Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 13 november 2002
gepubliceerd op 14 november 2002

Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid voedselketen en leefmilieu
numac
2002022943
pub.
14/11/2002
prom.
13/11/2002
ELI
eli/besluit/2002/11/13/2002022943/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

13 NOVEMBER 2002. - Ministerieel besluit houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen


De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de wetten van 29 december 1990, 20 juli 1991, 6 augustus 1993, 21 december 1994, 20 december 1995, 23 maart 1998 en 5 februari 1999;

Gelet op de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 september 1981 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie betreffende de klassieke varkenspest en Afrikaanse varkenspest, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 april 1982, 31 januari 1990, 22 mei 1990, 14 juli 1995 en 13 oktober 1996;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende de keuring van en de handel in vlees van vrij wild, gewijzigd door het koninklijke besluiten van 4 juli 1996 en 19 december 2001;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige varkensziekten;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 februari 1995 betreffende de identificatie van varkens;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 1995 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van artikel 9bis van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;

Gelet op het ministerieel besluit van 6 augustus 2002 houdende maatregelen ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen;

Gelet op richtlijn 2001/89/EG van de Raad van 23 oktober 2001 betreffende maatregelen van de gemeenschap ter bestrijding van klassieke varkenspest;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989, 4 juli 1989, 6 april 1995 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het vaststellen van een geval van klassieke varkenspest bij een everzwijn het opleggen van tijdelijke bestrijdingsmaatregelen op het grondgebied dringend noodzakelijk maakt, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities : - varken : elk dier van de familie van de suidae, inbegrepen everzwijnen; - fokvarken : varken bestemd voor de fokkerij of daartoe gebruikt ter vermeerdering van de soort; - gebruiksvarken : varken vanaf de speenleeftijd, dat met het oog op de vleesproductie wordt gehouden tot aan de slachting; - slachtvarken : varken dat bestemd is om zonder uitstel in een slachthuis te worden geslacht; - reforme zeug of reforme beer : vrouwelijk varken dat biggen geworpen heeft of mannelijk varken dat gehouden werd voor de reproductie en dat bestemd is om zonder uitstel in een slachthuis te worden geslacht; - verantwoordelijke : de eigenaar of de houder die gewoonlijk over de varkens een onmiddellijk beheer en toezicht uitoefent; - varkensbeslag of beslag : het geheel van de varkens gehouden in een geografische entiteit en die een duidelijk omschreven eenheid vormen op basis van de epidemiologische banden, vastgesteld door de inspecteur-dierenarts. Er mag aan het beslag slechts één sanitair statuut per bepaalde ziekte worden toegekend. De lokalisatie van het varkensbeslag wordt vastgesteld op basis van het adres en de coördinaten van de geografische entiteit; - geografische entiteit : elk gebouw of complex van gebouwen dat een eenheid vormt, de erbij horende terreinen daarin begrepen, waar varkens worden gehouden of die daartoe bestemd zijn; - bedrijfsdierenarts : de erkende dierenarts die, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 februari 1995 houdende maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige varkensziekten, door de verantwoordelijke is aangewezen om in het beslag de reglementaire controles en profylactische ingrepen op de varkens uit te voeren; - FAVV : Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; - inspecteur-dierenarts : de inspecteur-dierenarts bevoegd voor het ambtsgebied waar het varkensbeslag gelegen is; - centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding : centrum opgericht bij de v.z.w. Verenigingen voor dierenziektenbestrijding bedoeld in hoofdstuk 2 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987; - bestrijdingscentrum : het centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding te Loncin van waaruit alle acties ter voorkoming en bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen in de provincies Luik, Luxemburg en Namen worden gecoördineerd; - verzamelcentrum : een plaats met de nodige uitrusting ter beschikking, waar de jagers de kadavers van geschoten everzwijnen kunnen afleveren met het oog op een laboratoriumonderzoek op klassieke varkenspest en het vernietigen van de kadavers; het inrichten van deze plaats, het ontvangen en bewaren van de kadavers en de administratieve opvolging gebeuren volgens de instructies van het FAVV; - begrotingsfonds : het begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten; - vrij-wildverwerkingsinrichting : inrichting zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende de keuring van en de handel in vlees van vrij wild.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt een besmet gebied afgebakend, zoals bepaald in bijlage 1 bij dit besluit.

