Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 28 december 2006
gepubliceerd op 16 januari 2007

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 1970 tot vaststelling van de door het Pensioenfonds van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid toe te passen tarieven en schalen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2006023323
pub.
16/01/2007
prom.
28/12/2006
ELI
eli/besluit/2006/12/28/2006023323/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

28 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 1970 tot vaststelling van de door het Pensioenfonds van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid toe te passen tarieven en schalen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, inzonderheid op de artikelen 20, vervangen bij de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, en 21, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 december 1970 tot vaststelling van de door het Pensioenfonds van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid toe te passen tarieven en schalen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1994;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 november 2006;

Gelet op het advies van het beheerscomité van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid, gegeven op 21 november 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 24 november 2006;

Gelet op het advies 41.768/1 van de Raad van State, gegeven op 14 december 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Pensioenen en Onze Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 december 1970 tot vaststelling van de door het Pensioenfonds van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid toe te passen tarieven en schalen wordt het woord « weduwenrenten » vervangen door het woord « overlevingsrenten ».

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de inleidende zin wordt vervangen als volgt : « Met betrekking tot de uitkeringen bedoeld in artikel 1, worden toegepast : » 2° de bepaling onder b) wordt vervangen als volgt : « b) wanneer de renten zijn ingegaan tijdens het tijdvak van 1 januari 1970 tot 31 december 2006, de schalen I tot V van bijlage I, gevoegd bij dit besluit;» 3° het wordt aangevuld als volgt : « c) wanneer de renten zijn ingegaan vanaf 1 januari 2007, de schalen en tarieven van bijlage III, gevoegd bij dit besluit, onverminderd de verworven rechten zoals ze zijn gedefinieerd in artikel 3quater.»

Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De ouderdoms- en overlevingsrenten waarin de wet van 17 juli 1963 voorziet en die gevormd worden met bijdragen met betrekking tot de boekjaren 1970 tot 1994, worden berekend met toepassing van : a) voor de renten ingegaan tot 31 december 2006 : de tarieven en schalen van bijlage I, gevoegd bij dit besluit;b) voor de renten ingegaan vanaf 1 januari 2007 : de tarieven en schalen van bijlage III, gevoegd bij dit besluit, onverminderd de verworven rechten als gedefinieerd in artikel 3quinquies.»; 2° in het tweede lid, inleidende zin, worden de woorden « Die tarieven en schalen » vervangen door de woorden « De tarieven en schalen van bijlage I ».

Art. 4.In artikel 3bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De ouderdoms- en overlevingsrenten waarin de wet van 17 juli 1963 voorziet en die gevormd worden met bijdragen met betrekking tot de boekjaren 1995 tot 2006, worden berekend met toepassing van : a) voor de renten ingegaan tot 31 december 2006 : de tarieven en schalen van Bijlage II, gevoegd bij dit besluit;b) voor de renten ingegaan vanaf 1 januari 2007 : de tarieven en schalen van bijlage III, gevoegd bij dit besluit, onverminderd de verworven rechten als gedefinieerd in artikel 3quinquies.»; 2° in het tweede lid, inleidende zin, worden de woorden « Die tarieven en schalen » vervangen door de woorden « De tarieven en schalen van bijlage II ».

Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende : «

Art. 3ter.De ouderdoms- en overlevingsrenten waarin de wet van 17 juli 1963 voorziet en die gevormd worden met bijdragen en enige premies die gestort worden na 31 december 2006, worden berekend in overeenstemming met de tarieven en schalen van bijlage III, gevoegd bij dit besluit. »

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3quater ingevoegd, luidende : «

