzij anders is vermeld, geldt die ontvangstmelding ook als een ontvankelijkheidsverklaring.

Desgevallend deelt het agentschap samen met de ontvangstmelding aan de aanvrager mee dat de aanvraag moet worden aangevuld of gewijzigd, om één van de volgende redenen: 1° het aanvraagformulier is onvolledig ingevuld;2° een aanpassing van de technische gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 6°, 7° en 9° ;3° het niet voldoen aan de instapvoorwaarden, vermeld in artikel 5 en 6. In het geval vermeld in het derde lid beschikt de aanvrager over een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de ontvangstmelding om de aanvraag aan te vullen of om deze te wijzigen zodat aan alle instapvoorwaarden voldaan wordt. Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvulling of wijziging een ontvangstmelding. Samen met die ontvangstmelding wordt gemeld of de aangevulde aanvraag al dan niet ontvankelijk is.

Art. 10.Alle ontvankelijke subsidieaanvragen moeten een minimumscore behalen en worden door middel van een puntensysteem gerangschikt in een volgorde die rekening houdt met de mate van bijdrage van de aanvragen tot de realisatie van instandhoudingsdoelstellingen en met de mate van bijdrage tot het beperken van de gevolgen van de instandhoudingsdoelstellingen voor een normale landbouwuitbating. Bij ontoereikendheid van de begrotingskredieten worden de hoogst gequoteerde dossiers goedgekeurd.

In het eerste lid wordt verstaan onder instandhoudingsdoelstellingen: de instandhoudingsdoelstellingen, vermeld in artikel 2, 61°, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

Art. 11.Het agentschap neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de uiterste indiendata, vermeld in artikel 8, en brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing. Afdeling 5. - Uitbetaling en controle van de subsidies

Art. 12.§ 1. De uitbetaling van de subsidie voor het aanleggen van bebossing of herbebossing wordt op de volgende wijze aangevraagd: 1° voor een eerste schijf van 75% van het toegekende bedrag, na het aanleggen van de bebossing, binnen een termijn van drie jaar na de toekenning van de subsidie;2° voor een tweede schijf van 25% van het toegekende bedrag, ten vroegste drie jaar en ten laatste vier jaar nadat de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf werd ingediend. Voor de aanvraag tot uitbetaling van elke schijf wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap. § 2. De aanvragen tot uitbetaling vermeld in paragraaf 1 worden bezorgd aan het agentschap.

Het agentschap onderzoekt de aanvragen. In het kader van dat onderzoek wordt ook gecontroleerd of de voorwaarden vermeld in artikel 7, eerste tot en met derde lid, worden nageleefd. De begunstigde moet alle documenten en inlichtingen verstrekken die nodig zijn om die controle te kunnen uitvoeren.

Art. 13.De uitbetaling van de subsidie voor de kosten van het onderhoud en om het verlies aan inkomsten ten gevolge van de aangelegde bebossing te compenseren wordt aangevraagd via de eerstvolgende verzamelaanvraag na het aanleggen van een bebossing door beplanting of door natuurlijke verjonging en daarna jaarlijks gedurende de looptijd van de subsidie.

Art. 14.De subsidies, vermeld in artikel 3 en 4, worden volledig teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke intresten, als de voorwaarden, vermeld in artikel 5, niet worden nageleefd.

De subsidies, vermeld in artikel 3 en 4, worden volledig of gedeeltelijk teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke intresten, als de voorwaarden, vermeld in artikel 6 en 7, niet worden nageleefd.

De teruggevorderde bedragen worden gestort op een door het agentschap aan te wijzen rekening van het Vlaamse Gewest, binnen een maand nadat de aanvrager met een aangetekende brief in gebreke werd gesteld. De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf het verstrijken van de betalingstermijn. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen

Art. 15.In artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/06/2003 pub. 10/09/2003 numac 2003035991 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen sluiten betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede "herbebossing" wordt opgeheven;2° de woorden "of aan natuurlijke personen of rechtspersonen die een bebossing willen uitvoeren" worden opgeheven.

Art. 16.In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk II, dat bestaat uit artikel 4 tot en met 10, opgeheven.

Art. 17.In artikel 25 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "II en" opgeheven.

Art. 18.Artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering 10 juni 2011, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 29.De minister kan de bijlage aanpassen.".

Art. 19.Bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt vervangen door de bijlage 2 die bij dit besluit is gevoegd.

Art. 20.Bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven.

Art. 21.Bijlage III bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 22.Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/11/2008 pub. 22/01/2009 numac 2009035038 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) sluiten betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) wordt opgeheven.

