Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 29 mei 2007
gepubliceerd op 31 mei 2007

Circulaire tot wijziging van de circulaire van 23 september 2004 betreffende de aspecten van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht die betrekking hebben op het personeelstatuut

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2007009513
pub.
31/05/2007
prom.
29/05/2007
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE


29 MEI 2007. - Circulaire tot wijziging van de circulaire van 23 september 2004 betreffende de aspecten van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht die betrekking hebben op het personeelstatuut


Aan de dames en heren procureurs-generaal bij de hoven van beroep, Aan de dames en heren ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk, In het Belgisch Staatsblad van 28 september 2004 verscheen de circulaire van 23 september 2004 betreffende de aspecten van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht die betrekking hebben op het personeelstatuut.

De laatste alinea van punt M.1. betreffende de relatie van samenleven kondigt een aanvullende circulaire aan betreffende vormen van geregistreerd partnerschap waarvan mag worden aangenomen dat zij tussen de samenwonende personen een band scheppen die evenwaardig is aan het huwelijk.

In aanvulling op punt M.5. werd in punt 3 van mijn circulaire van 16 januari 2006 betreffende de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek van Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning (Belgisch Staatsblad 23 januari 2006), alvast een lijst meegedeeld van landen waarvan de wetgeving een onmogelijkheid inhoudt om te huwen zolang het partnerschap niet is ontbonden.

Deze circulaire strekt ertoe, ten behoeve van de ambtenaren van de burgerlijke stand, die belast zijn met de toepassing van de bepalingen van het Wetboek van internationaal privaatrecht, de notie « relatie van samenleven gelijkwaardig aan het huwelijk » verder in te vullen.

Er dient te worden opgemerkt dat de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad 6 oktober 2006 maar nog niet in werking getreden), voor de toepassing van sommige bepalingen de vreemdeling die een geregistreerd partnerschap heeft gesloten dat beschouwd wordt als gelijkwaardig met het huwelijk in België, gelijkstelt met een buitenlandse echtgenoot (zie artikel 6 van de wet van 15 september 2006 dat artikel 10 van de wet van 15 december 1980 wijzigt). Gelet op dit parallellisme, achtte ik het opportuun deze circulaire gelijktijdig bekend te maken met het koninklijk besluit van 17 mei 2007 dat de betreffende bepalingen van voormelde wet in werking stelt.

In de voorlaatste alinea van punt M.1. van de circulaire van 23 september 2004 wordt reeds aangegeven dat het gelijkstellen van een relatie van samenleven met het huwelijk, voor de toepassing van de onderscheiden bepalingen van het Wetboek van internationaal privaatrecht, belangrijke gevolgen heeft wat betreft de erkenning ervan en het recht dat erop toepasselijk is, inzonderheid op het ontstaan ervan, de gevolgen voor de persoon en het vermogen en de voorwaarden voor en de wijze van beëindiging.

Vooralsnog lijkt het me dan ook gepast, onder voorbehoud van een andersluidende interpretatie van de hoven en de rechtbanken, een buitenlandse relatie van samenleven gelijk te stellen met een huwelijk indien het buitenlands recht dat het betrokken rechtsinstituut heeft ingevoerd wat betreft de drie voornoemde domeinen een identieke of nagenoeg identieke regeling bevat als bij huwelijk, met uitzondering van de regels inzake afstamming en adoptie.

Zulke gelijkstelling - en derhalve de toepassing van de bepalingen van het Wetboek inzake het huwelijk - lijkt inderdaad slechts aangewezen indien zowel de ontstaanswijze, de gevolgen en de ontbinding van de relatie op identieke wijze worden geregeld. Aldus wordt vermeden dat uit een gelijkstelling onverwachte en ongewenste gevolgen zouden voortvloeien ingevolge het feit dat een andere dan de initiële wet wordt toegepast op de beoordeling, gevolgen en/of ontbinding van de relatie.

Dit belet evenwel niet dat relaties van samenleven die aldus voor de toepassing van de relevante bepalingen van het Wetboek van internationaal privaatrecht niet zouden worden gelijkgesteld met een huwelijk, in andere rechtsdomeinen, zoals bijvoorbeeld het sociaal of fiscaal recht, wel met een huwelijk worden gelijkgesteld. Iedere rechtstak kent immers zijn eigen specificiteit en wetmatigheden. Zo zou bijvoorbeeld voor een welbepaald rechtsdomein het feit dat een bepaalde relatie van samenleven een wederzijdse plicht tot hulp en bijstand inhoudt, reeds een voldoende beoordelingsfactor kunnen vormen om de partners gelijk te stellen met gehuwden. Bovendien mag niet uit het oog worden verloren dat een buitenlands rechtsinstituut, dat wat betreft de bovengenoemde criteria geen identieke regeling bevat als bij huwelijk, wel in een gelijke regeling kan voorzien voor wat betreft bijvoorbeeld het sociaal of fiscaal recht, het verblijfsrecht enz...