Art. 3.Voor de toepassing van dit besluit wordt een observatiegebied afgebakend, zoals bepaald in bijlage 2 bij dit besluit.

Art. 4.Op het ganse grondgebied zijn de volgende maatregelen van toepassing : 1. Het verzamelen van varkens, uitgezonderd het verzamelen van slachtvarkens, is verboden.Dit verbod is niet van toepassing op het samenbrengen van varkens van verschillende bedrijven op eenzelfde voertuig, wanneer dit gebeurt voor rechtstreeks vervoer naar eenzelfde bestemming. 2. Everzwijnen of delen van everzwijnen, die dood werden aangetroffen of die tijdens de jacht werden gedood, mogen in geen geval in de geografische entiteit van een varkensbeslag worden binnengebracht.3. Ieder die contact heeft gehad met een wild everzwijn, mag tijdens de eerste 48 uren volgend op het contact geen varkensbedrijven bezoeken of contact hebben met varkens van een beslag.4. De inspecteur-dierenarts brengt de burgemeester op de hoogte van zodra een besmetting met klassieke varkenspest bij everzwijnen wordt bevestigd.5. Wanneer na laboratoriumonderzoek klassieke varkenspest wordt aangetoond bij een everzwijn, dat in een vrij-wildverwerkingsinrichting werd aangeboden, dan worden het betreffende everzwijn en alle andere gedode wild, delen van wild, vlees en afvallen, die in contact zijn geweest met het besmette dier, vernietigd volgens de instructies van het FAVV.

Art. 5.In het besmet gebied en het observatiegebied zijn de volgende maatregelen van toepassing : 1. De inspecteur-dierenarts neemt alle nodige maatregelen om klassieke varkenspest op te sporen.Hij brengt eigenaars of verantwoordelijken van varkens en jagers op de hoogte van de situatie en doet alle dood aangetroffen of tijdens de jacht gedode everzwijnen voor klassieke varkenspest onderzoeken volgens de instructies van het FAVV. 2. In het besmet gebied is het vervoer van wilde everzwijnen, dood of levend, en van delen of producten hiervan verboden.Dit verbod is niet van toepassing op : - het vervoer van voor humane consumptie goedgekeurd vlees van everzwijnen en van daarvan afgeleide vleesproducten; - het rechtstreekse vervoer van everzwijnen en delen van everzwijnen naar een verzamelcentrum of een vrij-wildverwerkingsinrichting; - onverminderd de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 januari 1978 betreffende de organisatie van de gezondheidszorg voor varkens, het vervoer van kadavers van everzwijnen, van delen van kadavers of organen van everzwijnen naar een centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding of het laboratorium van het CODA, met het oog op een lijkschouwing of een laboratoriumonderzoek; - het vervoer van everzwijnen of delen van everzwijnen met het oog op hun vernietiging volgens de instructies van het FAVV. 3. Elke gemeente dient in overleg met de buurgemeenten een verzamelcentrum ter beschikking te stellen.4. Ieder die verantwoordelijk is voor een gedood everzwijn, hetzij omdat hij de verantwoordelijke of de organisator is van de jacht, hetzij omdat hij het dier zelf heeft geschoten, is ertoe gehouden dit everzwijn aan te bieden voor een bemonstering met het oog op een laboratoriumonderzoek op klassieke varkenspest.Hij moet daarbij de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts naleven : - een everzwijn, geschoten in het besmet gebied, moet in zijn geheel worden aangeboden in het verzamelcentrum van Elsenborn, Eupen of Saint-Vith na voorafgaande aangifte bij het verzamelcentrum; - een everzwijn geschoten in het observatiegebied moet worden aangeboden hetzij in zijn geheel in een verzamelcentrum na voorafgaande aangifte bij dit verzamelcentrum, hetzij, conform de wettelijke beschikkingen terzake, in een door het FAVV aangeduide vrij-wildverwerkingsinrichting. 5. Ieder die een dood everzwijn aantreft, is ertoe gehouden aangifte te doen bij het bestrijdingscentrum, dat zorgt voor de ophaling van het kadaver met het oog op een laboratoriumonderzoek op klassieke varkenspest.Het kadaver wordt na het onderzoek volgens de instructies van het FAVV vernietigd. 6. Om de mogelijke verspreiding van het virus van klassieke varkenspest te voorkomen, zijn alle betrokkenen personen er toe gehouden om de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts na te leven in verband met het verwijderen van de ingewanden van everzwijnen, de manipulatie van krengen of afvallen van everzwijnen, en de reiniging en ontsmetting in verband met deze handelingen.7. Eenieder die deelneemt aan de jacht op everzwijnen, is ertoe gehouden om onmiddellijk na de jacht zijn schoeisel, voertuig en ander bij de jacht gebruikte materiaal te ontsmetten volgens de voorschriften van het FAVV.8. De inspecteur-dierenarts kan erkende dierenartsen aanduiden voor het ontvangen van de everzwijnen en het uitvoeren van de staalnemingen voor het laboratoriumonderzoek, waarvan sprake in het vierde en vijfde punt van dit artikel.9. Het is verboden om varkens te vervoeren of te verplaatsen op de openbare weg.Dit verbod geldt niet voor de doorvoer over autowegen, op voorwaarde dat de varkens niet worden uitgeladen en dat nergens wordt halt gehouden. 10. Het is verboden om sperma, eicellen en embryo's van varkens uit het besmet gebied te brengen.11. Elk varken, dat thuis wordt geslacht, moet volgens de instructies van het FAVV klinisch worden onderzocht en gezond worden bevonden door de bedrijfsdierenarts.Dit onderzoek moet binnen de 24 uur voorafgaand aan de slachting plaatsvinden. 12. Aan de grenzen van het besmet gebied worden op alle invalswegen witte waarschuwingsborden geplaatst op palen, op ten minste twee meter hoogte en met volgende vermelding in zwarte blokletters : « VARKENSPEST BIJ EVERZWIJNEN - BESMET GEBIED - Verkeer van en handel in varkens gereglementeerd".13. Aan de grenzen van het observatiegebied worden op alle invalswegen witte waarschuwingsborden geplaatst op palen, op ten minste twee meter hoogte en met volgende vermelding in zwarte blokletters : « VARKENSPEST BIJ EVERZWIJNEN - OBSERVATIEGEBIED - Verkeer van en handel in varkens gereglementeerd".

