Etaamb.openjustice.be
Overeenkomst van 02 februari 2021
gepubliceerd op 22 februari 2021

Technisch reglement van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle tot bepaling van de modaliteiten van de periodieke veiligheidsherzieningen van inrichtingen van klasse I, met uitzondering van de vermogensreactoren

bron
federaal agentschap voor nucleaire controle
numac
2021040464
pub.
22/02/2021
prom.
02/02/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 FEBRUARI 2021. - Technisch reglement van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle tot bepaling van de modaliteiten van de periodieke veiligheidsherzieningen van inrichtingen van klasse I, met uitzondering van de vermogensreactoren


Gelet op het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties, artikel 14;

Overwegende dat in veiligheidsgids nr. SSG-25 van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) de elementen zijn opgenomen waarmee rekening moet worden gehouden voor de veiligheidsfactoren die bij een periodieke veiligheidsherziening moeten worden toegepast, WORDT DOOR HET AGENTSCHAP BESLOTEN:

Art. 1.Definitie Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: KBVVKI: het koninklijk besluit van 30 november 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/11/2011 pub. 21/12/2011 numac 2011206225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties sluiten houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties.

Art. 2.Toepassingsgebied Dit technisch reglement is niet van toepassing op de vermogensreactoren. Het is van toepassing op de andere inrichtingen van klasse I, inclusief installaties die een notificatie van stopzetting van activiteiten ingediend hebben en installaties in ontmantelingsfase.

Art. 3.Aanpak met betrekking tot de periodieke veiligheidsherziening 3.1 Inleiding Tijdens de periodieke veiligheidsherzieningen, wordt de veiligheid van de inrichtingen geëvalueerd via de evaluatie van thema's, waarvan ten minste de 14 thema's genoemd in artikel 14.2 van het KBVVKI. De exploitant houdt rekening met de IAEA-gids SSG-25 om de te volgen structuur en de te beschouwen elementen vast te stellen voor de beoordeling van de verschillende thema's.

De exploitant kan echter een andere structuur voor zijn veiligheidsevaluatie vaststellen. Deze structuur wordt beschreven in het methodologiedocument vermeld in art. 4.1. Hij stelt de overeenstemming vast met de 14 thema's die in het KBVVKI worden genoemd. Hij waakt erover dat het geheel van de door hem gedefinieerde thema's het mogelijk maken om tot een globale veiligheidsevaluatie van zijn inrichting te komen en tot de bepaling van de vereiste verbeteringen. 3.2 Toepasbaarheid van de thema's Afhankelijk van de bijzonderheden van de betrokken inrichting zal bij de ontwikkeling van de te volgen methodologie voor de evaluatie van de thema's en de verschillende elementen ervan een graduele aanpak worden gevolgd, naar gelang van het belang ervan voor de veiligheid.

In het bijzonder, is het mogelijk dat de in de IAEA-gids SSG-25 vermelde elementen die met één of meerdere van de 14 thema's verbonden zijn, zeer beperkt, of zelfs onbestaande zijn. In dat geval is het eerste doel van de thema-evaluatie te bepalen of het al dan niet nodig is om deze elementen te definiëren of aan te vullen, in het bijzonder t.o.v. de internationale praktijken die voor vergelijkbare inrichtingen gevolgd worden. Dit is in het bijzonder het geval met de probabilistische veiligheidsstudies die niet vereist zijn voor alle inrichtingen van klasse I. Zo ook houden de exploitanten van de Belgische inrichtingen die niet deelnemen aan de opvolging van de impact van hun inrichting op het leefmilieu, hiermee rekening bij de definitie van het thema radiologische impact op het milieu. 3.3 Installaties en inrichtingen De periodieke veiligheidsherziening heeft betrekking op alle door de oprichtings- en exploitatievergunning of ontmantelingsvergunning gedekte installaties, systemen, structuren en componenten.

Voor de inrichtingen van klasse I samengesteld uit verschillende installaties en gescheiden gebouwen waarin zeer uiteenlopende activiteiten kunnen worden uitgevoerd, kan de exploitant kiezen voor een aanpak waarbij de periodieke veiligheidsherziening eerder per installatie of groep installaties i.p.v. voor de ganse inrichting wordt uitgevoerd en voorgesteld.

