Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 oktober 2020
gepubliceerd op 18 december 2020

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 1 juni 2017 van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de bedrijfsvervoerplannen

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2020044240
pub.
18/12/2020
prom.
15/10/2020
ELI
eli/besluit/2020/10/15/2020044240/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

15 OKTOBER 2020. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van 1 juni 2017 van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de bedrijfsvervoerplannen


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en inzonderheid op artikel 6;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;

Gelet op de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, de artikelen 2.3.3 en 2.3.24;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van Leefmilieu Brussel, artikel 3, § 2;

Gelet op het besluit van 1 juni 2017 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de bedrijfsvervoerplannen;

Gelet op het advies nr. A-2020-013-CES van de Economische en Sociale Raad, gegeven op 6 juni 2020;

Gelet op de adviesaanvraag op 6 juli 2020 die binnen 30 dagen aan de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd gesteld, in toepassing van artikel 5 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 15 maart 1990 tot regeling van het instituut, de samenstelling en de werking van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Gezien het feit dat het advies niet binnen deze termijn werd meegedeeld;

Gelet op het besluit van 15 maart 1990 van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve houdende de regeling van de oprichting, de samenstelling en de werking van de Raad voor het Leefmilieu voor het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, de artikel 5 § 1er.

Gelet op de urgentie die bij de Raad van State werd ingeroepen, om de volgende redenen: - van de bedrijven wordt verwacht dat zij hun bedrijfsvervoerplan opstellen voor de situatie op 30 juni 2020. De mobiliteitspraktijken zijn echter nog sterk beïnvloed door de COVID-19-crisis op deze datum; - het houden van een mobiliteitsbevraging onder deze omstandigheden zou een beeld geven van een specifieke situatie, maar die zal niet toelaten om de impact van het bedrijfsvervoerplan van de afgelopen jaren te evalueren en om doelstellingen vast te leggen voor de komende jaren; - het is belangrijk om deze bedrijven zo snel mogelijk te kunnen informeren over het uitstel van de datum voor de opmaak van het vervoerplan, zodat ze voldoende duidelijkheid krijgen over hun verplichtingen; - een periode van raadpleging van de Raad van State van dertig dagen kan helaas de doelstelling van het ontwerpbesluit in gevaar brengen.

Gelet op het advies nr. 67.640/4 van de Raad van State gegeven op 24 juni in toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 3° van de wetten op de Raad van State gecoördineerde op12 januari 1973;

Op voordracht van de Minister belast met het Leefmilieu en de Minister van Mobiliteit;

Na beraadslaging, Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020 Overwegende dat de COVID-19 pandemie een directe weerslag heeft op de werking van de bedrijven die onder de verplichting vallen om een bedrijfsvervoerplan (hierna "BVP") op te stellen, met name op de werkorganisatie;

Overwegende dat de veralgemeende toepassing van telewerk in deze gezondheidscrisis een directe weerslag heeft op de BVP verplichting, gezien het aantal werknemers dat als referentie geldt, het aantal werknemers is dat zich ten minste de helft van de werkdagen naar de site begeeft, waardoor diegenen die 3 dagen of meer per week van thuis uit werken, worden uitgesloten (voor een voltijdse baan);

Overwegende dat op 30 juni 2020 telewerken nog steeds ruim wordt toegepast in veel bedrijven en dat deze een afwijking kunnen aanvragen voor het opstellen van een BVP, zoals voorzien in de wetgeving indien op die datum het aantal werknemers dat daadwerkelijk op de site is tewerkgesteld minder is dan 100;

Overwegende dat de mobiliteitsgewoonten nog beïnvloed zijn door COVID-19 rond de referentiedatum 30/06/2020 en dat een mobiliteitsbevraging houden een beeld zal geven van een specifieke situatie, maar dat die niet zal toelaten om de impact van het BVP van de afgelopen jaren te evalueren en om doelstellingen vast te leggen voor de komende jaren;

Overwegende dat het nodig is om een overleg te handelen met de FOD Mobiliteit en Vervoer die op de dezelfde data de "federale diagnose woon-werkverkeer" organiseert zoals voorzien in artikel 162 van de programma- wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003015077 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een gezamenlijke organisatie voor samenwerking op defensiematerieelgebied , en met de Bijlagen I, II, III en IV, gedaan te Farnborough op 9 september 1998 (1)(2) type wet prom. 08/04/2003 pub. 22/03/2016 numac 2014015490 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een gezamenlijke organisatie voor samenwerking op defensiematerieelgebied , en met de Bijlagen I, II, III en IV, gedaan te Farnborough op 9 september 1998 (1) sluiten;

Overwegende dat de federale overheid in het kader van de gezondheidscrisis deze diagnose met een jaar heeft uitgesteld;

Dat het is voorgesteld om de verplichting voor het actualiseren van het bedrijfsvervoerplan met een jaar uit te stellen waarbij een nieuw jaar wordt voorgestel als referentiedatum voor het verzamelen van de gegevens, met name 2021. Dit zou ook toelaten om nadien de klassieke BVP cyclus van 3 jaar te behouden, met uitzondering van de BVP-cyclus 2017-2020, die met een jaar verlengd wordt;

Overwegende dat het, rekening houdend met de dringendheid om de reglementering aan te passen voor 30/06/2020, aangewezen is om met spoed het advies van de Raad van State in te winnen;

Overwegende, ten slotte, dat wordt voorgesteld om dit besluit met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 30 juni 2020 gezien de bedrijven op die datum hun verplichtingen moesten invullen, Besluit :

Artikel 1.Het artikel 1, 2° van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 juni 2017 betreffende de bedrijfsvervoerplannen wordt vervangen door : "2° referentiejaar : jaar waarin het bedrijfsvervoerplan wordt opgesteld; het nieuwe referentiejaar is 2021; de volgende referentiejaren volgen zich om de drie jaar op vanaf het eerste referentiejaar;"

Art. 2.Het voorliggende besluit treedt in voege op 30 juni 2020.

Art. 3.De ministers die bevoegd zijn voor leefmilieu en voor mobiliteit zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 15 oktober 2020.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor klimaattransitie, leefmilieu, energie en participatieve democratie, A. MARON De Minister belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT

^