Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 27 september 2026
gepubliceerd op 15 oktober 2026

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de Hoge Raad van Financiën

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2026007217
pub.
15/10/2026
prom.
27/09/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

27 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het voorliggend ontwerp van koninklijk besluit heeft als voornaamste doel de hervorming en versterking van het secretariaat van de permanente Afdeling financieringsbehoeften van de overheid van de Hoge Raad van Financiën (hierna genoemd "de Afdeling Financieringsbehoeften" of "de Afdeling"). Daarnaast wijzigt het ontwerp ook in beperkte mate de samenstelling van de Afdeling Financieringsbehoeften, zodat die in overeenstemming wordt gebracht met de internationale aanbevelingen inzake onafhankelijke begrotingsinstellingen (independent fiscal institutions, hierna "IFI's" genoemd).

Verschillende factoren rechtvaardigen een hervorming van het secretariaat van de Afdeling Financieringsbehoeften.

De voorbije jaren is het secretariaat structureel onderbemand geweest, waardoor de feitelijke werkzaamheden van de Afdeling Financieringsbehoeften beperkt moesten blijven tot het opstellen van de twee jaarlijkse verplichte adviezen, zoals voorzien in artikel 2, § 4, en artikel 4 van het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten tussen de federale Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur binnen de Economische en Monetaire Unie (hierna genoemd het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten).

Zelfs voor de uitvoering van deze minimale verplichtingen heeft de Afdeling Financieringsbehoeften een beroep moeten doen op externe

ondersteuning. Zo moest ze onder meer de hulp inroepen van experten van de Nationale Bank van België voor het opstellen van haar advies van 25 juli 2024 voor de verdeling van het door de Europese Commissie aan België overgemaakt referentiepad voor de periode 2025-2028/2031.

Bovendien voorziet het nieuwe Europese begrotingskader, zoals bepaald door Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten, Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad, en Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende de voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten, in vernieuwde en bijkomende taken voor de IFI's van de lidstaten. In het bijzonder kan verwezen worden naar artikel 8bis van de Richtlijn 2011/85/EU, dat de volgende taken opdraagt aan de IFI's: - het opstellen, beoordelen en bekrachtigen van jaarlijkse en meerjarige macro-economische prognoses; - het monitoren van de naleving van de landspecifieke cijfermatige begrotingsregels; - het uitvoeren van taken overeenkomstig artikel 11, artikel 15, lid 3, en artikel 23 van Verordening (EU) 2024/1263 en artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1467/97; het betreft hier met name de mogelijkheid die het nieuwe Europese begrotingskader biedt voor de lidstaten om hun IFI's te verzoeken (i) de macro-economische aannames te beoordelen die de basis vormen voor het netto-uitgavenpad in het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn, (ii) afwijkingen tussen begrotingsresultaten en het netto-uitgavenpad te beoordelen, en (iii) de door de overheid ondernomen actie in het kader van de buitensporigetekortenprocedure te beoordelen; - het beoordelen van de consistentie, samenhang en doeltreffendheid van het nationale begrotingskader; - het op uitnodiging deelnemen aan regelmatige hoorzittingen en debatten in het nationale parlement.

In België worden de functies van de IFI uitgeoefend door de volgende instellingen: het Federaal Planbureau en de Afdeling financieringsbehoeften van de overheid van de Hoge Raad van Financiën (HRF). Het Federaal Planbureau is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van economische vooruitzichten op middellange termijn in de veronderstelling dat de huidige beleidskeuzes behouden blijven. De Afdeling is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de

begrotingsnormen en kan, op eigen initiatief, adviezen formuleren. De Afdeling zou bijgevolg nieuwe opdrachten toegewezen krijgen zodra het

nieuwe Europese begrotingskader in Belgisch recht wordt omgezet door het sluiten van een nieuw samenwerkingsakkoord. De volledige lijst met opdrachten zou merkelijk uitgebreider zijn.

Gelet op het bovenstaande is het essentieel dat het secretariaat wordt versterkt. Dit is overigens een herhaalde aanbeveling aan België vanwege verschillende nationale en internationale instellingen, zoals van: - het IMF, in het document "Belgium. 2025 Article IV consultation - press release and staff report" (punt 21); - de Europese Commissie, in het Country Report 2024 over België (p. 16); - de Hoge Raad van Financiën, in het Advies voor de verdeling van het door de Europese Commissie aan België overgemaakt referentiepad voor de periode 2025-2028/2031 (p. 54).

