gepubliceerd op 19 oktober 2026
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
18 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap
De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, zoals gewijzigd;
Gelet op het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, artikelen 1.5.2-15, § 2, eerste lid, en 1.5.2-17, § 1, vijfde lid;
Gelet op het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd bij het decreet van 16 mei 2024 betreffende de financiering van schoolgebouwen en bij het programmadecreet van 5 juni 2026 houdende diverse bepalingen inzake Onderwijs, Cultuur, Schoolgebouwen, Universitaire ziekenhuizen, Jeugd, Openbare bestuursorganen, Gelijke kansen en Wetenschappelijk onderzoek, artikelen 8/5, 7°, 8/11, 4° tot 14°, 8/13, 2° tot 4°, 8/15, tweede lid, 8/18, 8/21, § 3, vierde lid, 8/22, 8/23, § 1, eerste en zesde leden, 8/25, § 1, tweede lid, 8/26, 8/30, § 4, vierde lid, 8/31, 8/32, eerste lid, 1° tot 4°, en 8/33, § 1, tweede en vierde leden;
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 3 september 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 03/09/2020 pub. 25/09/2020 numac 2020015525 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap sluiten houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan andere personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap;
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 december 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 17/12/2020 pub. 29/12/2020 numac 2020044528 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van de artikelen 1.5.2-14 e.v. van het wetboek van basis- en secundair onderwijs met betrekking tot het aanpassingsstelsel en het samenwerkingsprotocol sluiten tot uitvoering van artikelen 1.5.2-14 e.v. van het Wetboek van basis- en secundair onderwijs met betrekking tot het aanpassingsstelsel en het samenwerkingsprotocol;
Gelet op de onderhandeling binnen het Onderhandelingscomité tussen de Regering van de Franse Gemeenschap, Wallonie-Bruxelles Enseignement en de federaties van inrichtende machten;
Gelet op de "gendertest" van 2 maart 2026 uitgevoerd met toepassing van artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/01/2016 pub. 12/02/2016 numac 2016029074 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap sluiten houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 februari 2026;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 6 maart 2026;
Gelet op het advies 79.805/2/V van de Raad van State, gegeven op 26 augustus 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister belast met schoolgebouwen;
Na beraadslaging, Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° decreet: het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;2° Administratie: de algemene dienst voor gesubsidieerde schoolinfrastructuren van het Ministerie van de Franse Gemeenschap;3° Gewestelijke dienst: de gedecentraliseerde dienst van de Algemene Dienst voor gesubsidieerde schoolinfrastructuren van het Ministerie van de Franse Gemeenschap;4° platform: het elektronische platform bedoeld in artikel 8/5, 1°, van het decreet, waarop kandidaten hun aanvraagdossier kunnen indienen en waarmee de begunstigden van de subsidie de documenten kunnen indienen die in het kader van dit besluit vereist zijn voor de fasen bedoeld in artikelen 8/21, § 1, en 8/30, § 1, van het decreet;5° besluit inzake fysische en financiële normen van 6 februari 2014: besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 06/02/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014029255 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en psycho-medisch-sociale centra sluiten houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en psycho-medisch-sociale centra;6° Minister: de Minister belast met schoolgebouwen;7° totale renovatie: moderniseringswerken zoals bedoeld in artikel 1, § 3, 2°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 06/02/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014029255 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en psycho-medisch-sociale centra sluiten houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en psycho-medisch-sociale centra, zoals gewijzigd; 8° onmisbare aanverwante werken: hiermee worden de werken bedoeld die in aanvulling op de hoofdwerken moeten worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld het egaliseren van het pleisterwerk rond de kozijnen, het vervangen van de vloerbedekking na het maken van een sleuf voor het vervangen van leidingen, het aanpassen van de stookruimte aan de geldende normen bij vervanging van een verwarmingsketel, enz.; 9° toelichting: een met redenen omklede toelichting die door de begunstigde van de subsidie wordt ingediend, zodat de administratie kan controleren of aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden is voldaan.Die bevat: - de vermeldingen van de bepalingen in de aanbestedingsdocumenten waaruit blijkt dat aan de maatregelen van dit besluit wordt voldaan en/of; - de toelichtingen over het al dan niet toepassen van de subsidiabiliteitsvoorwaarde; - indien van toepassing, de redenen voor de aangevraagde afwijkingen.
De diensten van de Regering stellen een sjabloon voor toelichtingen ter beschikking.
HOOFDSTUK II. - De bepalingen die gelden voor zowel het mechanisme in het kader van niet-structurerende of eenmalige werken als het mechanisme in het kader van structurerende werken Afdeling 1. - Indiening van het aanvraagdossier in een van de twee
mechanismen
Art. 2.§ 1. Met toepassing van artikel 8/8 van het decreet dient de kandidaat zijn aanvraagdossier op elk moment in via het platform en geeft hij aan via welk mechanisme hij dit wil indienen.
De kandidaat dient de volgende gegevens of documenten in die nodig zijn voor de behandeling van zijn dossier: 1. de identificatiegegevens die door het platform worden gevraagd;2. een algemene beschrijving van de voorgenomen werken, vergezeld van een gedetailleerde opsomming, het beoogde programma en de redenen voor deze werken.Deze beschrijving moet het mogelijk maken de samenstellende elementen van het gebouw waarop de voorgenomen werken betrekking hebben, te omschrijven; 3. een plan van de vestiging waarop, indien van toepassing, het gebouw of de gebouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, zijn aangegeven;4. foto's van het/de gebouw(en) waarop de aanvraag betrekking heeft (minimaal 1 totaalbeeld + meerdere foto's waarop de aangevraagde werken te zien zijn - binnen en/of buiten);5. het bewijs dat de representatieve organisatie van de inrichtende machten waaronder hij ressorteert, is geraadpleegd, zoals bedoeld in artikel 2bis van het decreet. De administratie kan om aanvullende informatie vragen als de aanvraag niet gedetailleerd genoeg is om te kunnen bepalen hoe deze moet worden behandeld.
Elke aanvraag voor begeleiding die na 15 mei wordt ingediend, wordt in aanmerking genomen in het kader van de prioriteitenlijsten bedoeld in artikelen 8/24, § 1, en 8/34, § 1, van het jaar N+1. Voor het jaar 2026 wordt elke aanvraag voor begeleiding die na 15 december 2026 wordt ingediend, in aanmerking genomen in het kader van de prioriteitenlijsten bedoeld in artikelen 8/24, § 1, en 8/34, § 1, van het jaar N+1. § 2. Onverminderd paragraaf 1 moet de kandidaat die een beroep doet op de in artikel 8/25 van het decreet bedoelde uiterst dringende procedure, zijn aanvraag motiveren en de volgende stukken indienen: 1. het bewijs dat de kandidaat, of een instelling als bedoeld in artikel 8/12, tweede lid, van het decreet, een zakelijk recht heeft op het (de) gebouw(en) waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.Dit bewijs kan worden geleverd door middel van een authentieke akte, een erfpachtovereenkomst of enig ander geregistreerd bewijsstuk. Op het moment dat een definitieve toewijzingsovereenkomst wordt gesloten zoals bedoeld in artikel 8/21, § 1, 2°, b), van het decreet, moet hij aantonen dat het zakelijk recht voldoet aan de vereisten van artikel 8/12 van het decreet en, indien van toepassing, aan de vereisten van artikel 8/20 van het decreet; 2. een uitgebreide fotoreportage om de zorgwekkende situatie in beeld te brengen;3. een gedetailleerde raming per algemene post, met vermelding van de bijbehorende werken;4. indien van toepassing, de toelichting over het type installatie of vervanging van verwarmingsinstallatie;5. de plattegronden en geveltekeningen van het (de) gebouw(en) waarop de werken betrekking hebben, met vermelding van de functies en de belangrijkste afmetingen.Deze tekeningen moeten op een duidelijk afleesbare schaal worden weergegeven; 6. eventuele rapporten die in verband met de aanvraag beschikbaar zijn. § 3. De afgevaardigde ambtenaar van de gewestelijke dienst keurt de verdere afhandeling van het dossier goed of wijzigt deze, en stelt de kandidaat hiervan op de hoogte. Indien het mechanisme wordt gewijzigd en de inrichtende macht het niet eens is met de wijziging, moet hij een nieuw dossier voor een oriëntatieaanvraag indienen. Afdeling 2. - De gemeenschappelijke subsidiabiliteitsvoorwaarden
vastgelegd in artikel 8/11 van het decreet
Art. 3.Ter uitvoering van artikel 8/11, 4°, van het decreet, betreffende de verwijdering van asbest verbindt de inrichtende macht zich ertoe het volgende in te dienen: 1° de asbestinventaris en eventueel het beheerprogramma - tenzij dit wettelijk niet vereist is -, dat ten minste betrekking heeft op het (de) betrokken gebouw(en), opgesteld overeenkomstig boek VI - titel 3 van de codex over het welzijn op het werk, en zich hieraan te houden wat betreft de asbesttoepassingen waarop de werken betrekking hebben. Deze inventaris moet gegevens bevatten over de aanwezigheid van asbest en asbesthoudende materialen in alle delen van de gebouwen, machines en installaties, met inbegrip van de delen van de gebouwen, machines en installaties die moeilijk toegankelijk zijn en die onder normale omstandigheden geen blootstelling aan asbest kunnen veroorzaken (zogenaamde "destructieve" asbestinventaris); 2° indien van toepassing, de toelichting;3° indien van toepassing, na de werken, de bijgewerkte asbestinventaris, ten minste voor het deel waarop de werken betrekking hadden, overeenkomstig boek VI, titel 3, van de codex over het welzijn op het werk, die met name voorschrijft dat de inventaris moet worden bijgewerkt na verwijdering van asbesthoudende materialen.
Art. 4.§ 1. Ter uitvoering van artikel 8/11, 6°, van het decreet, betreffende verwarmingsinstallaties verbindt de inrichtende macht zich ertoe om bij de aanleg of vervanging van verwarmingsinstallaties de voorkeur te geven aan koolstofarme installaties, waarbij fossiele brandstoffen zoals stookolie, steenkool of gas als brandstofbron worden uitgesloten.
De inrichtende macht belooft de toelichting in te dienen. § 2. Indien dit om belangrijke technische redenen onmogelijk is, vraagt de inrichtende macht een afwijking aan bij de administratie.
Deze wordt naar behoren gemotiveerd in de toelichting. Hierin worden de redenen voor deze onmogelijkheid opgenomen (de gevolgen van de keuze voor een koolstofarme oplossing voor een of meer andere gebouwen die niet onder de aanvraag vallen en/of een volledig technisch rapport met daarin een berekening van het vermogen, het rendement, de omvang en het type van de verwarmingselementen van de gehele installatie, ...) die bij de administratie worden ingediend. In dat geval geeft zij de voorkeur aan leveringscontracten voor 100% groene stroom, groen gas (biogas) of groene stookolie met een laag zwavelgehalte (0,01%, maximaal 10 ppm).
Indien dit om belangrijke financiële redenen onmogelijk is, vraagt de inrichtende macht een afwijking aan bij de administratie en motiveert zij dit in de toelichting. Hierin worden de redenen voor deze onmogelijkheid uiteengezet (een beschrijving van de werken die nodig zijn om aan de in dit artikel bedoelde verplichting te voldoen, een raming van de kosten daarvan en een verantwoording van de redenen waarom de inrichtende macht deze kosten niet kan dragen, ondanks de financiële steun uit hoofde van dit mechanisme) aan de administratie.
In dat geval geeft zij de voorkeur aan leveringscontracten voor 100% groene stroom, groen gas (biogas) of groene stookolie met een laag zwavelgehalte (0,01%, maximaal 10 ppm).
Voor niet-structurerende werken moet de aanvraag voor een afwijking uiterlijk vóór de publicatie van de aankondiging van de aanbesteding voor de werken op het platform worden ingediend. De administratie beoordeelt deze en de Minister geeft zijn/haar goedkeuring of weigert deze.
Voor structurerende werken beoordeelt de administratie dit verzoek om afwijking en geeft de Minister zijn/haar goedkeuring of weigert hij/zij deze.
Art. 5.Ter uitvoering van artikel 8/11, 7°, van het decreet, betreffende de gestandaardiseerde energieboekhouding, verbindt de inrichtende macht zich ertoe het volgende in te dienen: 1° een of meer foto's van de installatie van de meetapparatuur voor het meten van het calorieverbruik en/of 2° de technische gegevens van de geïnstalleerde meter per energiedrager (elektriciteit, gas, stookolie, biomassa en/of warmtenetten). De inrichtende macht belooft de toelichting in te dienen.
Onder "gestandaardiseerde energieboekhouding" wordt verstaan: het verbruik voor verwarming over een kalenderjaar en over een periode van minimaal 30 jaar.