Art. 6.Op de varkensbeslagen in het besmet gebied en het observatiegebied zijn de volgende maatregelen van toepassing : 1. De verantwoordelijke van het beslag moet alle categorieën varkens tellen volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts.Een inventaris, waarvan het model is weergegeven in bijlage 3 bij dit besluit, moet door de verantwoordelijke worden bijgewerkt. Deze inventaris moet op verzoek van de inspecteur-dierenarts of van zijn afgevaardigde worden voorgelegd en mag bij elk inspectiebezoek worden gecontroleerd. 2. Alle varkens van het beslag moeten in gesloten stallen worden gehouden of, na voorafgaand schriftelijk akkoord van de inspecteur-dierenarts en volgens diens onderrichtingen, op een plaats worden ondergebracht waar zij door middel van een dubbele afsluiting gescheiden kunnen worden gehouden van everzwijnen.3. Everzwijnen mogen geen toegang hebben tot materiaal en opgeslagen voeder dat vervolgens in contact kan komen met de varkens van het beslag.Voedersilo's moeten door middel van een afsluiting worden beveiligd, zodat everzwijnen er op geen enkel ogenblik toegang toe kunnen hebben. 4. Geen enkel varken mag op de geografische entiteit van het beslag worden binnengebracht of de geografische entiteit van het beslag verlaten.5. Op elk varkensbeslag in het besmet gebied moeten alle varkens op geregelde tijdstippen door de bedrijfsdierenarts klinisch worden onderzocht.De frequentie van deze bezoeken wordt door het FAVV vastgesteld in functie van de epidemiologische situatie. Indien de situatie het vereist, dan kunnen de klinische onderzoeken worden aangevuld met een temperatuurneming. De modaliteiten hiervoor worden door het FAVV bepaald. 6. Iedere ziekte of abnormale sterfte bij varkens moet onmiddellijk door de bedrijfsdierenarts worden onderzocht.Indien de bedrijfsdierenarts daarbij klassieke varkenspest niet kan uitsluiten, dan moet hij dit onmiddellijk melden aan de inspecteur-dierenarts. 7. Het is verboden om een varken met ziektetekens, zoals koorts, gebrekkige eetlust, diarree, hoesten, niezen, inwendige of uitwendige bloedingen, verminderde groei, verwerping of zenuwstoornissen, therapeutisch te behandelen, indien niet voorafgaandelijk stalen werden overgemaakt aan een centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding met het oog op de diagnose van klassieke varkenspest.8. Aan elke ingang en uitgang van de varkensstallen en van de geografische entiteit moet een ontsmettingsvoetbad worden geplaatst met een door het FAVV toegelaten ontsmettingsmiddel. Daarenboven moet elke toegang tot de geografische entiteit van een varkensbeslag in het besmet gebied worden afgesloten met een rood-en-witte ketting en een bord met duidelijk leesbaar het opschrift « VERBODEN TOEGANG ». 9. De toegang tot de varkensstallen is verboden aan personen vreemd aan het bedrijf.Onverminderd de bepalingen van artikel 4, derde punt, is de toegang evenwel toegelaten voor : - de varkenshouder en verzorgers van het bedrijf zelf; - de bedrijfsdierenarts; - het overheidspersoneel, bedoeld in artikel 20 van de diergezondheidswet van 24 maart 1987, en de personen die in opdracht van deze werken.