Art. 23.In afwijking van artikel 15 en 16 blijven de volgende regelingen van toepassing op de dossiers die zijn goedgekeurd ter uitvoering van die regelingen en die nog lopen: 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/11/2008 pub. 22/01/2009 numac 2009035038 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) sluiten betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van Verordening (EG) nr.1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO); 2° hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/06/2003 pub. 10/09/2003 numac 2003035991 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen sluiten betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen;3° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 28/03/2003 pub. 19/05/2003 numac 2003035430 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van de Verordening nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen sluiten betreffende de subsidiëring van de bebossing van landbouwgronden ter uitvoering van de Verordening (EG) nr.1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen.

Art. 24.De Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 2 oktober 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 1 Overzicht van de inheemse soorten

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

aalbes

Ribes rubrum L.

beklierde heggenroos

Rosa tomentella Léman

beuk

Fagus sylvatica L.

bindwilg

Salix x rubens Schrank.

bosroos

Rosa arvensis Huds.

boswilg

Salix caprea L.

boswilg x grauwe wilg

Salix x reichardtii A. Kerner.

brem

Cytisus scoparius (L.) Link.

duindoorn

Hippophae rhamnoides L.

duinroos

Rosa pimpinellifolia L.

eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna Jacq.

egelantier

Rosa rubiginosa L.

es

Fraxinus excelsior L. Europese vogelkers

Prunus padus L.

fladderiep

Ulmus laevis Pallas.

gaspeldoorn

Ulex europaeus L. Gelderse roos

Viburnum opulus L.

gele kornoelje

Cornus mas L.

geoorde wilg

Salix aurita L.

geoorde wilg x grauwe wilg

Salix x multinervis Döll.

gewone esdoorn

Acer pseudoplatanus L.

gewone vlier

Sambucus nigra L.

gladde iep

Ulmus minor Mill.

grauwe abeel

Populus x canescens (Ait.) Smith.

grauwe wilg

Salix cinerea L.

grove den

Pinus sylvestris L.

haagbeuk

Carpinus betulus L.

hazelaar

Corylus avellana L.

heggenroos

Rosa corymbifera Borkh.

Hollandse linde

Tilia x europaea L.

hondsroos

Rosa canina L.

hulst

Ilex aquifolium L.

jeneverbes

Juniperus communis L.

koraalmeidoorn

Crataegus rhipidophylla Gandoger

kraakwilg

Salix fragilis L.

kruipwilg

Salix repens L.

kruipwilg

Salix repens L.

kruisbes

Ribes uva-crispa L.

mispel

Mespilus germanica L.

ratelpopulier

Populus tremula L.

rode kornoelje

Cornus sanguinea L.

ruwe berk

Betula pendula Roth.

ruwe iep

Ulmus glabra Huds.

schietwilg

Salix alba L.

schijnviltroos/ruwe viltroos

Rosa pseudoscabriuscula/tomentosa

sleedoorn

Prunus spinosa L. Spaanse aak

Acer campestre L.

sporkehout

Rhamnus frangula L.

taxus

Taxus baccata L.

trosvlier

Sambucus racemosa L.

tweestijlige meidoorn

Crataegus laevigata (Poiret) DC.

wegedoorn

Rhamnus cathartica L.

wilde appel

Malus sylvestris (L.) Mill.

wilde gagel

Myrica gale L.

wilde kardinaalsmuts

Euonymus europaeus L.

wilde liguster

Ligustrum vulgare L.

wilde lijsterbes

Sorbus aucuparia L.

wilde peer

Pyrus communis L. subsp. pyraster (L.) Ehrh.

wintereik

Quercus petraea Lieblein

winterlinde

Tilia cordata Mill.

zachte berk

Betula pubescens Ehrh.

zoete kers

Prunus avium (L.) L.

zomereik

Quercus robur L.

zomerlinde

Tilia platyphyllos Scop.

zwarte bes

Ribes nigrum L.

zwarte els

Alnus glutinosa (L.) Gaertn.

zwarte populier

Populus nigra L. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing.

Brussel, 2 oktober 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

Bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing Bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 27/06/2003 pub. 10/09/2003 numac 2003035991 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen sluiten betreffende de subsidiëring van beheerders van openbare en privé-bossen

Bijlage 1 Lijst van boomsoorten voor de subsidie ecologische bosfunctie

beuk (Fagus sylvatica)

es (Fraxinus excelsior)

fladderiep (Ulmus laevis)

gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus)

gladde iep (Ulmus minor)

grauwe abeel (Populus canescens)

grove den (Pinus sylvestris)

haagbeuk (Carpinus betulus)

Hollandse linde (Tilia x vulgaris)

ratelpopulier (Populus tremula)

ruwe berk (Betula pendula)

ruwe iep (Ulmus glabra)

wilg (Salix alba, Salix fragilis en Salix x rubens)

wintereik (quercus petraea)

winterlinde (Tilia cordata)

zachte berk (Betula pubescens)

zoete kers (Prunus avium)

zomereik (Quercus robur)

zomerlinde (Tilia platyphyllos)

zwarte els (Alnus glutinosa)


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing.

Brussel, 2 oktober 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

^