Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 04 juli 2003
gepubliceerd op 13 augustus 2003

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende uitvoering van het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2003029391
pub.
13/08/2003
prom.
04/07/2003
ELI
eli/besluit/2003/07/04/2003029391/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

4 JULI 2003. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende uitvoering van het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs


De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs, inzonderheid op de artikelen 8, § 1, lid 1, en § 2, lid 2, 9, leden 1 en 3, 10, lid 2, 11, lid 1, 12, § 1, lid 1, en, § 3, lid 4, 13, § 1 en § 2, 15, § 2, 17 en 19, leden 2 en 3;

Gelet op het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 februari 2003;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 13 februari 2003;

Gelet op het onderhandelingsprotocol van 31 maart 2002 van het Comité van sector IX en van het Comité voor plaatselijke en provinciale openbare diensten - afdeling II gezamenlijk vergaderd;

Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap op 27 maart 2003, omtrent de aanvraag om advies aan de Raad van State, te verlenen na een maximale termijn van hoogstens één maand;

Gelet op het advies 35.442/2 van de Raad van State, gegeven op 4 juni 2003, met toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de O.N.E., Besluit : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit dient verstaan te worden onder : 1° decreet : het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs;2° minister : de minister tot wiens bevoegdheid het Basisonderwijs behoort;3° Instituut : het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan, bedoeld bij titel II van het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan;4° commissie : de Sturingscommissie bedoeld bij het decreet van 27 maart 2002 betreffende de begeleiding van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap;5° inspectie : de inspectie bedoeld bij artikel 24, § 2, lid 2, 3°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;6° agers : algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek;7° opvoedend team : alle personeelsleden die hun ambt uitoefenen in éénzelfde school. HOOFDSTUK II. - Nadere regels voor de publiciteit en de inschrijvingen voor de opleidingen

Art. 2.Bij toepassing van artikel 8, § 1, lid 2, van het decreet, ressorteert de publiciteit van de opleidingen ingericht op het macroniveau onder het Instituut.

Het Instituut publiceert een catalogus waarin de lijst van alle opleidingen ter beschikking van de personeelsleden op macroniveau opgenomen zijn.

De catalogus van de macroopleidingen wordt toegezonden door het Instituut aan alle inrichtingen voor gewoon basisonderwijs, ten laatste op 30 juni van het schooljaar dat voorafgaat aan de inrichting van de opleidingen.

De catalogus van de macroopleidingen wordt door het Instituut tegen terugbetaling van de publiciteits- en verzendingskosten toegezonden aan elke persoon, elke vereniging of elke instelling die het vraagt, binnen de perken van de terbeschikkingstaande exemplaren.

Hij wordt bekendgemaakt op de Internetsite van het AGERS voor het einde van het schooljaar dat voorafgaat aan de inrichting van de opleidingen.

Behoudens wat betreft de vrijwillige opleiding buiten de aanwezigheidsperiode van de leerlingen op school, worden de inschrijvingen overgezonden door bemiddeling van de directeur of directrice, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, van de inrichtende macht of haar afgevaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, aan het Instituut, binnen de in de catalogus bepaalde termijnen.

Art. 3.Bij toepassing van artikel 10, lid 2, van het decreet, ressorteert de publiciteit van de mesoopleidingen, ieder wat haar betreft, onder het Instituut, de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, en de inrichtende machten niet aangesloten bij een vertegenwordigings- en coördinatieorgaan.

De catalogus van de mesoopleidingen wordt toegezonden door het Instituut en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, ieder wat hem betreft, aan alle inrichtingen voor gewoon basisonderwijs, ten laatste op 30 juni van het schooljaar dat voorafgaat aan de inrichting van de opleidingen.

Het Instituut, de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, de inrichtende machten niet aangesloten bij een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan, ieder wat hem betreft, zenden, ten laatste op 30 juni voor opleidingen ingericht voor het volgende schooljaar, de catalogus toe van alle opleidingen die toegankelijk zijn voor de personeelsleden op mesoniveau, op computerdrager van het AGERS. Behoudens wat betreft de vrijwillige opleiding buiten de aanwezigheidsperiode van de leerlingen op school, worden de inschrijvingen voor de opleidingen overgezonden door bemiddeling van de directeur of directrice, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, aan het Instituut.