In het kader van artikel 8/13, 6°, van het decreet kan de inrichtende macht onder meer achteraf worden gecontroleerd op de naleving van de in artikel 8/11, 7°, van het decreet vastgelegde verplichting om een gestandaardiseerde energieboekhouding bij te houden voor het gebouw of de gebouwen waarop de subsidie betrekking heeft. De hierboven bedoelde controle heeft uitsluitend betrekking op de jaren die reeds zijn verstreken tussen de voorlopige oplevering van het gebouw of de gebouwen en de genoemde controle.
Art. 6.Ter uitvoering van artikel 8/11, 8°, van het decreet, betreffende de integratie van de genderdimensie, verbindt de inrichtende macht zich ertoe om, afhankelijk van de aard van de werken, een toelichting in te dienen waaruit blijkt dat bij het ontwerp van het architecturale project rekening is gehouden met de genderdimensie, met vermelding van de bepalingen in de aanbestedingsdocumenten waaruit blijkt dat de schoolinfrastructuren zijn ontworpen met inachtneming van de genderdimensie en op een wijze die de gelijke behandeling van alle gebruikers garandeert, ongeacht hun geslacht en zonder enige vorm van discriminatie (kleedkamers, speelplaatsen, ...) of waarin wordt aangegeven waarom het om technische of financiële redenen onmogelijk is om dit in de praktijk te brengen.
Art. 7.Voor de toepassing van artikel 8/11, 9°, van het decreet, betreffende het onderwijs dat onder de gemeenschappelijke kern valt, verbindt de inrichtende macht zich ertoe een infrastructureel kader (lokalen/uitrusting) aan te bieden dat geschikt is voor de invoering van de FMTTN, het ECA en/of de maatregelen voor differentiatie en gepersonaliseerde begeleiding, die noodzakelijk zijn voor de invoering van de gemeenschappelijke kern zoals bedoeld in het Wetboek voor het onderwijs op infrastructureel vlak.
Deze voorwaarde is van toepassing zodra de werken betrekking hebben op de schoolruimten die onder de FMTTN, het ECA en/of de regelingen voor differentiatie en gepersonaliseerde begeleiding vallen, dat wil zeggen op alle schoolruimten met uitzondering van administratieve kantoren, technische ruimten en sanitaire voorzieningen, en afhankelijk van de categorie en de aard van de werken.
Daartoe baseert de inrichtende macht zich op de in bijlage III bedoelde gids voor goede praktijken.
Met FMTTN wordt bedoeld: de manuele technische, technologische en numerieke opleiding.
Met ECA wordt bedoeld: het cultureel en artistiek onderwijs.
Het bewijs dat aan deze voorwaarde is voldaan, wordt geleverd door middel van de toelichting.
Art. 8.Met het oog op de toepassing van artikel 8/11, 10°, van het decreet, betreffende connectiviteit, verbindt de inrichtende macht zich ertoe te beschikken over een gebouw dat voldoet aan de connectiviteitseisen, door in het project een bekabelde en/of draadloze verbinding op te nemen voor alle onderwijsruimten. Daartoe baseert de inrichtende macht zich op de in bijlage III bedoelde gids voor goede praktijken.
Het bewijs dat aan deze voorwaarde is voldaan met betrekking tot connectiviteit, wordt geleverd door middel van de volgende documenten: 1° de toelichting waarin de ingezette middelen worden beschreven en waarin wordt aangetoond dat de in dit besluit vastgestelde maatregelen worden nageleefd;2° een verklaring van goede uitvoering, opgesteld door het bureau voor speciale techniek dat belast is met de conformiteitscontrole van het draadloze en/of bekabelde netwerk, waarin wordt bevestigd dat het netwerk voldoet aan de voorschriften van het bestek en aan de geldende normen, afhankelijk van de aard van de gebruikte kabels en apparatuur. Deze voorwaarde is van toepassing zodra de werken ten minste betrekking hebben op de werkenaard "7-Elektriciteit", met uitzondering van werken die strikt beperkt zijn tot relighting.
Art. 9.Ter uitvoering van artikel 8/11, 11°, van het decreet, inzake inclusie, verbindt de inrichtende macht zich ertoe werken te laten uitvoeren om te beschikken over een schoolgebouw dat geschikt is voor inclusief onderwijs.
Deze voorwaarde geldt voor alle werken, afhankelijk van hun categorie en aard.
Daartoe baseert de inrichtende macht zich op de in bijlage III bedoelde gids voor goede praktijken.
Het bewijs dat aan deze voorwaarde inzake inclusie is voldaan, wordt geleverd door middel van de toelichting.
Art. 10.§ 1. Ter uitvoering van artikel 8/11, 12°, van het decreet, betreffende de snelle hergebruiksaudit verbindt de inrichtende macht zich ertoe een snelle hergebruiksaudit in te dienen.
De snelle hergebruiksaudit heeft tot doel een snel auditrapport op te stellen waarmee de algemene richtlijnen voor hergebruik kunnen worden vastgesteld. In het rapport moet, indien van toepassing, worden geconcludeerd of de materialen en apparatuur opnieuw kunnen worden gebruikt. Het moet worden opgesteld door een instelling die over de nodige deskundigheid beschikt (studiebureau, ontwerper van architectuurprojecten, bedrijf dat gespecialiseerd is in hergebruik, enz.).
De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd in het kader van de snelle hergebruiksaudit: 1° de analyse van de bestaande documenten (PID, plattegronden en technische fiches), 2° een algemene beschrijving van het gebouw en de verschillende onderdelen ervan, om de ruimtelijke en technische kenmerken ervan vast te stellen (type structuur, aard van de materialen en de technische installaties), 3° de bezoeken voor een algemene visuele analyse en 4° een inventaris van de materialen, apparaten en uitrusting die mogelijk opnieuw kunnen worden gebruikt. Deze bepaling is niet van toepassing op werken waarvoor de regeling inzake uiterste spoed geldt, zoals bepaald in artikel 8/25, § 1, van het decreet. § 2. Wanneer uit de in paragraaf 1 bedoelde audit blijkt dat er mogelijkheden tot hergebruik bestaan, moet de inrichtende macht aantonen dat ten minste 5 % van dit potentieel, uitgedrukt in gewicht, daadwerkelijk wordt hergebruikt. Wanneer het gewicht niet de juiste meeteenheid is, wordt er een lijst opgesteld met de eenheden of bedragen van de herbruikbare onderdelen. In dat geval moet de inrichtende macht aantonen dat ten minste 5 % van deze eenheden of bedragen wordt hergebruikt.
Onder hergebruikspotentieel wordt verstaan: materiaal dat, inclusief alle kosten, even duur of goedkoper is dan nieuw materiaal en dat kan worden hergebruikt in het gebouw, in de schoolvestiging of buiten de schoolvestiging.
Indien het gebouw dat wordt gesloopt tot de oplevering van het nieuwe gebouw onderdak biedt aan de leerlingen, verbindt de inrichtende macht zich ertoe om er de voorkeur aan te geven het volledige potentieel van het gebouw in een hergebruikstraject te laten terugvloeien.
De inrichtende macht dient de volgende stukken op het platform in, om aan te tonen dat aan de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde 5%-verplichting is voldaan: 1° de in § 1 bedoelde audit, en 2° a) de toelichting met verwijzingen naar de bepalingen in de aanbestedingsdocumenten waaruit blijkt dat aan de in dit artikel vastgestelde verplichtingen is voldaan in de in het eerste lid 1 bedoelde situatie, of b) het bewijs dat de goederen in een hergebruiksketen zijn teruggebracht (verkoop, schenking, enz.) in de in het eerste lid bedoelde situatie en/of een verklaring op erewoord dat de voorkeur wordt gegeven aan het terugbrengen van het volledige potentieel in een hergebruiksketen.
Art. 11.Ter uitvoering van artikel 8/11, 13°, van het decreet verbindt de inrichtende macht zich ertoe de gemineraliseerde oppervlakte niet te vergroten, behalve in het geval van een toename van de bebouwde oppervlakte van scholen, en de vergroening en begroeiing van de ruimten aan te moedigen.
De inrichtende macht verbindt zich ertoe de toelichting bij de plannen in te dienen. Deze toelichting kan, indien van toepassing, bestaan uit het gebruik van de tool voor de biotoop-oppervlaktefactor (BAF+) om het project te beoordelen, waarbij rekening wordt gehouden met de biodiversiteit op het kadastrale perceel of de kadastrale percelen waarop de werken worden uitgevoerd en waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend. Die kan worden ingevuld voor de uitgangssituatie en de beoogde situatie. Met BAF+ wordt een tool bedoeld die tot doel heeft een vereenvoudigde, alomvattende aanpak te bieden waarmee een overzicht van de huidige situatie kan worden verkregen en een te bereiken doel kan worden vastgesteld.
Deze bepaling is niet van toepassing op toegangswegen en in gevallen waarin deze in strijd zou zijn met een andere bepaling van dit besluit. In deze gevallen en in ieder geval geeft de inrichtende macht de voorkeur aan waterdoorlatende oppervlakken.
Art. 12.§ 1. Ter uitvoering van artikel 8/11, 14°, van het decreet, betreffende de energieprestatie verbindt de inrichtende macht zich ertoe een erkende energieaudit in te dienen en rekening te houden met de conclusies van deze audit met betrekking tot het gebouw waarop de werken betrekking hebben, en met name de volgorde van de ingrepen aan het gebouw, tenzij het uitsluitend om dakwerken gaat.
Indien er sinds de uitvoering van de energieaudit werken zijn uitgevoerd, dient de inrichtende macht de toelichting in, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanbevelingen van de audit zijn opgevolgd.
Deze bepaling is niet van toepassing op werken waarvoor de regeling inzake uiterste spoed geldt, zoals bepaald in artikel 8/25, § 1, van het decreet. § 2. Indien het om belangrijke technische of financiële redenen onmogelijk is om een of meer aanbevelingen uit het energieauditrapport op te volgen, kan de inrichtende macht een afwijking aanvragen. Dit moet naar behoren worden gemotiveerd in de toelichting die op het platform is geplaatst.
Voor niet-structurerende werken moet de aanvraag voor een afwijking uiterlijk vóór de publicatie van de aankondiging van de aanbesteding voor de werken op het platform worden ingediend. De administratie beoordeelt deze en de Minister geeft zijn/haar goedkeuring of weigert deze.
Voor structurerende werken moet de aanvraag voor een afwijking via het platform worden ingediend bij de aanvraag voor een principeakkoord over het project. De administratie beoordeelt dit verzoek om afwijking en de Minister geeft zijn/haar goedkeuring of hij/zij weigert deze.
HOOFDSTUK III. - De specifieke bepalingen met betrekking tot het mechanisme in het kader van niet-structurerende of eenmalige werken Afdeling 1. - Indiening van de aanvraag en eventuele toekenning van
een prioriteitsakkoord a. Prioriteringstool, uiterst dringende noodzakelijkheid en EDA
Art.13. § 1. Met toepassing van artikel 8/23, § 1, leden 1 en 6, van het decreet vullen de kandidaten de in bijlage I bedoelde prioriteringstool in. § 2. Met toepassing van artikel 8/23, § 1, leden 4 en 6, van het decreet wordt bij de prioritering rekening gehouden met de anciënniteit van het dossier via een anciënniteitsindex. Dit komt neer op 50 punten die elk jaar worden toegevoegd aan de dossiers op de wachtlijst.
Om in aanmerking te komen voor anciënniteitspunten moet de kandidaat jaarlijks via het platform bevestigen dat hij zijn kandidatuur handhaaft. Door deze bevestiging verbindt de kandidaat zich ertoe dat het onderwerp van de werken ongewijzigd blijft.
De in artikel 17, § 1, 3°, van dit besluit bedoelde raming wordt bij elke in artikel 8/24 van het decreet bedoelde indeling herzien. De door de kandidaat ingevoerde bedragen voor de werken (excl. btw) worden jaarlijks aangepast op basis van de onderstaande formule, om de ontwikkeling van de kosten weer te geven die samenhangen met: - de lonen en sociale bijdragen in de bouwsector (index "s"), - de materiaalprijzen (index "i"). p = P (0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20) waarbij: - p: geactualiseerd bedrag - P: bedrag vastgesteld bij de aanvraag - s: laatste loonindex s (categorie D, bedrijven met 10 tot 19 arbeiders) die op het moment van de herziening was gepubliceerd - S: s-index vastgesteld op de uiterste datum voor het indienen van de aanvraag bedoeld in artikel 8/24, § 1, tweede lid van het decreet (30/06 van elk jaar) - i: laatste index i van de materialen (index I-2021) die op het moment van de herziening was gepubliceerd - I: i-index vastgesteld op de uiterste datum voor het indienen van de aanvraag bedoeld in artikel 8/24, § 1, tweede lid van het decreet (30/06 van elk jaar).
Art. 14.Op basis van de door de administratie gecontroleerde zelfbeoordeling stelt de Regering de rangorde vast.
De Minister kent, indien van toepassing, een voorrangsstatus toe aan de kandidaten wier dossier gunstig gerangschikt is.
