Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 juni 2023
gepubliceerd op 21 augustus 2023

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de nadere regels voor de toekenning van betaald educatief verlof

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2023043460
pub.
21/08/2023
prom.
29/06/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

29 JUNI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met betrekking tot de nadere regels voor de toekenning van betaald educatief verlof


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, artikel 108, § 4, artikel 109, § 1, 2°, 5°, 6°, 7°, 7bis°, § 3, artikel 110, § 2, § 3, § 4, artikel 111, § 4, § 7, § 8, artikel 112, tweede lid, artikel 113, § 4, artikel 120, artikel 130;

Gelet op het Koninklijk van 23 juli 1985 besluit tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten tot wijziging van de lijst van de opleidingen die in aanmerking komen voor betaald educatief verlof;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2001 pub. 23/11/2001 numac 2001013091 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 - Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen sluiten tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen;

Gelet op de gelijkekansentest, uitgevoerd op 28 november 2022;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 december 2022;

Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 17 januari 2023;

Gelet op het advies van Brupartners, gegeven op 16 maart 2023;

Gelet op advies nr. 73.506/1 van de Raad van State, gegeven op 17 mei 2023, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het advies van de Erkenningscommissie bevoegd voor het betaald educatief verlof bij Brupartners, gegeven op 19 juni 2023;

Op voordracht van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Werk;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° contacturen: opleidingsuren die rechtstreeks contact omvatten tussen de opleider van een opleidingsactiviteit en de cursist, op een bepaald tijdstip en op een bepaalde opleidingsplaats.Dit directe contact kan fysiek of digitaal zijn; 2° de wet: de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen;3° de minister: de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Werkgelegenheid;4° de Commissie: de bij artikel 110 van de wet ingestelde erkenningscommissie;5° het Bestuur: de directie Werkgelegenheidsbeleid van Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied ten aanzien van werknemers

Art. 2.§ 1. De toepassing van afdeling 6 - Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de wet wordt uitgebreid tot deeltijdse werknemers. § 2 Aan de werknemer die wordt tewerkgesteld in een vestigingseenheid op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt een aantal uren educatief verlof toegekend dat wordt betaald naar de contractuele bezettingsfractie, zoals vermeld in de DmfA van de maand september van het opleidingsjaar of van de maand van het begin van de opleiding, mits de contractuele bezettingsfractie ten minste 25% van een voltijdse betrekking vertegenwoordigt. HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied inzake opleidingen

Art. 3.Worden ook als beroepsopleidingen in de zin van artikel 109, § 1 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen beschouwd: 1° de cursussen op universitair niveau, die leiden tot een academische graad, van het lange type en met volledig leerplan, met inbegrip van de uren voor praktische proeven, en de opleidingen die leiden tot de graad van master, inclusief de programma's die vereist zijn voor de toegang tot deze opleidingen, met inbegrip van de uren voor praktische proeven, gegeven in instellingen voor hoger onderwijs en georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door één van de Gemeenschappen ;2° de universitaire cursussen, die leiden tot een academische graad, van de eerste en de tweede cyclus met inbegrip van de uren voor praktische proeven, gegeven in universiteiten of in de met universiteiten gelijkgestelde inrichtingen evenals cursussen of opleidingen die leiden tot een graad van bachelor of master, met inbegrip van de uren voor praktische proeven, gegeven in inrichtingen voor hoger onderwijs, georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door één van de Gemeenschappen;3° de cursussen van het korte type en met volledig leerplan, met inbegrip van de uren voor praktische proeven, die leiden tot een academische graad, georganiseerd in inrichtingen van hoger onderwijs overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs en de opleidingen die leiden tot de graad van gegradueerde, met inbegrip van de uren voor praktische proeven, gegeven in instellingen voor hoger onderwijs, georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door één van de Gemeenschappen;4° alle gestructureerde opleidingen van ten minste 10 studiepunten die door een inrichting van hoger onderwijs worden georganiseerd en die, zonder dat zij leiden tot de toekenning van een academische graad, aanleiding geven tot de afgifte van een getuigschrift waaruit het welslagen voor de opleiding blijkt en de toekenning door de verstrekkende inrichting van de respectieve studiepunten en het niveau ervan;5° de opleidingen van het onderwijs voor sociale promotie en voor het volwassenenonderwijs, met inbegrip van de uren voor de cursussen en praktische proeven;6° alle opleidingen die geregeld worden door de reglementen betreffende de voortdurende vorming in de middenstand met inbegrip van de uren voor de cursussen en praktische proeven;7° alle trajecten tot erkenning van competenties georganiseerd door of in erkende validatiecentra op basis van artikel 14 van het samenwerkingsakkoord betreffende de erkenning van competenties gesloten op 21 maart 2019 tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie of georganiseerd door een EVC-testcentrum dat erkend is overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 03/06/2019 numac 2019012586 bron vlaamse overheid Decreet betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties sluiten betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties;