Daarenboven hebben de Belgische regeringen er zich in hun (bij overlegcomité goedgekeurd) nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn, dat op 18 maart 2025 bij de Europese Commissie werd ingediend, toe verbonden om de budgettaire coördinatie tussen de verschillende overheden te versterken. Op 20 juni 2025 heeft de Raad van de EU het plan goedgekeurd, met onder meer de aanbeveling om "de herdefiniëring van de taken en versterking van de financiële en personeelscapaciteit van de Hoge Raad van Financiën", uit te voeren uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025. Deze hervorming is een onderdeel van een pakket hervormingen die ten grondslag ligt aan een verlenging van de budgettaire aanpassingsperiode van vier tot zeven jaar.

In dat kader voorziet het voorliggende ontwerp in het opheffen van de huidige beperkende voorwaarden inzake de samenstelling van het secretariaat, die het in de praktijk beletten om zijn kader in te vullen en over het nodige personeel te beschikken.

In een geest van efficiëntie en synergie met de andere instelling die deel uitmaakt van de Belgische IFI, stelt het ontwerp bovendien voor dat de verantwoordelijkheid voor het secretariaat van de Afdeling Financieringsbehoeften wordt toevertrouwd aan het Federaal Planbureau.

De personeelsmiddelen en de logistieke aspecten van het secretariaat, met inbegrip van het ter beschikking stellen van kantoren en vergaderzalen, komen aldus volledig voor rekening van het Federaal Planbureau.

Door het secretariaat onder te brengen in het Federaal Planbureau is kruisbestuiving mogelijk tussen de omvangrijke relevante expertise binnen het Federaal Planbureau enerzijds en het secretariaat van de Afdeling Financieringsbehoeften anderzijds. Dit leidt er ook toe dat

de Afdeling Financieringsbehoeften zelf geen personeels- en verloningsbeleid hoeft te voeren en zich kan toespitsen op haar kerntaken. Tot slot zal daar waar de samenstelling onderhevig was aan administratieve en te beperkende voorwaarden, de aanwerving door het Federaal Planbureau open en louter op basis van relevante vaardigheden plaatsvinden.

Wat de aanpassingen aan de samenstelling van de Afdeling betreft, voorziet het ontwerp in een verplichting om onder de leden een bepaald aantal academici aan te duiden. Het onderliggende doel hiervan is het bevorderen van professionele excellentie, objectiviteit en onafhankelijkheid van de Afdeling.

Tot slot voorziet het ontwerp dat de Voorzitter van de Afdeling door de Ministerraad wordt benoemd.

Commentaar van de artikelen

Artikel 1 Deze ontwerpbepaling brengt wijzigingen aan in de samenstelling van de Afdeling door artikel 6 van het KB van 23 mei 2018 te vervangen.

Vooreerst wordt verduidelijkt dat de Federale Regering drie leden kan voordragen. Al deze leden hebben stemrecht in de Afdeling. Er zij op gewezen dat de benoemingsbesluiten worden voorbereid en ondertekend door de Ministers van Financiën en van Begroting.

Er werd gevolg gegeven aan het advies van de Raad van State om de voordracht van de leden van de Afdeling door de Nationale Bank opnieuw in overeenstemming te brengen met artikel 49, § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Bijgevolg blijft artikel 6, tweede lid, 1°, a), van het koninklijk besluit ongewijzigd.

Er werd eveneens gevolg gegeven aan het advies van de Raad van State om in artikel 6, tweede lid, 1°, b) te verduidelijken dat de door de federale Regering voorgedragen leden een vertegenwoordiger van de Minister van Financiën omvatten.

De suggestie van de Raad van State om een lid van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en een lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie als waarnemers toe te voegen werd niet weerhouden om te voorkomen dat de werking ervan te ingewikkeld wordt.

De door de Nationale Bank en de door iedere Regering voorgedragen leden met stemrecht moeten minstens één hoogleraar of emeritus hoogleraar aan een universiteit of hogeschool omvatten; het kan gaan om een academicus in de Vlaamse of Franse Gemeenschap, een persoon met een equivalente academische graad aan een buitenlandse universiteit of hogeschool of een persoon waarvan de beroepservaring daaraan gelijkwaardig kan worden beschouwd, mits de voorgedragen persoon over een relevante ervaring beschikt van tenminste 10 jaar op financieel, budgettair of economisch vlak. Deze wijziging beoogt de professionele excellentie, objectiviteit en onafhankelijkheid van de Afdeling te verzekeren, in lijn met wat het geval is in andere Europese IFI's.