De Minister deelt mee dat niet in aanmerking komende dossiers worden afgewezen.
De Minister deelt tevens aan de kandidaten wier dossier niet gunstig gerangschikt is mee dat zij in dit stadium niet tot de laureaten behoren.
De in de leden 2 tot 4 bedoelde beslissingen worden door de Minister ondertekend.
Art. 15.Met toepassing van artikel 8/25, § 1, van het decreet moet het begrip "uiterste noodsituatie" aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen: 1° een gebeurtenis zijn die gevolgen heeft voor het/de schoolgebouw(en) of de omgeving daarvan en die de inrichtende macht belet kwalitatief hoogstaand onderwijs te verstrekken;2° een gebeurtenis zijn die buiten de wil van de inrichtende macht valt, onvoorspelbaar en plotseling is;3° een gebeurtenis zijn die een gevaar vormt voor de veiligheid van de personen die in het betreffende gebouw verblijven, met uitzondering van de verwarmingssystemen;4° de urgentie die uit deze gebeurtenis voortvloeit, moet onverenigbaar zijn met de termijnen voor het indienen van dossiers in het kader van het mechanisme voor niet-structurerende werken;5° er moet een oorzakelijk verband worden aangetoond tussen de genoemde gebeurtenis en de daaruit voortvloeiende urgentie. De toestemming of weigering voor de uiterste urgentie wordt verleend door de Minister.
Art. 16.In toepassing van artikel 8/26 van het decreet, moeten Scholen met een Aanpassingsstelsel hun subsidiëringsaanvraag voor schoolgebouwen op het platform indienen tegen 30 mei van het opstellingsjaar van hun protocol.
Als het totaal van de aanvragen het in artikel 8/26 van het decreet vastgestelde bedrag overschrijdt, en na controle van hun subsidiabiliteit, krijgen ze voorrang volgens de criteria bepaald in artikel 8/23 van het decreet.
De lijst van de voorrangsdossiers wordt op 1 juli aan de minister van Onderwijs bezorgd, die deze informatie meedeelt in het toekenningsbesluit van de middelen aan de SAS. Het bedrag van de voorrangswerken wordt afgetrokken van de begrotingsenveloppen van de netten waarvan de begunstigden afhangen, v??r de rangschikking die op 30 september van elk jaar wordt vastgesteld. b. In te dienen documenten
Art.17. § 1. In toepassing van artikelen 8/21, § 1, 1°, en 8/22 van het decreet en na de validatie of wijziging van de oriëntatie van het dossier voorzien in artikel 8/9 van het decreet, dient de kandidaat de volgende informatie of stukken in die nodig zijn voor de behandeling van zijn dossier: 1° de beraadslaging of de gemotiveerde beslissing waarin de kandidaat beslist over het principe van de werken, de subsidie aanvraagt en, in voorkomend geval, de tussenkomst van het Waarborgfonds vraagt;2° de plattegronden en gevelaanzichten van het (de) gebouw(en) waarop de werken betrekking hebben, met vermelding van de functies en de belangrijkste afmetingen.Deze tekeningen moeten op een duidelijk afleesbare schaal worden weergegeven en minstens schematisch zijn; 3° de gedetailleerde raming per globale post, met in voorkomend geval de nauwkeurige identificatie en verantwoording van de aanverwante werken;4° de prioriteringstool voorzien in bijlage I, in toepassing van artikel 13, § 1, voor de niet-structurerende werken, in Excel-formaat, net als de gevraagde bewijsstukken voor de criteria op punten;5° in voorkomend geval, bij werken ter verbetering van de energieprestatie van het (de) in de aanvraag bedoelde gebouw(en) (met uitzondering van de daken), de erkende energieaudit bedoeld in artikel 12, § 1;6° elk element om het project van de kandidaat volledig te kunnen begrijpen. § 2. Na 30 juni van elk jaar mag geen enkel stuk meer worden toegevoegd, met inbegrip van de bewijsstukken bedoeld in § 1, 4°, behalve voor de correctie van een materiële fout die geen wijziging van de zelfbeoordeling impliceert. Voor het jaar 2026 mag na 9 februari 2027 geen enkel stuk meer worden toegevoegd, met inbegrip van de bewijsstukken bedoeld in § 1, 4°, behalve voor de correctie van een materiële fout die geen wijziging van de zelfbeoordeling impliceert.
Met uitzondering van de bewijsstukken bedoeld in § 1, 4°, leidt elk ontbrekend of onvolledig document bedoeld in § 1 tot de weigering van het dossier. In een later jaar moet een nieuwe, volledige en conforme aanvraag worden ingediend. Afdeling 2. - Aanvraag van een definitief toewijzingsakkoord
a. Termijnen, beslissing en procedure
Art.18. § 1. Binnen een termijn van 24 maanden na de datum waarop het prioriteitsakkoord bedoeld in artikel 8/21, § 1, 1°, b), van het decreet is toegekend, dient de inrichtende macht haar aanvra(a)g(en) voor een definitief toewijzingsakkoord in via het platform, samen met de in artikelen 21 en 22 opgesomde de documenten De administratie analyseert de aanvraag. Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in het eerste lid bedoelde termijnen. § 2. De inrichtende macht die haar aanvraag om redenen buiten haar wil en onafhankelijk van haar wil niet binnen de in § 1 voorgeschreven termijn kan indienen, krijgt een verlenging van 6 maanden, één keer verlengbaar, mits ze een naar behoren gemotiveerde aanvraag indient via het platform 5 weken v??r de in § 1 bedoelde termijn verstrijkt.
Na afloop van de in § 1 bedoelde termijn, eventueel verlengd, behoudt het bestuur zich, bij gebrek aan door de inrichtende macht ondernomen acties en/of stappen, het recht voor om de minister voor te stellen de inrichtende macht per aangetekende brief te vragen of ze haar dossier voortzet dan wel stopzet.
Als de inrichtende macht binnen een termijn van 3 maanden geen enkel gevolg geeft aan de in het vorige lid bedoelde brief, deelt de minister zijn beslissing tot intrekking van de subsidie mee aan de inrichtende macht. Geeft de inrichtende macht gevolg aan de brief en legt ze verantwoordingen voor, dan neemt de minister, na analyse door de administratie, een beslissing tot behoud of intrekking van de subsidie.
Art. 19.Op basis van het door de administratie geanalyseerde dossier neemt de minister zijn beslissing binnen een termijn van ongeveer 6 maanden, die ingaat op de datum van ontvangst van het door de inrichtende macht ingediende complete dossier. Die beslissing: 1° is gunstig wanneer het dossier compleet is en aan de bepalingen van het decreet en dit besluit voldoet.In dat geval wordt een definitief toewijzingsakkoord verleend, dat de toestemming inhoudt om de overheidsopdracht voor werken aan de geselecteerde inschrijver(s) toe te wijzen en de werken aan te vatten; 2° is voorwaardelijk wanneer het dossier voldoet aan de bepalingen van het decreet en dit besluit, maar kleine aanpassingen of aanvullingen vereist die binnen de controlebevoegdheid van de begunstigde van de subsidie vallen.In dat geval wordt een definitief toewijzingsakkoord onder voorbehoud verleend. De overheidsopdracht mag worden toegewezen zodra rekening is gehouden met de geformuleerde voorbehouden; 3° is negatief wanneer het dossier onvolledig is ondanks het in artikel 18, § 1, tweede lid bedoelde verzoek van de administratie of wanneer de bepalingen van het decreet of dit besluit niet zijn nageleefd.Het dossier moet worden aangepast en opnieuw op het platform worden ingediend, zelfs als de stedenbouwkundige vergunning al is verleend.
Art. 20.De gunning van de opdracht door de begunstigde mag niet worden meegedeeld v??r het definitieve toekenningsakkoord.
In toepassing van artikel 8/21, § 3, tweede lid, van het decreet kan de inrichtende macht voorafgaand schriftelijk toestemming vragen om de overheidsopdracht voor werken toe te wijzen en, in voorkomend geval, de werken aan te vatten. Daartoe dient ze haar gemotiveerde afwijkingsaanvraag in bij de administratie, waarin ze om die schriftelijke toestemming verzoekt. De administratie gaat na of het dossier betrekking heeft op de uitvoering van werken waarvan de urgentie van de termijnen verband houdt met omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de inrichtende macht.
Onder omstandigheden onafhankelijk van de wil van de inrichtende macht worden omstandigheden verstaan die, zonder een geval van overmacht in strikte zin te vormen - dat wil zeggen zonder dat moet worden aangetoond dat er sprake is van een onvoorzienbare, onweerstaanbare en externe gebeurtenis die de uitvoering absoluut onmogelijk maakt - niettemin objectief en dwingend van aard zijn, waardoor de inrichtende macht genoodzaakt is te handelen binnen termijnen die onverenigbaar zijn met de gewone procedure voor de verlening van het definitieve toekenningsakkoord. Die omstandigheden kunnen hun oorsprong binnen of buiten de organisatie van de inrichtende macht vinden. De toekenning van de afwijking is ondergeschikt aan het bewijs door de begunstigde dat hij bij de voorbereiding en het beheer van zijn project de nodige zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd en dat hem geen zware fout of lichte maar herhaalde fout kan worden aangerekend die heeft bijgedragen tot het ontstaan of de verergering van de aangevoerde situatie. De administratie beoordeelt deze omstandigheden in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid en gaat aan de hand van de voorgelegde elementen na of de aangevoerde urgentie objectief gerechtvaardigd is.
De toestemming of weigering wordt door de minister verleend na analyse door de administratie.
Deze afwijking strekt ertoe het recht op subsidies te vrijwaren, maar houdt geen definitieve verbintenis van de minister tot tussenkomst in. b. In te dienen documenten
Art.21. De inrichtende macht voegt de volgende documenten bij haar aanvraag voor een definitief toewijzingsakkoord op het platform: 1° de beraadslaging of de beslissing waarin de inrichtende macht de opdrachtdocumenten en de raming van de werken, net als het (de) bedrag(en) ervan, goedkeurt en de subsidie aanvraagt en, in voorkomend geval, haar verzoek herhaalt tot tussenkomst van het Waarborgfonds voor het gedeelte dat niet door de subsidie wordt gedekt;2° het bewijs dat de inrichtende macht, of elke instantie bedoeld in artikel 8/12, tweede lid, van het decreet, over een zakelijk recht beschikt op het (de) gebouw(en) waarop de subsidie betrekking heeft voor een duur van ten minste 30 jaar vanaf het definitief toewijzingsakkoord en, in voorkomend geval, de vereisten van artikel 8/20 van het decreet.Dit bewijs kan worden geleverd door middel van een authentieke akte, een erfpachtovereenkomst of enig ander geregistreerd bewijsstuk. 3° een document of, in voorkomend geval, een hulpmiddel voor de berekening van de fysieke normen volgens het onderwijstype, net als de uitsplitsing van de kosten voor de verificatie van de naleving van de financiële normen overeenkomstig het besluit van 6 februari 2014 betreffende de fysische en financiële normen;4° de gemotiveerde beraadslaging of beslissing tot gunning waarbij de inrichtende macht de opdrachtnemer(s) aanwijst en het bedrag van de werken vaststelt;5° in voorkomend geval, de stedenbouwkundige vergunning en de bijlagen daarbij, waaronder het verslag van de brandweer;6° de documenten betreffende asbest bedoeld in artikel 3, 1°, en, in voorkomend geval, 2° ;7° het Totem-rapport bedoeld in artikel 8/11, 5°, van het decreet;8° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de decarbonisatie zoals bedoeld in artikel 4, § 1, behalve in geval van toekenning van de afwijking in toepassing van artikel 4, § 2;9° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de energieboekhouding zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid;10° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de genderdimensie zoals bedoeld in artikel 6;11° de toelichtingsnota over de gemeenschappelijke kern zoals bedoeld in artikel 7, zesde lid;12° in voorkomend geval, de documenten over de connectiviteit bedoeld in artikel 8, tweede lid, 1° ;13° de toelichtingsnota over inclusie bedoeld in artikel 9;14° in voorkomend geval, de documenten betreffende de snelle hergebruiksaudit bedoeld in artikel 10, § 2, vierde lid, 1° en 2° ;15° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de vergroening en de beplanting van de ruimten bedoeld in artikel 11;16° in geval van een afwijking bedoeld in artikel 20, de kennisgeving van de overheidsopdracht van werken en het bevel tot aanvang van de werken;17° in voorkomend geval, voor dossiers die verband houden met een schadegeval, een document waaruit het bedrag van de tussenkomst van de verzekering en/of van elk ander steunmechanisme blijkt.