Art. 4.De opleidingen gegeven in het kader van het onderwijs in de plastische kunsten, deeltijds kunstonderwijs genaamd, die in aanmerking genomen moeten worden voor de toepassing van artikel 109, § 1, 2°, van de wet, moeten aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° door de daartoe bevoegde gefedereerde entiteiten worden georganiseerd, gesubsidieerd of erkend;2° behoren tot de hogere secundaire cyclus of tot de hogere cyclus genaamd cyclus met finaliteit of vierde graad of de kortlopende studierichtingen;3° behoren tot het domein van de plastische, beeldende en ruimtelijke kunsten, en in het bijzonder tot één van de volgende categorieën: a) kunstnijverheid voor de volgende specialismen: ijzerwerk, houtbewerking, boekkunst: boekbinden en -vergulden, juwelierskunst en juwelenindustrie, brandschilderkunst, restauratie van kunstwerken en kunstvoorwerpen;b) grafisch en picturaal onderzoek voor de volgende specialismen: tekenen, schilderen, illustratie en stripverhalen, reclame en visuele communicatie, digitale kunsten, boekkunst: typografie en belettering;c) beeldafdruk voor de volgende specialismen: gravure, lithografie, zeefdruk, fotografie, animatiefilm, filmkunst, computeranimatie, videografie;d) inrichting voor de volgende specialismen: rekwisiteur-decorateur/decorbouw, ontwerp, decorontwerp;e) textielontwerp;f) monumentale kunst;g) volumegeving voor de volgende specialismen: beeldhouwkunst, sculpturale keramiek;h) vuurkunst voor de volgende specialismen: aardewerk, keramiek, metaal, glaskunst;i) experimentele praktijken;j) styling, tooi en maskers;k) artistieke technieken voor de specialisaties: architecturaal tekenen en modelbouw, technisch tekenen, fotografische technologie, glastechnologie, metaaltechnologie, klei- en emailtechnologie;l) kunstgeschiedenis en esthetische analyse.

Art. 5.De in aanmerking te nemen opleidingen voor de toepassing van artikel 109, § 1, 6°, van de wet zijn: 1° wat de Vlaamse Gemeenschap betreft: de opleidingen bedoeld in artikel 4, 1° tot 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/06/2004 pub. 16/11/2004 numac 2004036504 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector sluiten betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector;2° wat de Duitstalige Gemeenschap betreft: de opleidingen van niveau I, II en III bedoeld in artikel 3 van het decreet van 29 februari 1988 betreffende de beroepsopleiding van de personen die in de landbouw werkzaam zijn;3° wat de Franstalige Gemeenschap betreft: de opleidingen van het type A, B en C, bedoeld in artikel 3 van het decreet van 10 juli 1984 betreffende de scholing van de personen die in de landbouw werkzaam zijn;

Art. 6.De opleidingen bedoeld bij artikel 109 van de wet en in dit besluit moeten minstens 32 contacturen per jaar omvatten, met uitzondering van de trajecten voor de erkenning van competenties zoals bedoeld in artikel 3, 7°.

