Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 31 mei 2009
gepubliceerd op 19 juni 2009

Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep te Luik

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2009009415
pub.
19/06/2009
prom.
31/05/2009
ELI
eli/besluit/2009/05/31/2009009415/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

31 MEI 2009. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep te Luik


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 106, gewijzigd bij de wetten van 19 juli 1985, 1 december 1994, 22 december 1998 en 3 december 2006;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 november 1994 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep te Luik;

Gelet op het advies van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Luik van 8 december, van de eerste voorzitter van het arbeidshof te Luik van 12 november 2008, van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik van 19 november 2008, van de hoofdgriffier van het hof van beroep te Luik van 14 oktober 2008 en van de stafhouders van de balies van het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik van 14 oktober, 21 oktober, 23 oktober, 31 oktober, 7 november, 20 november, 26 november en 3 december 2008;

Op de voordracht van de Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het hof van beroep te Luik bestaat uit zesentwintig kamers, met inbegrip van de bureaus voor rechtsbijstand die zitting houden in het Frans en in het Duits.

Art. 2.De eerste kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken en in de zaken die haar uitdrukkelijk zijn toegewezen, met name de zaken waarin het hof zich uitspreekt, zonder mogelijkheid tot hoger beroep, ten aanzien van de magistraten en personen bedoeld in artikel 479 van het Wetboek van Strafvordering.

Zij houdt zitting op maandag en dinsdag om 9 uur. De mededeelbare zaken worden behandeld op maandag en op de eerste, derde en vierde dinsdag; de niet-mededeelbare zaken worden behandeld op de tweede en vijfde dinsdag van de maand.

De tweede kamer met drie magistraten houdt als kamer van inbeschuldigingstelling zitting op maandag, dinsdag, de tweede en vierde woensdag en donderdag om 9 uur.

De derde kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken en handelszaken op maandag om 9 en 14 uur en op dinsdag om 14 uur.

De vierde kamer met drie magistraten houdt zitting in correctionele zaken waaronder de overtredingen van de sociale wetgeving, op maandag, dinsdag en woensdag om 9 uur.

De vijfde kamer met drie magistraten houdt zitting in het Duits in alle zaken alsmede in het Frans voor het hoger beroep tegen de vonnissen gewezen in die taal door de correctionele rechtbank te Eupen, op donderdag om 14 uur. Zij neemt kennis van de zaken die haar uitdrukkelijk zijn toegewezen, met name met betrekking tot het onderzoek van de zaken bedoeld in artikel 479 van het Wetboek van Strafvordering; met betrekking tot de zaken haar toegewezen als kamer van inbeschuldigingstelling in het Duits, houdt zij zitting op dinsdag om 8.30 uur.

Zij neemt kennis van correctionele zaken op donderdag om 9 of 14 uur.

Zij neemt kennis van burgerlijke, fiscale en handelszaken en houdt zitting op de eerste en derde donderdag om 9 uur en op de derde donderdag om 14 uur voor de niet-mededeelbare zaken, op de tweede en vierde donderdag om 14 uur en op de vijfde donderdag van de maand om 14 uur.

De zesde kamer met drie magistraten houdt zitting in correctionele zaken op woensdag, donderdag en vrijdag om 9 uur.

De zevende kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken en handelszaken op maandag om 14 uur en op dinsdag en donderdag om 9 uur.

De achtste kamer met drie magistraten houdt zitting in strafzaken, waaronder de zaken die aanleiding geven tot herstel van lichamelijke schade, op maandag, dinsdag en donderdag om 9 uur.

De negende kamer met drie magistraten houdt zitting in fiscale zaken op de eerste, derde en vijfde woensdag om 9 uur en op de tweede en vierde vrijdag.

De tiende kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken op de eerste, derde en vierde dinsdag om 14 uur voor de mededeelbare zaken, telkens op dinsdag om 9 uur, op de tweede en vijfde dinsdag om 14 uur en op woensdag voor de niet-mededeelbare zaken.

