Etaamb.openjustice.be
Wet van 02 juni 1998
gepubliceerd op 22 augustus 1998

Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te spreken

bron
ministerie van justitie
numac
1998009646
pub.
22/08/1998
prom.
02/06/1998
ELI
eli/wet/1998/06/02/1998009646/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 JUNI 1998. - Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te spreken (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Het opschrift van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 waarbij aan bepaalde veroordeelden en aan de gefailleerden verbod wordt opgelegd bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen en waarbij aan de rechtbanken van koophandel de bevoegdheid wordt toegekend dergelijk verbod uit te spreken, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1978, wordt vervangen als volgt : « Koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen ».

Art. 3.In artikel 1 van het hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1978, 15 juli 1985, 4 december 1990, 6 april 1995 en 8 augustus 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de inleidende volzin wordt vervangen door wat volgt : « Onverminderd bijzondere verbodsbepalingen kan de rechter die, hetzij in België, hetzij in de gebieden die onder Belgisch gezag of bestuur hebben gestaan, een persoon veroordeelt, zelfs voorwaardelijk, als dader van of medeplichtige aan een van de volgende strafbare feiten of poging daartoe : »;2° in punt g) worden de woorden « een van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter » vervangen door de woorden « een van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis, 489ter en 492bis »;3° dit artikel wordt aangevuld met de volgende bepaling : « i) overtreding van de strafbepalingen die zijn vastgesteld in hoofdstuk XXIV van de algemene wet inzake douane en accijnzen, hoofdstuk XII van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, de artikelen 133 tot 133octies van het Wetboek der successierechten, de artikelen 66 tot 67octies van het Wetboek van zegelrechten, de artikelen 207 tot 207octies van het Wetboek van met het zegel gelijkgestelde taksen, de artikelen 449 tot 453 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 2, derde lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, de artikelen 73 tot 73octies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en de artikelen 395 tot 398 van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, zijn veroordeling doen gepaard gaan met het verbod om, persoonlijk of door een tussenpersoon, de functie van bestuurder, commissaris of zaakvoerder in een vennootschap op aandelen, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap, enige functie waarbij macht wordt verleend om een van die vennootschappen te verbinden, de functie van persoon belast met het bestuur van een vestiging in België, bedoeld in artikel 198, § 6, eerste lid, van de op 30 november 1935 gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, of het beroep van effectenmakelaar of correspondent-effectenmakelaar uit te oefenen.De rechter stelt de duur van dat verbod vast zonder dat die minder dan drie jaar of meer dan tien jaar mag bedragen. ».

Art. 4.Artikel 1bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1978 en gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1997, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 1bis.Wanneer de rechter een persoon veroordeelt, zelfs voorwaardelijk, als dader of als medeplichtige van een van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis, 489ter en 492bis van het Strafwetboek, oordeelt hij tevens of de veroordeelde al dan niet verbod wordt opgelegd om persoonlijk of door een tussenpersoon een koopmansbedrijf uit te oefenen.

De rechter stelt de duur van dat verbod vast zonder dat die minder dan drie jaar of meer dan tien jaar mag bedragen. ».

Art. 5.In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1978, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « veroordeling tot een zelfs voorwaardelijke vrijheidsstraf van ten minste drie maanden, » worden vervangen door de woorden « zelfs voorwaardelijke veroordeling »;2° de woorden « zal het door die artikelen gestelde verbod geen uitwerksel hebben dan nadat » worden vervangen door de woorden « kan het door die artikelen gestelde verbod worden uitgesproken door »;3° het woord « nadat » wordt vervangen door het woord « door »;4° de woorden « zal hebben vastgesteld » worden vervangen door de woorden « nadat ze heeft vastgesteld »;5° het artikel wordt aangevuld als volgt : « De kamer van inbeschuldigingstelling stelt de duur van dat verbod vast zonder dat die minder dan drie jaar of meer dan tien jaar mag bedragen.».

Art. 6.Het aan personen vóór de inwerkingtreding van deze wet opgelegde verbod krachtens de artikelen 1, 1bis en 2 van hetzelfe koninklijk besluit, blijft na de inwerkingtreding van kracht totdat tien jaar zijn verstreken sedert de datum van de veroordeling die tot het verbod aanleiding heeft gegeven.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 2 juni 1998.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Gedrukte stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 1311-1996-1997 : Nr.1 : Wetsvoorstel van de heer Giet.

Nrs. 2 tot 4 : Amendementen.

Nr. 5 : Verslag.

Nr. 6 : Tekst aangenomen door de commissie.

Nr. 7 : Amendementen.

Nr. 8 : Artikelen aangenomen in plenaire vergadering.

Nr. 9 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.

Handelingen van de Kamer : 1, 2 en 28 april 1998.

Gedrukte stukken van de Senaat : 1-963 - 1997-1998 : Nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Nr. 2 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.

^