Deze personen zijn ertoe gehouden bedrijfseigen overkledij en laarzen te dragen bij het betreden van de stallen en alle mogelijke voorzorgen te nemen om het verspreiden van het virus van klassieke varkenspest te voorkomen. 10. Elke verantwoordelijke van een varkensbeslag is verplicht om een register bij te houden volgens het model in bijlage 4 van dit besluit, waarin in chronologische volgorde de personen worden genoteerd die het bedrijf bezoeken. De bedrijfsdierenarts moet bij elk bezoek deze inventaris dateren en tekenen.

Art. 7.§ 1. In het besmet gebied kunnen varkens, in afwijking van de bepalingen van artikel 5, negende punt en artikel 6, vierde punt, worden afgevoerd van een beslag, onder de volgende voorwaarden en volgens de instructies van de inspecteur-dierenarts, rekening houdend met de epidemiologische situatie : 1. Slachtvarkens, reforme zeugen en reforme beren, mogen het beslag enkel verlaten om rechtstreeks en onder dekking van een vervoerstoelating naar een door het FAVV aangeduid slachthuis in de provincie Luik te worden afgevoerd.Reforme zeugen en reforme beren mogen daarbij het besmet gebied niet verlaten. De vervoerstoelating wordt afgeleverd door de bedrijfsdierenarts, op voorwaarde dat hij alle varkens van het beslag binnen de 24 uur voor het vervoer klinisch heeft onderzocht, met inbegrip van een temperatuurcontrole volgens de instructies van het FAVV, en gezond heeft bevonden.

Van elk lot van deze varkens wordt, volgens de instructies van het FAVV, in het slachthuis een representatief aantal dieren bemonsterd met het oog op een laboratoriumonderzoek voor klassieke varkenspest. 2. Fokvarkens mogen het beslag enkel verlaten om rechtstreeks en onder dekking van een vervoerstoelating naar een beslag in het besmet gebied te worden gevoerd.Deze vervoerstoelating wordt afgeleverd door de bedrijfsdierenarts, op voorwaarde dat : - geen enkel varken op de geografische entiteit van het beslag werd aangevoerd tijdens de laatste 30 dagen voor de geplande afvoer; - alle resultaten van lopende laboratoriumonderzoeken met het oog op de opsporing van klassieke varkenspest bij varkens van het beslag gekend zijn en gunstig werden bevonden; - alle varkens van het beslag door de bedrijfsdierenarts binnen de 24 uur voor het vervoer klinisch werden onderzocht, met inbegrip van een temperatuurcontrole volgens de instructies van het FAVV, en gezond werden bevonden; - de af te voeren fokvarkens tijdens de laatste tien dagen voor het vertrek een individueel serologisch onderzoek op klassieke varkenspest met gunstig resultaat hebben ondergaan.