Art. 22.Opdat de administratie kan nagaan of voldaan is aan de verplichtingen van de begunstigde zoals voorzien in artikel 8/13, 2°, van het decreet, met betrekking tot de naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake overheidsopdrachten, dient de kandidaat de volgende documenten m.b.t. de overheidsopdracht van werken in op het platform: 1° het bijzonder bestek of de bijzondere bestekken met de administratieve bepalingen;2° het bijzonder bestek of de bijzondere bestekken en technische bepalingen;3° de ramende meetstaat;4° de gedetailleerde meetstaat van de percelen;5° de samenvattende meetstaat (gedetailleerd volgens de financiële norm);6° de uitvoeringsplannen `architectuur' (met de algemene maatvoeringen) en de plannen van de speciale technieken (pdf + dwg of vergelijkbaar elektronisch formaat);7° het veiligheids- en gezondheidsplan;8° in voorkomend geval, het bericht van bekendmaking van de aankondiging van de opdracht;9° in voorkomend geval, het bewijs van de raadpleging van de ondernemingen;10° het verslag over de opening van de offertes;11° de geselecteerde offertes;12° de niet-geselecteerde offertes;13° het verslag over de analyse van de offertes, net als het verslag van de veiligheids- en gezondheidscoördinator;14° de vergelijking van de offertes (pdf + Excel);15° de basistabel van de bestelling (pdf + Excel);16° in voorkomend geval, het bewijs of de bewijzen van de verlenging van de gestanddoeningstermijnen van de inschrijver(s);17° in voorkomend geval, het advies van de Toezichthouder voor het gesubsidieerde officiële net. Afdeling 3. - Indiening van aanvragen tot vereffening en van de
eindafrekening a. Termijnen, beslissing en procedure
Art.23. § 1. Binnen een termijn van maximaal 12 maanden na de datum van toekenning van het definitieve toewijzingsakkoord bedoeld in artikel 8/21, § 1, 2°, b), van het decreet dient de inrichtende macht haar eerste aanvraag tot vrijgave van de in artikel 8/18, eerste lid, 1°, van het decreet bedoelde schijven in op het platform. Die aanvraag, die ten vroegste vanaf het bevel tot aanvang van de werken wordt opgesteld, wordt ingediend samen met de in artikel 25, § 1, opgesomde documenten.
De inrichtende macht dient haar tweede en derde aanvraag tot vrijgave van de in artikel 8/18, eerste lid, 2° en 3°, van het decreet bedoelde schijven in op het platform, samen met de in artikel 25, § 2, opgesomde documenten.
De administratie analyseert de aanvragen voor elk van de schijven en dit, in voorkomend geval, door een afzonderlijke financiële berekening toe te passen voor elk van de percelen van de overheidsopdracht van werken. Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in het eerste lid bedoelde termijnen. § 2. Na de voltooiing van de werken bezorgt de inrichtende macht de in artikel 8/18, eerste lid, 4°, van het decreet bedoelde eindafrekening via het platform, samen met de in artikel 25, § 3, opgesomde documenten, uiterlijk binnen een termijn van 36 maanden vanaf de aanvraag tot vereffening van de eerste schijf bedoeld in artikel 8/18, eerste lid, 1°, van het decreet.
De administratie analyseert de aanvraag. Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in het eerste lid bedoelde termijnen. § 3. De inrichtende macht die haar aanvraag om redenen buiten haar wil en onafhankelijk van haar wil niet kan indienen binnen de in § 1 en/of § 2 voorgeschreven termijn, krijgt voor elke paragraaf een verlenging van maximaal 6 maanden, mits ze vijf weken vóór het verstrijken van een van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde termijnen een naar behoren gemotiveerde aanvraag op het platform indient.
Indien de inrichtende macht de documenten niet binnen de in § 1, § 2 en/of § 3 bedoelde termijnen aan de administratie bezorgt, behoudt de administratie zich het recht voor om de Minister voor te stellen de inrichtende macht per aangetekende brief te vragen of ze haar dossier voortzet dan wel stopzet.
Als de inrichtende macht na een termijn van 3 maanden geen enkel gevolg geeft aan de in het vorige lid bedoelde brief, dan bezorgt de minister de berekening van het definitieve subsidiebedrag en sluit het dossier af. Dit definitieve subsidiebedrag wordt berekend op basis van de overgemaakte betalingsaanvragen. Het verschil tussen dat definitieve bedrag en het totaal van de reeds uitgevoerde vereffeningen wordt door de administratie teruggevorderd. Geeft de inrichtende macht gevolg aan de brief en legt ze verantwoordingen voor, dan neemt de minister, na analyse door de administratie, een beslissing tot behoud of intrekking van de subsidie. § 4. De betaling van de schijven van de subsidie wordt, in voorkomend geval, berekend op basis van de percelen van de betrokken overheidsopdracht. § 5. De minister ondertekent het eindafrekeningsbesluit.
Art. 24.Opdat aanvullende en/of wijzigende werken voor subsidiëring in aanmerking komen, moeten ze cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° betrekking hebben op het voorwerp van de aanneming en binnen de grenzen daarvan blijven.Ze moeten integraal deel uitmaken van het programma van werken dat bij het prioriteitsakkoord is vastgesteld; 2° noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de geplande werken of voor het normale gebruik van de lokalen;3° voortvloeien uit omstandigheden die op het ogenblik van het opstellen van het bestek niet voorzien konden worden. Wanneer aan deze drie voorwaarden is voldaan, kunnen deze meerwerken in de eindafrekening worden geregulariseerd voor zover het subsidiebedrag, zoals bedoeld in artikel 8/29 van het decreet en vastgesteld in het definitieve toewijzingsakkoord, niet wordt overschreden. b. In te dienen documenten
Art.25. § 1. Voor de vereffening van de eerste schijf dient de inrichtende macht de volgende documenten in op het platform: 1° de kennisgeving van de opdracht aan de onderneming;2° het bevel tot aanvang van de werken;3° in voorkomend geval, het bewijs van de samenstelling van de borgtocht;4° de vorderingsstaat nr.0 (bestelbon (pdf- + Excelversies)) van elk gegund perceel. § 2. Voor de vereffening van de tweede en derde schijf dient de inrichtende macht de volgende documenten in op het platform: 1° de gedetailleerde vorderingsstaten van de uitgevoerde werken (maandelijks en cumulatief) van elk perceel en de staat van de desbetreffende contractuele herzieningen;2° de schuldvorderingen betreffende de werken;3° de overeenstemmende facturen. § 3. Voor de vereffening van het saldo van de subsidie dient de inrichtende macht de volgende documenten in op het platform: 1° het eindafrekeningsdossier, namelijk: a) de gedetailleerde vorderingsstaten van de werken uitgevoerd tussen de derde schijf en de eindafrekening;b) de slotvorderingsstaat;c) de schuldvorderingen betreffende de werken;d) de overeenstemmende facturen;e) het gedetailleerde overzicht van alle facturen;f) het gedetailleerde overzicht van de werken uitgevoerd tegen de prijs van de goedgekeurde inschrijving;g) in voorkomend geval, een gedetailleerd overzicht van de uitgevoerde wijzigende en/of aanvullende werken, met motivering van de overeengekomen prijzen, en een verslag waarin de strikte noodzaak of de onvoorzienbaarheid van deze werken wordt gerechtvaardigd;h) de gedetailleerde berekening van de contractuele herziening;i) een gedetailleerd overzicht van de uitvoeringstermijnen, met inbegrip van: i.de gemotiveerde beslissingen om de werken te stoppen en te hervatten; ii. de registratie van dagen met weerverlet, betaald verlof, wettelijk verlof, enz.; iii. de gemotiveerde beslissing van de opdrachtgever om eventuele termijnverlengingen toe te kennen; j) het verslag van de voorlopige oplevering k) een verklaring van de inrichtende macht waarin de werkelijke datum van voltooiing van de werken is vermeld;l) de berekeningsnota's van eventuele door de opdrachtnemer te betalen boetes;m) de berekening van eventuele door de opdrachtnemer te betalen vertragingsboetes;n) de beslissing van de opdrachtgever tot goedkeuring van de eindafrekening van de werken, met inbegrip van aanvullende en/of wijzigende werken;o) in voorkomend geval, het advies van de toezichthouder;p) in geval van btw aan de medecontractant, het betalingsbewijs van de btw 2° in voorkomend geval, het in artikel 3, 3° bedoelde document betreffende asbest;3° in voorkomend geval, de documenten betreffende de genormaliseerde energieboekhouding bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1° en 2° ;4° in voorkomend geval, de documenten over de connectiviteit bedoeld in artikel 8, tweede lid, 2° ;5° in voorkomend geval, de documenten betreffende de snelle hergebruiksaudit bedoeld in artikel 10, § 2, vierde lid, 2° en 2° ; HOOFDSTUK II. - Specifieke bepalingen met betrekking tot het mechanisme in het kader van niet-structurerende werken Afdeling 1. - Bijzondere subsidiabiliteitsvoorwaarden voorzien in art.
8/32 van het decreet
Art. 26.Voor de toepassing van artikel 8/32, eerste lid, 1°, van het decreet verbindt de inrichtende macht zich ertoe de volgende documenten in te dienen om na te gaan of de QZEN/NZEB-norm min 20 % wordt bereikt: 1° het EPB-verslag (ingediend op het gewestelijke EPB-platform) en, in voorkomend geval, elk ander conform document waarmee kan worden aangetoond dat aan de QZEN/NZEB-vereiste min 20 % is voldaan;2° de definitieve EPB-aangifte (ingediend op het gewestelijke EPB-platform). Met QZEN/NZEB min 20 % wordt bedoeld: het bereiken van een prestatieniveau (Ew- of CEP-waarde) dat maximaal gelijk is aan 80 % van de geldende gewestelijke QZEN- of NZEB-vereiste. Deze vereiste wordt bepaald op het moment van de indiening van de initiële EPB-aangifte die bij de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning wordt gevoegd.
Art. 27.Voor de toepassing van artikel 8/32, eerste lid, 2°, van het decreet betreffende het delen van ruimte verbindt de inrichtende macht zich ertoe om, ongeacht de aard van de werken, een van de volgende documenten in te dienen om het gebruik van het betrokken gebouw door een derde aan te tonen: - de toelichtingsnota waarin de mogelijkheid en de bereidheid tot het delen van ruimte worden aangetoond, onderbouwd met architectuurplannen (details van de lokalen van het mutualisatieproject, de omliggende sociaal-culturele en sportcontext, ...) of - een door alle partijen ondertekende gebruiksovereenkomst betreffende de lokalen waarop de werken betrekking hebben, of - een document waaruit blijkt dat de lokalen waarop de werken betrekking hebben over een label beschikken dat is erkend door een overheidsinstantie op gewestelijk, federaal of gemeenschapsniveau en waarmee een bereidheid tot terbeschikkingstelling wordt aangetoond, zoals "Atouts-Camps", of - de toelichtingsnota waarin de redenen voor het niet uitvoeren ervan worden gemotiveerd. De motivering mag dus niet neerkomen op algemene beschouwingen. De motiveringselementen moeten in concreto en rekening houdend met de bijzondere kenmerken eigen aan het project (voorwerp van de werken, ruimtelijke indeling van de inplanting, stedenbouwkundige context, sociale/verenigings-/sportcontext, ...), de precieze en specifieke punten waardoor de mutualisatie in dat specifieke geval moeilijk of niet aangewezen is.
De administratie beoordeelt deze aanvraag tot niet-uitvoering en de minister verleent of weigert de toestemming.
Art. 28.Voor de toepassing van artikel 8/32, eerste lid, 3°, van het decreet betreffende de infrastructurele samenwerking tussen netten of tussen inrichtende machten verbindt de inrichtende macht zich ertoe een van de volgende documenten in te dienen om, in voorkomend geval, het gebruik van het betrokken gebouw door een andere inrichtende macht van hetzelfde net of van een ander net aan te tonen: - de toelichtingsnota die bewijst dat infrastructurele samenwerking met een andere inrichtende macht wordt overwogen (details van de lokalen van het samenwerkingsproject, de omliggende schoolcontext, ...), of - een rechtsgeldig door alle inrichtende machten ondertekende overeenkomst of elk officieel document waaruit blijkt dat het betrokken gebouw wordt gebruikt door een andere inrichtende macht van hetzelfde net of van een ander net, of - de toelichtingsnota waarin wordt vastgesteld dat er binnen een straal van 1 km voor het basisonderwijs, 2 km voor het secundair onderwijs, 10 km voor het hoger onderwijs geen inrichting bestaat die van een ander net of een andere inrichtende macht afhangt. De afstand wordt beoordeeld aan de hand van het kortste traject over de weg, of - de toelichtingsnota waarin de redenen voor het niet uitvoeren ervan worden gemotiveerd. De motivering mag dus niet neerkomen op algemene beschouwingen. De motiveringselementen moeten in concreto en rekening houdend met de bijzondere kenmerken eigen aan het project (voorwerp van de werken, ruimtelijke indeling van de inplanting, onderwijstype ...), de precieze en specifieke punten waardoor de infrastructurele samenwerking tussen netten of tussen inrichtende machten in dit specifieke geval moeilijk of niet aangewezen is.
De administratie beoordeelt deze aanvraag tot niet-uitvoering en de minister verleent of weigert de toestemming.
