Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 03 mei 2010
gepubliceerd op 04 augustus 2010

Ministerieel besluit tot vaststelling van de regels met betrekking tot de aanwijzing van de vaste afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties binnen het Sectorcomité III - Justitie, penitentiaire inrichtingen

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2010009678
pub.
04/08/2010
prom.
03/05/2010
ELI
eli/besluit/2010/05/03/2010009678/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

3 MEI 2010. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de regels met betrekking tot de aanwijzing van de vaste afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties binnen het Sectorcomité III - Justitie, penitentiaire inrichtingen


De Minister van Justitie, Gelet op wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, artikel 18;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, artikelen 71 tot 78;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, artikel 3;

Gelet op het protocol nr. 351 van 19 april 2010 van het Sectorcomité III - Justitie over de wederzijdse engagementen van de FOD Justitie, het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen en de representatieve overheidsvakbonden van het personeel van de buitendiensten van de penitentiaire instellingen in verband met de versterking van de sociale dialoog en de conflictbeheersing binnen het gevangeniswezen;

Gelet op het protocol nr. 353 in het Sectorcomité III - Justitie van 22 april 2010;

Overwegende dat de sociale dialoog en de conflictbeheersing binnen het gevangeniswezen gestoeld zijn op de principes van oplossingsgerichtheid, wederzijds respect en vertrouwen en in de eerste plaats steunen op een kwaliteitsvolle sociale dialoog;

Overwegende dat de specifieke context en werkomstandigheden binnen de penitentiaire inrichtingen nopen tot een voltijds engagement van de representatieve vakorganisaties teneinde de sociale dialoog correct op te volgen en vlot te laten verlopen;

Overwegende dat het belangrijk is dat de Federale Overheidsdienst Justitie zonder uitstel op dit engagement kan rekenen;

Overwegende dat het evenwel niet de bedoeling is het aantal vaste afgevaardigden op federaal niveau uit te breiden, maar wel per representatieve vakorganisatie binnen de Federale Overheidsdienst Justitie twee personeelsleden als vaste afgevaardigden te kunnen aanwijzen die zich voltijds en doorlopend met de syndicale materies binnen de Federale Overheidsdienst Justitie, in het bijzonder binnen de penitentiaire inrichtingen, kunnen bezighouden;

Besluit :

Artikel 1.Elke representatieve vakorganisatie zendt aan de Minister, met het oog op de erkenning, een lijst van twee leden die door haar kunnen worden aangewezen als vaste afgevaardigde.

De erkenning blijkt uit de goedkeuring van de lijsten door de Minister, waarvan kennis wordt gegeven aan de betrokken representatieve vakorganisatie.

Art. 2.De erkenning van een lid van een representatieve vakorganisatie als vaste afgevaardigde, als bedoeld in artikel 1, kan door de Minister worden geweigerd bij een gemotiveerde en enkel op gewichtige redenen gesteunde beslissing.

De Minister neemt zijn beslissing, na advies van het Hoog Overlegcomité en na de betrokkene te hebben gehoord, in voorkomend geval bijgestaan door een persoon van zijn keuze, en door een of meer verantwoordelijke leiders van de betrokken vakorganisatie.

De Minister brengt zijn beslissing tot weigering ter kennis bij ter post aangetekende brief, aan de betrokkene, alsook aan diens vakorganisatie.

Art. 3.De erkenning kan door de Minister worden ingetrokken bij een gemotiveerde en enkel op gewichtige redenen gesteunde beslissing.

De Minister neemt zijn beslissing, na advies van het Hoog Overlegcomité en na de betrokkene, in voorkomend geval bijgestaan door een persoon van zijn keuze, en door een of meer verantwoordelijke leiders van de betrokken vakorganisatie, te hebben gehoord.

De Minister brengt zijn beslissing tot intrekking ter kennis bij brief, aan de betrokkene, alsook aan diens vakorganisatie. De beslissing heeft uitwerking drie dagen na de datum van de verzending van de beslissing tot intrekking.

Art. 4.Het aantal als vaste afgevaardigden erkende personeelsleden wordt beperkt tot twee per representatieve vakorganisatie.

De bezoldiging valt ten laste van de begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie.

Art. 5.§ 1. Zodra hij erkend wordt, is de vaste afgevaardigde van rechtswege met vakbondsverlof.

Als zodanig is hij niet onderworpen aan het hiërarchisch gezag. Hij wordt niettemin geacht in werkelijke dienst te zijn. Hij blijft onderworpen aan de bepalingen die zijn persoonlijke rechten in die stand regelen, inzonderheid zijn recht op wedde, op bevordering in zijn loonschaal en op een bevordering. § 2. Het als vaste afgevaardigde erkende personeelslid waarop op de datum van zijn erkenning een stelsel van beoordeling, van waardebepaling of van gelijkwaardig rapport toepasselijk is, behoudt gedurende zijn vakbondsverlof de jongste hem voor zijn erkenning verleende vermelding.

Indien hij voor zijn erkenning niet het voorwerp heeft uitgemaakt van zodanige beoordeling, een waardebepaling of een gelijkwaardig rapport, wordt er hem tijdens zijn vakbondsverlof geen toegekend. § 3. Aan het vakbondsverlof van de vaste afgevaardigde wordt een einde gemaakt wanneer hij erom verzoekt, op vraag van zijn vakorganisatie, wanneer zijn erkenning wordt ingetrokken of wanneer zijn vakorganisatie niet meer als representatief wordt beschouwd.

De vaste afgevaardigde wordt aan het einde van zijn vakbondsverlof tewerkgesteld in een betrekking die overeenstemt met zijn graad en, in de mate van het mogelijke, in de functie die hij bekleedde. Hij keert terug naar zijn vorige standplaats.

Art. 6.Onverminderd het bepaalde in artikel 3 van het koninklijk besluit van 20 april 1999 tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, worden per representatieve vakorganisatie in het Sectorcomité III - Justitie twee vaste afgevaardigden vrijgesteld van de terugbetalingen bedoeld in artikel 78, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

De bezoldiging valt ten laste van de begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie.

Art. 7.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2010.

Brussel, 3 mei 2010.

S. DE CLERCK

^