Op het bedrijf van bestemming moeten de aangevoerde varkens aan een tweede serologisch onderzoek worden onderworpen tussen de eenentwintigste en de achtentwintigste dag na aankomst. 3. Gebruiksvarkens mogen het beslag enkel verlaten om rechtstreeks en onder dekking van een vervoerstoelating naar een beslag in het besmet gebied te worden gevoerd.Deze vervoerstoelating wordt afgeleverd door de bedrijfsdierenarts, op voorwaarde dat : - geen enkel varken op de geografische entiteit van het beslag werd aangevoerd tijdens de laatste 30 dagen voor de geplande afvoer; - alle resultaten van lopende laboratoriumonderzoeken met het oog op de opsporing van klassieke varkenspest bij varkens van het beslag gekend zijn en gunstig werden bevonden; - alle varkens van het beslag door de bedrijfsdierenarts binnen de 24 uur voor het vervoer klinisch werden onderzocht, met inbegrip van een temperatuurcontrole volgens de instructies van het FAVV, en gezond werden bevonden; - een volgens de instructies van het FAVV representatief aantal van de af te voeren gebruiksvarkens tijdens de laatste 10 dagen vóór het vertrek een serologisch onderzoek op klassieke varkenspest met gunstig resultaat heeft ondergaan.

Op het bedrijf van bestemming en volgens de instructies van het FAVV, moet een representatief aantal van de aangevoerde varkens aan een tweede serologisch onderzoek worden onderworpen tussen de eenentwintigste en de achtentwintigste dag na aankomst. § 2. In het observatiegebied kunnen varkens, in afwijking van de bepalingen van artikel 5, negende punt en artikel 6, vierde punt, worden afgevoerd van een beslag, onder de volgende voorwaarden en volgens de instructies van de inspecteur-dierenarts, rekening houdend met de epidemiologische situatie : 1. Slachtvarkens, reforme zeugen en reforme beren, mogen het beslag enkel verlaten om rechtstreeks en onder dekking van een vervoerstoelating naar een door het FAVV aangeduid slachthuis in de provincies Luik of Luxemburg te worden afgevoerd.Deze vervoerstoelating wordt afgeleverd door de bedrijfsdierenarts, op voorwaarde dat hij alle varkens van het beslag binnen de 24 uur voor het vervoer klinisch heeft onderzocht en gezond heeft bevonden.

Van elk lot van deze slachtvarkens wordt, volgens de instructies van het FAVV, in het slachthuis een representatief aantal dieren bemonsterd met het oog op een laboratoriumonderzoek voor klassieke varkenspest. 2. Fokvarkens mogen het beslag enkel verlaten om rechtstreeks en onder dekking van een vervoerstoelating naar een beslag in het observatiegebied of het besmet gebied te worden gevoerd.Deze vervoerstoelating wordt afgeleverd door de bedrijfsdierenarts, op voorwaarde dat : - geen enkel varken op de geografische entiteit van het beslag werd aangevoerd tijdens de laatste 30 dagen voor de geplande afvoer; - alle resultaten van lopende laboratoriumonderzoeken met het oog op de opsporing van klassieke varkenspest bij varkens van het beslag gekend zijn en gunstig werden bevonden; - alle varkens van het beslag door de bedrijfsdierenarts binnen de 24 uur voor het vervoer klinisch werden onderzocht en gezond werden bevonden; - de af te voeren fokvarkens tijdens de laatste tien dagen voor het vertrek een individueel serologisch onderzoek op klassieke varkenspest met gunstig resultaat hebben ondergaan.

Op het bedrijf van bestemming moeten de aangevoerde varkens aan een tweede serologisch onderzoek worden onderworpen tussen de eenentwintigste en de achtentwintigste dag na aankomst. 3. Gebruiksvarkens mogen het beslag enkel verlaten om rechtstreeks en onder dekking van een vervoerstoelating naar een beslag in het observatiegebied of het besmet gebied te worden gevoerd.Deze vervoerstoelating wordt afgeleverd door de bedrijfsdierenarts, op voorwaarde dat : - geen enkel varken op de geografische entiteit van het beslag werd aangevoerd tijdens de laatste 30 dagen voor de geplande afvoer; - alle resultaten van lopende laboratoriumonderzoeken met het oog op de opsporing van klassieke varkenspest bij varkens van het beslag gekend zijn en gunstig werden bevonden; - alle varkens van het beslag door de bedrijfsdierenarts binnen de 24 uur voor het vervoer klinisch werden onderzocht en gezond werden bevonden; - een volgens de instructies van het FAVV representatief aantal van de af te voeren gebruiksvarkens tijdens de laatste 10 dagen vóór het vertrek een serologisch onderzoek op klassieke varkenspest met gunstig resultaat heeft ondergaan.