Deze verplichting is niet van toepassing op psycho-medisch-sociale centra, territoriale polen en internaten.
Art. 29.§ 1. In toepassing van artikel 8/32, eerste lid, 4°, van het decreet, betreffende de toegankelijkheidsaudit verbindt de inrichtende macht zich ertoe: 1° een toegankelijkheidsaudit uit te voeren indien het voorwerp van de werken een potentiële impact heeft op de toegankelijkheid van het (de) gebouw(en) waarop de werken betrekking hebben;2° werken uit te voeren met het oog op een schoolgebouw dat is aangepast aan personen met beperkte mobiliteit en voldoet aan de gewestelijke verplichtingen.Deze werken voldoen aan de aanbevelingen van de toegankelijkheidsaudit wat betreft de elementen van het (de) gebouw(en) waarop de werken betrekking hebben.
De toegankelijkheidsaudit wordt uitgevoerd door een van de door het Collectif Accessibilité Wallonie Bruxelles (Cawab) erkende expertbureaus inzake toegankelijkheid.
De analysemethode van de audit beantwoordt aan het SECU-E-ontwerpprincipe van verplaatsingsketens. In deze audit wordt rekening gehouden met: 1° de toepasselijke gewestelijke wetgeving inzake toegankelijkheid;2° de "Ontwerpgids voor toegankelijke gebouwen". De audit heeft minimaal betrekking op het (de) gebouw(en) waarop het prioriteitsakkoord van toepassing is. In geval van sloop geldt de audit niet voor het (de) te slopen gebouw(en), maar uitsluitend voor de geplande toestand. De inrichtende macht moet minimaal de aanbevelingen van de audit volgen voor het voorwerp van de werken.
De naleving van de toegankelijkheidsvoorwaarde wordt aan de hand van een toelichtingsnota gecontroleerd. § 2. Onverminderd artikel 34, tweede lid, kan de inrichtende macht, indien het om belangrijke technische of financiële redenen onmogelijk is om een of meer aanbevelingen van het toegankelijkheidsauditrapport op te volgen, een afwijking aanvragen door de toelichtingsnota in te dienen. Dit moet naar behoren worden gemotiveerd en op het platform ingediend worden.
De aanvraag tot afwijking moet uiterlijk vóór de bekendmaking van de aankondiging van de opdracht voor werken op het platform worden ingediend.
De administratie beoordeelt dit verzoek om afwijking en de minister verleent of weigert de toestemming. Afdeling 2. - Indiening van de aanvraag en eventuele toekenning van
een prioriteitsakkoord a. Waarderingstool
Art.30. § 1. In toepassing van artikel 8/33, § 1, vierde lid van het decreet bepaalt de Regering de waarderingstool voor de staat van het (de) gebouw(en) in bijlage II bij dit besluit. § 2. In toepassing van artikel 8/33, § 1, zesde lid, van het decreet wordt bij de prioritering rekening gehouden met de anciënniteit van het dossier via een anciënniteitsindex. Dit komt neer op 50 punten die elk jaar worden toegevoegd aan de dossiers op de wachtlijst.
Om in aanmerking te komen voor anciënniteitspunten moet de aanvrager jaarlijks via het platform bevestigen dat hij zijn kandidatuur handhaaft. Door deze bevestiging verbindt de aanvrager zich ertoe dat het onderwerp van de werken ongewijzigd blijft.
De in artikel 32, § 1, 4°, van dit besluit bedoelde raming wordt bij elke in artikel 8/34 van het decreet bedoelde indeling herzien. De door de kandidaat ingevoerde bedragen voor de werken (excl. btw) worden jaarlijks aangepast op basis van de onderstaande formule, om de ontwikkeling van de kosten weer te geven die samenhangen met: - de lonen en sociale bijdragen in de bouwsector (index "s"), - de materiaalprijzen (index "i"). p = P (0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20) waarbij: - p: geactualiseerd bedrag - P: bedrag vastgesteld bij de aanvraag - s: laatste loonindex s (categorie D, bedrijven met 10 tot 19 arbeiders) die op het moment van de herziening was gepubliceerd - S: s-index vastgesteld op de uiterste datum voor het indienen van de aanvraag bedoeld in artikel 8/34, § 1, tweede lid van het decreet (30/06 van elk jaar) - i: laatste index i van de materialen (index I-2021) die op het moment van de herziening was gepubliceerd - I: i-index vastgesteld op de uiterste datum voor het indienen van de aanvraag bedoeld in artikel 8/34, § 1, tweede lid van het decreet (30/06 van elk jaar).
Art. 31.Op basis van de door de administratie gecontroleerde zelfbeoordeling stelt de Regering de dossierlijst op.
De Minister kent, indien van toepassing, een voorrangsstatus toe aan de kandidaten wier dossier gunstig gerangschikt is.
De Minister deelt mee dat niet in aanmerking komende dossiers worden afgewezen.
De Minister deelt tevens aan de kandidaten wier dossier niet gunstig gerangschikt is mee dat zij in dit stadium niet tot de laureaten behoren.
De in het tweede tot en met vierde lid bedoelde beslissingen worden door de Minister ondertekend. b. In te dienen documenten
Art.32. § 1. In toepassing van artikelen 8/30, § 1, 1°, en 8/31 van het decreet en na de validatie of wijziging van de oriëntatie van het dossier voorzien in artikel 8/9 van het decreet, dient de kandidaat de volgende stukken in die nodig zijn voor de behandeling van zijn dossier: 1° de beraadslaging of de gemotiveerde beslissing waarin de kandidaat beslist over het principe van de werken, de subsidie aanvraagt en, in voorkomend geval, de tussenkomst van het Waarborgfonds vraagt;2° de plattegronden en gevelaanzichten van het (de) gebouw(en) waarop de werken betrekking hebben, met vermelding van de functies en de belangrijkste afmetingen.Deze tekeningen moeten op een duidelijk afleesbare schaal worden weergegeven en minstens schematisch zijn; 3° de gedetailleerde raming per globale post, met in voorkomend geval de nauwkeurige identificatie en verantwoording van de aanverwante werken;4° de waarderingstool voor structurerende werken in Excel-formaat, net als de gevraagde bewijsstukken voor de gewaardeerde criteria;5° in voorkomend geval, bij werken ter verbetering van de energieprestatie van het (de) in de aanvraag bedoelde gebouw(en) (met uitzondering van de daken), de erkende energieaudit bedoeld in artikel 12. § 2. Na 30 juni van elk jaar mag geen enkel stuk meer worden toegevoegd, met inbegrip van de bewijsstukken bedoeld in § 1, 5°, behalve voor de correctie van een materiële fout die geen wijziging van de zelfbeoordeling impliceert. Voor het jaar 2026 mag na 9 februari 2027 geen enkel stuk meer worden toegevoegd, met inbegrip van de bewijsstukken bedoeld in § 1, 5°, behalve voor de correctie van een materiële fout die geen wijziging van de zelfbeoordeling impliceert.
Met uitzondering van de bewijsstukken bedoeld in § 1, 5°, leidt elk ontbrekend of onvolledig document bedoeld in § 1 tot de weigering van het dossier. In een later jaar moet een nieuwe, volledige en conforme aanvraag worden ingediend. Afdeling 3. - Aanvraag van een definitief toekenningsakkoord
a. Termijnen, beslissing en procedure
Art.33. § 1. Binnen een termijn van 24 maanden na de beslissingsdatum van het prioriteitsakkoord bedoeld in artikel 8/21, § 1, 1°, b), van het decreet, dient de inrichtende macht haar aanvra(a)g(en) tot een principeakkoord over het project in via het platform, samen met de in artikelen 35 en 36 opgesomde de documenten § 2. De inrichtende macht van wie de aanvra(a)g(en) (indien meerdere fasen) niet binnen de in § 1 voorgeschreven termijn kan (kunnen) worden ingediend om redenen buiten haar wil en onafhankelijk zijn van haar wil, krijgt een verlenging van maximaal 6 maanden voor de resterende fase(n), mits ze 5 weken vóór het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn een naar behoren gemotiveerde aanvraag indient bij de bevoegde gewestelijke dienst.
Na afloop van de in paragraaf 1 bedoelde termijn, eventueel verlengd, behoudt de administratie zich, bij gebrek aan door de inrichtende macht ondernomen acties en/of stappen, het recht voor om de minister voor te stellen de inrichtende macht per aangetekende brief te vragen of ze haar dossier of de resterende fasen voortzet dan wel stopzet.
Als de inrichtende macht binnen een termijn van 3 maanden geen enkel gevolg geeft aan de in het vorige lid bedoelde brief, deelt de minister zijn beslissing tot intrekking van de subsidie mee aan de begunstigde. Geeft de inrichtende macht gevolg aan de brief en legt ze verantwoordingen voor, dan neemt de minister, na analyse door de administratie, een beslissing tot behoud of intrekking van de subsidie. § 3. Indien het dossier volledig is, analyseert de administratie de aanvraag en organiseert, in voorkomend geval, een opvolgingsvergadering. Onverminderd artikel 8/30, § 5, van het decreet is die vergadering bedoeld om het project voor te stellen aan de administratie en overleg te plegen over de technische, ruimtelijke en financiële oriëntaties, zodat de administratie kan nagaan of subsidiabiliteitsvoorwaarden en de eventuele prioriteringscriteria zijn nageleefd.
Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in § 1 bedoelde termijnen.
Art. 34.Op basis van het door de administratie geanalyseerde dossier neemt de minister een beslissing. Die beslissing: 1° is gunstig wanneer het dossier compleet is en aan de bepalingen van het decreet en dit besluit voldoet.In dat geval wordt een principeakkoord over het project verleend. Voor de inrichtende macht houdt dit de toestemming in om een stedenbouwkundige vergunning aan te vragen indien ze dat nog niet deed. 2° is voorwaardelijk wanneer het dossier voldoet aan de bepalingen van het decreet en dit besluit, maar kleine aanpassingen of aanvullingen vereist die binnen de controlebevoegdheid van de begunstigde van de subsidie vallen.In dat geval wordt een principeakkoord onder voorbehoud voor het project verleend. De stedenbouwkundige vergunning mag aangevraagd worden, indien dat nog niet gebeurde, op voorwaarde dat de documenten zijn aangepast volgens de geformuleerde voorbehouden. In voorkomend geval, indien de stedenbouwkundige vergunning reeds is aangevraagd of toegekend, verbindt de inrichtende macht zich ertoe haar aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning te wijzigen indien niet voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8/11, 8/32, 8/33, § 1, van het decreet; 3° is negatief wanneer het dossier onvolledig is ondanks het in artikel 33, § 3, tweede lid bedoelde verzoek van de administratie of wanneer de bepalingen van het decreet of dit besluit niet zijn nageleefd.Het dossier moet worden aangepast en opnieuw op het platform worden ingediend, zelfs als de stedenbouwkundige vergunning al in aanvraag is of indien de vergunning al toegekend werd.
Indien een van de latere betrokken partijen (gewestelijke brandweerdienst, overheidsdienst van Wallonië of van het Brusselse Gewest ...) wijzigingen aan het project vraagt die betrekking hebben op de subsidiabiliteits- of prioriteringsvoorwaarden, moet de inrichtende macht dat meedelen aan de administratie die nagaat of de wijzigingen in overeenstemming zijn met de voorwaarden en criteria bepaald in het decreet en dit besluit. De administratie beoordeelt, in voorkomend geval, de aanvraag tot wijziging in het licht van de bepalingen van dit besluit en van het decreet waar ze van afwijkt en brengt advies uit aan de minister die de gevraagde wijziging aanvaardt of weigert. b. In te dienen documenten
Art.35. De inrichtende macht voegt de volgende documenten toe bij haar aanvraag en op het platform: 1° het bewijs van kennisgeving van de dienstenopdracht voor de aanstelling van de projectontwerper;2° de beraadslaging of de gemotiveerde beslissing waarin de IM de documenten voor de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning goedkeurt en opnieuw om de subsidie verzoekt, alsook, in voorkomend geval, haar wens herhaalt om een beroep te doen op het Waarborgfonds voor het saldo dat niet door de subsidie wordt gedekt;3° een document of, in voorkomend geval, een hulpmiddel voor de berekening van de fysieke normen volgens het onderwijstype, net als de uitsplitsing van de kosten voor de verificatie van de naleving van de financiële normen overeenkomstig het besluit van 6 februari 2014 betreffende de fysische en financiële normen;4° de plattegronden, gevelaanzichten en doorsneden van het (de) gebouw(en) waarop de werken betrekking hebben, met vermelding van de leesbare functies en belangrijkste afmetingen, in voorkomend geval in de versie waarin ze zijn ingediend om de stedenbouwkundige vergunning aan te vragen;5° de gedetailleerde raming voor de globale posten.
