Etaamb.openjustice.be
Wet van 29 juni 2023
gepubliceerd op 07 september 2023

Wet houdende steun voor het goederenvervoer per spoort per geïsoleerde wagons

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2023044851
pub.
07/09/2023
prom.
29/06/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

29 JUNI 2023. - Wet houdende steun voor het goederenvervoer per spoort per geïsoleerde wagons (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Algemeen

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet dient te worden verstaan onder: 1° bureau: het bureau bedoeld in artikel 3, 5° van de Spoorcodex;2° steuntoekennende overheid: de door de Koning overeenkomstig artikel 16 aangewezen overheid;3° uniek veiligheidscertificaat: het document bedoeld in artikel 3, 16°, van de Spoorcodex;4° toepassingsdatum: de datum waarop deze wet toepassing krijgt, zoals bepaald in artikel 17, § 2;5° netverklaring: het document bedoeld in artikel 3, 22°, van de Spoorcodex; 6° onderneming in moeilijkheden: de onderneming zoals bedoeld in artikel 2, 18., van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; 7° spoorwegonderneming: de onderneming bedoeld in artikel 3, 27°, van de Spoorcodex;8° exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord: de exploitant van de dienstvoorziening bedoeld in artikel 3, 28/1°, van de Spoorcodex, die diensten verleent aan spoorwegondernemingen op het rangeerterrein van Antwerpen-Noord;9° spoorweginfrastructuurbeheerder: de infrastructuurbeheerder in de zin van artikel 3, 29°, van de Spoorcodex;10° rangeerterrein van Antwerpen-Noord: dienstvoorziening zoals bedoeld in artikel 3, 33/1°, van de Spoorcodex en aangeduid als rangeerstation in punt 2, c), bijlage I van de Spoorcodex, zoals beschreven in de netverklaring van de infrastructuurbeheerder;11° vergunning: de vergunning bedoeld in artikel 3, 35°, van de Spoorcodex;12° minister: de minister bevoegd voor Mobiliteit;13° steunbedrag: het bedrag bepaald door de Koning overeenkomstig artikel 8;14° toezichthoudend orgaan: de in artikel 3, 43°, van de Spoorcodex bedoelde economische regulerende instantie voor het spoorvervoer;15° toepassingsperiode: de bij koninklijk besluit bepaalde periode gedurende welke de op het rangeerstation Antwerpen-Noord diensten die recht geven op steun krachtens deze wet, worden verleend;16° retributie: de prijs die overeenkomstig artikel 51, eerste lid, van de Spoorcodex wordt aangerekend voor de dienstverlening op het rangeerstation Antwerpen-Noord, zoals gepubliceerd in de netverklaring of gratis in elektronische vorm beschikbaar wordt gesteld op een website overeenkomstig artikel 53/1 van de Spoorcodex;17° spoorwegvervoerdienst: dienst bedoeld in artikel 3, 63°, van de Spoorcodex;18° wagenladingvervoer: vervoer van afzonderlijke wagons of groepen wagons, die in rangeerstations worden samengesteld om treinen te vormen;19° kwartaal: de perioden van 1 januari tot en met 31 maart, van 1 april tot en met 30 juni, van 1 juli tot en met 30 september of van 1 oktober tot en met 31 december;20° gebruik van het rangeerstation Antwerpen-Noord: gebruik zoals bevestigd in de factuur opgemaakt door de exploitant van het rangeerstation van Antwerpen-Noord voor de geleverde diensten op dit terrein;21° geïsoleerde wagon: een beladen conventionele wagon komende van of gaande naar een bedieningsplaats en die samen met andere wagons met een andere bestemming of herkomst deel uitmaakt van de samenstelling van dezelfde trein die in het rangeerstation Antwerpen-Noord wordt samengesteld of gesplitst.