De elfde kamer met één magistraat neemt kennis van de zaken die toegewezen worden bij artikel 109bis van het Gerechtelijk Wetboek, uitgezonderd de zaken bedoeld in § 1,1°, op maandag en donderdag om 9 uur, en van dringende verzoeken, op donderdag en vrijdag om 9 uur.

De twaalfde kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken en handelszaken op dinsdag om 9 en 14 uur en op vrijdag om 9 uur.

De dertiende kamer met één magistraat neemt kennis van de zaken die toegewezen worden bij artikel 109bis van het Gerechtelijk Wetboek, met inbegrip van de zaken bedoeld in § 1,1°, de rechtsgeschillen betreffende natuurrampen en collectieve schuldenregelingen (tot de uitdoving van het rechtsgeding), op de even weken op dinsdag om 9 en 14 uur, op de oneven weken op dinsdag om 9 uur, en van dringende verzoeken op maandag, dinsdag en woensdag om 9 uur.

De veertiende kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken en handelszaken op maandag en donderdag om 14 uur en op vrijdag om 9 uur.

De vijftiende kamer met één magistraat houdt zitting in het Duits, zij neemt kennis van de zaken die toewezen worden bij artikel 109bis van het Gerechtelijk Wetboek, uitgezonderd de zaken bedoeld in § 1, 1°, op de tweede en vierde donderdag om 14 uur.

De zestiende kamer is een jeugdkamer van hoger beroep met één magistraat. Zij houdt zitting in alle burgerlijke zaken op woensdag om 9 uur en op de eerste, derde en vijfde donderdag om 13 u. 30 m. Zij houdt zitting in beschermingsaangelegenheden op de eerste, tweede, derde en vijfde donderdag om 9 uur. De magistraat houdt zitting in een kabinet, volgens de noodwendigheden van de dienst, iedere werkdag in de voormiddag of namiddag, voor het nemen van voorlopige maatregelen.

De zeventiende kamer met één magistraat is een jeugdkamer van hoger beroep die zitting houdt in het Duits. Zij houdt zitting in burgerlijke zaken en beschermingsaangelegenheden op de derde donderdag van de maand om 14 uur. De magistraat houdt zitting in een kabinet, volgens de noodwendigheden van de dienst, iedere werkdag in de voormiddag en namiddag, voor het nemen van voorlopige maatregelen.

De achttiende kamer met drie magistraten houdt zitting in correctionele zaken op maandag en vrijdag om 9 uur en op dinsdag om 14 uur.

De negentiende kamer met één magistraat houdt zitting als bureau voor rechtsbijstand op de eerste en derde vrijdag om 9 uur in het Frans en op de tweede en vierde donderdag om 14 uur in het Duits.

De twintigste kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken en handelszaken op woensdag om 9 uur en op donderdag om 9 uur en om 14 uur.

De eenentwintigste kamer is een jeugdkamer van hoger beroep met één magistraat. Zij houdt zitting in burgerlijke zaken op de tweede donderdag om 14 uur en in beschermingsaangelegenheden op de vierde donderdag om 9 uur. De magistraat houdt zitting in een kabinet, volgens de noodwendigheden van de dienst, iedere werkdag in de voormiddag of namiddag, voor het nemen van voorlopige maatregelen.

De tweeëntwintigste kamer met één magistraat houdt zitting in burgerlijke zaken en neemt kennis van de schriftelijke procedures.

De drieëntwintigste kamer met één magistraat houdt zitting als bureau voor rechtsbijstand.

De vierentwintigste kamer met één magistraat houdt zitting als bureau voor rechtsbijstand in het Duits.

De vijfentwintigste kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken.

De zesentwintigste kamer met drie magistraten houdt zitting in burgerlijke zaken of strafzaken. Zij neemt ook kennis van schriftelijke procedures.

De werkzaamheden van de tweeëntwintigste, drieëntwintigste, vierentwintigste, vijfentwintigste en zesentwintigste kamer zijn thans opgeschort.

