Etaamb.openjustice.be
Wet van 12 juli 2013
gepubliceerd op 24 juli 2013

Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2013011366
pub.
24/07/2013
prom.
12/07/2013
ELI
eli/wet/2013/07/12/2013011366/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)Senaat (fiche)
Document Qrcode

12 JULI 2013. - Wet tot wijziging van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor de Coöperatie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Artikel 1 van de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een Nationale Raad voor Coöperatie wordt vervangen als volgt : «

Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° coöperatieve vennootschap : de coöperatieve vennootschap zoals bedoeld in boek VII van het Wetboek van vennootschappen, met inbegrip van de coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk zoals bedoeld in boek X van het Wetboek van vennootschappen, de Europese coöperatieve vennootschap zoals bedoeld in boek XVI van het Wetboek van vennootschappen, evenals elke vennootschap die een gelijkwaardige vorm in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft;2° groepering : elke organisatie of entiteit die door minstens twee erkende coöperatieve vennootschappen werd aangewezen om ze te vertegenwoordigen in de Nationale Raad voor de Coöperatie;3° niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschap : elke erkende coöperatieve vennootschap die geen groepering heeft aangewezen om haar te vertegenwoordigen in de Nationale Raad voor de Coöperatie;4° bevoegde autoriteit : de hoven en rechtbanken of de administratieve autoriteiten bevoegd voor de reglementering en de controle van het vennootschapsrecht.»

Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 1/1.Er wordt een Nationale Raad voor de Coöperatie opgericht, waarvan de opdracht erin bestaat : 1° passende maatregelen te bestuderen en te bevorderen tot verspreiding van de beginselen en het ideaal van de coöperatie zoals met name gedefinieerd door de Internationale Coöperatieve Alliantie;2° adviezen of voorstellen in verband met de vraagstukken over de coöperatieve bedrijvigheid over te maken aan een minister en, voor de aangelegenheden waarvoor deze bevoegd is aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, ofwel op hun verzoek, ofwel uit eigen beweging en in de vorm van verslagen met vermelding van de verschillende standpunten die in de Nationale Raad voor de Coöperatie uiteengezet werden.»

Art. 4.Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 2.De Nationale Raad voor de Coöperatie heeft als organen de algemene vergadering en het bureau. »

Art. 5.Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 3.De algemene vergadering is samengesteld uit de vertegenwoordigers van groeperingen en van niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschappen erkend conform de voorwaarden van artikel 5 en zijn uitvoeringsmaatregelen.

Elke niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschap kan een vertegenwoordiger aanwijzen. De groeperingen hebben evenwel het recht om twee vertegenwoordigers af te vaardigen voor de algemene vergadering. Hetzelfde geldt voor de niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschappen met meer dan 100 000 vennoten. Elke vertegenwoordiger beschikt over één stem.

De algemene vergadering wordt ten minste eenmaal per jaar bijeengeroepen door het bureau. Op deze vergadering stelt het bureau een activiteitenverslag voor van het afgelopen jaar. Dit verslag wordt bekendgemaakt. Het bureau legt eveneens zijn plannen aan de algemene vergadering voor het komende jaar voor.

Het bureau roept tevens de algemene vergadering bijeen voor een buitengewone bijeenkomst telkens wanneer er een advies dient te worden uitgebracht omtrent de wetgeving of de reglementering die rechtstreeks raakt aan het bestaan, de werking of de taken van de Nationale Raad voor de Coöperatie. Het bureau legt hiertoe een voorstel van advies voor aan de algemene vergadering.

De algemene vergadering legt op voorstel van het bureau het huishoudelijk reglement van de Nationale Raad voor de Coöperatie vast.

Dit legt de concrete werkingsmodaliteiten van de algemene vergadering, het bureau en de commissies vast. Het wordt door het bureau ter goedkeuring overgezonden aan de minister bevoegd voor Economie.

De algemene vergadering keurt bij een twee derde meerderheid de haar door het bureau voorgelegde voorstellen in hun geheel goed of verwerpt ze volledig. Wanneer een voorstel verworpen is kan het bureau dit voorstel ofwel amenderen en terug voorleggen aan de algemene vergadering, dan wel dit voorstel intrekken.

De leden van de algemene vergadering oefenen hun mandaat onbezoldigd uit. »

Art. 6.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.§ 1. Onder voorbehoud van paragraaf 2, is het bureau samengesteld uit maximaal twintig leden, met gelijk stemrecht en benoemd door de Koning op voordracht van de algemene vergadering, met inachtname van de volgende bepalingen : 1° wanneer er minder kandidaten zijn dan het aantal voorziene zetels, worden enkel de zetels voorzien waarvoor er kandidaten zijn;2° elke groepering of niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschap beschikt over maximaal één zetel in het bureau;3° vijf zetels worden toegewezen aan de kandidaten die de groeperingen vertegenwoordigen welke het grootste aantal erkende coöperatieve vennootschappen vertegenwoordigen;4° vijf zetels worden toegewezen aan de kandidaten die de groeperingen of de niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschappen vertegenwoordigen met het grootste aantal vennoten in een erkende coöperatieve vennootschap.Als een erkende coöperatieve vennootschap onder haar vennoten, ongeacht in welke graad, een niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschap heeft, worden de vennoten van deze niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschap beschouwd, voor de toepassing van dit artikel, alsof zij directe vennoten waren van deze erkende coöperatieve vennootschap; 5° drie zetels worden toegewezen aan de kandidaten die niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschappen met meer dan 250 000 vennoten vertegenwoordigen;6° zeven zetels worden toegewezen aan groeperingen of niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschappen die niet vallen onder de onder punt 3° tot 5° vermelde categorieën.» § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Koning het aantal leden van het bureau verhogen en beslissen over de toekenningsvoorwaarden van deze bijkomende zetels om nieuwe activiteitensectoren toe te laten om vertegenwoordigd te zijn in de Nationale Raad voor de Coöperatie. »

Art. 7.In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 4/1.Onverminderd de bepalingen van artikel 3, is het bureau bevoegd alle opdrachten te vervullen welke de wet toekent aan de Nationale Raad voor de Coöperatie.