De volgende onderwijsactiviteiten worden gelijkgesteld met contacturen zonder evenwel te kunnen worden opgenomen in het minimumaantal uren dat een opleiding moet inhouden: 1° de werkzaamheden, projecten en eindscripties;2° de stages en beroepsgerichte leeractiviteiten, met degelijke begeleiding en evaluatie.

Art. 7.De werknemer mag de opleiding die recht geeft op betaald educatief verlof op zijn plaats van tewerkstelling volgen, mits hij zich in een van de volgende situaties bevindt: 1° de werknemer die in het bezit is van een attest afgeleverd door de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid voor het verstrekken van sociale en fiscale voordelen;2° de werknemer die toegelaten wordt tot de 'Service Personnes Handicapées Autonomie Recherchée' (PHARE) of die gebruikmaakt of gebruik heeft gemaakt van de maatregelen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), het `l`Agence pour une Vie de Qualité (AVIQ) en Wallonie' of het `Dienststelle für Selbstbestimmtes Leben' (DSL);3° de werknemer volgt met name een bij besluit van het bevoegde paritair comité georganiseerde sectorale opleiding.

Art. 8.De oriëntatie- en begeleidingsacties van werknemers met hooguit een getuigschrift of een diploma van hoger secundair onderwijs worden gelijkgesteld met opleidingen in de zin van artikel 109 van de wet, mits zij aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° ten minste 32 contacturen per jaar omvatten;2° de uitvoering van een competentiebalans van de werknemer omvatten;3° individuele of collectieve informatie-, begeleidings- alsook opleidingsactiviteiten omvatten met betrekking tot de benodigde competenties voor de ontwikkeling van de werknemer op de arbeidsmarkt;4° erkend zijn volgens de procedure van artikel 20.

Art. 9.§ 1. In toepassing van artikel 111, § 7, van de wet is het maximumaantal uur vastgesteld op 130: 1° voor opleidingen gevolgd door een werknemer met hooguit een getuigschrift of diploma van hoger secundair onderwijs;2° voor opleidingen om een andere nationale taal, gebarentaal of een vreemde taal te leren wanneer deze rechtstreeks verband houdt met de beklede functie;3° voor opleidingen die de verwerving van digitale basisvaardigheden mogelijk maken en die het mogelijk maken de digitale inclusie en de inschakeling op de arbeidsmarkt van werknemers met hooguit een getuigschrift of diploma van lager secundair onderwijs te versterken. § 2. Het maximaal aantal uren wordt vastgesteld op 120 uur voor beroepsopleidingen en algemene en beroepsopleidingen, met uitzondering van taalopleidingen, die in hetzelfde jaar worden gevolgd, ongeacht of de cursusuren samenvallen met de arbeidstijd van de werknemer. § 3. De minister kan de digitale basisvaardigheden bedoeld in § 1, 3° bepalen.

Art. 10.Het totale bedrag van de terugbetaling van bezoldigingen en socialezekerheidsbijdragen in verband met betaald educatief verlof dat is toegekend, is beperkt tot 700.000 euro per werkgever per kalenderjaar.

In geval van overschrijding door de werkgever van het maximumbedrag van 700.000 euro ingesteld door het eerste lid behoudt de werknemer zijn recht op betaald educatief verlof met behoud van zijn normaal loon dat op het gewone tijdstip moet worden uitbetaald. HOOFDSTUK 4. - Toekenningsmodaliteiten

Art. 11.Betaald educatief verlof voor tijdens het schooljaar georganiseerde opleidingen wordt opgenomen tussen het begin van het betrokken jaar en het einde van de eerste examenzittijd van dat schooljaar. In geval van een tweede examenzitting wordt bovengenoemde termijn verlengd tot het einde van die zittijd. Om voor deze verlenging in aanmerking te komen, moet de werknemer aan zijn werkgever een daartoe door het hoofd van de onderwijsinstelling afgegeven verklaring overleggen, waarvan het model door het Bestuur wordt vastgesteld.