De Afdeling wordt op taalvlak paritair samengesteld.

Tot slot werd ervoor gekozen om een zetel zonder stemrecht toe te kennen aan het Federaal Planbureau.

De toevoeging van dit lid moet ervoor zorgen dat het Federaal Planbureau, dat belast is met het secretariaat, zo goed mogelijk geïnformeerd is over wat tijdens de vergaderingen van de Afdeling wordt besproken. Het moet het Federaal Planbureau toelaten om desgewenst tijdens die vergaderingen sneller of accurater feedback te geven aan de andere leden over kwesties van technische en methodologische aard en over de haalbaarheid van bepaalde kwesties.

Artikel 2 Deze ontwerpbepaling brengt wijzigingen aan wat de benoeming en kwalificaties van de Voorzitter en de Vice-voorzitter van de Afdeling betreft, door artikel 8 van het KB van 23 mei 2018 te vervangen.

De Voorzitter van de Afdeling dient niet langer afkomstig te zijn uit de rangen van de Nationale Bank van België. De Koning benoemt de Voorzitter van de Afdeling onder de leden van de Afdeling die stemrecht hebben.

De Vicevoorzitter wordt op zijn beurt door de leden verkozen onder de leden van de Afdeling die stemrecht hebben. De Vicevoorzitter dient evenwel tot een andere taalrol te behoren dan de Voorzitter. Bovendien moet ervoor gezorgd worden dat wanneer de Voorzitter verkozen wordt onder de leden voorgedragen door de Federale Regering en de Nationale Bank, de Vice-voorzitter verkozen wordt uit de leden voorgedragen door de regeringen van de deelentiteiten, en omgekeerd.

Daarnaast wordt verduidelijkt dat de Voorzitter en Vice-voorzitter van de Afdeling vrij moeten kunnen communiceren over het gevoerde budgettaire beleid, zowel intern als naar de buitenwereld toe, en dit op een onafhankelijk wijze zonder op enigerlei wijze te worden beperkt door de functies die zij buiten de Afdeling uitoefenen. Aldus wordt bevestigd dat er geen hiërarchische verhouding bestaat tussen de uitvoerende macht en dat de Voorzitter en de Vice-voorzitter in volledige vrijheid en onafhankelijkheid kunnen communiceren met de media, alle belanghebbenden en met de maatschappij in het algemeen.

Zij moeten immers sterk aanwezig kunnen zijn in het publieke debat.

IFI's moeten immers in staat zijn om de publieke opinie op een daadkrachtige en effectieve wijze te informeren, wat de overheid er vervolgens kan toe aanzetten om een transparant en verantwoordelijk budgettair beleid te voeren. Deze vereisten benadrukken aldus de door artikel 8bis van Richtlijn 2011/85/EU gevraagde onafhankelijkheid van de IFI's, en geven uiting aan Principe 8 van de OESO principes inzake de onafhankelijkheid van IFI's: "IFI's dienen vanaf het begin effectieve communicatiekanalen te ontwikkelen, met name met de media, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden. Aangezien de invloed van IFI's op de fiscale beleidsvorming overtuigend is (in plaats van dwingend door middel van juridische sancties of andere strafmaatregelen), draagt media-aandacht voor hun werk bij aan het stimuleren van geïnformeerde kiezers, die vervolgens tijdig druk kunnen uitoefenen op de overheid om zich transparant en verantwoordelijk te gedragen in fiscale aangelegenheden".

De Vice-voorzitter moet behoren tot een andere taalrol dan de Voorzitter.

Artikel 3 Deze ontwerpbepaling brengt een wijziging aan in artikel 9 van het KB van 23 mei 2018, wat de werking van de Afdeling betreft.

De Afdeling moet in staat zijn om alle nodige toelichtingen te verstrekken over de door haar toegepaste en gebruikte methodologieën, gegevens en procedures. De ontwerpbepaling geeft aldus gevolg aan de richtlijn van de OESO volgens dewelke IFI's zo transparant mogelijk moeten handelen. Volledige transparantie over toegepaste en gebruikte methodes, data en processen versterkt de onafhankelijkheid van een IFI en laat hen toe om geloofwaardigheid op te bouwen ten aanzien van de verschillende belanghebbenden. Zie OESO, Recommendation of the Council on Principles for Independent Fiscal Institutions, principle 7. Eén en ander impliceert evenwel niet dat de Afdeling de individuele gegevens waarop zij zich baseert zonder meer zou mogen meedelen aan derden. Terzake dienen de regels inzake het beroeps- of statistisch geheim evenals inzake de verwerking van persoonsgegevens te allen tijde nageleefd te worden.