Op het bedrijf van bestemming en volgens de instructies van het FAVV, moet een representatief aantal van de aangevoerde varkens aan een tweede serologisch onderzoek worden onderworpen tussen de eenentwintigste en de achtentwintigste dag na aankomst. § 3. In afwijking van de bepalingen van artikel 5, negende punt en artikel 6, vierde punt, kunnen varkens worden aangevoerd van buiten het besmet gebied en het observatiegebied naar een beslag in het besmet gebied of het observatiegebied, onder de volgende voorwaarden en volgens de instructies van de inspecteur-dierenarts, rekening houdend met de epidemiologische situatie : - het vervoer van varkens moet gebeuren onder dekking van een vervoerstoelating, die uitsluitend door de inspecteur-dierenarts mag worden afgeleverd; - het voertuig mag het besmet gebied of het observatiegebied enkel binnenrijden na officiële verzegeling op de grens van het gebied; - de inspecteur-dierenarts organiseert op het bedrijf van bestemming de ontzegeling; - vooraleer het voertuig het bedrijf van bestemming weer verlaat, moet het worden gereinigd en ontsmet volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts.

Op het bedrijf van bestemming moeten de aangevoerde varkens aan een serologisch onderzoek op klassieke varkenspest worden onderworpen tussen de eenentwintigste en de achtentwintigste dag na aankomst : - indien de aanvoer fokvarkens betreft, dan worden alle aangevoerde dieren individueel onderzocht; - indien de aanvoer gebruiksvarkens betreft, dan wordt een representatief aantal van de aangevoerde dieren volgens de instructies van het FAVV onderzocht. § 4. Indien in toepassing van paragraaf 1, eerste punt, en paragraaf 2, eerste punt, van dit artikel door het FAVV geen slachthuis kan worden aangeduid, waar reforme zeugen en reforme beren kunnen worden geslacht, dan kunnen deze dieren op het beslag door de bedrijfsdierenarts worden geëuthanaseerd na voorafgaand akkoord van de inspecteur-dierenarts en volgens de instructies van het FAVV. § 5. Onverminderd de bepalingen van paragraaf 3 moeten voertuigen voor varkensvervoer, die het observatiegebied of het besmet gebied verlaten, gereinigd en ontsmet zijn volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts.

Art. 8.§ 1. Een vergoeding van 100 euro per everzwijn wordt aan de verantwoordelijke toegekend voor elk everzwijn uit het besmet gebied of het observatiegebied, dat het voorwerp uitmaakt van een verplichte aangifte en het afleveren aan een verzamelcentrum, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, vierde punt, of dat het voorwerp uitmaakt van een verplichte aangifte bij het bestrijdingscentrum, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, vijfde punt. § 2. Voor elk everzwijn uit het observatiegebied, dat wordt afgeleverd aan een vrij-wildverwerkingsinrichting overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, vierde punt, wordt aan de verantwoordelijke van het everzwijn een vergoeding toegekend ten bedrage van : - 45 euro per geëviscereerd karkas van minder dan 12 kilogram; - 35 euro per geëviscereerd karkas van 12 tot 28 kilogram; - 15 euro per geëviscereerd karkas van meer dan 28 kilogram. § 3. Voor elk everzwijn uit het observatiegebied, dat wordt afgeleverd aan een vrij-wildverwerkingsinrichting, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5, vierde punt, wordt aan de exploitant van deze inrichting een vergoeding toegekend ten bedrage van 5 euro. § 4. Voor elk everzwijn, aangeboden in een vrij-wildverwerkingsinrichting en waarbij het laboratoriumonderzoek klassieke varkenspest aantoont of laat vermoeden, wordt aan de eigenaar van dit everzwijn, volgens de instructies van het FAVV, een vergoeding toegekend volgens de handelswaarde, met een maximum van 5 euro per kilogram karkasgewicht. § 5. Voor de everzwijnen, het gedode wild, de delen van gedood wild, het vlees en de afvallen, die worden vernietigd overeenkomstig de bepalingen in artikel 4, vijfde punt, wordt aan de eigenaar, volgens de instructies van het FAVV, een vergoeding toegekend volgens de handelswaarde, met een maximum van 7 euro per kilogram karkasgewicht. § 6. Voor een reforme zeug of een reforme beer, die wordt geëuthanaseerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, vierde paragraaf, wordt aan de eigenaar een vergoeding toegekend op basis van het lichaamsgewicht van het geëuthanaseerde dier en een prijs per kilogram. Deze laatste wordt vastgelegd door het FAVV. § 7. De vergoedingen, waarvan sprake in de paragrafen 1 tot en met 6 van dit artikel, zijn ten laste van het begrotingsfonds en worden toegekend aan de rechthebbenden, volgens de instructies van het FAVV en op basis van een behoorlijk gerechtvaardigde schuldvordering, die juist werd verklaard door de inspecteur-dierenarts.