Betaald educatief verlof voor niet tijdens het schooljaar georganiseerde opleidingen wordt opgenomen tussen het begin en het einde van de opleiding.

Art. 12.Voor de toepassing van artikel 111 van de wet wordt het aantal lesuren waarvan de werknemer is vrijgesteld, afgetrokken van het aantal lesuren dat de gevolgde opleiding omvat.

In geval van laattijdige inschrijving voor de cursussen wordt het aantal verlofuren waarop de werknemer krachtens artikel 111 van de wet recht heeft, verminderd met een percentage dat de verhouding uitdrukt tussen het aantal lesuren dat reeds op de dag van inschrijving is gegeven en het aantal lesuren dat in de gevolgde cursus is opgenomen.

Art. 13.Met het oog op de collectieve planning bedoeld in artikel 113, § 1, laatste lid, van de wet moeten alle aanvragen voor betaald educatief verlof met betrekking tot een normaal schooljaar vóór 31 oktober van elk schooljaar bij de werkgever worden ingediend.

In geval van laattijdige inschrijving na 31 oktober, in geval van niet-georganiseerde opleiding in een normaal schooljaar of in geval van verandering van werkgever tijdens hetzelfde schooljaar, moet het verzoek om betaald educatief verlof uiterlijk binnen 15 dagen na de inschrijving of de verandering van werkgever worden ingediend.

De aanvraag wordt ingediend door middel van het in artikel 112 van de wet bedoelde getuigschrift.

De handtekening van de werkgever op het duplicaat van het getuigschrift geldt alleen als bevestiging van ontvangst ervan.

Het getuigschrift kan ook aangetekend of via e-mail met ontvangstbewijs naar de werkgever worden gestuurd.

Art. 14.De werknemer die zijn opleiding onderbreekt of ervan afziet, stelt zijn werkgever en de opleidingsinstelling daarvan binnen vijf dagen na de onderbreking of stopzetting in kennis.

Het voordeel van betaald educatief verlof wordt hem vanaf de datum van deze kennisgeving niet meer toegekend.

Art. 15.Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt de terugbetaling door het Gewest aan de werkgever vastgesteld op een vast bedrag van 22,07 euro per uur educatief verlof dat aan de voorwaarden voor terugbetaling voldoet.

Art. 16.De terugbetalingsaanvraag bedoeld in artikel 120 van de wet wordt elektronisch ingediend door middel van de door het Bestuur beheerde en ter beschikking gestelde computerapplicatie in de vorm van een globale aangifte, vergezeld van een individueel formulier voor elke begunstigde werknemer.

Deze aanvraag moet vergezeld gaan van de door het Bestuur opgesomde bewijsstukken.

Het Bestuur deelt de werkgever mee dat zijn aanvraag volledig is of nodigt hem uit zijn aanvraag te vervolledigen, en dat binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van deze kennisgeving.

