Etaamb.openjustice.be
Wet van 20 september 1998
gepubliceerd op 28 oktober 1998

Wet tot wijziging van artikel 120bis van de nieuwe gemeentewet en tot invoeging van een artikel 50bis in de provinciewet van 30 april 1836, strekkende tot een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de gemeentelijke en provinciale adviesraden

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
1998000621
pub.
28/10/1998
prom.
20/09/1998
ELI
eli/wet/1998/09/20/1998000621/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 SEPTEMBER 1998. - Wet tot wijziging van artikel 120bis van de nieuwe gemeentewet en tot invoeging van een artikel 50bis in de provinciewet van 30 april 1836, strekkende tot een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de gemeentelijke en provinciale adviesraden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.In artikel 120bis van de nieuwe gemeentewet worden tussen het eerste en het tweede lid de hierna volgende leden ingevoegd : « Ten hoogste twee derde van de leden van een adviesraad is van hetzelfde geslacht.

Wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld in het vorige lid, kan de betrokken adviesraad niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.

De gemeenteraad kan op gemotiveerd verzoek van de adviesraad afwijkingen toestaan, hetzij om functionele redenen of redenen die verband houden met de bijzondere aard van deze raad, hetzij wanneer onmogelijk kan worden voldaan aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. De gemeenteraad bepaalt de voorwaarden waaraan dit verzoek moet voldoen en stelt de procedure vast.

Wanneer op basis van het vorige lid geen afwijking wordt toegestaan, heeft de adviesraad vanaf de datum van weigering van de afwijking, drie maanden de tijd om te voldoen aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. Indien de adviesraad bij het verstrijken van deze periode niet voldoet aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid, kan de adviesraad vanaf deze datum niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.

Het college van burgemeester en schepenen dient telkens binnen het jaar na de nieuwe aanstelling van de gemeenteraad een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.

Voor de adviesraden die opgericht zijn voor de inwerkingtreding van deze wet, past de gemeenteraad bij de eerstvolgende vernieuwing van de mandaten de samenstelling aan overeenkomstig de bepaling van het derde lid. Uiterlijk tegen 31 december 2001 dienen alle adviesraden deze bepaling toe te passen. »

Art. 3.In de provinciewet van 30 april 1836 wordt een artikel 50bis ingevoegd, luidende : «

Art. 50bis.Wanneer de provincieraad adviesraden instelt, regelt hij de samenstelling ervan naar gelang van hun taken en bepaalt hij de gevallen waarin raadpleging van die adviesraden verplicht is.

Ten hoogste twee derde van de leden van een adviesraad is van hetzelfde geslacht.

Wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid, kan de betrokken adviesraad niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.

De provincieraad kan op gemotiveerd verzoek van de adviesraad afwijkingen toestaan, hetzij om functionele redenen of redenen die verband houden met de bijzondere aard van deze raad, hetzij wanneer onmogelijk kan worden voldaan aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. De provincieraad bepaalt de voorwaarden waaraan dit verzoek moet voldoen en stelt de procedure vast.

Wanneer op basis van het vorige lid geen afwijking wordt toegestaan, heeft de adviesraad vanaf de datum van weigering van de afwijking, drie maanden de tijd om te voldoen aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid. Indien de adviesraad bij het verstrijken van deze periode niet voldoet aan de voorwaarde gesteld in het tweede lid, kan de adviesraad vanaf deze datum niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen.

De bestendige deputatie dient telkens binnen het jaar na de nieuwe aanstelling van de provincieraad een evaluatieverslag voor te leggen aan de provincieraad.

Voor de adviesraden die opgericht zijn voor de inwerkingtreding van deze wet, past de provincieraad bij de eerstvolgende vernieuwing van de mandaten de samenstelling aan overeenkomstig de bepaling van het tweede lid. Uiterlijk tegen 31 december 2001 dienen alle adviesraden deze bepaling toe te passen.

De provincieraad stelt hun de middelen ter beschikking die nodig zijn voor het vervullen van hun taak. » Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 20 september 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L. TOBBACK Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Parlementaire verwijzingen : Gewone zitting 1996-1997. Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel, nr. 1-585/1. - Amendementen, nrs. 1-585/2 en 3. - Advies van de Raad van State, nr. 1-585/4.

Gewone zitting 1997-1998.

Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Amendementen, nrs. 1-585/5 en 6. - Verslag, nr. 1-585/7. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1-585/8. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-585/9.

Handelingen van de Senaat. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 12 maart 1998.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 1457/1. - Verslag, nr. 1457/2. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 1457/3.

Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 1 en 2 juli 1998.

^