Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 15 juni 2015
gepubliceerd op 24 juli 2015

Ministerieel besluit betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van voorwaarden om voordeel te verkrijgen

bron
vlaamse overheid
numac
2015035906
pub.
24/07/2015
prom.
15/06/2015
ELI
eli/besluit/2015/06/15/2015035906/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

VLAAMSE OVERHEID

Landbouw en Visserij


15 JUNI 2015. - Ministerieel besluit betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van voorwaarden om voordeel te verkrijgen


De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, Gelet op verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, gewijzigd bij verordening (EU) nr. 1310/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013;

Gelet op verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, het laatst gewijzigd bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 1378/2014 van de Commissie van 17 oktober 2014;

Gelet op het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, artikel 3, § 1 en § 4, en artikel 4, § 4;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/02/2007 pub. 13/04/2007 numac 2007035539 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, artikel 2, § 2;

Gelet op het ministerieel besluit van 15 maart 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 15/03/2006 pub. 19/04/2006 numac 2006035523 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van betalingsvoorwaarden sluiten betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van betalingsvoorwaarden;

Gelet op het overleg tussen de gewestregeringen op 19 maart 2015;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 maart 2015;

Gelet op advies 57.396/3 van de Raad van State, gegeven op 6 mei 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° bedrijf: een bedrijf als vermeld in artikel 4, lid 1, b), van verordening (EU) nr.1307/2013; 2° bevoegde instantie: de bevoegde instantie, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/02/2007 pub. 13/04/2007 numac 2007035539 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten: het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;4° GBCS: het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, vermeld in titel V, hoofdstuk II, van verordening (EU) nr.1306/2013; 5° gebruik perceel landbouwgrond: het gebruik van een perceel landbouwgrond conform artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 09/02/2007 pub. 13/04/2007 numac 2007035539 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;6° landbouwer: een landbouwer als vermeld in artikel 4, lid 1, a), van verordening (EU) nr.1307/2013; 7° perceel landbouwgrond: een perceel landbouwgrond als vermeld in artikel 67, lid 4, a), van verordening (EU) nr.1306/2013; 8° productiemiddelen: de productiemiddelen van een landbouwer, zoals de percelen landbouwgrond, stallen, loodsen, andere gebouwen en opslagplaatsen, de dieren, voeders, meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, melkinstallaties, machines, ander landbouwmateriaal en arbeid;9° verordening (EU) nr.1306/2013: verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad; 10° verordening (EU) nr.1307/2013: verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op alle landbouwers die geregistreerd zijn in het GBCS of die een aanvraag tot registratie in het GBCS indienen.

Art. 3.Elke landbouwer die een aanvraag tot registratie in het GBCS indient, ondertekent de verklaring van het autonome beheer en het niet-kunstmatig creëren van voorwaarden om voordeel te verkrijgen. HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden voor het autonome beheer van een bedrijf en het vermijden van het kunstmatig creëren van omstandigheden om voordeel te verkrijgen

Art. 4.§ 1. De landbouwer heeft de productiemiddelen van zijn bedrijf in exclusief gebruik, beheert ze exclusief, en creëert geen kunstmatige voorwaarden om een voordeel te verkrijgen.

De stallen die een landbouwer in gebruik heeft, zijn alleen bedoeld voor de dieren van het veebeslag van de landbouwer in kwestie.

In het derde lid wordt verstaan onder veebeslag: een veebeslag als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten.

Dieren van verschillende landbouwers, ongeacht de diersoort, mogen niet aanwezig zijn op hetzelfde perceel.

De stallen van een landbouwer zijn duidelijk gescheiden van de stallen van een andere landbouwer. Er is geen doorgang voor dieren, mensen, voeders en ander materiaal tussen de stallen onderling. § 2. De volgende situaties worden beschouwd als gevallen van exclusief gebruik en beheer van een productiemiddel: 1° het delen van een productiemiddel met andere landbouwers, met uitzondering van stallen en percelen landbouwgrond, op voorwaarde dat een schriftelijke overeenkomst aangeeft wie het betreffende productiemiddel in gebruik heeft, het tijdstip of de duur, en de vergoeding.Delen om niet wordt niet gezien als autonoom beheer; 2° loonwerk op voorwaarde dat een schriftelijke overeenkomst aangeeft wie het loonwerk uitoefent in opdracht van de landbouwer, het tijdstip van het loonwerk of de duur van het loonwerk, en de vergoeding. Loonwerk om niet wordt niet gezien als autonoom beheer; 3° overdracht van een productiemiddel aan een andere landbouwer, op voorwaarde dat de overdracht schriftelijk bewezen kan worden met een overeenkomst of betalingsbewijs. § 3. Echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijke stelsel of die gehuwd zijn met algehele gemeenschap van goederen, kunnen afzonderlijk een bedrijf uitbaten als natuurlijk persoon op voorwaarde dat elk bedrijf afzonderlijk voldoet aan de voorwaarden van autonoom beheer en als voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1° een van beide echtgenoten verricht geen arbeid die bijdraagt tot de werking van het bedrijf van de andere echtgenoot;2° de uitoefening van de afzonderlijke bedrijfsactiviteiten door de echtgenoten geeft geen aanleiding tot een overeenkomst van overdracht, verkoop of huur van goederen tussen de echtgenoten;3° de productiemiddelen van elk bedrijf, die eventueel onder de gemeenschap vallen, worden uitsluitend door de landbouwer van het bedrijf in kwestie gebruikt.

