gepubliceerd op 12 oktober 2026
Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 12 augustus 2024 betreffende de uitvoering van artikel 37 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot uitvoering van de artikelen 20, § 2, tweede lid, 78, eerste lid, 80, tweede lid, 86, eerste lid, 87, § 2/1, 89, eerste lid, en 96 eerste lid, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat
15 SEPTEMBER 2026. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 12 augustus 2024Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2024 pub. 06/09/2024 numac 2024008394 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van artikel 37 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot uitvoering van de artikelen 20, § 2, tweede lid, 78, eerste lid, 80, tweede lid, 86, eerste lid, 87, § 2/1, 89, eerste lid, en 96 eerste lid, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten betreffende de uitvoering van artikel 37 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot uitvoering van de artikelen 20, § 2, tweede lid, 78, eerste lid, 80, tweede lid, 86, eerste lid, 87, § 2/1, 89, eerste lid, en 96 eerste lid, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat
De Minister van Financiën,
Gelet op de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, artikel 37;
Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 2024Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2024 pub. 06/09/2024 numac 2024008394 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van artikel 37 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot uitvoering van de artikelen 20, § 2, tweede lid, 78, eerste lid, 80, tweede lid, 86, eerste lid, 87, § 2/1, 89, eerste lid, en 96 eerste lid, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten betreffende de uitvoering van artikel 37van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot uitvoering van de artikelen 20, § 2, tweede lid, 78, eerste lid, 80, tweede lid, 86, eerste lid, 87, § 2/1, 89, eerste lid, en 96 eerste lid, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, artikelen 7,12, eerste lid, 15, eerste lid, 26, derde lid, 30, eerste lid, en 31, vijfde lid ;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 juli 2025 ;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 18 september 2025 ;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 2 oktober 2025 ;
Gelet op het protocol van onderhandelingen nr. 135 van het sectorcomité II - Financiën, gesloten op 10 februari 2026 ;
Gelet op het advies nr. 79.574/4 van de Raad van State, gegeven op 29 juni 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Besluit :
Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de aan de rechtsmacht van het Rekenhof onderworpen rekenplichtigen die deel uitmaken van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën.
Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder "bevoegde autoriteit": naargelang de entiteit waarvan de rekenplichtige afhangt, gaat het ofwel om de administrateur-generaal, ofwel om de directeur-generaal, ofwel om de ambtenaar belast met de leiding van de dienst Fedorest.
Art. 3.De rekenplichtige informeert maandelijks de bevoegde ordonnateur, in het geval deze laatste geen online toegang heeft, over de stand van de inning of de invordering van de vastgestelde rechten waarvoor hij verantwoordelijk is.
Voor de niet ontvangen of moeilijk invorderbare rechten, informeert de rekenplichtige de ordonnateur over alle middelen die daartoe werden ingezet en van de redenen die hun niet - inning of hun niet - invordering verklaren.
De rekenplichtige informeert onverwijld de ordonnateur wanneer blijkt dat de schuld definitief oninvorderbaar is.
Art. 4.Zodra het totaal van het ontvangen contant geld, de som van 1.000 euro overschrijdt, dient het integrale bedrag die dag zelf op de financiële rekening van de rekenplichtige te worden gestort.
Art. 5.Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, artikel 312bis van de Algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 en van artikel 21/1 van de Wet van 11 juli 2018 op de Deposito- en consignatiekas, stort de rekenplichtige de verkeerdelijk gestorte sommen op zijn financiële rekening terug.
Indien hij daartoe naar behoren gemachtigd is in het kader van de hem toevertrouwde opdracht en in uitvoering van een betalingsopdracht van de bevoegde ordonnateur, verricht de rekenplichtige via zijn financiële rekening uitgaven met derdengelden en maakt hij aan derden opdrachtgevers de bedragen over die hij voor hun rekening heeft geïnd.
Art. 6.Overeenkomstig artikel 26, vierde lid, van het koninklijk besluit van 12 augustus 2024Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/08/2024 pub. 06/09/2024 numac 2024008394 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst beleid en ondersteuning Koninklijk besluit betreffende de uitvoering van artikel 37 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 juli 2017 tot uitvoering van de artikelen 20, § 2, tweede lid, 78, eerste lid, 80, tweede lid, 86, eerste lid, 87, § 2/1, 89, eerste lid, en 96 eerste lid, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten, omvatten de documenten die aan de beheersrekeningen over de gelden en waarden moeten worden toegevoegd, desgevallend: 1° een toestand van de vastgestelde rechten;2° een proces-verbaal van de kastoestand;3° de rekeninguittreksels die de financiële toestand weergeven bij het begin en einde van het boekjaar ;4° elk ander stuk of verantwoording opgelegd door de bevoegde autoriteit waaraan de rekenplichtige verantwoording aflegt. De beheersrekeningen van de rekenplichtigen moeten worden bezorgd aan het orgaan belast met hun toezicht, binnen de volgende termijnen : - voor de jaarlijkse beheersrekening : vóór 15 februari van het jaar dat het jaar volgt waarvoor hij wordt opgemaakt ; - voor de eindebeheersrekening binnen de twee maanden volgend op de wijziging of stopzetting van de functie ; - voor de bijzondere tekortrekening : binnen de kortste termijn en ten laatste op het einde van de maand die volgt op de opmaak van het proces-verbaal van vaststelling van de manco door het toezichtsorgaan.
Art. 7.§ 1. De bevoegde autoriteit richt een oproeping aan de rekenplichtige waarvan de rekening is afgesloten in debet door het Rekenhof.
