Etaamb.openjustice.be
Arrest
gepubliceerd op 16 mei 2022

Uittreksel uit arrest nr. 132/2021 van 7 oktober 2021 Rolnummer 7399 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 14 oktober 2018 « tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierec Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters T.(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2022200051
pub.
16/05/2022
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Uittreksel uit arrest nr. 132/2021 van 7 oktober 2021 Rolnummer 7399 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten « tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen », gesteld door de Vrederechter van het eerste kanton Bergen.

Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters P. Nihoul en L. Lavrysen, de rechters T. Giet, J. Moerman, M. Pâques en S. de Bethune, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter F. Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter F. Daoût, wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging Bij vonnis van 28 mei 2020, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 10 juni 2020, heeft de Vrederechter van het eerste kanton Bergen de volgende prejudiciële vraag gesteld : « De wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen (Belgisch Staatsblad van 20 december 2018) voorziet niet in de mogelijkheid om een onderdaan die buiten het Belgische grondgebied woont te laten veroordelen, omdat hij in België niet over een rijksregisternummer beschikt. De FOD Financiën verkeert in de onmogelijkheid om de rolrechten van 50 euro te recupereren omdat de Rechtbank niet in staat is om voor een onderdaan die buiten het Belgische grondgebied woont een Belgisch rijksregisternummer op te geven.

Bevat de wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen (Belgisch Staatsblad van 20 december 2018) bijgevolg geen discriminatie tussen de Belgische onderdanen die over een rijksregisternummer beschikken en de onderdanen die buiten het Belgische grondgebied wonen en die niet over een rijksregisternummer beschikken, die strijdig is met de artikelen 10, 11 en 191 van de Grondwet, doordat zij niet voorziet in de mogelijkheid om de rolrechten van 50 euro die moeten worden betaald wanneer het dossier wordt afgesloten met een veroordelend vonnis te recupereren op verzoek van de FOD Financiën, die zich baseert op het rijksregisternummer van de in het ongelijk gestelde partij ? ». (...) III. In rechte (...) B.1. Uit de formulering van de prejudiciële vraag en uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat de verwijzende rechter van oordeel is dat de wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten « tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen » (hierna : de wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten) en de wetgeving die in het algemeen van toepassing is inzake rolrechten niet-Belgische onderdanen uitsluiten van de betaling van die rechten omdat zij niet over een rijksregisternummer beschikken.

B.2.1. Een rolrecht is een belasting die wordt gevorderd van de rechtzoekende die een vordering voor een rechtscollege instelt. Het gaat om een bijzonder recht dat verschuldigd is als bijdrage in de kosten van de rechtspleging. De wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten wijzigt het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en heeft tot doel de rolrechten te hervormen. Zij verschuift met name het tijdstip waarop die rechten opeisbaar zijn van het begin naar het einde van het geding.

Bij zijn arrest nr. 84/2021 van 10 juni 2021, heeft het Hof de artikelen 2 en 3 van de wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten vernietigd in zoverre zij van toepassing zijn op de rechtzoekenden van wie de zaak op de rol is ingeschreven tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020, die uiterlijk op 31 augustus 2020 zijn veroordeeld tot betaling van de rolrechten, en van wie de bestaansmiddelen lager zijn dan de plafonds om juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand te genieten, zoals vastgesteld krachtens de artikelen 3 en 4 van de wet van 31 juli 2020 « tot wijziging van het gerechtelijk wetboek teneinde de toegang tot de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand te verbeteren, door de ter zake geldende inkomensmaxima te verhogen », maar hoger dan de plafonds die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van die bepalingen.

B.2.2. Artikel 2692 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten geeft aan welke partijen de rolrechten verschuldigd zijn. Het bepaalt : « § 1. De rechter veroordeelt in zijn eindbeslissing de partij of de partijen die het recht verschuldigd zijn tot de betaling ervan of tot betaling van hun deel erin. Tegen de beslissing van de rechter kan geen rechtsmiddel worden aangewend.

Het recht is volledig verschuldigd door de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen, behalve indien : 1° de verweerder in het ongelijk wordt gesteld, in welk geval het recht volledig verschuldigd is door de verweerder;2° de partijen onderscheidenlijk omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld, in welk geval het recht ten dele door de eiser en ten dele door de verweerder verschuldigd is, volgens de beslissing van de rechter. Het recht wordt opeisbaar op de datum van de veroordeling. § 2. In geval de zaak op de rol wordt doorgehaald of van de rol wordt weggelaten bij toepassing van artikel 730 van het Gerechtelijk Wetboek, is het recht vanaf de datum van de doorhaling of van de weglating opeisbaar ten laste van de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen ».

B.3. De invordering van de rolrechten wordt voortaan toevertrouwd aan de federale administratie, overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 januari 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/01/2019 pub. 31/01/2019 numac 2019010590 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies van de hoven en rechtbanken sluiten « betreffende de uitvoering van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten en het houden van de registers in de griffies van de hoven en rechtbanken ». In dat kader dienen bepaalde gegevens aan die administratie te worden doorgegeven.

Artikel 3 van het voormelde koninklijk besluit bepaalt daartoe : « De Federale Overheidsdienst Justitie maakt via een elektronische flux de lijsten met opeisbaar geworden rolrechten over aan de Federale Overheidsdienst Financiën binnen de drie werkdagen na de dag waarop ze opeisbaar zijn geworden.

Een in het eerste lid bedoelde lijst bevat per zaak de volgende gegevens : [...] 5° de identificatie van de belastingschuldigen met vermelding van, indien beschikbaar, hun nationaal nummer, of bij gebrek daarvan hun identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid wanneer het natuurlijke personen betreft of hun identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het rechtspersonen betreft. [...] ».

De omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Justitie nr. 272 van 29 januari 2019, die bestemd is voor alle instanties van de rechterlijke orde, bevestigt dat de griffies de personen die rolrechten verschuldigd zijn, moeten identificeren door vermelding van het rijksregisternummer, indien beschikbaar. Dat wordt herhaald in de omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Financiën nr. 2019/C/16 van 15 februari 2019 « betreffende de hervorming van de rolrechten ».

B.4. Krachtens artikel 780 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 14 van de wet van 14 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/10/2018 pub. 21/12/2018 numac 2018012962 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen type wet prom. 14/10/2018 pub. 20/12/2018 numac 2018015308 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen sluiten, dient ieder vonnis in de regel de naam, de voornaam en de woonplaats die de partijen bij hun verschijning en hun conclusies hebben opgegeven en, in voorkomend geval, hun rijksregister- of ondernemingsnummer te vermelden.

B.5. De vermelding van het rijksregisternummer maakt deel uit van de algemene verplichting tot identificatie van de partijen in het geding.

Wanneer dat nummer niet kan worden vermeld, omdat de betrokken partij niet van Belgische nationaliteit is, gebeurt de identificatie van de persoon die rolrechten verschuldigd is door middel van andere vermeldingen. De onmogelijkheid om een rijksregisternummer te vermelden vormt dus geen beletsel voor de veroordeling tot betaling van de rolrechten, noch voor de invordering ervan, zodat er geen door de wet georganiseerde uitsluiting van betaling van die rechten is ten gunste van de niet-Belgische onderdanen.

B.6. Aangezien de prejudiciële vraag uitgaat van een verkeerde premisse, is het antwoord op die vraag kennelijk niet nuttig voor de oplossing van dat geschil.

B.7. De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.

Om die redenen, het Hof zegt voor recht : De prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.

Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten op het Grondwettelijk Hof, op 7 oktober 2021.

De griffier, F. Meersschaut De voorzitter, F. Daoût

^