Art. 3.De begunstigden van de steunregeling voor het gebruik van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord zijn de spoorwegondernemingen in de Europese Unie die spoorwegdiensten van goederentransport met geïsoleerde wagons verlenen, overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden bepaald in de hoofdstukken III et IV en op de wijze bepaald in hoofdstuk V van deze wet. HOOFDSTUK 3. - Subsidiabiliteitsvoorwaarden

Art. 4.Om in aanmerking te komen voor de door deze wet bedoelde steun, dienen de spoorwegondernemingen: 1° over de volgende documenten te beschikken, geldig op de datum van steunaanvraag: a) een vergunning die de spoorwegonderneming toestaat om op Belgisch grondgebied een spoorwegdienst van goederen- en tractietransport te verlenen, afgegeven in België conform de artikelen 11 tot 14 van de Spoorcodex of door de overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie;b) een uniek veiligheidscertificaat dat ofwel door het Bureau wordt afgegeven, conform artikel 10, paragrafen 5, 6 en 7 van Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (herschikking), ofwel door de veiligheidsoverheid conform de artikelen 100 en volgende van de Spoorcodex;2° de automatische rangeerdiensten te gebruiken van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord.

Art. 5.De volgende spoorwegondernemingen komen niet voor steun in aanmerking overeenkomstig deze wet: 1° spoorwegondernemingen waartegen de Europese Commissie een bevel tot terugvordering van illegale steun heeft beslist, zolang de door de beslissing bedoelde bedragen niet terugbetaald werden;2° ondernemingen in moeilijkheden;3° spoorwegondernemingen die andere staatssteun hebben ontvangen in de zin van artikel 107, § 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of andere Europese financieringen indien hun cumulatie met de steun waarin deze wet voorziet, resulteert in een steunniveau hoger dan dat waarin is voorzien in de Mededeling van de Commissie 2008/C 184/07 inzake communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun aan spoorwegondernemingen. HOOFDSTUK 4. - Nadere bepalingen voor het aanvragen van steun

Art. 6.§ 1er. In haar steunaanvraag die de identificatiegegevens van de onderneming vermeldt, zoals het ondernemingsnummer, het btw-nummer en de vestigingsplaats, legt de spoorwegonderneming volgende documenten voor aan de steuntoekennende overheid: 1° het nummer van de exploitatievergunning en het unieke veiligheidscertificaat;2° de factuur of facturen opgesteld door de exploitant van het rangeerstation van Antwerpen-Noord voor de diensten bedoeld in artikel 4, 2°, van de wet en verstrekt gedurende het kwartaal of de kwartalen die tijdens de toepassingsperiode zijn verstreken;3° een verklaring op eer dat de onderneming de terugbetaling van de steun heeft uitgevoerd waartoe ze bevolen werd;4° een verklaring op eer dat de onderneming niet in moeilijkheden verkeert;5° een bewijs van individuele communicatie ter attentie van de klanten van het wagenladingvervoer inzake de verkregen steun;6° een verklaring op eer dat de spoorwegonderneming geen andere staatssteun heeft ontvangen in de zin van artikel 107, § 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of andere Europese financieringen indien hun cumulatie met de steun waarin deze wet voorziet, uitkomt op een hoger steunniveau dan dat waarin is voorzien door de Mededeling van de Commissie 2008/C 184/07 inzake communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun aan spoorwegondernemingen. § 2. De spoorwegondernemingen verstrekken in een termijn van vijf werkdagen alle verduidelijkingen of aanvullende informatie die de steun-toekennende overheid eist, zodat een controle op de naleving van de subsidiabiliteitsvoorwaarden en op de nadere voorwaarden voor van de aanvraag en toekenning mogelijk is. Indien deze termijn niet wordt nageleefd, wordt de aanvraag verworpen.

Art. 7.Op straffe van verwerping van de aanvraag, worden de in art. 6, § 1er, bedoelde documenten uiterlijk ingediend tijdens de maand volgend op het einde van elk verstreken kwartaal tijdens de toepassingsperiode, of tijdens de maand van de datum van toepassing van deze wet, indien hij erna komt. HOOFDSTUK 5. - Steunberekening

Art. 8.§ 1. De Koning bepaalt het steunbedrag per diensteenheid in het rangeerterrein van Antwerpen-Noord.

Het steunbedrag wordt berekend door het beschikbare trimestriële budget te delen door het aantal diensteenheden die in de betrokken periode in het rangeerterrein van Antwerpen-Noord worden verleend. § 2. Het steunbedrag mag de retributie die de exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord per diensteenheid heeft opgelegd niet overschrijden, zoals in de netverklaring gepubliceerd of kosteloos in elektronische vorm op een website aangeboden, conform artikel 53/1 van de Spoorcodex.