Art. 17.§ 1. De hoofden van de onderwijsinrichtingen en de verantwoordelijken voor het onderwijs in de organisaties bedoeld bij artikel 109, of hun afgevaardigden, zijn gehouden aan de werknemers volgende bescheiden uit te reiken, beschikbaar gesteld met name in digitale vorm: 1° een getuigschrift met vermelding van de opleiding of de opleidingen waarvoor de werknemer ingeschreven is, het aantal uren dat ze omvatten en het tijdsschema;2° een getuigschrift over de nauwgezetheid van de werknemer in de loop van een periode, met inbegrip van, in geval van digitaal contact, opleidingen vanop afstand gegeven, "blended learning"-opleidingen, die naargelang het geval gelijk is aan: a) de duur van de opleiding, wanneer de duur ervan gelijk is aan of minder dan drie maanden;b) drie maanden, wanneer de opleiding niet georganiseerd is bij wijze van schooljaar en een duur heeft van meer dan drie maanden;c) één schoolkwartaal, wanneer de opleiding georganiseerd is bij wijze van schooljaar;3° in voorkomend geval, een getuigschrift met vermelding van de data van de examens die de werknemer tijdens de tweede examenzittijd moet afleggen. Het model van deze documenten wordt vastgesteld door het Bestuur. § 2. Het getuigschrift bedoeld bij § 1, 1°, moet uitgereikt worden binnen twintig dagen die volgen op de aanvang van de opleiding. In geval van laattijdige inschrijving moet het getuigschrift uitgereikt worden ten laatste binnen acht dagen die volgen op de inschrijving.

Het getuigschrift bedoeld bij § 1, 2° moet uitgereikt worden ten laatste binnen acht dagen die volgen op het einde van de betrokken periode.

Het getuigschrift bedoeld bij § 1, 3° moet uitgereikt worden ten laatste binnen acht dagen die volgen op het einde van de eerste examenzittijd. HOOFDSTUK 5. - Erkenningscommissie

Art. 18.De commissie is samengesteld uit: 1° een voorzitter die de minister vertegenwoordigt en een ondervoorzitter die de minister vertegenwoordigt, als plaatsvervanger van de voorzitter ingeval deze laatste verhinderd is;2° zeven afgevaardigden en evenveel plaatsvervangende afgevaardigden van de representatieve werkgeversorganisaties en zeven afgevaardigden en evenveel plaatsvervangende afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties.Onder "representatieve organisaties", wordt verstaan de representatieve organisaties die in Brupartners vertegenwoordigd zijn; 3° drie leden en evenveel plaatsvervangende leden die elk een van de Gemeenschapsministers die het onderwijs tot hun bevoegdheid hebben vertegenwoordigen;4° drie leden en evenveel plaatsvervangende leden die elk een van de Gemeenschapsministers die de voortdurende vorming tot hun bevoegdheid hebben vertegenwoordigen;5° een lid en een plaatsvervangend lid die het "Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle" vertegenwoordigen;6° een lid en een plaatsvervanger die de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding vertegenwoordigen;7° twee leden en twee plaatsvervangende leden die het Bestuur vertegenwoordigen;8° twee secretarissen. De voorzitter, de ondervoorzitter, de effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd door de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling.

De leden vermeld in het eerste lid, 2° worden benoemd op voordracht van Brupartners.

De commissie kan beroep doen op deskundigen en technici onder de voorwaarden die zij in haar huishoudelijk reglement vastlegt.

Art. 19.Alleen de leden bedoeld bij artikel 18, eerste lid, 2°, hebben stemrecht.

De commissie spreekt zich uit bij een met redenen omklede beslissing en met eenparigheid van stemmen over de erkenning van de programma's van de opleidingen bedoeld bij artikel 109, § 2, 3°, van de wet, alsmede over de intrekking of de schorsing van de erkenning van de opleidingen bedoeld bij artikel 109, § 2.

De commissie spreekt zich uit bij een met redenen omklede beslissing en met dubbele meerderheid der stemmen over de erkenning van de programma's bedoeld bij artikel 109, § 1, 9°, alsmede over de intrekking of de schorsing van de erkenning van de opleidingen bedoeld bij artikel 109, § 1. De dubbele meerderheid der stemmen is deze die voortvloeit uit het behalen van de gewone meerderheid der stemmen in ieder van de groepen gevormd, enerzijds door de afgevaardigden van representatieve werkgeversorganisaties en anderzijds door de afgevaardigden van de representatieve werknemersorganisaties, (op voorwaarde dat de helft van de leden van elk groep aanwezig is).