Art. 36.Opdat de administratie kan nagaan of aan de in artikelen 8/11 en 8/32 van het decreet bedoelde subsidiabiliteitscriteria voldaan is, moet de IM, in voorkomend geval, de volgende documenten op het platform indienen: 1° de toelichtingsnota betreffende de koolstofarme verwarmingsinstallaties bedoeld in artikel 4;2° de toelichtingsnota over de genderdimensie zoals bedoeld in artikel 6;3° de toelichtingsnota over de gemeenschappelijke kern zoals bedoeld in artikel 7, zesde lid;4° de toelichtingsnota over inclusie zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid;5° de toegankelijkheidsaudit, vergezeld van een toelichtingsnota, zoals bedoeld in artikel 29, § 1, en/of de afwijkingsaanvraag betreffende een of meer aanbevelingen uit de toegankelijkheidsaudit zoals bedoeld in artikel 29, § 2;6° de audit bedoeld in artikel 10, § 2, vierde lid, 1°, betreffende de snelle hergebruiksaudit;7° de toelichtingsnota over de vergroening en de beplanting van de ruimten bedoeld in artikel 11, tweede lid;8° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de erkende energieboekhouding zoals bedoeld in artikel 12, § 1.Indien er sinds de uitvoering van de energieaudit werken zijn uitgevoerd, dient de IM de toelichting in, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanbevelingen van de in artikel 12 bedoelde audit zijn opgevolgd. Afdeling 4. - Aanvraag van een definitief toewijzingsakkoord
a. Termijnen, beslissing en procedure
Art.37. § 1. Binnen een termijn van 24 maanden na de datum waarop het principeakkoord over het project beslist werd, dient de IM, in voorkomend geval fase per fase, haar aanvra(a)g(en) tot definitief toewijzingsakkoord in op het platform, samen met de in de artikelen 40 en 41 opgesomde documenten.
De administratie analyseert de genoemde aanvraag en organiseert, in voorkomend geval, een opvolgingsvergadering. Onverminderd artikel 8/30, § 5, van het decreet si die vergadering bedoeld om het project aan voor te stellen aan de administratie en overleg te plegen over de technische, ruimtelijke en financiële oriëntaties, zodat de administratie kan nagaan of subsidiabiliteitsvoorwaarden en de eventuele prioriteringscriteria zijn nageleefd.
Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in het eerste lid bedoelde termijnen. § 2. De inrichtende macht die haar aanvraag om redenen buiten haar wil en onafhankelijk van haar wil niet binnen de in paragraaf 1 voorgeschreven termijn kan indienen, krijgt een verlenging van 6 maanden, voor de toepasselijke fase, één keer verlengbaar, mits ze een naar behoren gemotiveerde aanvraag indient via het platform 5 weken v??r de in paragraaf 1 bedoelde termijn verstrijkt.
Na afloop van de in § 1 bedoelde termijn, eventueel verlengd, behoudt de administratie zich, bij gebrek aan door de inrichtende macht ondernomen acties en/of stappen, het recht voor om de minister voor te stellen de inrichtende macht per aangetekende brief te vragen of ze haar dossier of de resterende fasen voortzet dan wel stopzet.
Als de inrichtende macht binnen een termijn van 3 maanden geen enkel gevolg geeft aan de in het vorige lid bedoelde brief, deelt de minister zijn beslissing tot intrekking van de subsidie mee aan de inrichtende macht. Geeft de inrichtende macht gevolg aan de brief en legt ze verantwoordingen voor, dan neemt de minister, na analyse door de administratie, een beslissing tot behoud of intrekking van de subsidie.
Art. 38.Op basis van het door de administratie geanalyseerde dossier neemt de minister zijn beslissing binnen een termijn van ongeveer 6 maanden, die ingaat op de datum van ontvangst van het door de inrichtende macht ingediende complete dossier. Die beslissing: 1° is gunstig wanneer het dossier compleet is en aan de bepalingen van het decreet en dit besluit voldoet.In dat geval wordt een definitief toewijzingsakkoord verleend, dat de toestemming inhoudt om de overheidsopdracht voor werken aan de geselecteerde inschrijver(s) toe te wijzen en de werken aan te vatten; 2° is voorwaardelijk wanneer het dossier voldoet aan de bepalingen van het decreet en dit besluit, maar kleine aanpassingen of aanvullingen vereist die binnen de controlebevoegdheid van de begunstigde van de subsidie vallen.In dat geval wordt een definitief toewijzingsakkoord onder voorbehoud verleend. De overheidsopdracht mag worden toegewezen zodra rekening is gehouden met de geformuleerde voorbehouden; 3° is negatief wanneer het dossier onvolledig is ondanks het in artikel 37, § 1, derde lid bedoelde verzoek van de administratie of wanneer de bepalingen van het decreet of dit besluit niet zijn nageleefd.Het dossier moet worden aangepast en opnieuw op het platform worden ingediend, zelfs als de stedenbouwkundige vergunning al is verleend.
Art. 39.De gunning van de opdracht door de begunstigde mag niet worden meegedeeld v??r het definitieve toekenningsakkoord.
In toepassing van artikel 8/30, § 4, tweede lid, van het decreet kan de inrichtende macht voorafgaand schriftelijk toestemming vragen om de overheidsopdracht voor werken toe te wijzen en, in voorkomend geval, de werken aan te vatten. Daartoe dient ze haar gemotiveerde afwijkingsaanvraag in bij de administratie, waarin ze om die schriftelijke toestemming verzoekt. De administratie gaat na of het dossier betrekking heeft op de uitvoering van werken waarvan de urgentie van de termijnen verband houdt met omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de inrichtende macht.
Onder omstandigheden onafhankelijk van de wil van de inrichtende macht worden omstandigheden verstaan die, zonder een geval van overmacht in strikte zin te vormen - dat wil zeggen zonder dat moet worden aangetoond dat er sprake is van een onvoorzienbare, onweerstaanbare en externe gebeurtenis die de uitvoering absoluut onmogelijk maakt - niettemin objectief en dwingend van aard zijn, waardoor de inrichtende macht genoodzaakt is te handelen binnen termijnen die onverenigbaar zijn met de gewone procedure voor de verlening van het definitieve toekenningsakkoord. Die omstandigheden kunnen hun oorsprong binnen of buiten de organisatie van de inrichtende macht vinden. De toekenning van de afwijking is ondergeschikt aan het bewijs door de begunstigde dat hij bij de voorbereiding en het beheer van zijn project de nodige zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd en dat hem geen zware fout of lichte maar herhaalde fout kan worden aangerekend die heeft bijgedragen tot het ontstaan of de verergering van de aangevoerde situatie. De administratie beoordeelt deze omstandigheden in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid en gaat aan de hand van de voorgelegde elementen na of de aangevoerde urgentie objectief gerechtvaardigd is.
De toestemming of weigering wordt door de minister verleend na analyse door de administratie.
Deze afwijking strekt ertoe het recht op subsidies te vrijwaren, maar houdt geen definitieve verbintenis van de minister tot tussenkomst in. b. In te dienen documenten
Art.40. De inrichtende macht voegt de volgende documenten toe bij haar aanvraag en op het platform: 1° de beraadslaging of de beslissing waarin de inrichtende macht de opdrachtdocumenten en de raming van de werken, net als het (de) bedrag(en) ervan, goedkeurt en de subsidie aanvraagt en, in voorkomend geval, haar verzoek herhaalt tot tussenkomst van het Waarborgfonds voor het gedeelte dat niet door de subsidie wordt gedekt;2° het bewijs dat de inrichtende macht, of elke instantie bedoeld in artikel 8/12, tweede lid, van het decreet, over een zakelijk recht beschikt op het (de) gebouw(en) waarop de subsidie betrekking heeft voor een duur van ten minste 30 jaar vanaf het definitief toewijzingsakkoord en, in voorkomend geval, de vereisten van artikel 8/20 van het decreet.Dit bewijs kan worden geleverd door middel van een authentieke akte, een erfpachtovereenkomst of enig ander geregistreerd bewijsstuk. 3° een document of, in voorkomend geval, een hulpmiddel voor de berekening van de fysieke normen volgens het onderwijstype, net als de uitsplitsing van de kosten voor de verificatie van de naleving van de financiële normen overeenkomstig het besluit van 6 februari 2014 betreffende de fysische en financiële normen;4° de gemotiveerde beraadslaging of beslissing tot gunning waarbij de inrichtende macht de opdrachtnemer(s) aanwijst en het bedrag van de werken vaststelt;5° in voorkomend geval, de stedenbouwkundige vergunning en de bijlagen daarbij, waaronder het verslag van de brandweer;6° de documenten betreffende asbest bedoeld in artikel 3, 1°, en, in voorkomend geval 2° ;7° het Totem-rapport bedoeld in artikel 8/11, 5°, van het decreet;8° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de decarbonisatie zoals bedoeld in artikel 4, § 1;9° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de energieboekhouding zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid;10° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de genderdimensie zoals bedoeld in artikel 6;11° de toelichtingsnota (gemeenschappelijke kern) zoals bedoeld in artikel 7, zesde lid;12° in voorkomend geval, de documenten over de connectiviteit bedoeld in artikel 8, tweede lid, 1° ;13° de toelichtingsnota (inclusie) zoals bedoeld in artikel 9, vierde lid;14° in voorkomend geval, de toelichtingsnota over de toegankelijkheid zoals bedoeld in artikel 29, § 1 en/of § 2;15° in voorkomend geval, de documenten betreffende de snelle hergebruiksaudit bedoeld in artikel 10, § 2, vierde lid, 2° ;16° in geval van een afwijking bedoeld in artikel 39, de kennisgeving van de overheidsopdracht van werken en het bevel tot aanvang van de werken;17° in voorkomend geval, voor dossiers die verband houden met een schadegeval, een document waaruit het bedrag van de tussenkomst van de verzekering en/of van elk ander steunmechanisme blijkt.18° het EPB-verslag (ingediend op het gewestelijke EPB-platform) en, in voorkomend geval, elk ander conform document waarmee kan worden aangetoond dat aan de QZEN/NZEB-vereiste min 20 % is voldaan, zoals bedoeld in artikel 26;
Art. 41.Opdat de administratie kan nagaan of voldaan is aan de verplichtingen van de begunstigde zoals voorzien in artikel 8/13, 2°, van het decreet, moet de kandidaat de volgende documenten voor de overheidsopdracht van werken op het platform indienen: 1° het bijzonder bestek of de bijzondere bestekken met de administratieve bepalingen;2° het bijzonder bestek of de bijzondere bestekken en technische bepalingen;3° de ramende meetstaat;4° de gedetailleerde meetstaat van de percelen;5° de samenvattende meetstaat (gedetailleerd volgens de financiële norm);6° de uitvoeringsplannen `architectuur' (met de algemene maatvoeringen) en de plannen van de speciale technieken (pdf + dwg of vergelijkbaar elektronisch formaat);7° het veiligheids- en gezondheidsplan;8° in voorkomend geval, het bericht van bekendmaking van de aankondiging van de opdracht;9° in voorkomend geval, het bewijs van de raadpleging van de ondernemingen;10° het verslag over de opening van de offertes;11° de geselecteerde offertes;12° de niet-geselecteerde offertes;13° het verslag over de analyse van de offertes, net als het verslag van de veiligheids- en gezondheidscoördinator;14° de vergelijking van de offertes (pdf + Excel);15° de basistabel van de bestelling (pdf + Excel);16° in voorkomend geval, het bewijs of de bewijzen van de verlenging van de gestanddoeningstermijnen van de inschrijver(s);17° in voorkomend geval, het advies van de Toezichthouder voor het gesubsidieerde officiële net. Afdeling 5. - Indiening van aanvragen tot vereffening en van de
eindafrekening a. Termijnen, beslissing en procedure
Art.42. § 1. Binnen een termijn van maximaal 12 maanden na de datum van toekenning van het definitieve toewijzingsakkoord bedoeld in artikel 8/21, § 1, 2°, b), van het decreet dient de inrichtende macht haar eerste aanvraag tot vrijgave van de in artikel 8/18, eerste lid, 1°, van het decreet bedoelde schijven in op het platform. Die aanvraag, die ten vroegste vanaf het bevel tot aanvang van de werken wordt opgesteld, wordt ingediend samen met de in artikel 44, § 1, opgesomde documenten.
De inrichtende macht dient haar tweede en derde aanvraag tot vrijgave van de in artikel 8/18, eerste lid, 2° en 3°, van het decreet bedoelde schijven in op het platform, samen met de in artikel 44, § 2, opgesomde documenten.
De administratie analyseert de aanvragen voor elk van de schijven en dit, in voorkomend geval, door een afzonderlijke financiële berekening toe te passen voor elk van de percelen van de overheidsopdracht van werken. Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in het eerste lid bedoelde termijnen. § 2. Na de voltooiing van de werken bezorgt de inrichtende macht de in artikel 8/18, eerste lid, 4°, van het decreet bedoelde eindafrekening via het platform, samen met de in artikel 44, § 3, opgesomde documenten, uiterlijk binnen een termijn van 36 maanden vanaf de aanvraag tot vereffening van de eerste schijf bedoeld in artikel 8/18, eerste lid, 1°, van het decreet.