Behoudens wat betreft de vrijwillige opleiding buiten de aanwezigheidsperiode van de leerlingen op school, worden de inschrijvingen voor de opleidingen overgezonden door bemiddeling van van de inrichtende macht of haar afgevaardigde bij de vertegenwoordigings- of coördinatieorgaan waarbij zij aangesloten is, voor het gesubsidieerd onderwijs van de Franse Gemeenschap. Is de inrichtende macht niet aangesloten bij een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan, dan behoudt hij de inschrijvingen voor de opleidingen.

Art. 4.Met toepassing van artikel 12, § 3, lid 4, van het decreet, ressorteert de organisatie van de publiciteit voor de opleidingen ingericht op het macroniveau onder de directeur of de directrice, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en van de inrichtende macht of haar afgevaardigden voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, voor de inrichting waarin de opleiding wordt aangeboden. HOOFDSTUK III. - De procedure voor het onderzoek van de aanvragen tot afwijking ingediend door een inrichtende macht die niet aangesloten is bij een vertegenwoordigings- of coördinatieorgaan in het kader van de opleidingen ingericht op macroniveau door het Instituut, bedoeld bij artikel 8, § 2, van het decreet

Art. 5.§ 1. In de aanvraag om afwijking : 1° vermeldt de bij artikel 8, § 2, van het decreet bedoelde inrichtende macht de opleidingen waarvoor zij een afwijking aanvraagt;2° licht dezelfde inrichtende macht toe hoe de bekomen afwijkingen van het referentiesysteem voor basisvaardigheden een eigen inrichting van bedoelde opleidingen zouden verantwoorden;3° verantwoordt zij de vervangingsstrategieën die zij zal aanwenden om haar pedagogisch team toe te laten de bepalingen van de decreten voor bedoelde opleidingen concrete vorm te verlenen. Op straffe van onontvankelijkheid, worden de aanvraag tot afwijking en haar bijlage per aangetekende brief ingediend bij de Regering, binnen een termijn van veertien dagen na het verzenden door het Instituut van de opleidingsaanbiedingen bedoeld bij artikel 52 van het decreet van 11 juli 2002 betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan. § 2. Zodra de Regering de aanvraag tot afwijking ontvangt, zendt zij die met haar bijlagen over naar de Commissie.

Binnen een termijn van één maand, overhandigt de Commissie aan de Regering een met redenen omkleed advies omtrent de aanvraag om afwijking en, in 't bijzonder, omtrent : 1° de noodzakelijkheid van de toekenning van de afwijking om het pedagogisch ontwerp eigen aan de inrichtende macht in de praktijk om te zetten;2° de inachtneming van § 1. Ook verzendt zij dit advies over aan de betrokken inrichtende macht.

De inrichtende macht beschikt over een termijn van veertien dagen vanaf de ontvangst van het advies van de Commissie om zijn opmerkingen te laten gelden bij de Regering. § 3. Op het einde van de bij § 2 bedoelde procedure, neemt de Regering een met redenen omklede beslissing over de aanvraag om afwijking binnen een termijn van één maand en deelt die mede aan de inrichtende macht die erom gevraagd heeft. Bij gebrek aan dergelijke mededeling, wordt de aanvraag tot afwijking geacht goedgekeurd te zijn. De beslissing wordt ook medegedeeld aan de Commissie en aan het Instituut. HOOFDSTUK IV. - Het kiezen van de operators op macroniveau bedoeld bij artikel 13, § 1, van het decreet

Art. 6.In het kader van de procedures bedoeld bij artikel 12, § 3, van het decreet, betreffende de inrichting van de opleidingen op macroniveau, wordt onder andere het opleidingsprofiel van de operatoren onderzocht.

