Etaamb.openjustice.be
Protocol van 08 november 2024
gepubliceerd op 22 maart 2024

Protocolakkoord gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130, 135 en 138 van de Grondwet betreffende intermediaire ziekenwagens

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2024001794
pub.
22/03/2024
prom.
08/11/2024
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU


8 NOVEMBER 2024. - Protocolakkoord gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130, 135 en 138 van de Grondwet betreffende intermediaire ziekenwagens


I. Lijst met afkortingen DGH: Dringende Geneeskundige Hulpverlening NDH: Niet-Dringende Hulpverlening IZ: Intermediaire Ziekenwagen IMC: InterMinisteriële Conferentie PCDGH: Provinciale Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening COCOF : Commission Communautaire française (Franse Gemeenschapscommissie) GGC: Gemeenschappelijke GemeenschapsCommissie RIZIV: Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering BHMR: Belgische Handleiding voor de Medische Regulatie MIP: Medisch InterventiePlan PIT: Paramedisch InterventieTeam PRIMA: Plan Risico's en Manifestaties DIHT: Dringend InterHospitaal-Transport NDIHT: Niet-Dringend InterHospitaal-Transport NDPV: Niet-Dringend Patiënten Vervoer II. Inleiding Gelet op het protocolakkoord inzake patiëntenvervoer van 27/03/2017 tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikel 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake patiëntenvervoer;

Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) betreffende de organisatie van het niet-dringende ziekenvervoer (NDZ) van 22/02/2018;

Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) van 09/12/2021;

Gelet op het besluit van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) van 08/07/2021;

Gelet op het decreet van de Duiststalige Gemeenschap betreffende de organisatie van het niet-dringende ziekenvervoer (NDZ) van 04/06/2007;

Gelet op het besluit van de Duitstalige Gemeenschap betreffende de organisatie van het niet-dringende ziekenvervoer (NDZ) van 07/05/2009;

Gelet op het Vlaams decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/2018 pub. 11/06/2018 numac 2018012399 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer sluiten betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer;

Gelet op het Waals decreet betreffende de organisatie van het medisch-sanitair vervoer van 29/04/2004 gewijzigd op 10/10/2013 door het decreet tot wijziging van sommige bepalingen van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid betreffende het medisch-sanitair vervoer al dan niet aangepast;

Gelet op het koninklijk besluit betreffende de opleidingscentra voor hulpverleners-ambulanciers van 13/02/1998;

Gelet op het koninklijk besluit houdende vaststelling van de kenmerken van de interventiekledij gebruikt binnen de dringende geneeskundige hulpverlening van 26/01/2018;

Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 08/02/2019 pub. 27/03/2019 numac 2019040785 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van artikel 6, 7, 8 en 12 van het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer sluiten houdende de uitvoering van artikel 6, 7, 8 en 12 van het decreet van 18 mei 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/2018 pub. 11/06/2018 numac 2018012399 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer sluiten betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer;

Gelet op de omzendbrief betreffende de minimale inhoud van de voertuigen die het dringend vervoer van personen op zich nemen van 20/06/2018;

Gelet op het ministerieel besluit tot vaststelling van de modaliteiten voor de toekenning van het bedrag van de toelage toegekend in geval van interventie van een permanentie van een ambulancedienst, op aanvraag van de aangestelde van het eenvormig oproepstelsel, conform artikel 5 van de wet van 8 juli 1964Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1964 pub. 14/11/2006 numac 2006000610 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening Duitse vertaling sluiten betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening van 07/12/2018;

Gelet op het koninklijk besluit betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen van 22/05/2019;

Gelet op de omzendbrief DGH/2017/D2/Medisch interventieplan van 17/02/2017 ;

Overwegende dat een intermediaire ziekenwagen (IZ) een ziekenwagen is die kan worden ingezet voor het niet-dringend patiëntenvervoer (NDPV; bevoegdheid van de deelstaten) maar ook voor erkende 112-ritten (federale bevoegdheid).

Overwegende dat de IZ's zowel vervoer uitvoeren waarvoor de gemeenschappen bevoegd zijn, als vervoer waarvoor de federale overheid bevoegd is. Wordt overeengekomen wat volgt: III. Doelstellingen Het doel van dit protocolakkoord is afspraken maken inzake de definitie, voorwaarden en gebruikstypes van de IZ, die vervolgens door de partijen omgezet kunnen worden in een duidelijk wettelijk kader.

Hiertoe is een nauwe samenwerking tussen de federale overheid en de deelstaten geboden, om kwaliteitsvolle eerstehulpverlening aan de burger te kunnen garanderen.