De laatste alinea van punt M.1. van de circulaire van 23 september 2004 dient dan ook te worden vervangen door de volgende alinea's : « Gelet op wat voorafgaat komt het mij voor dat vooralsnog, onder voorbehoud van een andersluidende interpretatie van de hoven en de rechtbanken, voor de toepassing van dit wetboek, als gelijkwaardig aan het huwelijk kan worden beschouwd, ieder instituut van buitenlands recht met analoge gevolgen als het huwelijk dat een registratie vraagt bij een openbare overheid en dat met betrekking tot de voorwaarden van vaststelling van de relatie, de oorzaken, voorwaarden en wijze van beëindiging ervan, alsmede de gevolgen ervan voor de persoon en de goederen verwijst naar de regels inzake huwelijk of deze op identieke of nagenoeg identieke wijze regelt, met uitzondering van de regels inzake afstamming en adoptie. Niettemin zal een instituut niet als evenwaardig worden beschouwd indien de rechtsorde die aan de grondslag ligt van het instituut, de betrokken partners tevens de mogelijkheid biedt om een huwelijk aan te gaan (zoals dit bijvoorbeeld het geval is met het Nederlands recht dat, voor personen van verschillend en hetzelfde geslacht, zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap kent). Dit laatste voorbehoud beoogt een gelijkstelling te voorkomen indien de betrokkenen door hun relatiekeuze impliciet te kennen hebben gegeven een gelijkstelling te willen vermijden.

Deze interpretatie geldt slechts voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek en belet niet dat in andere rechtsdomeinen een ruimere gelijkstelling optreedt en tevens andere categorieën van partners derhalve onder dezelfde regelgeving vallen als gehuwden.

Op grond van de documentatie waarover mijn diensten beschikken, zouden aldus in elk geval de geregistreerde partnerschappen zoals geregeld in de diverse Scandinavische landen, met het huwelijk kunnen worden gelijkgesteld (Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden).

Hetzelfde geldt voor het Duitse partnerschap ('lebenspartnerschaft'- wet van 16 februari 2001, zoals gewijzigd bij de wet van 15 december 2004) en het 'civil partnership'dat sedert 5 december 2005 werd ingevoerd in het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Wales, Noord-Ierland en Schotland). Het Nederlands geregistreerd partnerschap kan niet worden gelijkgesteld omdat het Nederlands recht voor personen van verschillend en hetzelfde geslacht, zowel het huwelijk als het geregistreerd partnerschap kent en ook de wijze van ontbinding ervan verschilt met deze van het huwelijk. Het geregistreerd partnerschap dat in Zwitserland werd ingevoerd op 1 januari 2007 lijkt mij vooralsnog evenmin te kunnen worden gelijkgesteld. Deze instelling vertoont veel gelijkenis met het huwelijk, maar stemt er toch niet mee overeen. Zo zijn er beduidende verschillen wat betreft de gevolgen ervan, inzonderheid de vermogensrechtelijke, en de voorwaarden van ontbinding ervan. Zowel het Nederlandse als het Zwitserse geregistreerd partnerschap houden anderzijds een onmogelijkheid in om te huwen zolang het niet is ontbonden.

Tot slot kunnen het Franse 'pacte civil de solidarité' (PACS), het Luxemburgse partnerschap en de verschillende vormen van samenleving ingevoerd in diverse Spaanse provincies, die zoals de wettelijke samenwoning geen beletsel vormen om te huwen, evenmin met het huwelijk worden gelijkgesteld.

Ik vestig er nog de aandacht op dat deze materie in volle ontwikkeling is. Bijkomende informaties waarover mijn diensten zouden beschikken zullen U dan ook zo spoedig mogelijk worden meegedeeld. De ambtenaren van de burgerlijke stand worden evenwel verzocht om bewijzen van nieuwe of gewijzigde regelgeving in overweging te nemen wanneer die door een belanghebbende worden voorgelegd. » De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX

^