gepubliceerd op 10 september 2002
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij arrest nr. 106.129 van 29 april 2002 in zake de n.v. Openbaar Slachthuis tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Ar « Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, op zichzelf genomen en in samenlezing met artikel 1(...)
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten op het Arbitragehof Bij arrest nr. 106.129 van 29 april 2002 in zake de n.v. Openbaar Slachthuis tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 30 mei 2002, heeft de Raad van State de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, op zichzelf genomen en in samenlezing met artikel 13 van de Grondwet en artikel 6 van het E.V.R.M., op grond waarvan niemand de natuurlijke rechter kan worden ontzegd en iedereen het recht heeft op een eerlijk proces, geschonden door, enerzijds, de artikelen 213 tot en met 221 en artikel 222 van de Budgetterings
wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
07/09/2000
numac
2000003552
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse bepalingen betreffende de organisatie van de financiële markten en diverse andere bepalingen
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
31/08/2000
numac
2000003530
bron
diensten van de eerste minister en ministerie van financien
Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen
type
wet
prom.
12/08/2000
pub.
25/08/2000
numac
2000000696
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn en van het koninklijk besluit van 26 augustus 1988 tot vaststelling van de nadere regels voor de verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeenten bedoeld bij artikel 7 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en in de gemeenten Komen-Waasten en Voeren
sluiten (Belgisch Staatsblad van 31 augustus 2000), waarbij het koninklijk besluit van 28 september 1999, dat behept is met onregelmatigheden, respectievelijk wordt gewijzigd en bekrachtigd, en, anderzijds, artikel 2 van de wet van 8 december 1998 houdende diverse bepalingen betreffende de financiering van het Instituut voor veterinaire keuring (Belgisch Staatsblad van 31 december 1998), waarbij de validering en wijziging bij wet in het vooruitzicht wordt gesteld, met als gevolg dat de Raad van State zich niet meer kan uitspreken over de door verzoekster ingeroepen onregelmatigheden van het betrokken koninklijk besluit, en aldus verzoekende partij het voorwerp is van een ongelijke behandeling die terzake niet objectief verantwoord is ten aanzien van elk ander rechtsonderhorige die een reglementair besluit, dat op deze rechtsonderhorige van toepassing is, op zijn wettigheid vermag te laten toetesen door de administratieve rechter, te dezen dat de Raad van State, zelfs wanneer pendente litis wijzigingen worden aangebracht aan dat reglementair besluit ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2450 van de rol van het Hof.
De griffier, L. Potoms.