Art. 3.De misdrijven bedoeld in artikel 2 van de bijzondere wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering, worden overeenkomstig artikel 22, § 1, van voornoemde wet toegewezen aan de algemene vergadering van het hof, bestaande uit vijf leden. De eerste voorzitter zit de algemene vergadering voor en wijst de overige leden naar rangorde aan, hij houdt daarbij rekening met de onverenigbaarheden bedoeld in artikel 22, § 3, van voornoemde wet. Hij stelt eveneens, na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, de dagen en uren vast waarop de zittingen van de algemene vergadering plaatsvinden.

Art. 4.De zittingen vangen aan om 9 of 14 uur, behalve de zittingen van de vijfde kamer, die aanvangen om 8 u. 30 m., met betrekking tot de zaken haar toegewezen als kamer van inbeschuldigingstelling in het Duits; de zittingen van de zestiende kamer, die zitting houdt in burgerlijke zaken, vangen aan om 13 u..30 m. op de eerste, derde en vijfde donderdag. De duur ervan bedraagt minstens 3 uur en 30 minuten, de uitspraak van de arresten niet inbegrepen.

Art. 5.De eerste voorzitter kan, na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, beslissen hetzij om tijdelijke kamers samen te stellen overeenkomstig artikel 107 van het Gerechtelijk Wetboek, hetzij dat kamers bijkomende zittingen zouden houden waarvan hij de dagen en uren vaststelt.

Art. 6.De eerste voorzitter kan ook, na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, het aantal zittingen en de bevoegdheden van de kamers tijdelijk wijzigen.

Art. 7.§ 1. De inleiding geschiedt : 1° voor de procedures in het Frans : a) op de zitting van de eerste kamer op dinsdag om 9 uur;b) op de zitting van de derde kamer op maandag om 9 uur;c) op de zitting van de zevende kamer op donderdag om 9 uur;d) op de zitting van de negende kamer op de eerste, derde en vijfde woensdag alsmede op de tweede en vierde vrijdag om 9 uur;e) op de zitting van de tiende kamer op dinsdag om 14 uur;f) op de zitting van de elfde kamer op maandag om 9 uur;g) op de zitting van de twaalfde kamer op dinsdag om 9 uur;h) op de zitting van de dertiende kamer op dinsdag om 9 uur;i) op de zitting van de veertiende kamer op vrijdag om 9 uur;j) op de zitting van de zestiende kamer op de tweede en vierde woensdag om 9 uur;k) op de zitting van de twintigste kamer op woensdag om 9 uur;l) op de zitting van de eenentwintigste kamer op de tweede donderdag om 14 uur;2° voor de procedures in het Duits : a) op de zitting van de vijfde kamer op de tweede en vierde donderdag om 14 uur voor de zaken die toegewezen moeten worden aan een kamer met drie magistraten;b) op de zitting van de vijftiende kamer op de tweede donderdag om 14 uur voor de zaken die toegewezen moeten worden aan een kamer met één magistraat. § 2. Wanneer de inleidingszitting valt op 1 september of op een wettelijke feestdag, geschieden de inleidingen voor diezelfde kamers op de eerstvolgende zittingsdag.

Art. 8.De verzoekschriften tot voorlopige invrijheidstelling worden neergelegd ter griffie van het hof en door de eerste voorzitter toegewezen aan een van de correctionele kamers, id est de vierde, vijfde, zesde, achtste of achttiende kamer of aan de bevoegde kamer van inbeschuldigingstelling, of het hof van assisen, overeenkomstig het onderscheid op grond van artikel 7 van de wet betreffende de voorlopige hechtenis.

Art. 9.De eerste voorzitter wijst de burgerlijke en fiscale zaken toe. Op voorstel van de procureur-generaal wijst hij ook de strafzaken toe.

Art. 10.Na het advies van de procureur-generaal te hebben ingewonnen, stelt de eerste voorzitter de dag en het uur van de vakantiezittingen vast en maakt hij een lijst op van de magistraten die zitting houden.

Hij kan te allen tijde, volgens de noodwendigheden van de dienst, de lijst van die zittingen wijzigen.

Art. 11.Het koninklijk besluit van 30 november 1994 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor het hof van beroep te Luik, wordt opgeheven.

Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 13.De Minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 31 mei 2009.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK

^