Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 april 1999
gepubliceerd op 12 mei 1999

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1999002053
pub.
12/05/1999
prom.
20/04/1999
ELI
eli/besluit/1999/04/20/1999002053/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

20 APRIL 1999. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 18, derde lid, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, inzonderheid op artikel 18, derde lid, ingevoegd door de wet van 11 april 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, inzonderheid op artikel 78, gewijzigd door het koninklijk besluit van 16 september 1997;

Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 23 februari 1999;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 23 februari 1999;

Gelet op het protocol nr. 107/3 van 26 maart 1999 van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de overheidsdiensten zonder uitstel de nodige maatregelen moeten nemen om rekening te houden met de terugwerkende kracht van de uitgevaardigde bepalingen;

Op de voordracht van Onze Eerste Minister en Onze Minister van Ambtenarenzaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° de woorden "wet van 19 december 1974" : de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;2° de woorden "koninklijk besluit van 28 september 1984" : het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de federale overheidsdiensten waarop de wet van 19 december 1974 van toepassing is.

Art. 3.§ 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, wordt de vakorganisatie die krachtens de artikelen 7 en 8 van de wet van 19 december 1974 als representatief wordt beschouwd om zitting te hebben in het comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten en in alle sectorcomités waaronder de federale overheidsdiensten ressorteren, vrijgesteld van de terugbetalingen bedoeld in artikel 78, §§ 1 en 3, van het koninklijk besluit van 28 september 1984 voor acht vaste afgevaardigden. § 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, wordt de vakorganisatie die krachtens de artikelen 7 en 8 van de wet van 19 december 1974 als representatief wordt beschouwd om zitting te hebben in het comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten en in ten minste twee sectorcomités waaronder de federale overheidsdiensten ressorteren, vrijgesteld van de terugbetalingen bedoeld in artikel 78, §§ 1 en 3 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 voor drie vaste afgevaardigden.

Art. 4.§ 1. Om te worden vrijgesteld van de terugbetalingen dient de vakorganisatie een aanvraag in, bij een ter post aangetekende brief met bewijs van ontvangst, bij de Administrateur-generaal van de Dienst van Algemeen Bestuur van het Ministerie van Ambtenarenzaken met de volgende vermeldingen : 1° de naam en, eventueel, de graad van het betrokken personeelslid;2° de benaming van de overheidsdienst waaronder het personeelslid ressorteert;3° de datum waarop de gevraagde vrijstelling ingaat. Indien de aanvraag de substitutie beoogt van een vrijstelling door een andere, dient de brief bedoeld in het eerste lid, vergezeld te gaan van een attest van de overheidsdienst dat de datum vermeldt waarop de vrijstelling een einde neemt. § 2. Indien de aanvraag in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit, deelt de Dienst van Algemeen Bestuur, bij een ter post aangetekende brief, aan de betrokken overheidsdienst mee dat de vakorganisatie wordt vrijgesteld van de terugbetalingen.

Indien de aanvraag niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit, verwittigt de Dienst van Algemeen Bestuur de vakorganisatie hiervan bij een ter post aangetekende brief.

Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 1997.

Art. 6.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 april 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, J.-L. DEHAENE De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^