Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 30 april 2007
gepubliceerd op 08 juni 2007

Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 2, 2°, i), vierde lid van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 , betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2007022688
pub.
08/06/2007
prom.
30/04/2007
ELI
eli/besluit/2007/04/30/2007022688/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

30 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 2, 2°, i), vierde lid van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft als doel artikel 47 van de programmawet van 27 april 2007 uit te voeren. Dit artikel creëert de juridische basis om aan bepaalde werkgevers te laten genieten van de structurele lastenverlaging zonder dat de tewerkstelling van de werknemer een minimum drempel bereikt.

Deze bepaling verleent aan de Koning de bevoegdheid om, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dit voordeel toe te kennen indien de werkgever behoort tot een sector waarin bij toepassing van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders de werkgevers gelegenheidswerknemers mogen tewerkstellen die aan het geheel van de stelsels van de sociale zekerheid der werknemers.

Er dient in herinnering te brengen dat in de huidige stand van de wetgeving een minimum drempel niet vereist is in drie gevallen : ingeval van tewerkstelling in een beschutte werkplaats, bij voltijdse tewerkstelling en tenslotte ingeval van deeltijdse tewerkstelling waarvan de contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de werknemer ten minste de helft bedraagt van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de maatpersoon.

Artikel 1 van het besluit breidt die uitzondering uit tot de tewerkstellingen van een werknemer bij een werkgever die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren.

In de huidige stand van de reglementering mogen enkel de werkgevers van die sector gelegenheidswerknemers onderworpen aan alle takken van de sociale zekerheid der werknemers tewerkstellen. Indien in de toekomst andere sectoren de toelating zouden krijgen om gelegenheidswerknemers in de zin van voornoemd koninklijk besluit van 28 november 1969 en die onderworpen zouden zijn aan alle takken van de sociale zekerheid zal het toepassingsgebied van het besluit herzien worden.

Artikel 2 voorziet dat de Rijksdienst voor sociale zekerheid uiterlijk tegen 30 september 2008 een verslag over de periode aanvangend op 1 april 2007 en eindigend op 31 maart 2008 met betrekking tot de toepassing van dit besluit, inzonderheid met betrekking tot zijn kostprijs alsook met betrekking tot de bijkomende opbrengst in de sociale zekerheid voortspruitend uit de reglementaire wijzigingen vermeld in dit artikel bezorgt aan de Minister van Sociale Zaken. Dit verslag maakt het mogelijk de impact van dit besluit te evalueren en desgallend bijsturingsmaatregelen te treffen.

Artikel 7 legt op 1 april 2007 vast de datum van uitwerking van het besluit voorgelegd ter ondertekening aan uwe Majesteit.

De terugwerkende kracht van het besluit voorgelegd ter ondertekening van uwe Majesteit beantwoord aan de criteria die de Raad van State in zijn advies 42.875/1 in herinnering brengt.

De uitgevoerd wettelijke bepaling voorziet dat zij op 1 april 2007 uitwerking heeft. Bovendien kent het koninklijk besluit een nieuw voordeel toe aan de betroken werkgevers.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN

30 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 2, 2°, i), vierde lid van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de programmawet (I) van 24 december 2002, inzonderheid op artikel 332, gewijzigd bij de wet van 27 april 2007;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, inzonderheid op artikel 2, vervangen door het koninklijk besluit van 21 januari 2004 en gewijzigd door de koninklijke besluiten van 10 november 2005 en 20 juli 2006, de programmawet van 27 december 2006 en het koninklijk besluit van 30 april 2007;

Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 30 maart 2007;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 20 april 2007;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de volgende elementen : - De juridische basis van het ontwerp bevindt zich in een bepaling van het ontwerp programmawet zoals aangenomen op 18 april 2007 door de Commissie Sociale Zaken van de Kamer ten gevolge een Regeringsamendement dat aan de Raad van State voorgelegd werd en het voorwerp van het advies nr. 42.738/1 van 5 april 2007 uitgemaakt heeft; - de sociale partners hebben hun akkoord gegeven voor een herwaardering van de forfaitaire daglonen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen verschuldigd voor de handarbeiders wier lonen geheel of gedeeltelijk uit fooien of bedieningsgeld bestaat en voor een belangrijke wijziging van de regeling voor gelegenheidswerknemers en dat, in dit kader, een maatregel dient goedgekeurd te worden met het oog op de « herbesteding » van een deel van de bijkomende bijdragen die het resultaat zullen zijn van de voornoemde wijzigingen; - de eerste fase van het luik betreffende de herwaardering van de forfaitaire daglonen is in werking getreden op 1 april 2007; dat de wijziging van de regeling betreffende de gelegenheidswerknemers in werking zal treden op 1 juli 2007; dat de tweede fase van het luik betreffende de herwaardering van de forfaitaire daglonen ingaat op 1 juli 2007 en eindigt op 1 oktober 2008; dat het luik « herbesteding » van het akkoord afgesloten met de sectorale sociale partners uitwerking moet hebben met ingang van 1 april 2007; - artikel 332 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de programmawet van 30 april 2007 voorziet dat de Koning aan sommige werkgevers het voordeel van de structurele lastenverlaging kan toekennen zonder dat de tewerkstelling van de werknemer een minimum drempel moet bereiken; - de instellingen die belast zijn met de inning van de socialezekerheidsbijdragen alsook de betrokken werkgevers moeten zo spoedig mogelijk kennis kunnen nemen van de uitvoering van artikel 332 van voornoemde wet zodat de eenvoudige en correcte toepassing van de wettelijke bepalingen vanaf 1 april 2007 gewaarborgd wordt;

Gelet op advies nr. 42.875/1 van de Raad van State, gegeven op 24 april 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2, 2°, i) vierde lid, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, vervangen bij het koninklijk besluit van 21 januari 2004, wordt aangevuld als volgt : - vanaf 1 april 2007, op de tewerkstellingen van een werknemer bij een werkgever die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren.

Art. 2.Uiterlijk tegen 30 september 2008 bezorgt de Rijksdienst voor sociale zekerheid aan de Minister van Sociale Zaken een verslag over de periode aanvangend op 1 april 2007 en eindigend op 31 maart 2008 met betrekking tot de toepassing van dit besluit, inzonderheid met betrekking tot zijn kostprijs alsook omtrent de meer opbrengst in de sociale zekerheid voortspruitend uit de wijzigingen opgenomen enerzijds in het koninklijk besluit van 30 april 2007 tot wijziging van de artikelen 8quater, 25, 31bis en 32 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en de artikelen 5bis en 9septies van het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en anderzijds in het ministérieel besluit van 13 april 2007 tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de forfaitaire daglonen voor de berekening van de bijdragen voor sociale zekerheid verschuldigd voor de handarbeiders wier loon geheel of gedeeltelijk uit fooien of bedieningsgeld bestaat, evenals voor de werknemers die door een arbeidsovereenkomst voor de zeevissers zijn verbonden, van het ministerieel besluit van 30 april 2007 houdende uitvoering van artikel 25, § 1, eerste en tweede lid van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders alsook van het ministerieel besluit van 30 april 2007 houdende uitvoering van artikel 25, § 3, tweede lid van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2007.

Art. 4.Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 april 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken, R. DEMOTTE De Minister van Werk, P. VAN VELTHOVEN

^