De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op met dubbele meerderheid der stemmen. Hierin legt ze de stemregels vast die van toepassing zijn voor haar andere beslissingen.

Art. 20.§ 1. De erkenningsaanvraag van het programma van de in artikel 109, § 1, 9°, en § 2, 3°, van de wet bedoelde opleidingen, wordt gericht aan het Bestuur door middel van de door het Bestuur beheerde en ter beschikking gestelde computerapplicatie vóór het begin van de opleiding.

Het Bestuur bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien werkdagen na ontvangst ervan. Indien de aanvraag onvolledig is, stelt het Bestuur in het ontvangstbewijs de organisator van de opleiding in kennis daarvan en bepaalt het de ontbrekende informatie en stukken nader.

Wanneer de erkenningsaanvraag volledig is, gaat het Bestuur tot de behandeling ervan over.

Het Bestuur stuurt de te behandelen dossiers naar het secretariaat van de commissie binnen tien werkdagen voor elke vergadering.

Het Bestuur deelt de beslissing van de commissie mee aan de organisatoren van de opleidingen binnen tien werkdagen na elke vergadering. § 2. Voor de in artikel 109, § 1, 8°, van de wet bedoelde opleidingen, stuurt de organisator van de opleiding het aanvraagformulier waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld, samen met het opleidingsprogramma naar het paritaire commité. § 3. De organisatoren van opleidingen erkend door de commissie voor een bepaalde duur toegekende erkenning willen hernieuwen, maken jaarlijks na advies van de commissie een evaluatieverslag over, waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld, alsook een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat zij de sociale en fiscale bepalingen naleven, een analytische boekhouding voeren en er geen sprake is van dubbele subsidiëring. § 4. Voor de in artikel 109, § 2, 1° en 2°, van de wet bedoelde opleidingen delen de organisaties de programma's van de cursussen aan het Bestuur mee via het formulier, waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld.

Elke wijziging van het programma en elke datumverandering worden zo spoedig mogelijk aan het Bestuur meegedeeld via de gegevensfiche waarvan het model door het Bestuur wordt bepaald en ter beschikking wordt gesteld. § 5. De erkenning van het opleidingsprogramma bedoeld in artikel 109, § 1, 9°, en § 2, 3°, van de wet wordt door de Commissie verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.

Art. 21.De commissie kan onderverdeeld worden in verschillende subcommissies.

De commissie kan, door bemiddeling van de diensten van het Bestuur, alle informatie inwinnen die betrekking heeft op de organisatie en het verloop van de opleidingen bedoeld bij artikel 109 van de wet.

Art. 22.§ 1. De Minister stelt jaarlijks een verslag voor over de uitvoering van deze besluit aan het Regering na advies van de Erkenningscommissie. Het eerste verslag wordt voorgesteld achttien maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. § 2. Dit verslag omvat met name: 1° een statistische presentatie van de erkenningen, werknemers, opleidingen en subsidies, vergezeld van een analyse van de huidige trends;2° een analyse van het begrotingsverbruik, vergezeld van nuttige aanbevelingen;3° een beschrijving van de werkzaamheden van de Erkeningcommissie. HOOFDSTUK. 6. - Slotbepalingen

Art. 23.De volgende regelgeving wordt opgeheven: 1° het koninklijk besluit van 23 juli 1985 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, met uitzondering van artikel 16;2° het koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/08/1993 pub. 27/07/2015 numac 2015000371 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel I sluiten tot wijziging van de lijst van de opleidingen die in aanmerking komen voor betaald educatief verlof, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 maart 1995;3° het koninklijk besluit van 10 november 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2001 pub. 23/11/2001 numac 2001013091 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 - Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen sluiten tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 - Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen.

Art. 24.De minister bevoegd voor Werk wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 29 juni 2023.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, R. VERVOORT De minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Werk, B. CLERFAYT

^