Art. 5.Een landbouwer kan zijn productiemiddelen alleen op autonome wijze beheren als de volgende zaken administratief aangetoond kunnen worden: 1° de identificatie van de landbouwer op basis van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen en de identificatie op basis van het landbouwernummer uit de databank van de bevoegde instantie stemmen overeen;2° de activiteit die aan het ondernemingsnummer, vermeld in het eerste lid, gekoppeld is, heeft betrekking op een landbouwactiviteit die overeenstemt met de werkelijke bedrijfsvoering;3° het bankrekeningnummer van de landbouwer in kwestie staat alleen op naam van die landbouwer;4° de inkomsten van de landbouwactiviteiten van de landbouwer zijn opgenomen in de belastingaangifte van de landbouwer in kwestie;5° de facturen hebben betrekking op de landbouwer in kwestie;6° de land- of tuinbouwactiviteit is in de statuten vermeld als statutair doel, voor zover de ondernemingsvorm de opmaak van statuten verplicht. In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder landbouwernummer: het unieke nummer dat de bevoegde instantie gebruikt om een landbouwer te identificeren.

Art. 6.Als de landbouwactiviteiten van een landbouwer betrekking hebben op pluimvee, konijnen, varkens of kalveren, en de landbouwer in kwestie beschikt over een integratieovereenkomst met een andere landbouwer die voldoet aan de bepalingen, vermeld in de wet van 1 april 1976 betreffende de verticale integratie in de sector van de dierlijke productie, dan kunnen die landbouwers afwijken van het autonoom beheer van productiemiddelen binnen de grenzen van de integratieovereenkomst. De voorwaarde van het autonoom beheer van de productiemiddelen, en de voorwaarde, vermeld in artikel 5, eerste lid, 5°, van dit besluit, zijn niet van toepassing op die landbouwers, op voorwaarde dat de boekhouding van beide landbouwers de uitvoering van de integratieovereenkomst aantoont. HOOFDSTUK 4. - Controle op het autonome beheer en het niet-kunstmatig creëren van voorwaarden om voordeel te verkrijgen

Art. 7.De bevoegde instantie is belast met de controle op het naleven van de voorwaarden van het autonome beheer en het niet kunstmatig creëren van de voorwaarden om voordeel te verkrijgen, vermeld in artikel 4, 5 en 6.

Art. 8.Als bij de controle ter plaatse wordt vastgesteld dat het autonome beheer niet gerespecteerd wordt of dat er kunstmatig voorwaarden zijn gecreëerd om voordeel te verkrijgen, wordt de registratie van de landbouwer in het GBCS geweigerd of ingetrokken, en worden betalingen geweigerd of teruggevorderd en geen andere voordelen toegekend, conform artikel 60 van verordening (EU) nr. 1306/2013 en artikel 11, lid 4, van verordening (EU) nr. 1307/2013.

Een nieuwe aanvraag tot registratie in het GBCS van de landbouwer in kwestie wordt pas goedgekeurd als de landbouwer in kwestie de nodige maatregelen heeft genomen om de productiemiddelen op autonome wijze te beheren en als hij heeft aangetoond dat hij niet kunstmatig voorwaarden heeft gecreëerd om voordeel te verkrijgen. HOOFDSTUK 5. - Overgangs- en opheffingsbepaling

Art. 9.Het ministerieel besluit van 15 maart 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 15/03/2006 pub. 19/04/2006 numac 2006035523 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van betalingsvoorwaarden sluiten betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van betalingsvoorwaarden, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 7 maart 2008 en 17 november 2008, wordt opgeheven.

Art. 10.In afwijking van artikel 9 blijft het ministerieel besluit van 15 maart 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 15/03/2006 pub. 19/04/2006 numac 2006035523 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van betalingsvoorwaarden sluiten betreffende het autonome beheer van land- en tuinbouwbedrijven en het kunstmatig creëren van betalingsvoorwaarden van toepassing op vaststellingen die gedaan zijn vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

Brussel, 15 juni 2015.

De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

^