Art. 3quater.De tarieven en schalen van Bijlage III zijn op de volgende grondslagen gemaakt : a) jaarlijkse rentevoet : 3,75 %;b) sterftetafel MR voor de verzekeringen op het hoofd van mannelijke verzekerden en voor de bepaling van de basiskapitalen voor de vorming van overlevingsrenten;c) sterftetafel FR voor de verzekeringen op het hoofd van vrouwelijke verzekerden, en voor de bepaling van de basiskapitalen voor de vorming van overlevingsrenten;d) administratiebezwaring : 5 % van de stortingen. Bovendien is er rekening mee gehouden dat de renten per maandelijkse twaalfden postnumerando betaald worden. »

Art. 7.In hetzelfde besluit wordt een artikel 3quinquies ingevoegd, luidende : «

Art. 3quinquies.De verworven rechten met betrekking tot bijdragen en enige premies die werden gestort vóór 1 januari 2007, zijn : - voor de verzekerde die 55 jaar of ouder is op 31 december 2006 wordt de gecumuleerde rente berekend op de leeftijd die hij op die datum in jaren en maanden bereikt heeft met toepassing van de vóór 1 januari 2007 geldende tarieven en schalen; - voor de verzekerde die op 31 december 2006 jonger is dan 55 jaar wordt de gecumuleerde rente berekend op 55 jaar met toepassing van de vóór 1 januari 2007 geldende tarieven en schalen; - de verzekerde die ten laatste op 31 december 2006 voldoet aan de voorwaarden van leeftijd en verzekeringsduur, vastgesteld in artikel 20, § 1, derde en vierde lid, en § 2 van de genoemde wet van 17 juli 1963 zoals dit artikel van kracht was tot 31 december 2006, kan vóór 1 januari 2008 een aanvraag indienen om zijn ouderdomspensioen te laten ingaan ten laatste op 31 december 2007. De gecumuleerde rente wordt dan berekend op de leeftijd die hij op 31 december 2006 in jaren en maanden heeft met toepassing van de vóór 1 januari 2007 geldende tarieven en schalen. »

Art. 8.De in bijlage bij dit besluit gevoegde tarieven en schalen vormen de bijlage III van het genoemde besluit van 15 december 1970.

Art. 9.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2007.

Art. 10.Onze Minister van Pensioenen en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 december 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Pensioenen en Leefmilieu, B.TOBBACK De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

BIJLAGE III De hierna volgende tarieven en schalen vormen de bijlage III van het koninklijk besluit van 15 december 1970 tot vaststelling van de door het Pensioenfonds van de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid toe te passen tarieven en schalen : Tarief 1 (mannen) Op 65-jarige leeftijd ingaande ouderdomsrente, gevormd met een premie ineens van 1 euro (de renten zijn betaalbaar per twaalfden op het einde van iedere maand).

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) De in aanmerking te nemen leeftijd is het aantal jaren dat het dichtst gelegen is bij de juiste leeftijd op 1 januari van het jaar. Bijlage III Tarief 2 (mannen) Op eerstkomende verjaardag ingaande ouderdomsrente, gevormd met een premie ineens van 1 euro (de rente is betaalbaar per twaalfden op het einde van iedere maand).

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) De in aanmerking te nemen leeftijd is het aantal jaren dat tijdens het bedoelde jaar bereikt wordt. Bijlage III Tarief 3 (vrouwen) Op 65-jarige leeftijd ingaande ouderdomsrente, gevormd met een premie ineens van 1 euro (de renten zijn betaalbaar per twaalfden op het einde van iedere maand).

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) De in aanmerking te nemen leeftijd is het aantal jaren dat het dichtst gelegen is bij de juiste leeftijd op 1 januari van het jaar. Bijlage III Tarief 4 (vrouwen) Op eerstkomende verjaardag ingaande ouderdomsrente, gevormd met een premie ineens van 1 euro (de rente is betaalbaar per twaalfden op het einde van iedere maand).