De keuze van een operator voor de opleiding ingericht op macroniveau geschiedt op basis van een model van overeenkomst bepaald in bijlage, behoudens wat betreft de inrichtende macht, voor de inrichtingen gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, die, met toepassing van artikel 12, § 2, lid 2, van het decreet, de inrichting van de opleidingen op macroniveau overlaat aan het vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan waarbij zij aangesloten is.

De kosten met betrekking tot het inrichten van de opleiding op macroniveau worden opgenomen in een boekhoudkundig document dat specifiek is voor het beheer van de toelage of de dotatie "opleiding tijdens de loopbaan", waarvan het model opgesteld is en overgezonden aan de inrichtingen door het bestuur. HOOFDSTUK V. - De nadere regels betreffende de inrichting van de opleiding op microniveau

Art. 7.§ 1. In het kader van de procedures bedoeld bij artikel 12, § 3, van het decreet, betreffende de inrichting van de opleidingen op microniveau, wordt de bij artikel 12, § 2, lid 2, van het decreet bedoelde delegatie onder andere onderzocht. § 2. Wanneer een inrichtende macht zich, voor de inrichting van de opleidingen op microniveau, berust op het vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan waarbij zij aangesloten is, worden de kredieten bedoeld bij artikel 21, § 1, 3°, van het decreet rechtstreeks aan dit orgaan gestort.

Het vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan waarop de inrichtende macht krachtens artikel 12, § 2, lid 2, van het decreet zich berust, richt opleidingen in in verband met het opleidingsplan opgesteld door het opvoedend team van de betrokken inrichting. HOOFDSTUK VI. - De nadere regels voor de indiening van de opleidingsprogramma's

Art. 8.De opleidingsprogramma's bedoeld bij artikel 11 van het decreet worden om advies aan de Commissie voorgelegd ten laatste op 15 maart van het schooljaar dat voorafgaat aan hun inrichting.

De Commissie brengt haar advies uit binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de programma's. Bij gebrek daaraan, wordt zij geacht een positief advies te hebben verleend, voor zover de programma's binnen vernoemde termijnen werden toegezonden.

De programma's, vergezeld van het advies van de Commissie, worden overgezonden aan de Regering voor 30 april. De Regering spreekt zich uit gedurende de maand die volgt op de ontvangst van deze programma's.

Bij gebrek daaraan, worden deze geacht goedgekeurd te zijn, voor zover deze binnen bovenvermelde termijnen werden toegezonden. HOOFDSTUK VII. - Het opleidingsplan uitgewerkt door de opvoedende teams bedoeld bij artikel 12, § 1, van het decreet

Art. 9.Om het schooljaar, voor 15 maart, vergadert het opvoedend team om zijn opleidingsplan te bepalen. De aanwezigheid van alle leden van het personeel van het opvoedend team tijdens de opleiding wordt vereist. De vergadering wordt ingericht door de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en door de inrichtende macht of haar afgevaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Art. 10.§ 1. Het opvoedend team kan enkel geldig beraadslagen indien meer dan twee derde van de leden van het personeel van het opvoedend team aanwezig is.

Indien het opvoedend team geldig beraadslaagt, met inachtneming van de voorwaarden bedoeld bij lid 1, wordt de vergadering bedoeld bij artikel 8 meegerekend in de verplichte periodes van overleg van ieder personeelslid.

Indien dit quorum niet bereikt is, roepen de directeur of de directrice, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en de inrichtende macht of haar afgevaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, een tweede vergadering bijeen na een maximale termijn van vijf dagen. Het opvoedend team beraadslaagt wat het aantal aanwezige leden van het personeel van het opvoedend team ook zij.

Deze tweede vergadering wordt meegerekend in de verplichte periodes van overleg van ieder personeelslid voor zover deze ingericht wordt met inachtneming van de voorwaarden bepaald bij lid 3. § 2. Bij gebrek aan een consensus binnen het opvoedend team, wordt het opleidingsplan uitgewerkt door de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en de inrichtende macht of haar afgevaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Art. 11.Het opleidingsplan wordt bewaard in de inrichting en ter beschikking gehouden van de inrichtende macht.