IV. Afspraken De voorwaarden om als IZ erkend te worden: Een NDPV-erkenning hebben bij de deelstaten;

En De ziekenwagendienst heeft een DGH-erkenning van de FOD Volksgezondheid met minstens één eerste vertrek 112 met een 24 uur wachtdienst 7 dagen per week om een DGH-expertise te garanderen (onder voorbehoud van de beslissing van de minister gebaseerd op het advies van de PCDGH-voorzitter);

En De ziekenwagendienst beschikt over hulpverlener-ambulanciers met DGH-badge, die de IZ bemant tijdens 112-interventies;

En Het voertuig is geregistreerd in de voertuigendatabank van de FOD Volksgezondheid en heeft een uniek identificatienummer voor het voertuig, toegekend door de FOD Volksgezondheid (zie punt VII Uniek identificatienummer voor het voertuig).

De IZ-erkenning wordt toegekend door de FOD Volksgezondheid.

De IZ-erkenning van een ziekenwagen zal worden geschrapt indien die ziekenwagen of de ziekenwagendienst op een bepaald moment niet meer in orde is met de NDPV-erkenning (deelstaten) of de DGH-erkenning (federale overheid). Hiertoe delen de deelstaten en de federale overheid elke stopzetting van een NDPV- of DGH-erkenning aan elkaar mee.

V. Types van gebruik In het merendeel van de gevallen zal de IZ NDPV-ritten uitvoeren. De FOD Volksgezondheid kan echter een beroep doen op erkende IZ's in de volgende gevallen: Bij rampen of crisissen zal de IZ exclusief 112-ritten uitvoeren binnen het kader van het Medisch Interventieplan (MIP), conform het KB van 22 mei 2019 en de ministeriële omzendbrief van 17 februari 2017 (cfr. supra).

Of Om als vervangwagen te dienen voor een vertrek 112 als die laatste buiten dienst is Of Om tijdelijk ingezet te worden als tweede vertrek 112. Bijvoorbeeld: aan de zee in drukke periodes. De periode zal echter duidelijk moeten worden vastgelegd en gecommuniceerd aan de FOD Volksgezondheid en aan de noodcentrales.

Of Uitzonderlijk een dringend interhospitaal-transport (DIHT) uit te voeren. De interventie zal worden beschouwd als dringend op voorwaarde dat: een interventienummer werd afgeleverd door de 112-centrale (zie volgend hoofdstuk).

Het is altijd de 112 centrale die contact opneemt met de IZ bij dringende incidenten. In geen geval is het de IZ die zelf de beslissing neemt om naar een dringende interventie te rijden of een niet dringend vervoer als dringende interventie uit te voeren. De aanvraag verloopt uitsluitend via de operatoren van de 112 -centrale.

VI. Vaststelling van een 112-interventie In de context van de medische regulatie is het onderscheid tussen dringende en niet-dringende situaties bijzonder belangrijk, aangezien dit de 112-operatoren helpt om de prioriteit voor de behandeling en het transport van de patiënten te bepalen. Vitale urgenties zoals een hartaanval, beroerte of ernstige trauma's behoeven een onmiddellijke interventie en worden beschouwd als dringende situaties. Anderzijds zouden niet-dringende situaties zoals de consultatie bij een arts-specialist van iemand die tijdens het vervoer nood heeft aan zorg of toezicht, eerder in het kader van eerstelijnszorg moeten worden behandeld dan in een eenheid voor spoedgevallenzorg. Triage van de patiënten maakt het bijgevolg mogelijk om een prioriteit toe te kennen afhankelijk van de ernst van de gezondheidstoestand van de patiënt en zich ervan te verzekeren dat de middelen op een efficiënte manier worden toegekend. De Belgische Handleiding voor de Medische Regulatie (BHMR) biedt richtlijnen voor de medische regulatie in België. Enkel de ernstniveaus 1 tot en met 5 (MUG, PIT, ziekenwagen) zullen worden beschouwd als dringend.

In geval van een IZ moet de arts de urgentie van de situatie beoordelen. Als de arts oordeelt dat de situatie dringend is, moet hij/zij contact opnemen met de 112-centrale. Die laatste zal de vraag analyseren op basis van de BHMR. De BHMR reguleert en bepaalt het geheel van protocollen aan de hand waarvan de urgentie van een interventie kan worden bepaald en een aangepast middel kan worden toegekend naargelang de urgentie (bv. ziekenwagen, PIT, MUG).

Het is belangrijk om te herhalen dat het engagement en de interventiestatus van een IZ duidelijk bepaald moeten zijn op het moment van vertrek om misverstanden te vermijden.

VII. Uniek identificatienummer voor het voertuig De IZ moet over een uniek identificatienummer voor het voertuig beschikken. Hierdoor moet bij een statuswijziging van een ziekenwagen van NDPV naar IZ, het NDPV-identificatienummer worden tijdelijk geschrapt (door de deelstaten) en moet een uniek identificatienummer (IZ) worden toegekend door de FOD Volksgezondheid.