De administratie analyseert de aanvraag. Is het dossier onvolledig, dan brengt de administratie de inrichtende macht hiervan op de hoogte, zodat ze het dossier vervolledigt in naleving van de in het eerste lid bedoelde termijnen. § 3. De inrichtende macht die haar aanvraag om redenen buiten haar wil en onafhankelijk van haar wil niet kan indienen binnen een van de in § 1 en/of § 2 voorgeschreven termijnen, krijgt voor elke paragraaf, en in voorkomend geval voor elke fase, een verlenging van maximaal 6 maanden, mits ze vijf weken vóór het verstrijken van een van de in de §§ 1 en 2 bedoelde termijnen een naar behoren gemotiveerde aanvraag op het platform indient.
Indien de inrichtende macht van de subsidie de documenten niet binnen een van de in § 1, § 2 en/of § 3 bedoelde termijnen aan de administratie bezorgt, behoudt de administratie zich het recht voor om de Minister voor te stellen de inrichtende macht per aangetekende brief te vragen of ze haar dossier voortzet dan wel stopzet.
Als de inrichtende macht na een termijn van 3 maanden geen enkel gevolg geeft aan de in het vorige lid bedoelde brief, dan bezorgt de minister de berekening van het definitieve subsidiebedrag en sluit het dossier af. Dit definitieve subsidiebedrag wordt berekend op basis van de overgemaakte betalingsaanvragen. Het verschil tussen dat definitieve bedrag en het totaal van de reeds uitgevoerde vereffeningen wordt door de administratie teruggevorderd. Geeft de inrichtende macht gevolg aan de brief en legt ze verantwoordingen voor, dan neemt de minister, na analyse door de administratie, een beslissing tot behoud of intrekking van de subsidie. § 4. In voorkomend geval wordt de betaling van de subsidieschijven op basis van de percelen van de betrokken overheidsopdracht berekend. § 5. De minister ondertekent het eindafrekeningsbesluit.
Art. 43.Opdat aanvullende en/of wijzigende werken voor subsidiëring in aanmerking komen, moeten ze cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° betrekking hebben op het voorwerp van de aanneming en binnen de grenzen daarvan blijven.Ze moeten integraal deel uitmaken van het programma van werken dat bij het prioriteitsakkoord is vastgesteld; 2° noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de geplande werken of voor het normale gebruik van de lokalen;3° voortvloeien uit omstandigheden die op het ogenblik van het opstellen van het bestek niet voorzien konden worden. Wanneer aan deze drie voorwaarden is voldaan, kunnen deze meerwerken in de eindafrekening worden geregulariseerd voor zover het subsidiebedrag, zoals bedoeld in artikel 8/36 van het decreet en vastgesteld in het definitieve toewijzingsakkoord, niet wordt overschreden. b. In te dienen documenten
Art.44. § 1. Voor de vereffening van de eerste schijf dient de inrichtende macht de volgende documenten in op het platform: 1° de kennisgeving van de opdracht aan de onderneming;2° het bevel tot aanvang van de werken;3° in voorkomend geval, het bewijs van de samenstelling van de borgtocht;4° de vorderingsstaat nr.0 (bestelbon (pdf- + Excelversies)) van elk gegund perceel. § 2. Voor de vereffening van de tweede en derde schijf dient de inrichtende macht de volgende documenten in op het platform: 1° de gedetailleerde vorderingsstaten van de uitgevoerde werken (maandelijks en cumulatief) van elk perceel en de staat van de desbetreffende contractuele herzieningen;2° de schuldvorderingen betreffende de werken;3° de overeenstemmende facturen. § 3. Voor de vereffening van het saldo van de subsidie dient de inrichtende macht de volgende documenten in op het platform: 1° het eindafrekeningsdossier, namelijk: a) de gedetailleerde vorderingsstaten van de werken uitgevoerd tussen de derde schijf en de eindafrekening;b) de slotvorderingsstaat;c) de schuldvorderingen betreffende de werken;d) de overeenstemmende facturen;e) het gedetailleerde overzicht van alle facturen;f) het gedetailleerde overzicht van de werken uitgevoerd tegen de prijs van de goedgekeurde inschrijving;g) in voorkomend geval, een gedetailleerd overzicht van de uitgevoerde wijzigende en/of aanvullende werken, met motivering van de overeengekomen prijzen, en een verslag waarin de strikte noodzaak of de onvoorzienbaarheid van deze werken wordt gerechtvaardigd;h) de gedetailleerde berekening van de contractuele herziening;i) een gedetailleerd overzicht van de uitvoeringstermijnen, met inbegrip van: i.de gemotiveerde beslissingen om de werken te stoppen en te hervatten; ii. de registratie van dagen met weerverlet, betaald verlof, wettelijk verlof, enz.; iii. de gemotiveerde beslissing van de opdrachtgever om eventuele termijnverlengingen toe te kennen; j) het verslag van de voorlopige oplevering k) een verklaring van de inrichtende macht waarin de werkelijke datum van voltooiing van de werken is vermeld;l) de berekeningsnota's van eventuele door de opdrachtnemer te betalen boetes;m) de berekening van eventuele door de opdrachtnemer te betalen vertragingsboetes;n) de beslissing van de opdrachtgever tot goedkeuring van de eindafrekening van de werken, met inbegrip van aanvullende en/of wijzigende werken;o) in voorkomend geval, het advies van de toezichthouder;p) in geval van btw aan de medecontractant, het betalingsbewijs van de btw 2° in voorkomend geval, het in artikel 3, 3° bedoelde document betreffende asbest;3° in voorkomend geval, de documenten betreffende de genormaliseerde energieboekhouding bedoeld in artikel 5, eerste lid, 1° en 2° ;4° in voorkomend geval, de documenten over de connectiviteit bedoeld in artikel 8, tweede lid, 2° ;5° in voorkomend geval, de documenten betreffende de snelle hergebruiksaudit bedoeld in artikel 10, § 2, vierde lid, 2° en b); 6° het document i.v.m. het behalen van de in artikel 26, 2° bedoelde QZEN/NZEB-norm min 20%; 7° het document over de mutualisatie van de ruimte bedoeld in artikel 27;8° het document over de infrastructurele samenwerking tussen netten of tussen inrichtende machten bedoeld in artikel 28. HOOFDSTUK V. - Verplichtingen van de subsidiebegunstigde
Art. 45.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn zowel van toepassing op structurerende werken als op niet-structurerende of eenmalige werken, tenzij anders bepaald. Afdeling 1. - Sociale, ethische en milieubepalingen
Art. 46.In toepassing van artikel 8/13, 2°, van het decreet verbindt de begunstigde van de subsidie zich ertoe om ten minste één sociale en/of ethische en/of milieubepaling in de opdrachtdocumenten voor de werken op te nemen.
Onder milieubepalingen worden de milieubepalingen verstaan die tot doel hebben het milieu te beschermen door de impact die erop wordt uitgeoefend, te verminderen. Deze verplichting geldt onverminderd de naleving van de in artikel 10 bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarde met betrekking tot de hergebruikbepaling.
Onder sociale bepalingen worden de bepalingen verstaan die een sociaalbeleidsdoel hebben dat rechtstreeks bijdraagt tot het welzijn van de gemeenschap. Ze kunnen met name een socioprofessioneel doel hebben (de opleiding, de inschakeling en/of de integratie van werkzoekenden, lerenden, werknemers met een handicap enz. bevorderen) of discriminatie bestrijden (op basis van gender, etnische afkomst enz.).
Onder ethische bepalingen worden de bepalingen verstaan die ertoe strekken waardige arbeidsomstandigheden te bevorderen, zowel op het niveau van de toeleveringsketen van de producten als op het niveau van de voorwaarden waaronder de diensten of werken worden uitgevoerd. Ze verschillen van sociale bepalingen omdat ze gericht zijn op het stimuleren van verantwoord gedrag bij producten of diensten die meestal buiten België worden geleverd of uitgevoerd. De vaak voorkomende ethische bepalingen zijn met name: - bepalingen ter bevordering van ethische handel; - bepalingen ter bevordering van eerlijke handel; - bepalingen ter bestrijding van sociale dumping. Afdeling 2. - Dienstenopdracht voor een projectontwerper
Art. 47.In toepassing van artikel 8/13, 3°, van het decreet moet de begunstigde van de subsidie, in voorkomend geval, het bewijs van de mededinging van de dienstenopdracht voor de aanstelling van de projectontwerper en het bewijs van de kennisgeving van de dienstenopdracht indienen op het platform, en dat uiterlijk in het stadium van het in artikel 8/30, § 1, 2°, van het decreet bedoelde principeakkoord over het project.
Indien een dienstenopdracht niet vereist was, worden de redenen voor deze vrijstelling (in-houseopdracht of intern uitgevoerde studie) op het platform ingediend.
Deze verplichting betreft uitsluitend de begunstigden van het mechanisme voor structurerende werken. Afdeling 3. - Publiciteit
Art. 48.In toepassing van artikel 8/13, 4°, van het decreet moet de inrichtende macht, indien ze over een officiële website, sociale media en/of nieuwsbrieven beschikt, het publiek over de verkregen steun informeren als volgt: - het logo van de Federatie Wallonië-Brussel prominent op de pagina van haar website of op de publicatie over het schoolgebouw of het onderwijs plaatsen, vergezeld van de vermelding "Medegefinancierd door de Federatie Wallonië-Brussel" en - een beknopte beschrijving van het project, het doel ervan en de resultaten ervan publiceren. In deze beschrijving moet de door de Federatie Wallonië-Brussel toegekende financiële steun belicht worden.
Het is eveneens verplicht een link naar de website van de Regering van de Federatie Wallonië-Brussel aan te maken.
Art. 49.§ 1. In toepassing van artikel 8/13, 4°, van het decreet moet, zodra de werf wordt opgestart, een werfbord in grote afmetingen worden geplaatst op een voor het publiek gemakkelijk zichtbare plaats, met uitzondering van werken die minder dan 30.000 euro kosten. Het bord moet bestendig en geschikt zijn voor langdurige affichering met een geringe milieu-impact.
Op het bord moeten de volgende gegevens worden vermeld: 1° de naam en de belangrijkste doelstelling van het project;2° het logo van de Federatie Wallonië-Brussel, vergezeld van de vermelding "Medegefinancierd door de Federatie Wallonië-Brussel" en 3° de totale kostprijs van het project en de financiële bijdrage van de Federatie Wallonië-Brussel. Deze elementen moeten ten minste 25% van het bedoelde bord beslaan.
Een model wordt door de administratie aangeleverd. § 2. Wanneer de werken voltooid zijn en uiterlijk 3 maanden na de beëindiging ervan, moet het werfbord vervangen worden door een permanente toelichtingsplaat die of een permanent bord in grote afmetingen, dat op een voor het publiek gemakkelijk zichtbare plaats moet worden geplaatst, met uitzondering van werken die minder dan 30.000 euro kosten. Onder permanent wordt een termijn van 30 jaar vanaf het definitieve akkoord verstaan. De plaat of het bord moeten de volgende gegevens vermelden: 1° de naam en de belangrijkste doelstelling van het project;2° het logo van de Federatie Wallonië-Brussel, vergezeld van de vermelding "Medegefinancierd door de Federatie Wallonië-Brussel" en 3° de totale kostprijs van het project en de financiële bijdrage van de Federatie Wallonië-Brussel. Deze elementen moeten ten minste 25% van de bedoelde plaat of het bedoelde bord beslaan.
Een model wordt door de administratie aangeleverd.
Art. 50.In toepassing van artikel 8/13, 4° van het decreet wordt, indien de inrichtende macht een evenement organiseert dat of een communicatieactiviteit die verband houdt met het voorwerp van de subsidie, de Federatie Wallonië-Brussel via de Administratie ten minste drie maanden vooraf of meteen bij de planning ervan op de hoogte gebracht, zodat ze de mogelijkheid krijgt om te communiceren over het evenement dat ook voor de media toegankelijk moet zijn.
De volgende elementen worden opgenomen in de dragers en publicaties die naar aanleiding daarvan worden uitgegeven: 1° de naam en de belangrijkste doelstelling van het project;2° het logo van de Federatie Wallonië-Brussel, vergezeld van de vermelding "Medegefinancierd door de Federatie Wallonië-Brussel" en 3° de totale kostprijs van het project en de financiële bijdrage van de Federatie Wallonië-Brussel.
Art. 51.In toepassing van artikel 8/13, 4°, van het decreet moeten, indien het project publicaties (brochures, folders, nieuwsbrieven, affiches ...) omvat, de publicaties bij voorkeur op het voorblad het logo van de Federatie Wallonië-Brussel tonen, vergezeld van de vermelding "Medegefinancierd door de Federatie Wallonië-Brussel".