Art. 12.De notulen van de overlegsessies met de vakverenigingen bedoeld bij artikel 12, § 3, van het decreet worden in de inrichting bewaard.

Art. 13.Wanneer het plan uitgewerkt is, wordt een afschrift ervan overhandigd aan elk lid van het personeel van het opvoedend team. HOOFDSTUK VIII. - Ontmoetingsacties op microniveau bedoeld bij artikel 13, § 2, van het decreet

Art. 14.In het kader van de opleiding tijdens de loopbaan van de personeelsleden van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs, bedraagt de ontmoetingsactie, zoals bepaald bij artikel 1, 5°, van het decreet van 14 maart 1995 tot bevordering van het slagen in de basisscholen, minimum een halve dag en heeft tot doel de wederzijdse opleiding van de personeelsleden die eraan deelnemen.

Een ontmoetingsactie kan personeelsleden en leerkrachten uit verschillende inrichtingen of van verschillende aarden bij elkaar brengen, alsook personeelsleden vanuit verschillende niveaus onderwijs.

Art. 15.§ 1. De ontmoetingsactie waaraan een personeelslid deel neemt gedurende zijn uurregeling maakt deel uit van een aantal halve dagen vrijwillige opleiding waarvan sprake bij artikel 6, lid 1 van het decreet.

De deelname aan een ontmoetingsactie van een personeelslid tijdens zijn uurregeling wordt onderworpen aan de toelating van de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en van de inrichtende macht of haar afvaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

In het kader van het opleidingsplan uitgewerkt door het opvoedend team, overeenkomstig artikel 12, § 1, van het decreet, kan een ontmoetingsactie erkend worden als een micro-opleiding bedoeld bij artikel 7, § 2, 2°, van het decreet, voor zover ze personeelsleden uit verschillende inrichtingen bij elkaar brengt. § 2. Wanneer de ontmoetingsactie plaatsgrijpt buiten zijn uurregeling, kan ze enkel deel uitmaken van de verplichte opleidingen mits inachtneming van de voorwaarden bepaald door de Regering wanneer deze laatste beslist, krachtens artikel 7, § 3, van het decreet geleidelijk aan de periode van zes halve dagen bedoeld bij artikel 7, § 2, van het decreet tot tien halve dagen opleiding te brengen.

Wanneer een personeelslid aan een ontmoetingsactie deel wenst te nemen die buiten zijn uurregeling plaatsvindt, verwittigt hij er de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en van de inrichtende macht of haar afvaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap schriftelijk van.

Art. 16.Iedere ontmoetingsactie geeft aanleiding tot een beknopt verslag opgesteld door de deelnemers. Dit verslag wordt door iedere deelnemer ter beschikking gehouden van de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en van de inrichtende macht of haar afgevaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Het model van dit verslag inzake ontmoetingsactie wordt opgesteld door het opvoedend team, tijdens de vergadering van het opvoedend team, en wordt gevoegd bij het opleidingsplan bepaald bij artikel 12, § 1, van het decreet.

Afschriften van dit model staan ter beschikking van de personeelsleden. HOOFDSTUK IX. - De voorwaarden voor de deelneming van de kandidaten aan de opleidingen

Art. 17.§ 1. Om aan een opleiding deel te kunnen nemen moeten de kandidaten bedoeld bij artikel 15, § 2, van het decreet hun belangstelling hebben getoond voor een actieve deelname aan het onderwijs, namelijk door de indiening van hun kandidatuur voor een aanwijzing of het zenden van een brief ter aanvraag van een job.