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) De in aanmerking te nemen leeftijd is het aantal jaren dat tijdens het bedoelde jaar bereikt wordt. Bijlage III Schaal 1 Kapitaal dat op de ingangsdatum van een ouderdomsrente van 1 euro verzekerd is ter vorming van een overlevingsrente voor de langstlevende echtgeno(o)te met dezelfde leeftijd als de verzekerde.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De waarden van de schaal voor ingangsleeftijden van 55 jaar tot en met 59 jaar zijn enkel van toepassing met betrekking tot artikel 3quinquies, derde streepje, van dit besluit.

Bijlage III Schaal 2 Reductiecoëfficiënten waarmee de op 65-jarige leeftijd gevormde rente vermenigvuldigd wordt bij vervroegde uitkering.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De waarden van de schaal voor ingangsleeftijden van 55 jaar tot en met 59 jaar zijn enkel van toepassing met betrekking tot artikel 3quinquies, derde streepje, van dit besluit.

Bijlage III Schaal 3 Vermeerderingscoëfficiënten waarmee de verworven renten als gedefinieerd in artikel 3quinquies van dit besluit worden vermenigvuldigd om ze te berekenen ten aanzien van een spilleeftijd van 65 jaar, met toepassing van artikel 20, derde lid, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Na 65 jaar zijn geen verhogingen meer van toepassing Bijlage III Schaal 4 Deze schaal is enkel en alleen van toepassing indien de verzekerde na de leeftijd van 65 jaar ononderbroken bijdragen is blijven betalen met toepassing van artikel 20, zesde en zevende lid, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid.

Vermeerderingscoëfficiënten waarmee de ouderdomsrente vermenigvuldigd wordt wanneer ze na 65-jarige leeftijd ingaat; de ingangsdatum wordt, jaar na jaar, tot de volgende leeftijd achteruitgezet.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 5 (mannelijke verzekerden) Waarde van een rente van 1 euro per twaalfden betaalbaar op het einde van elke maand.

Deze schaal wordt gebruikt voor de berekening : a) van het kapitaal voor de vorming van een overlevingsrente van 1 euro voor de langstlevende echtgenote op het ogenblik waarop een verzekerde die ongehuwd is, langstlevende echtgenoot of uit de echt gescheiden, overlijdt, gesteld dat het overlijden vóór de ingangsdatum der ouderdomsrente komt;b) van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenote bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten, gesteld dat de verzekerde stierf voordat hij zijn ouderdomsrente trok. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage III Schaal 6 (vrouwelijke verzekerden) Waarde van een rente van 1 euro per twaalfden betaalbaar op het einde van elke maand.

Deze schaal wordt gebruikt voor de berekening : a) van het kapitaal voor de vorming van een overlevingsrente van 1 euro voor de langstlevende echtgenoot op het ogenblik waarop een verzekerde die ongehuwd is, langstlevende echtgenote of uit de echt gescheiden, overlijdt, gesteld dat het overlijden vóór de ingangsdatum der ouderdomsrente komt;b) van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenoot bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten, gesteld dat de verzekerde stierf voordat zij haar ouderdomsrente trok. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage III Schaal 7 (mannelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenote bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat hij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 7 (mannelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenote bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat hij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 7 (mannelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenote bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat hij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 7 (mannelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenote bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat hij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage III Schaal 7 (mannelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenote bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat hij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 8 (vrouwelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenoot bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat zij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 8 (vrouwelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenoot bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat zij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 8 (vrouwelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenoot bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat zij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 8 (vrouwelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenoot bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat zij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage III Schaal 8 (vrouwelijke verzekerden) Coëfficiënten voor de berekening van de overlevingsrente voor de langstlevende echtgenoot bij leeftijdsverschil tussen de echtgenoten wanneer de verzekerde overleden is nadat zij reeds een ouderdomsrente trok.

Het leeftijdsverschil wordt berekend op de ingangsdatum van de ouderdomsrente.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 28 december 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 1970 tot vaststelling van de door het Pensioenfonds van de dienst voor de overzeese sociale zekerheid toe te passen tarieven en schalen.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Pensioenen en Leefmilieu, B. TOBBACK De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^