De oproepingsbrief vermeldt: 1° het voorwerp van de oproeping ;2° een kopie van het proces-verbaal van vaststelling van het tekort opgemaakt door de toezichthoudende ambtenaar of de toezichthoudende dienst ;3° het recht van de rekenplichtige om zijn standpunt met alle passende middelen te doen kennen. Bij zijn verschijning, mag de rekenplichtige worden bijgestaan door een persoon naar zijn keuze.
De oproeping wordt naar de rekenplichtige gestuurd op één van de volgende wijzen: 1° hetzij door elektronische mededeling waarvan de ontvangst door de rekenplichtige wordt bevestigd;2° hetzij door overhandiging van een schrijven aan de rekenplichtige in ruil voor een door hem ondertekend ontvangstbewijs dat de datum van ontvangst vermeldt;3° hetzij door een aangetekend schrijven, met ontvangstbewijs. § 2. De opgeroepen rekenplichtige wordt gehoord door de Voorzitter van het directiecomité, de bevoegde autoriteit en de hiërarchische meerdere.
Voor de rekenplichtigen behorend tot de klasse A3, A2 of A1 of tot niveau B, C of D, is de hiërarchische meerdere de ambtenaar behorend tot de klasse A4 die in de structuur van de entiteit waar de betrokken ambtenaar is geaffecteerd, hiërarchisch de plaats bekleedt welke het dichtst die van de betrokken ambtenaar staat.
Voor de rekenplichtigen behorend tot de klasse A4 of A5, is de hiërarchische meerdere de houder van de managementfunctie of de staffunctie die zich in de structuur van de entiteit waar de betrokken ambtenaar is geaffecteerd het dichtst bij die van de betrokken ambtenaar staat, in voorkomend geval, de Voorzitter van het Directiecomité.
In afwijking van het tweede lid, binnen de dienst Fedorest, is de hiërarchische meerdere van de rekenplichtige die eraan wordt toegewezen, de ambtenaar behorend tot de klasse A3 die hiërarchisch de plaats bekleedt welke het dichtst die van de betrokken ambtenaar staat. § 3. Tijdens dit verhoor heeft de rekenplichtige recht om zich te verantwoorden betreffende de feiten die aanleiding gegeven hebben tot het tekort.
Er wordt een proces-verbaal opgesteld van het verhoor ondertekend door personen die dat hebben uitgevoerd. § 4. De rekenplichtige viseert het proces-verbaal de notulen en bezorgt ze binnen de vijf werkdagen vanaf de datum van ontvangst terug. Indien hij bezwaren heeft tegen bepaalde vaststellingen in het proces-verbaal, geeft hij dit terug vergezeld van een schriftelijke nota.
Art. 8.§ 1. Het toezicht op de rekenplichtige door de toezichthoudende ambtenaar of dienst daartoe aangesteld heeft betrekking op : 1. - de correcte uitvoering van de ontvangsten - en uitgavenverrichtingen, conform de wetgeving en de boekhoudkundige - en budgettaire regelgeving ;2. - het goed beheer van de financiële rekening en de kas ;3. - een effectieve inning en invordering van de vastgestelde rechten ;4. - de overeenstemming van de beheersrekening met de boekhoudgegevens ;5. - de nauwkeurige opvolging van de boekhoudkundige processen en het naleven van de richtlijnen en interne instructies ten behoeve van de rekenplichtigen ;6. - het verbeteren van eventueel vastgestelde fouten en tekortkomingen ;7. - de ondersteuning van de rekenplichtige door te antwoorden aan zijn vragen en verzoeken. § 2. Het toezichthoudend orgaan kan overgaan tot : 1. een controle op stukken op basis van documenten en informatie die hem op papierof elektronisch ter beschikking zijn gesteld, evenals een controle ter plaatse bestaande uit het bezoeken van de betrokken dienst en het uitvoeren van fysiek nazicht van documenten bijgehouden door de rekenplichtige ;2. een digitale controle van de geregistreerde gegevens via digitale boekhoudsystemen of beschikbaar in elektronisch formaat. § 3. In het kader van zijn functies, kan de toezichthoudende ambtenaar of dienst toegang vragen tot alle boekhoudkundige documenten en noodzakelijke of nuttige verantwoordingsstukken alsook de ter beschikking stelling ervan desgevallend op elektronische wijze of op papier.
De rekenplichtige heeft een verplichting tot medewerking. Hij is gehouden om de inlichtingen te verstrekken en te antwoorden aan de vragen van het toezichthoudend orgaan. § 4. Het toezicht kan zowel preventief als correctief zijn.
Het toezicht gebeurt : 1) 1) Op een permanente wijze : - op de ontvangsten en - uitgavenoperaties ; - op het bestaan van de betrokken verantwoordingsstukken ; - op de naleving van de procedures en instructies door de rekenplichtige. 2) Op een periodieke wijze met als voorwerp : - het nazicht van de staten of rapporten (maandelijks, driemaandelijks of jaarlijks volgens de behoefte van de dienst) opgemaakt door de rekenplichtige ; - de financiële toestand (toestand van de kas, de bankrekening, de met geld gelijkgestelde- en portefeuillewaarden) ; - de opvolging van de vastgestelde rechten. 3) Op een incidentele wijze : - naar aanleiding van specifieke gebeurtenissen, klachten of vastgestelde fouten of tekortkomingen ; - ter gelegenheid van een willekeurige controle of een controle gebaseerd op geïdentificeerde risico's. § 5. Naast de opmaak van de reglementair voorziene processen-verbaal, kan de toezichthoudende ambtenaar of dienst adviezen en aanbevelingen formuleren ten behoeve van de rekenplichtigen, maatregelen tot verbetering voorstellen en omstandige verslagen opmaken wanneer hij dat noodzakelijk acht ofwel op verzoek van de hiërarchie of een interne of externe controlerende instantie.
Brussel, 15 september 2026.
J. JAMBON