Etaamb.openjustice.be
Overeenkomst van 06 maart 2023
gepubliceerd op 16 mei 2023

Verordening tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "Handvest" van de sociaal verzekerde

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid en rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering
numac
2023042043
pub.
16/05/2023
prom.
06/03/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING


6 MAART 2023. - Verordening tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "Handvest" van de sociaal verzekerde


Het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, Gelet op de wet van 11 april 1995 tot invoering van het « Handvest » van de sociaal verzekerde, inzonderheid op artikel 22, § 2, a);

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 22, 11° ;

Na erover te hebben beraadslaagd in haar vergadering van 6 maart 2023, Besluit :

Artikel 1.De sociaal verzekerde aan wie een beslissing tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen inzake geneeskundige verzorging werd betekend, kan een verzoek tot verzaking aan de terugvordering van deze onverschuldigde bedragen indienen bij de verzekeringsinstelling waarbij hij is aangesloten.

Art. 2.Verzaking aan terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen kan slechts worden toegestaan wanneer de sociaal verzekerde te goeder trouw is en zich in een behartigenswaardige toestand bevindt.

Art. 3.De behartigenswaardigheid wordt bepaald op basis van het gezinsinkomen, zoals dat bestaat op het moment van het indienen van het verzoek tot verzaking.

Onder gezinsinkomen wordt begrepen het bedrag van de inkomsten vastgesteld overeenkomstig de artikelen 25 tot 27 het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Wanneer het gezinsinkomen lager ligt dan het bedrag bedoeld in artikel 21 van hogergenoemd koninklijk besluit, wordt er verzaakt aan terugvordering van het onverschuldigde bedrag.

Wanneer het gezinsinkomen hoger ligt dan het bedrag bedoeld in het vorige lid maar lager dan 150 % van datzelfde bedrag, wordt verzaakt aan terugvordering voor het deel van het onverschuldigde bedrag dat de helft overschrijdt van het bedrag van het gezinsinkomen dat hoger ligt dan het bedrag bedoeld in het vorige lid.

In afwijking op de vorige leden wordt voldaan aan de voorwaarde inzake behartenswaardigheid wanneer de sociaal verzekerde op het moment van het verzoek tot verzaking de verhoogde verzekeringstegemoetkoming overeenkomstig het voormeld koninklijk besluit geniet.

Art. 4.Om in aanmerking genomen te kunnen worden, moet de aanvraag tot verzaking ingediend zijn binnen de drie maanden te rekenen vanaf de dag die volg op het verstrijken van de beroepstermijn of vanaf de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden.

Art. 5.De verzekeringsinstelling stelt het dossier samen.

Het dossier bevat een kopie van de schuldbekentenis, ondertekend door betrokkene of, bij gebreke hieraan, van de beslissing tot terugvordering van het onverschuldigde bedrag, betekend aan de betrokkene, waartegen geen hoger beroep zou zijn ingesteld binnen de op straffe van verval voorgeschreven termijn, of van de uitvoerbare titel die het bestaan van het onverschuldigde bedrag vaststelt en de grootte hiervan. Ingeval van betwisting betreffende het onverschuldigde bedrag voor de bevoegde rechtscolleges, zal het dossier pas onderzocht kunnen worden na het verkrijgen van de uitvoerbare titel.

Het dossier bevat tevens de bij omzendbrief vastgestelde documenten, onder andere met betrekking tot het bewijs van het inkomen van het gezin van de sociaal verzekerde.

Art. 6.Het verzoek van de sociaal verzekerde, evenals het daartoe samengestelde dossier, wordt door de verzekeringsinstelling aan de Dienst voor geneeskundige verzorging overgemaakt.

De Dienst voor geneeskundige verzorging onderzoekt het dossier en legt het voor aan de Werkgroep verzekerbaarheid voor advies. De Dienst maakt het dossier, samen met dit advies over aan de Leidend Ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging, die beslist over de aanvraag.

Art. 7.De beslissing van de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging wordt ter kennis gebracht van sociaal verzekerde; er wordt een kopie van deze kennisgeving aan de verzekeringsinstelling gestuurd.

Art. 8.De verzakingsprocedure is echter niet van toepassing op de onverschuldigd betaalde bedragen waarvan de waarde kleiner is dan of gelijk is aan 125 euro. Dit bedrag wordt op 1 januari van elk jaar en voor de eerste keer op 1 januari 2024, aangepast aan de evolutie van de waarde van het gezondheidsindexcijfer bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/12/1997 pub. 23/12/1997 numac 1997022909 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging sluiten tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, tussen 30 juni van het tweede jaar ervoor en 30 juni van het jaar ervoor.

Art. 9.Over de beslissingen zal tweejaarlijks een verslag worden uitgebracht aan de Algemene raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

Art. 10.In afwijking van de artikels 1 tot 9, wordt er systematisch verzaakt aan de terugvordering van het onverschuldigd bedrag wanneer dit laatste wordt vastgesteld na een retroactieve wijziging van het statuut van de sociaal verzekerde in de gegevensuitwisseling tussen de FOD Justitie en de verzekeringsinstellingen betreffende de gedetineerden en geplaatste geïnterneerden.

Art. 11.Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2023, met uitzondering van artikel 10, dat uitwerking heeft op 1 januari 2023.

De verordening van 22 mei 2006 tot uitvoering van artikel 22, § 2, a) van de wet van 11 april 1995 tot uitvoering van het "Handvest" van de sociaal verzekerde wordt opgeheven.

Brussel, 6 maart 2023.

De leidend ambtenaar, De voorzitster, M. DAUBIE A. KIRSCH

^