Bovendien, de inschrijvingen van de bij artikel 15, § 2, van het decreet bedoelde kandidaat worden : 1° Beperkt tot het aantal beschikbare plaatsen per opleidingsmodule, dat door het Instituut bepaald werd voor de op macroniveau bepaalde opleidingen, voor volledig uitkeringsgerechtigde werklozen, bij de erkenning van de opleiding door de RVA.2° Afhankelijk gemaakt van de instemming ofwel van het Instituut, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, ofwel van het betrokken vertegenwoordigings- of coördinatieorgaan of van de inrichtende macht als deze niet aangesloten is bij een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, voor de opleidingen ingericht op mesoniveau.3° Afhankelijk gemaakt van de instemming van de directeur of de directrice, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en van de inrichtende macht, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, voor de opleidingen ingericht op microniveau. HOOFDSTUK X. - Attesten van schoolbezoek uitgereikt op het einde van de opleidingen

Art. 18.Het attest van schoolbezoek bedoeld bij artikel 17 van het decreet, en waarvan model als bijlage, wordt uitgereikt voor elke opleiding gevolgd met uitzondering van de ontmoetingsacties bedoeld bij artikel 13, § 2 van het decreet, op basis van de informaties overgezonden door de operator van de opleiding : 1° voor de opleidingen ingericht op macroniveau, door de leidend ambtenaar van het Instituut, of door de inspectie van de Franse Gemeenschap, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en door de kantonnale inspectie, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, in het kader van de opleidingen verstrekt in toepassing van artikel 16, 1°, van het organisatiedecreet;2° voor de opleidingen ingericht op het mesoniveau, door, ofwel het Instituut, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, ofwel het vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan of de inrichtende macht die niet aangesloten is bij een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;3° voor de opleidingen ingericht op microniveau : - door, ofwel de directeur of de directrice, voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, ofwel de inrichtende macht of haar afgevaardigde, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap; - door het vertegenwoordigings- of coördinatieorgaan wanneer bij toepassing van artikel 12, § 2, lid 2, van het decreet, de inrichtende macht voor de door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde inrichtingen zich voor de inrichting van de opleidingen georganiseerd op microniveau op het vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan berust waarbij zij aangesloten is. HOOFDSTUK XI. - De voorwaarden betreffende de opleidingsoperatoren bedoeld bij artikel 19, lid 1, 5°, en 13° tot 16°, van het decreet

Art. 19.Bij toepassing van artikel 19, lid 2, van het decreet, wordt de technische bekwaamheid van de operatoren bedoeld bij artikel 19, lid 1, 5° en 13° tot 16°, van het decreet, bevestigd door een van de volgende refertes : 1° door studie- of beroepsbewijzen van de opleidingsoperator of/en van de personen die hij tewerk stelt, en, meer bijzonder, van de verantwoordelijke(n) voor de opleiding;2° door de lijst met de voornaamste opleidingen ingericht tijdens de laatste drie jaren, met vermelding van het thema en de inhoud van de opleidingen, het bedrag, de datum en de publieke of private bestemmelingen;3° door een verklaring waarin het personeel, het materiaal en de technische uitrusting waarover de operator voor de uitvoering van de opleidingen zal beschikken, vermeld staan;4° door een beschrijving van de maatregelen getroffen door de opleidingsoperator om de kwaliteit van de verstrekte opleidingen te controleren. De technische bekwaamheid van de operator bedoeld bij artikel 19, lid 1, 5°, van het decreet wordt ook bewezen door een of meer van de volgende kenmerken : 1° een nationale of internationale erkenning genieten wat betreft de bekwaamheden waarvoor de opleiding verstrekt wordt.2° het beroep op zijn ervaring en bekwaamheden wordt bewezen door een bijzondere of uitzonderlijke motivatie.3° het voorwerp te hebben gemaakt van schriftelijke publicaties of een mondelinge voordracht in het kader van conferenties. De geldelijke en economische bekwaamheid van de opleidingsoperatoren bedoeld bij artikel 19, lid 1, 5° en 13° tot 16°, van het decreet, met uitsluiting van de natuurlijke personen, wordt bewezen door een van de volgende refertes : 1° door relevante bankverklaringen;2° door het voorstellen van balansen, balansuittreksels of jaarlijkse rekeningen;3° door een verklaring met betrekking tot de globale omzet en de omzet betreffende de inrichting van de opleidingen, geboekt tijdens de laatste drie jaar. Bovendien, stellen het Instituut en de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen, ieder voor zich, ter beschikking van de directeur of directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap, en van de inrichtende macht, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, op hun aanvraag of via een Internetsite, een lijst van de opleidingsoperatoren die zij aanbevelen. HOOFDSTUK XII. - Nadere regels voor de personeelsleden die een opleiding verstrekken