In het bijzonder wanneer de uitbating van bepaalde installaties slechts voor een beperkte termijn voorzien is, kan de scope van de periodieke veiligheidsherziening van deze installatie dientengevolge worden aangepast. 3.4 Stralingsbescherming De keuze wordt aan de exploitant overgelaten om de stralingsbeschermingsaspecten via de evaluatie van andere thema's te behandelen, of om expliciet een thema te bepalen met betrekking tot dit gebied. 3.5 Inrichtingen die in ontmantelingsfase zijn Voor de inrichtingen die in ontmantelingsfase zijn die meer dan 10 jaar duurt of waarvoor een periodieke veiligheidsherziening werd opgelegd via de ontmantelingsvergunning, wordt in de methodologie specifieke aandacht besteed aan de aspecten die direct gelinkt zijn aan de ontmanteling, zoals voorzien in artikel 17/11 van het KBVVKI. 3.6 Globale evaluatie en actieplan Op basis van de evaluatie van de thema's, voert de exploitant een globale veiligheidsevaluatie van zijn inrichting uit. Hij bepaalt een actieplan met verbeteringen waardoor de veiligheid van zijn inrichting kan verhoogd worden, met name t.o.v. de huidige standaarden.

Naar gelang het geval evalueert de exploitant of de verdere uitbating van de installaties of de verdere ontmanteling met de huidige werkwijze en organisatie aanvaardbaar is, rekening houdend met de sterke en zwakke punten en met het voorgestelde actieplan (met inbegrip van de timing voor de implementatie).

Art. 4.Planning, methodologie, verslagen De periodieke veiligheidsherziening moet gebruik maken van een systematische en gedocumenteerde methode. Om dit doel te behalen, gebeurt ze in drie fasen (cf. tabel 1 hieronder). Na elke fase maakt de exploitant een of meerdere documenten aan de veiligheidsautoriteit over.

Het artikel 14.2 van het KBVVKI vermeldt met name de verwachte inhoud van het syntheserapport dat aan de veiligheidsautoriteit moet gestuurd worden. 4.1 Voorbereidingsfase - methodologiedocument De eerste fase bestaat in de voorbereiding van een methodologiedocument dat overeenstemt met het "PSR Basis document" van de IAEA-gids SSG-25. Dit document bepaalt de inhoud ("scope") van de periodieke veiligheidsherziening en de manier waarop ze door de exploitant georganiseerd moet worden.

Ze bevat onder andere een gedeelte waarin in het algemeen de periodieke veiligheidsherziening wordt voorgesteld, de beoogde thema's worden bepaald, gevolgd door een meer gedetailleerde beschrijving ervan en de methodologie die gevolgd zal worden om ze te evalueren, de wijze waarop de globale evaluatie wordt uitgevoerd, de voorziene methode voor de uitwerking van het actieplan, evenals de organisatorische aspecten van de evaluatiefase.

Voor elk thema, omvat de gedetailleerde beschrijving van de methodologie minimaal: - het via de evaluatie ervan beoogde doel; - de exacte inhoud ("scope") van het thema; - de huidige stand van zaken van de evaluatie van dit thema (verwijzing naar eventuele reeds bestaande documenten en studies); - het te gebruiken referentiekader (lijst met regelgeving die moet worden gevolgd of gebruikt voor vergelijkingen, d.w.z. niet verplichte normen, standaarden,...); - de gegevens die gebruikt worden om het thema te evalueren, eventueel ontstaan uit de evaluatie van andere thema's; - de lijst van reeds gekende bijkomende studies om dit thema te beoordelen; - de verwachte resultaten ("outputs") die eventueel dienen voor de evaluatie van andere thema's; - de interfaces tussen de thema's; - de methodologie in eigenlijke zin.

Het gedeelte dat betrekking heeft op de organisatorische aspecten beschrijft de organisatie die door de exploitant werd opgezet voor de periodieke veiligheidsherziening, de beschikbare middelen, de opleiding en de leidraden bestemd voor de evaluatoren, de planning van de evaluatie van de thema's, in het bijzonder de planning i.v.m. de te produceren documenten, de kwaliteitsborging verbonden met het project, en dit voor de evaluatiefase van het project.

Het methodologiedocument wordt op het einde van de voorbereidende fase aan de veiligheidsautoriteit overgemaakt. Waar nodig wordt het op basis van het overleg met de veiligheidsautoriteit aangepast.

Het moet voldoende gedetailleerd en volledig zijn om de veiligheidsautoriteit in staat te stellen te beoordelen of de voorgestelde methodologie daadwerkelijk voldoet aan de doelstellingen van de periodieke veiligheidsherziening, en of de opgezette organisatie en de toegewezen middelen toereikend zijn.

Het methodologiedocument is de basis voor de periodieke veiligheidsherziening. Het is evenwel bestemd om verder tijdens de eigenlijke evaluatiefase te evolueren, met name op basis van de bevindingen tijdens de uitvoering van de tweede fase van de periodieke herziening (identificatie van elementen die nauwkeuriger moeten worden onderzocht dan oorspronkelijk gepland,...). De verschillende versies worden aan de veiligheidsautoriteit overgemaakt. Op het einde van de oefening geeft het methodologie-document de effectief gevolgde methodologie weer. 4.2 Evaluatiefase - evaluatieverslagen, actieplannen De tweede fase van de periodieke veiligheidsherziening bestaat in de evaluatie zelf van elk van de thema's, de globale evaluatie die eruit volgt en het vastleggen van een actieplan.