Art. 9.De steun valt ten laste van de jaarlijkse uitgavenbegroting.

Hij wordt toegekend binnen de grenzen van het krediet dat daartoe wordt ingeschreven.

Art. 10.Het totale bedrag dat aan elke begunstigde wordt toegekend, wordt berekend door het steunbedrag, berekend volgens de nadere voorwaarden van artikel 8, § 1, te vermenigvuldigen met het effectieve aantal gefactureerde diensteenheden in het rangeerterrein van Antwerpen-Noord in de loop van het betrokken kwartaal. § 1. Onverminderd artikel 8, ingeval de steunaanvraag de beschikbare trimestriële begroting overschrijdt, wordt de verleende steun proportioneel verlaagd zodat het totaal niet hoger is dan de relevante jaarlijkse budgettaire bepalingen. § 2. Ingeval de exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord het retributieniveau verlaagt tot een lager niveau dan het overeenkomstig artikel 8 vastgestelde steunbedrag, wordt dit van rechtswege verlaagd tot het niveau van de retributie te rekenen vanaf het kwartaal waarin de verlaging plaatsvindt. HOOFDSTUK 6. - Steuntoekenning

Art. 11.De steun wordt aan de spoorwegonderneming toegekend onder de voorwaarden bepaald in deze wet om de retributie opgelegd door de exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord op te vangen voor de geleverde diensten tijdens de toepassingsperiode.

De Koning bepaalt de nadere voorwaarden voor de steuntoekenning. HOOFDSTUK 7. - Controle

Art. 12.Hoofdstuk III van titel V van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat is van toepassing onder de nadere voorwaarden van dit hoofdstuk.

Art. 13.De spoorwegondernemingen die de toegekende steun genieten in het kader van deze wet verbinden zich ertoe alle bewijsstukken te bewaren en te bezorgen die de steuntoekennende overheid toelaten een controle uit te voeren op de naleving van de in hoofdstuk III bedoelde voorwaarden en van de in de hoofdstukken IV en V bedoelde nadere voorwaarden, gedurende een periode van drie jaar na de betaling van de steun.

Art. 14.De infrastructuurbeheerder, de exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord, de beheerder van de Haven van Antwerpen en het toezichthoudende orgaan verstrekken, binnen de voorgeschreven termijn, aan de steuntoekennende overheid alle informatie in hun bezit die wordt gevraagd in het kader van de controle op de toepassing van deze wet.

Art. 15.Wanneer de steuntoekennende overheid vaststelt dat de steuntoekenningsvoorwaarden niet worden nageleefd, wordt de steun onverwijld door de begunstigde aan de Staat terugbetaald.

Bij gebrek aan betaling binnen de maand belast de steuntoekennende overheid de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering met de invordering door middel van dwangbevel van de ten onrechte verkregen steun, conform artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949. De aldus ingevorderde niet-verschuldigde bedragen komen toe aan de Schatkist. HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 16.De Koning bepaalt wie de steuntoekennende overheid is, de datum en de toepassingsperiode van de bij deze wet ingestelde steunregeling.

De infrastructuurbeheerder, de beheerder van de Haven van Antwerpen, de exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord en het toezichthoudend orgaan verstrekken de minister alle informatie waarover zij beschikken teneinde deze wet uit te voeren.

Art. 17.§ 1er. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. § 2. De toepassing van deze wet is onderworpen aan: 1° de bekendmaking door Infrabel van de netverklaring van een exploitant van het rangeerterrein van Antwerpen-Noord die diensten conform artikel 9, §§ 2 et 4, van de Spoorcodex leveren;2° de beslissing van de Europese Commissie waarbij de bij deze wet ingestelde steunregeling of haar eventuele verlenging geen onverenigbare staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;3° de inwerkingtreding van het koninklijk besluit tot uitvoering van deze wet. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 4 juli 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Mobiliteit, G. GILKINET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken. - n° 55-3424/5 Integraal Verslag : 29 juni 2023

^