Art. 20.De personeelsleden bedoeld bij artikel 19, lid 1, 1° en 2°, van het decreet mogen opleidingen verstrekken op voorwaarde dat, indien de opleiding plaatsgrijpt gedurende de uurregeling van het personeelslid, hij de instemming heeft gekregen, voor de personeelsleden bedoeld bij artikel 19, lid 1, 1° van het decreet, van de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en van de inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, en voor de personeelsleden van de Algemene Dienst Pedagogische Zaken, Onderzoek inzake Onderwijs en Sturing van het door de Franse Gemeenschap ingericht onderwijs, bedoeld bij artikel 19, lid 1, 2°, van hun adjunct-directeur-generaal.

Bij weigering betreffende de personeelsleden bedoeld bij artikel 19, lid 1, 1°, van het decreet, wordt de beslissing van de directeur of de directrice voor het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap en van de inrichtende macht voor het gesubsidieerd onderwijs van de Franse Gemeenschap formeel met redenen omkleed en overgezonden aan het betrokken personeelslid.

Art. 21.§ 1. De terugbetaling van de verplaatsingskosten van de personeelsleden bedoeld bij artikel 19, lid 1, 1° en 2° van het decreet, wordt bepaald op een maximum overeenstemmend met de voorwaarden van de ambtenaren van de diensten van de Regering van rang 10, voor zover deze kosten al niet door de Regering terugbetaald worden of door de inrichtende macht krachtens andere bepalingen. § 2. De bezoldiging van de personeelsleden bedoeld bij artikel 19, lid 1, 1°, met uitzondering van de inspectiediensten, die opleidingen verstrekken gedurende hun uurregeling, wordt vastgesteld op een maximaal bedrag van 75 euro per halve dag opleiding. Dit bedrag wordt om het jaar op 1 september aangepast aan de schommelingen van het gezondheidsindex zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993. Het referteindex is dat van september 2003. § 3. De bezoldiging van de personeelsleden bedoeld bij artikel 19, lid 1, 1° en 2°, die opleidingen verstrekken buiten hun uurregeling, wordt vastgesteld op een maximaal bedrag van 120 euro per halve dag opleiding. Dit bedrag wordt om het jaar op 1 september aangepast aan de schommelingen van het gezondheidsindex zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993. Het referteindex is dat van september 2003. HOOFDSTUK XIII. - Opheffingsbepalingen

Art. 22.Opgeheven worden : 1° het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 6 augustus 1991 tot bevoegdheidsoverdracht inzake voortgezette opleiding en aanvullende opleiding voor de personeelsleden van het basisonderwijs, het buitengewoon onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra;2° het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 30 december 1991 betreffende de voortgezette opleiding en de aanvullende opleiding voor leden van het personeel van sommige onderwijsinrichtingen en de psycho-medisch-sociale centra, gewijzigd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 mei 1999 wat betreft zijn toepassing op het gewoon basisonderwijs;3° het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 24 mei 2000 houdende benoeming van de leden van de Commissie belast met het uitbrengen van adviezen in het kader van de voortgezette opleiding en de aanvullende opleiding voor leden van het personeel van sommige onderwijsinrichtingen en de psycho-medisch-sociale centra. HOOFDSTUK XIV. - Overgangsbepalingen

Art. 23.Bij wijze van overgangsmaatregel worden de opdrachten toegewezen aan het Instituut in het kader van de artikelen 3, 17, § 2, lid 2 en 18, lid 1, 2° waargenomen door de adjunct-directeur-generaal voor Pedagogische Zaken, Onderzoek inzake pedagogie en Sturing van het onderwijs ingericht door de Franse Gemeenschap. HOOFDSTUK XV. - Slotbepalingen

Art. 24.De Minister tot wiens bevoegdheid het basisonderwijs behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 4 juli 2003.

Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de O.N.E., J.-M. NOLLET

^