De door de FOD Volksgezondheid gebruikte categorieën zijn de volgende:

Main Use Type

RANGES

Main Use Type

RANGES

112 AMBU/PIT

10000 - 13999

112 AMBU/PIT

10000 - 13999

112 MUG/SMUR

14000 - 14999

112 MUG/SMUR

14000 - 14999

112 SIM/MIR

15000 - 15499

112 SIM/MIR

15000 - 15499

112 Other (any 112 other)

15500 - 15999

112 Other (any 112 other)

15500 - 15999

Intermediary Brussels

AMBU

23000 - 23499

Intermediary Brussels

AMBU

23000 - 23499

Intermediary Flanders

AMBU

21000 - 21499

Intermediary Flanders

AMBU

21000 - 21499

Intermediary Wallonia

AMBU

22000 - 22499

Intermediary Wallonia

AMBU

22000 - 22499


VIII. Externe kenmerken van het voertuig Voor de externe kenmerken van het voertuig, wordt verwezen naar de afspraken, zoals opgenomen in het protocolakkoord van 27 maart 2017 tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikel 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake patiëntenvervoer (zie HOOFDSTUK 2 - Externe kenmerken).

IX. Ziekenwagenpersoneel Het personeel van de IZ bestaat steeds uit twee hulpverlener-ambulanciers die: De opleiding voor hulpverlener-ambulancier hebben gevolgd en in orde zijn met de vervolmakingsopleidingen, met andere woorden: voortdurende opleiding;

En Beschikken over de interventiekledij die overeenstemt met een 112-interventie;

En Beschikken over een DGH-badge In zeer uitzonderlijke gevallen kan de hulpverlener-ambulancier worden vervangen door een meer gekwalificeerde gezondheidszorgbeoefenaar zoals een arts of een verpleegkundige met voldoende kennis van en ervaring met prehospitale zorg. De regel is om het binoom van hulpverleners-ambulanciers niet van elkaar te scheiden. Een arts die bijvoorbeeld de patiënt begeleidt, is daar vanwege zijn medische vaardigheden en niet om de handelingen van een hulpverlener-ambulancier uit te voeren.

X. Interne kenmerken van het voertuig De IZ moet over de minimale inhoud van een erkende 112-ziekenwagen beschikken.

XI. Prehospitaalregistratie en financiering Als de FOD Volksgezondheid een beroep doet op het inzetten van een IZ, zal die een activatietoelage betalen per 112-rit. In geen geval zal er een permanentietoelage worden verstrekt. De ziekenwagendienst krijgt van de FOD Volksgezondheid een jaarlijkse activatietoelage die wordt berekend op basis van het aantal jaarlijks afgelegde kilometers in het kader van 112-ritten.

Om een activatietoelage te kunnen ontvangen moet de dienst eerst zijn 112-ritten registreren in het prehospitaal registratiesysteem Ambureg.

Zonder die registratie is financiering en kwaliteitscontrole onmogelijk voor de FOD Volksgezondheid.

Voor alle dringende interventies betaalt de patiënt aan de ziekenwagendienst een forfait van 67,53 euro (in 2023 - jaarlijks geïndexeerd bedrag).

XII. Communicatie met de 112-centrale In het kader van een 112-interventie kan de IZ drie communicatiemiddelen gebruiken, namelijk: - De mobiele radio ingebouwd in het voertuig - De draagbare radio voor hulpverleners-ambulanciers - Een gsm Als gebruik wordt gemaakt van onderaanneming (zie verder onder titel XIV), bijvoorbeeld in het kader van een preventief middel, en als de onderaannemer geen 112-erkenning heeft, gebruikt hij een gsm om te communiceren met de 112-centrale.

Als de ziekenwagendienst geen DGH-erkenning, en dus geen IZ-erkenning meer heeft, moet de mobiele/draagbare radio worden verwijderd. Het is de taak van de inspecteurs (van de federale overheid en de deelstaten) om de naleving van deze regel te controleren.

De FOD Volksgezondheid zal, na de lancering van de intermediaire ziekenwagens, de noodzaak evalueren van de verhoging van het quotum voor radio's.

XIII. Inspectie intermediaire ziekenwagens De federale overheid en de deelstaten zullen (zo mogelijk gezamenlijk) een inspectie uitvoeren bij de indienststelling en daarna jaarlijks.

Er is evenwel een overgangsperiode met voorlopige erkenningen nodig na de lancering van de intermediaire ziekenwagens om te vermijden dat er veel voertuigen moeten wachten op een controle vooraleer operationeel te kunnen worden.