Het neemt beslissingen met gewone meerderheid van stemmen, uitgezonderd over de materies inzake de wetgeving of reglementering die rechtstreeks raken aan het bestaan, de werking of de taken van de Nationale Raad voor de Coöperatie evenals over het huishoudelijk reglement van de Nationale Raad voor de Coöperatie, welke materies dienen te worden beslist met een twee derde meerderheid van de stemmen.

De Koning bepaalt de werkingsregels van het bureau. Hij bepaalt de bezoldiging van de voorzitter en het bedrag van de presentiegelden van de leden van het bureau, alsook de voorwaarden van terugbetaling van hun verplaatsingskosten. »

Art. 8.In dezelfde wet wordt een artikel 4/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 4/2.Maximaal drie permanente commissies kunnen worden opgericht door de algemene vergadering of het bureau met als doel het voorbereiden van adviezen of het analyseren van specifieke problemen.

Om te beantwoorden aan een gerichte vraag van een bepaalde sector kunnen er eveneens tijdelijke commissies worden opgericht door de algemene vergadering of het bureau.

De Koning bepaalt de werkingsregels van de permanente en tijdelijke commissies. Hij bepaalt de bezoldiging van de voorzitter en het bedrag van de presentiegelden van de leden van de permanente en tijdelijke commissies, alsook de voorwaarden van terugbetaling van hun verplaatsingskosten. »

Art. 9.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.De statuten en de werking van de al dan niet tot een groepering behorende erkende coöperatieve vennootschappen zijn in overeenstemming met de coöperatiebeginselen, dit betekent dat zij in het bijzonder voorzien in : a) de vrijwillige en open toetreding;b) de gelijkheid of de beperking van het stemrecht tijdens de algemene vergadering;c) de aanwijzing van de leden van de raad van bestuur en van de commissaris door de algemene vergadering;d) een matige rentevoet, beperkt tot de maatschappelijke aandelen;e) de modaliteiten van de economische deelname van leden. De Koning stelt overeenkomstig deze principes de andere erkenningsvoorwaarden en de procedure vast, volgens welke de groeperingen en de al dan niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschappen, kunnen worden erkend om een vertegenwoordiger af te vaardigen naar de algemene vergadering van de Nationale Raad voor de Coöperatie.

De erkenning kan geweigerd worden aan een coöperatieve vennootschap als er door een Belgische bevoegde autoriteit of een bevoegde autoriteit van een Staat waar de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft, werd vastgesteld dat de statuten of de werking van de coöperatieve vennootschap niet conform zijn met de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen of het vennootschapsrecht van de Staat waar ze haar maatschappelijke zetel heeft. »

Art. 10.Artikel 5bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2006, wordt opgeheven.

Art. 11.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 6.Onder de leden van het bureau benoemt de Koning, op voordracht van het bureau goedgekeurd door de algemene vergadering, een voorzitter en een ondervoorzitter. De voorzitter en de ondervoorzitter zijn houder van een diploma waarvan de ene in de Franse taal en de andere in de Nederlandse taal. De voorzitter zit zowel het bureau als de algemene vergadering voor. In geval van verhindering van de voorzitter vervangt de ondervoorzitter hem. »

Art. 12.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 7.De mandaten van de leden van de algemene vergadering, het bureau, de voorzitter en de ondervoorzitter hebben een duur van zes jaar. Zij zijn hernieuwbaar.

In het geval van een vacant mandaat kan de groepering of de niet tot een groepering behorende coöperatieve vennootschap een andere vertegenwoordiger aanwijzen die zijn vorige vertegenwoordiger vervangt en die het lopende mandaat beëindigt.

Betreft dit evenwel de voorzitter of de ondervoorzitter van het bureau, dan zal worden overgegaan tot een nieuwe benoeming overeenkomstig artikel 6. »

Art. 13.Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 8.De nadere regels inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de algemene vergadering, het bureau en de permanente en tijdelijke commissies worden door de Koning bepaald. »

Art. 14.Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 9.Het secretariaat van de Nationale Raad voor de Coöperatie wordt waargenomen door ambtenaren daartoe aangewezen door de minister bevoegd voor Economie.

De uitgaven verbonden aan de werking van de raad komen ten laste van de begroting van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. » Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 12 juli 2013.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Zitting 2012-2013. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Stukken. - Wetsontwerp, 53-2758 - Nr. 1. - Verslag, 53-2758 - Nr. 2. - Tekst verbeterd door de commissie, 53-2758 - Nr. 3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-2758 - Nr. 4.

Integraal Verslag. - 12 en 13 juni 2013.

Senaat.

Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 5-2147 - Nr. 1.

^