De bijkomende studies die nodig zijn voor de evaluatie van een thema worden uitgevoerd tijdens de evaluatiefase. Het gaat om de studies vermeld in het methodologiedocument alsook de studies die worden geïdentificeerd tijdens de evaluatie en nodig geacht om de evaluatie af te ronden. De resultaten worden op tijd beschikbaar gesteld, om in aanmerking genomen te worden voor de globale evaluatie en de opstelling van het actieplan.

Na de evaluatiefase van de thema's, is een syntheserapport verwacht in overeenstemming met de vereisten van artikel 14.2 van het KBVVKI, die de essentiële elementen van dit rapport beschrijft.

Het eerste deel van het syntheserapport bevat een beschrijving van de Belgische reglementaire context, een samenvatting van de historiek van de inrichting (grote verwezenlijkte projecten, markante incidenten) en de grote evoluties die de exploitant voorziet voor zijn inrichting, en dit minstens voor de tien komende jaren. Hierin wordt vervolgens een samenvatting gegeven van de gedetailleerde verslagen van de thema's, waarin de essentiële elementen van de verschillende in KBVVKI genoemde thema's zijn opgenomen.

Het tweede deel van het syntheserapport bevat de eigenlijke globale evaluatie, inclusief de lijst met corrigerende acties en acties voor de verbetering van de veiligheid die moeten worden geïmplementeerd, alsook hun gedetailleerde planning. In deze evaluatie wordt bijzondere aandacht besteed aan het principe van de "defence-in-depth"; de resultaten van de deterministische en probabilistische analyses worden in aanmerking genomen. Er wordt een analyse van de interferenties tussen de thema's voorgesteld, en dit met name op het niveau van de niet-conformiteiten en de geïdentificeerde zwakke en sterke punten. De keuze van de in aanmerking genomen of verworpen verbeteringen wordt verklaard. Er wordt een standpunt ingenomen over de verdere uitbating tot de volgende periodieke veiligheidsherziening (ten laatste na 10 jaar).

Dit document moet op de datum T0 verbonden met de periodieke veiligheidsherziening (zie tabel 1) worden overgemaakt. Het actieplan wordt met de veiligheidsautoriteit besproken en waar nodig op basis van dit overleg aangepast. 4.3 Implementatiefase - implementatieverslag van het actieplan De derde fase bestaat uit de effectieve uitvoering van de in het actieplan voorziene verbeteringen binnen een bepaalde termijn. Deze voorziene verbeteringen in het actieplan zijn reglementair vereist.

Alle verbeteracties moeten worden uitgevoerd binnen de maximumtermijn vermeld in de tabel 1 van art. 4.4.

Voor acties waarvoor oproepen tot het indienen van een offerte in het kader van een overheidsopdracht, vergunnings- en bouwvergunningsprocedures of specifieke bestellingen voor apparatuur die een lang productie- en kwalificatieproces omvat, zijn vereist, kan de uiterste termijn echter langer zijn dan de aangegeven periode: in dat geval wordt een indicatieve planning verstrekt op basis van de geraamde duur van de verschillende geplande fasen.

In geval van moeilijkheden bij de uitvoering ervan, of van wijzigingen voor om het even welke andere reden, moet de exploitant hiervan op voorhand de veiligheidsautoriteit verwittigen en de aanvaardbaarheid van de voorziene aanpassingen rechtvaardigen.

Een implementatieverslag wordt op het einde van deze periode opgesteld. Hierin wordt de planning vermeld van de verbeteringen, alsook de data voor de effectieve uitvoering, de eventuele afwijkingen t.o.v. de initieel voorziene verbeteringen en de rechtvaardiging van hun aanvaardbaarheid. 4.4 Duur van de fases De totale duur van een periodieke veiligheidsherziening (vanaf de bepaling van de scope en de opstelling van de methodologie tot aan de volledige implementatie van de wijzigingen waartoe beslist werd) moet beperkt blijven. Een overlapping tussen twee periodieke veiligheidsherzieningen is uitgesloten bij de "normale" periodieke veiligheidsherzieningen, d.w.z. geprogrammeerd op basis van een 10-jaarlijkse periodiciteit.