XIV. Ziekenwagendiensten die een PRIMA uitvoeren zonder een IZ-erkenning Bij een evenement of manifestatie, beschikt de PCDGH-voorzitter van de FOD Volksgezondheid over een Plan Risico's en Manifestaties (PRIMA) met een analyserooster. Hiermee kan worden bepaald of een medisch hulpmiddel ter plaatse nodig is, en welk soort middel moet worden ingezet tijdens het evenement. De PCDGH-voorzitter stelt een advies met adviserend karakter op en bezorgt dit aan het lokale overheidsbestuur, dat de eindbeslissing neemt over het beheer van dit evenement.

Het is belangrijk te vermelden dat als in geen enkel DGH-middel wordt voorzien tijdens een evenement met een zeker risiconiveau, er een risico bestaat dat het evenement quasi alle bestaande DGH-middelen monopoliseert, zeker als er zich een ramp zou voordoen. Bijgevolg wordt zowel voor de deelnemers van het evenement als voor de omwonenden de mogelijkheid om tijdig dringende geneeskundige hulp te hebben, beperkt.

De IZ heeft dus zijn plaats in het kader van een PRIMA. De IZ biedt een zekere flexibiliteit omdat de IZ 112-opdrachten kan uitvoeren als dat nodig is.

Voor de FOD Volksgezondheid mag enkel een dienst met een bestaande, geldige DGH-overeenkomst over een IZ beschikken, aangezien die DGH-overeenkomst de beste garantie biedt op kwaliteitsvolle zorg.

De realiteit op het terrein is echter dat er ook ziekenwagendiensten bestaan die enkel preventieve ritten uitvoeren en die geen DGH-overeenkomst hebben met de FOD Volksgezondheid.

De oplossing die wordt voorgesteld opdat die diensten hun hoofdactiviteit niet verliezen door dit protocolakkoord, is om een beroep te doen op onderaanneming. De dienst die over de 112-erkenning beschikt moet de onderaannemer aanwijzen. Er zal een tijdelijk erkenningsnummer worden aangemaakt. De dienst in onderaanneming kan dan 112-transport verzekeren tijdens het evenement. Zodra het evenement is afgelopen, stopt de opdracht en wordt het voertuig een NDPV-voertuig tot het volgende evenement. De ziekenwagendienst met 112-erkenning moet elke onderaanneming aangeven, ongeacht de aard ervan, en moet zich engageren tot de naleving van de normen en regels van de overeenkomst met de FOD Volksgezondheid. De dienst met DGH-erkenning draagt altijd de eindverantwoordelijkheid voor de activiteiten in onderaanneming, bv. voor de kwaliteit van de zorg, kwalificaties van personeel, registratie in het prehospitaal registratiesysteem Ambureg, de externe en interne kenmerken van het voertuig enz.

In dit scenario (onderaanneming) wordt de activatietoelage betaald aan de dienst met 112-erkenning. In geen geval zal de FOD Volksgezondheid het bedrag aan een niet-erkende dienst uitbetalen. Het zal dus de verantwoordelijkheid zijn van de dienst met 112-erkenning en zijn partner om een overeenkomst op te stellen die een aantal voorwaarden met inbegrip van de financiële vergoeding vastlegt. In geen geval zal de FOD Volksgezondheid instaan voor de berekening van dit vergoedingssysteem.

XV. Besluit De partijen verbinden zich ertoe zich in te zetten om de bepalingen van dit protocolakkoord op te nemen in de desbetreffende regelgeving, ieder volgens diens bevoegdheden en dit met het oog op een betere kwaliteit van de dringende geneeskundige hulpverlening en de optimalisering van het gebruik en de exploitatie van de bestaande ziekenwagens voor medische transporten.

Aldus gesloten te Brussel, op 8 november 2023.

Voor de federale overheid: F. VANDENBROUCKE, Vice-eersteminister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

Voor de Vlaamse Gemeenschap: H. CREVITS, Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Visserij Pour la Région Wallonne : Ch. MORREALE, Vice-Présidente du Gouvernement wallon, Ministre de l'Emploi, de la Formation, de la Santé, de l'Action sociale, de l'Egalité des chances et des Droits des femmes Pour la Communauté française : Fr. BERTIEAUX, Ministre de l'Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique, des Hôpitaux universitaires, de l'Aide à la Jeunesse, des Maisons de Justice, de la Jeunesse et de la Promotion de Bruxelles, Pour la Commission communautaire commune de Bruxelles-capitale : les membres du Collège réuni, compétents pour l'Action sociale et la Santé, A. MARON E. VAN DEN BRANDT Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad : de leden van het Verenigd College bevoegd voor Welzijn en Gezondheid, A. MARON E. VAN DEN BRANDT Pour la Communauté germanophone : A. ANTONIADIS, Vize-Ministerpräsident, Minister für Gesundheit und Soziales, Raumordnung und Wohnungswesen

^