Art. 9.De kosten van het bestrijdingscentrum en alle andere operationele kosten, die in het kader van dit besluit voorzien zijn voor de preventie, de bestrijding en de uitroeiing van de klassieke varkenspest, zijn ten laste van het begrotingsfonds.

Deze kosten worden aan het bestrijdingscentrum vergoed volgens de instructies van het FAVV en op basis van een behoorlijk gerechtvaardigde schuldvordering, die per trimester wordt opgemaakt en die juist werd verklaard door de inspecteur-dierenarts.

Aan het bestrijdingscentrum worden voorschotten toegekend, volgens de modaliteiten bepaald door het FAVV. Voor het inrichten en de werking van een verzamelcentrum, zoals voorzien in artikel 5, derde punt, kan, volgens de instructies van het FAVV, aan de betrokken gemeente een financiële tussenkomst worden toegekend ten laste van het begrotingsfonds.

Art. 10.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten worden voor de klinische onderzoeken en het nemen van de bloedstalen, voorzien in het kader van artikel 6, vijfde punt en artikel 7 van dit besluit, aan de bedrijfsdierenarts een vergoeding vóór belasting op toegevoegde waarde toegekend ten bedrage van 25 euro per bedrijfsbezoek en 2,50 euro per genomen bloedstaal, op voorwaarde dat : - het klinisch onderzoek, de selectie van de bemonsterde dieren, de bloedname, de identificatie van het bloedstaal en het overmaken ervan aan het centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding werden uitgevoerd volgens de onderrichtingen van het FAVV; - de gevraagde documenten correct en volledig werden ingevuld.

Indien het aantal temperatuurnamen, vereist ter aanvulling van het klinisch onderzoek waarvan sprake in artikel 6, vijfde punt, en artikel 7 van dit besluit, hoger is dan 25, dan wordt aan de bedrijfsdierenarts een bijkomende vergoeding vóór belasting op toegevoegde waarde toegekend ten bedrage van 25 euro, op voorwaarde dat de temperatuurnamen werden uitgevoerd volgens de onderrichtingen van het FAVV. Deze vergoedingen zijn ten laste van het begrotingsfonds en worden aan de rechthebbenden uitbetaald volgens de instructies van het FAVV en op voorleggen van een behoorlijk ingevulde, gerechtvaardigde kostenstaat per trimester, die door de inspecteur-dierenarts juist werd verklaard.

Een model van deze kostenstaat is als bijlage 5 bij dit besluit gevoegd.

Art. 11.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten wordt voor het ontvangen van de everzwijnen en het nemen van de stalen in het kader van artikel 5, vierde en vijfde punt, van dit besluit, aan de aangeduide erkende dierenarts, vermeld in artikel 5, achtste punt, een vergoeding vóór belasting op toegevoegde waarde toegekend ten bedrage van 15 euro per half uur, op voorwaarde dat : - de staalname, de identificatie van de stalen en het overmaken ervan aan het centrum voor preventie en diergeneeskundige begeleiding werden uitgevoerd volgens de onderrichtingen van de inspecteur-dierenarts; - de gevraagde documenten correct en volledig werden ingevuld.

Elk begonnen half uur wordt beschouwd als volledig. De verplaatsingstijd van en naar het verzamelcentrum wordt niet in aanmerking genomen voor het toekennen van de vergoeding.

De verplaatsingskosten worden terugbetaald volgens het bedrag bepaald in het koninklijk besluit van 18 januari 1965 en wijzigingen houdende algemene regelgeving inzake reiskosten.