Art. 52.De inrichtende macht ziet erop toe dat de projectontwerper, hetzij via haar tussenkomst, hetzij rechtstreeks, ten gunste van de Franse Gemeenschap een kosteloos en onbeperkt gebruiksrecht verleent voor de afbeeldingen van het schoolgebouw waarvoor de subsidie werd toegekend. De naam van de projectontwerper wordt evenwel vermeld op alle dragers waarop de afbeelding wordt weergegeven. Afdeling 4. - Vervreemding van het schoolgebouw waarvoor de subsidie
werd toegekend
Art. 53.In toepassing van artikel 8/15 van het decreet, in geval van vervreemding van een gebouw waarvoor een subsidie werd toegekend, deelt de inrichtende macht die besloten heeft haar goed te vervreemden, haar voornemen zo snel mogelijk en in ieder geval vóór de bekendmaking van aankondigingen die toegankelijk zijn voor derden, per aangetekende brief mee aan de administratie.
De administratie bevestigt de ontvangst van de brief. Vanaf deze kennisgeving van ontvangst heeft de administratie zes maanden de tijd om de betrokken inrichtende machten, de betrokken publiekrechtelijke maatschappij voor het beheren van de schoolgebouwen of elke in artikel 8/12, tweede lid, van het decreet van 5 februari 1990 bedoelde operator betrokken bij de verkoop van het bedoelde schoolgebouw, daarvan op de hoogte te stellen en de mogelijkheid te bieden het goed te verwerven.
Indien na afloop van deze termijn noch een inrichtende macht, noch de betrokken publiekrechtelijke maatschappij voor het beheren van de schoolgebouwen of geen enkele in artikel 8/12, tweede lid, van het decreet van 5 februari 1990 bedoelde operator zich als koper heeft aangeboden, kan de betrokken begunstigde overgaan tot de vervreemding van het gebouw volgens zijn voorwaarden.
Indien gedurende deze termijn een inrichtende macht, ongeacht haar net, de betrokken publiekrechtelijke maatschappij voor het beheren van de schoolgebouwen of een in artikel 8/12, tweede lid, van het decreet van 5 februari 1990 bedoelde operator te kennen geeft belangstelling te hebben voor de verwerving van het goed om er een onderwijsbestemming te behouden, worden onderhandelingen aangevat en kan het goed worden verworven, hetzij tegen de door de partijen vastgestelde waarde, hetzij door voorkoop tegen de prijs die door een derde koper wordt geboden, hetzij maximaal tegen de waarde die door het Aankoopcomité of de ontvanger van de registratie is vastgesteld.
De administratie wordt uitgenodigd om de onderhandelingen bij te wonen. Vanaf de start van de onderhandelingen hebben de partijen drie maanden de tijd om een medeondertekend bod voor te leggen of een compromis te ondertekenen. Na afloop van deze termijn en indien de oorspronkelijke termijn van zes maanden is verstreken, kan de begunstigde overgaan tot de vervreemding van zijn goed volgens zijn eigen voorwaarden.
HOOFDSTUK VI. - Wijzigende en slotbepalingen Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Regering van de Franse
Gemeenschap van 3 september 2020 houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie
Art. 54.In het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 3 september 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 03/09/2020 pub. 25/09/2020 numac 2020015525 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap sluiten houdende bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie aan de ambtenaren-generaal en aan sommige andere personeelsleden van het Ministerie van de Franse Gemeenschap wordt een artikel 61/2 ingevoegd als volgt: "
Artikel 61/2.§ 1. Voor de dossiers die betrekking hebben op een financiering via het mechanisme van de structurerende werken en het mechanisme van de niet-structurerende of eenmalige werken, wordt in toepassing van het decreet van 5 februari 1990 bevoegdheidsdelegatie verleend aan de adjunct-directeur-generaal of adjunct-directrice-generaal om alle maatregelen voor het onderzoek van het dossier te nemen en te doen nemen en om, in het kader van de maatregelen voor het onderzoek van de dossiers, met alle bevoegde diensten en administraties te corresponderen, waarbij het verlenen van prioriteitsakkoorden evenwel tot de bevoegdheid van de Minister blijft behoren.
Ondertekeningsdelegatie wordt verleend aan de adjunct-directeur-generaal of adjunct-directrice-generaal om, voor zover ze geen aanvullende financiële verbintenis inhouden, de volgende documenten te ondertekenen: 1° elk principeakkoord over een project bedoeld in artikel 34, 1°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van xx 2026 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;2° elk definitief toewijzingsakkoord bedoeld in de artikelen 19, 1° en 38, 1°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van xx 2026 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;3° elk besluit tot eindafrekening. § 2. Bevoegdheids- en ondertekeningsdelegatie wordt verleend aan de adjunct-directeur-generaal of adjunct-directrice-generaal voor de uitoefening van de bevoegdheden bepaald in het besluit van de Regering van ... tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap: 1° artikel 4, § 2, tweede en derde lid;2° artikel 12, § 2, tweede en derde lid;3° artikel 14, derde en vierde lid;4° artikel 15, tweede lid;5° artikel 20, vierde lid;6° artikel 27, tweede lid;7° artikel 28, tweede lid;8° artikel 29, § 2, derde lid;9° artikel 31, derde en vierde lid; 10° artikel 39, vierde lid." . Afdeling 2. - Gelet op het besluit van de Regering van de Franse
Gemeenschap van 17 december 2020 tot uitvoering van artikelen 1.5.2-14 e.v. van het Wetboek van basis- en secundair onderwijs met betrekking tot het aanpassingsstelsel en het samenwerkingsprotocol;
Art. 55.De titel van onderafdeling 6 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 december 2020Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 17/12/2020 pub. 29/12/2020 numac 2020044528 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van de artikelen 1.5.2-14 e.v. van het wetboek van basis- en secundair onderwijs met betrekking tot het aanpassingsstelsel en het samenwerkingsprotocol sluiten tot uitvoering van de artikelen 1.5.2-14 e.v. van het wetboek van basis- en secundair onderwijs met betrekking tot het aanpassingsstelsel en het samenwerkingsprotocol wordt als volgt vervangen: "Prioritaire toegang tot de subsidies voor schoolgebouwen en verdelings- en toekenningsvoorwaarden van het bedrag bedoeld in artikel 8/26 van het decreet van 5 februari 1990".
Art. 56.In artikel 6/7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in § 2, eerste lid worden de woorden "tot het prioritaire programma van werken met toepassing van artikel 7, § 1/1, van het decreet betreffende het prioritaire programma van werken" vervangen door de woorden "tot het subsidieprogramma voor schoolgebouwen in toepassing van artikel 8/26 van het decreet van 5 februari 1990".2° in § 2 wordt het tweede lid als volgt vervangen: "de toegangsaanvraag wordt ingediend op het elektronische platform zoals gedefinieerd in het gewijzigde decreet van 5 februari 1990";3° in § 3, eerste lid worden de woorden "tot het prioritaire programma van werken voorzien in artikel 7, § 1/1, van het decreet betreffende het prioritaire programma van werken" vervangen door de woorden "tot het subsidieprogramma voor schoolgebouwen in toepassing van artikel 8/26 van het decreet van 5 februari 1990".4° in § 3, 1° van artikel 6/7 worden de woorden "de criteria, vermeld in artikel 6 van het decreet betreffende het prioritaire programma van werken" vervangen door de woorden "de bepalingen van het decreet van 5 februari 1990".
Art. 57.In artikel 6/8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in § 1 worden de woorden "die voldoen aan de voorwaarden van artikel 6/12, § 3, van dit besluit," geschrapt;2° in § 1 worden de woorden "in artikel 7, § 1/1 van het decreet betreffende het prioritaire programma van werken" vervangen door de woorden "in artikel 8/26 van het decreet van 5 februari 1990";3° in § 3, eerste lid worden de woorden "tot het prioritaire programma van werken voorzien in artikel 7, § 1/1, van het decreet betreffende het prioritaire programma van werken" vervangen door de woorden "tot de subsidies voor schoolgebouwen bedoeld in artikel 8/26 van het decreet van 5 februari 1990".4° in § 3, tweede lid, wordt het woord "vertrouwelijk" geschrapt en worden de woorden "in artikel 10, § 2, van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 18 april 2008 tot uitvoering van de artikelen 5, 11, 12 en 13 van het decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/11/2007 pub. 24/01/2008 numac 2008029008 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap" vervangen door de woorden "in artikel 21 en 22 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap xx tot uitvoering van het decreet van 5 februari 1990";5° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 58.In artikel 6/12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° § 5 wordt opgeheven;2° in § 6 worden de woorden « Onverminderd het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 18 april 2008 tot uitvoering van de artikelen 5, 11, 12 en 13 van het decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/11/2007 pub. 24/01/2008 numac 2008029008 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en de toekenning van de subsidie-overeenkomst door de minister bevoegd voor de schoolgebouwen » geschrapt. Afdeling 3. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding
Art. 59.In afwijking van de artikelen 13 en 30 gelden de dossiers met betrekking tot werken die in het kader: 1. van artikel 7, § 4, van het decreet van 5 februari 1990, zoals dat van kracht was vóór de inwerkingtreding van dit besluit, nog geen rectificatievergunning hebben ontvangen na aanbesteding en waarvoor de inrichtende macht reeds een verzoek om principiële toezegging heeft ingediend, op grond waarvan, die indien van toepassing, a.ofwel niet geselecteerd werd b. ofwel in de fase van de toekenning van een principiële toezegging in aanmerking werd genomen, maar werd terzijde opgegeven door een document van de inrichtende macht dat aan de administratie was meegedeeld, c.ofwel een definitieve toezegging gekregen had, maar werd daarvan afgezien door middel van een document van de inrichtende macht dat aan de administratie was meegedeeld, 2. van het decreet van 30 september 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/09/2021 pub. 21/10/2021 numac 2021022103 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht sluiten betreffende het investeringsplan voor schoolgebouwen in het kader van het Europees plan voor herstel en veerkracht (PHV) dat is opgesteld in het kader van het Europees herstel- en veerkrachtplan, nog geen definitieve goedkeuring heeft verkregen en waarvoor de inrichtende macht reeds een kandidatuur had ingediend die, indien van toepassing, a.ofwel, niet geselecteerd werd, b. ofwel in de fase van de toekenning van de principiële overeenkomst in aanmerking werd genomen en vervolgens terzijde opgegeven werd door middel van een document van de inrichtende macht dat aan de administratie werd meegedeeld, 3.van het decreet van 27 april 2023Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/04/2023 pub. 30/05/2023 numac 2023042296 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen sluiten betreffende het uitzonderlijke investeringsplan voor schoolgebouwen (PIE), waarvoor nog geen definitieve toewijzing is goedgekeurd en waarvoor de inrichtende macht reeds een aanvraag had ingediend die, indien van toepassing, a. ofwel, niet geselecteerd werd, b.ofwel, in de fase van de toekenning van de toelatingsverklaring in aanmerking werd genomen, maar werd vervolgens opgegeven door middel van een document van de inrichtende macht dat aan de administratie werd meegedeeld, c. Ofwel een principeakkoord over het project had gekregen, maar werd opgegeven door middel van een document van de inrichtende macht dat aan de administratie was meegedeeld, 4.van artikel, § 5/1, van het decreet van 16 november 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/11/2007 pub. 24/01/2008 numac 2008029008 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, geen definitieve goedkeuring hebben gekregen (aanvraag om tegemoetkoming) en waarvoor de inrichtende macht al een toelatingsaanvraag had ingediend die, in voorkomend geval, a. ofwel niet geselecteerd werd door de betrokken FPO, b.ofwel, in de fase van de toelatingsovereenkomst geselecteerd werd maar vervolgens opgegeven werd door middel van een document van de inrichtende macht dat aan de administratie werd meegedeeld, krijgen automatisch een anciënniteit (die niet cumulatief is, gezien de vier streepjes hierboven) van 50 punten, op voorwaarde dat het om dezelfde vestiging gaat.
De inrichtende macht die aanspraak wil maken op de anciënniteit bedoeld in het eerste lid, moet haar dossier met een prioriteitsaanvraag, zoals bedoeld in de artikelen 8/21, § 1, 1°, en 8/30, § 1, 1°, van het decreet, indienen binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit. Op het moment dat de inrichtende macht haar dossier indient in de fase van het verzoek om prioriteitsovereenkomst, moet zij, in de gevallen bedoeld in 1, b) en c), 2, b), 3, b) en c), en 4, b), haar terugtrekking hebben gemeld.
Deze anciënniteit kan slechts één keer per vestiging worden toegekend.
De dossiers bedoeld in het eerste lid zijn opgenomen in de lijsten (één lijst per programma en, in voorkomend geval, per federatie van inrichtende machten) in bijlage IV bij dit besluit.
Art. 60.Dit besluit treedt in werking op 31 oktober 2026.
Art. 61.De Minister van Schoolgebouwen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 september 2026.
Voor de Regering van de Franse Gemeenschap: De Minister-Presidente, belast met Begroting, Hoger Onderwijs, Cultuur, Permanente Opvoeding en Internationale en Intra-Franstalige Betrekkingen, E. DEGRYSE