De volgende data moeten in aanmerking worden genomen:

Tableau 1 : Etapes de la révision périodique de sûreté

Tabel 1 : Etappes van de periodieke veiligheidsherziening

Date

Datum

Disponibles pour :

Beschikbaar tegen:

Phase préparatoire

Voorbereidende fase:


Préparation interne exploitant

Interne voorbereiding exploitant


Document de méthodologie finalisé (y compris planning détaillé, cadre réglementaire complètement défini, liste complète des inputs et outputs, liste des études complémentaires à réaliser)

T0 - 2.5 ans

Gefinaliseerd methodologiedocument (met name gedetailleerde planning, volledig gedefinieerd reglementair kader, volledige lijst van de inputs en outputs, lijst van de uit te voeren bijkomende studies)

T0 - 2.5 jaar

Phase d'évaluation

Evaluatiefase


Rapport de synthèse

T0

Syntheserapport

T0

Phase d'implémentation

Implementatiefase


Rapport d'implémentation

T0 + 3 ans (*)

Implementatieverslag

T0 + 3 jaar (*)


(*) of meer voor bepaalde acties (zie art. 4.3) 4.5 Praktische aspecten Een elektronische versie van de documenten vermeld in artikel 4.4 moet aan het Agentschap en Bel V worden toegestuurd.

Het syntheserapport, met inbegrip van het actieplan moet in de taal van de exploitant worden opgesteld, net als het implementatierapport.

De taal voor het opstellen van de andere documenten (methodologierapport, studies, deliverables ter ondersteuning van de evaluatieoefening...) daarentegen kan door de auteur vrij gekozen worden, te kiezen tussen het Engels, het Nederlands en het Frans.

Met betrekking tot het koninklijk besluit van 17 oktober 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/10/2011 pub. 08/11/2011 numac 2011205532 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federaal agentschap voor nucleaire controle Koninklijk besluit houdende de categorisering en de bescherming van nucleaire documenten sluiten houdende de categorisering en de bescherming van nucleaire documenten, waakt de exploitant erover dat de gevoelige informatie in aparte secties behandeld en in functie van de inhoud gecategoriseerd wordt.

Art. 5.Opvolging door de veiligheidsautoriteit 5.1 Vergaderingen en presentaties De veiligheidsautoriteit volgt de werkzaamheden van de exploitant regelmatig op. Op regelmatige basis worden er tussen de exploitant en Bel V documenten uitgewisseld en technische vergaderingen gehouden.

Rekening houdend met het feit dat het methodologiedocument dat 2,5 jaar voor T0 moet worden ingediend, volledig en gedetailleerd moet zijn, neemt de exploitant voldoende van tevoren contact op met de veiligheidsautoriteit om hem te begeleiden in de fase van de ontwikkeling van de methodologie, met name als de exploitant van plan is een eigen structuur voor de te behandelen onderwerpen voor te stellen of om aanzienlijk af te wijken van de elementen die in de IAEA-gids SSG-25 zijn opgenomen.

Er worden door het Agentschap op semestriële basis vergaderingen tussen de veiligheidsautoriteit en de exploitant georganiseerd.

Naast deze semestriële vergaderingen wordt verwacht dat de exploitant aan de veiligheidsautoriteit op gedetailleerde wijze de ingediende documenten voorstelt, met name: - de methodologie met de gekozen thema's; - de evaluatieverslagen van de thema's en het syntheserapport waarvan het actieplan; - het implementatieverslag.

De exploitant wordt tevens verzocht aan de Wetenschappelijke Raad een voorstelling te geven van het syntheserapport waaronder het actieplan. 5.2 Documenten opgesteld door de veiligheidsautoriteit en haar Wetenschappelijke Raad De volgende documenten i.v.m. deze die officieel door de exploitant moeten worden overgemaakt, worden door de veiligheidsautoriteit en haar Wetenschappelijke Raad opgesteld en aan de exploitant verstuurd: - Bel V : evaluatie van het methodologiedocument, bestemd voor het Agentschap. Een kopie wordt aan de exploitant door het Agentschap overgemaakt; - Agentschap: formeel standpunt over het methodologiedocument (met eventueel voorbehoud en bemerkingen); - Bel V : evaluatie van het syntheserapport waaronder het actieplan.

Een kopie wordt aan de exploitant door het Agentschap overgemaakt; - Agentschap: goedkeuring van het actieplan en/of het opleggen van aanvullende vereisten via de vergunningsvoorwaarden; - Wetenschappelijke Raad: advies over de periodieke veiligheidsherziening op basis van het syntheserapport waarvan het actieplan van de exploitant, evenals de analyse van de veiligheidsautoriteit.

Art. 6.Communicatie De exploitant verleent op eenvoudig verzoek van het Agentschap zijn medewerking aan de samenstelling en herwerking van een informatiedossier dat door het Agentschap op zijn website wordt gepubliceerd.

Art. 7 Opheffing Dit technisch reglement vervangt de richtlijn 2010-095 van 08/10/2013 over de te volgen aanpak voor periodieke veiligheidsherzieningen.

Brussel, 2 februari 2021.

De Directeur-generaal, Fr. HARDEMAN

^