Deze vergoedingen zijn ten laste van het begrotingsfonds en worden aan de belanghebbenden uitbetaald, volgens de instructies van het FAVV en op basis van een behoorlijk ingevulde, gerechtvaardigde kostenstaat per trimester, die door de inspecteur-dierenarts juist werd verklaard.

Art. 12.Overtredingen op de bepalingen van dit besluit worden gestraft overeenkomstig de dierengezondheidswet van 24 maart 1987.

Art. 13.Het ministerieel besluit van 6 augustus 2002 houdende maatregelen ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen wordt opgeheven.

Art. 14.Elk niet bij dit besluit voorziene situatie wordt beslecht door een beslissing van de gedelegeerd bestuurder van het FAVV.

Art. 15.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 13 november 2002.

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

Bijlage 1 bij het ministerieel besluit van 13 november 2002 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen Voor de toepassing van dit besluit wordt een besmet gebied afgebakend.

Dit besmet gebied omvat het deel van het Belgische grondgebied dat gelegen is binnen de omtrek gevormd door : - de autosnelweg E40 (A3) vanaf de Belgisch-Duitse grens tot aan de kruising met de N68; - vervolgens de N68 in zuidelijke richting, in Eupen overgaand in de Aachenerstrasse en de Neustrasse tot aan de kruising met de Olengraben; - vervolgens de Olengraben, overgaand in de Haasstrasse tot de kruising met de Malmedystrasse; - vervolgens de Malmedystrasse, overgaand in de N68 in zuidelijke richting via Malmedy tot aan de kruising met de N62; - vervolgens de N62 in oostelijke en zuidelijke richting tot aan de kruising met de autosnelweg E42 (A27); - vervolgens de autosnelweg E42 (A27) tot aan de grens met Duitsland; - vervolgens de Belgisch-Duitse grens tot aan de kruising met de autosnelweg E40 (A3).

Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 november 2002.

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

Bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 13 november 2002 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen Voor de toepassing van dit besluit worden twee observatiegebieden afgebakend.

Het eerste observatiegebied omvat het deel van het Belgische grondgebied dat gelegen is binnen de omtrek gevormd door : - de N68 vanaf de kruising met de autosnelweg E40 (A3) in zuidelijke richting, in Eupen overgaand in de Aachenerstrasse en de Neustrasse tot aan de kruising met de Olengraben; - vervolgens de Olengraben, overgaand in de Haasstrasse tot de kruising met de Malmedystrasse; - vervolgens de Malmedystrasse, overgaand in de N68 in zuidelijke richting via Malmedy tot aan de kruising met de N62; - vervolgens de N62 in oostelijke en zuidelijke richting tot aan de kruising met de autosnelweg E42 (A27); - vervolgens de autosnelweg E42 (A27) tot aan de kruising met autosnelweg E40 (A3); - vervolgens de autosnelweg E40 (A3) tot aan de kruising met de N68.

Het tweede observatiegebied omvat het deel van het Belgische grondgebied dat gelegen is binnen de omtrek gevormd door : - de Belgisch-Duitse grens vanaf de autosnelweg E42 (A27) tot aan de grens met het Groothertogdom Luxemburg; - vervolgens de Belgisch-Luxemburgse grens tot aan de grens met Frankrijk; - vervolgens de Franse grens tot aan de autoweg A28; - vervolgens de autoweg A28 vanaf de Franse grens tot Aubange; - vervolgens de N81 van Aubange tot de kruising met de E25 (A4); - vervolgens de E25 (A4 en daarna A26) tot aan de N827; - vervolgens de N827 tot aan de kruising met de N62; - vervolgens de N62 tot aan de autosnelweg E42 (A27); - vervolgens de E42 (A27) tot aan de Duitse grens.

Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 november 2002.

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van 13 november 2002 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 november 2002.

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

Bijlage 4 bij het ministerieel besluit van 13 november 2002 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van de klassieke varkenspest door everzwijnen Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 november 2002.

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

Bijlage 5 bij het ministerieel besluit van 13 november 2002 houdende tijdelijke maatregelen ter bestrijding van de klassieke varkenspest bij everzwijnen en ter bescherming van de varkensstapel tegen de insleep van klassieke varkenspest door everzwijnen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 13 november 2002.

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, J. TAVERNIER

^