Artikel 4 Aangezien het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie zal vervangen worden, wordt voorgesteld voortaan te verwijzen naar een samenwerkingsakkoord in deze materie, zonder vermelding van de datum.

Er wordt geen gevolg gegeven aan het advies van de Raad van State om artikel 4 weg te laten. De Regering wenst immers de nodige soepelheid te creëren wat de invulling van de opdrachten van de Afdeling betreft, en dit te laten afhangen van het samenwerkingsakkoord dat op een gegeven moment van kracht is. Dit impliceert dat het akkoord van 13 december 2013 relevant blijft tot het vervangen wordt door een ander akkoord.

Artikel 5 Deze ontwerpbepaling voegt een nieuw artikel 11/1 in in het KB van 23 mei 2018.

De bepaling betreffende de begrotingsmiddelen van de Afdeling bevindt zich momenteel in paragraaf 6 van artikel 12. Die bepaling staat echter in afdeling 3, die specifiek betrekking heeft op het secretariaat van de Afdeling financieringsbehoeften.

Om redenen van coherentie wordt deze bepaling daarom verplaatst naar een nieuw artikel 11/1, in afdeling 2, die meer algemeen betrekking heeft op de werking en de taken van de Afdeling financieringsbehoeften.

De Afdeling moet over de nodige middelen beschikken voor de uitvoering van haar opdrachten, zoals desgevallend de toekenning van presentiegeld en de terugbetaling van werkelijke onkosten aan de leden van de Afdeling.

Bij de redactie werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State, in het bijzonder het schrappen van het oorspronkelijke voorstel om de nodige kredieten voor de werking van de Afdeling jaarlijks in de begroting op te nemen onder een afzonderlijk programma binnen de sectie 07. De Raad wijst er immers op dat het aan de begrotingswetgever staat om de nodige kredieten voor de werkwijze van de Afdeling toe te kennen en te beslissen in welke afdeling van de algemene uitgavenbegroting die kredieten moeten worden ingeschreven.

Artikel 6 Aangezien het Federaal Planbureau de Afdeling Financieringsbehoeften niet alleen ondersteunt door het secretariaat ervan waar te nemen maar bijv. ook door vergaderruimte ter beschikking te stellen, wordt voorgesteld het opschrift van afdeling 3 in die zin te verduidelijken.

Artikel 7 Deze ontwerpbepaling brengt wijzigingen aan wat de inrichting, organisatie en werking van het secretariaat van de Afdeling betreft, door artikel 12 van het KB van 23 mei 2018 te vervangen.

Het Federaal Planbureau wordt voortaan belast met het secretariaat van de Afdeling, om de redenen die in de algemene toelichting hierboven reeds werden aangehaald.

De leden van het secretariaat worden aangeworven door het Federaal Planbureau en zijn onderworpen aan het personeelsstatuut ervan.

Het bepaalde onder de paragrafen 2, 3, 4, 6 en 7 kan worden opgeheven aangezien het secretariaat voortaan volledig geïntegreerd wordt in het Federaal Planbureau. Werkingsmiddelen, loonkosten en kantoorruimte voor het secretariaat evenals de terbeschikkingstelling van vergaderruimte aan de Afdeling dienen gedekt te worden door de middelen die ter beschikking zullen worden gesteld aan het Federaal Planbureau.

De Voorzitter van de Afdeling dient er over te waken dat de complexiteit en timing van de aan het secretariaat gevraagde opdrachten steeds in verhouding staat tot de aan het Federaal Planbureau toegekende middelen.

Bij de redactie werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State, in het bijzonder het schrappen van het oorspronkelijke voorstel dat het Federaal Planbureau over de nodige middelen moet beschikken voor de uitvoering van diens taken door middel van een dotatieverhoging. De Raad wijst er immers op dat het de begrotingswetgever is die, desnoods door middel van een dotatieverhoging voor het Federaal Planbureau, de kredieten moet verstrekken die nodig zijn voor de werking van dat bureau.

Artikel 8 Deze ontwerpbepaling wordt wetgevingstechnisch aangepast aan de wijzigingen die in artikel 6 zijn aangebracht, teneinde de aanwezigheid van de vertegenwoordiger van de Minister van Financiën in het bureau van de Hoge Raad van Financiën te behouden. Aldus werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State.

Artikel 9 Er wordt voorgesteld de wijzigingen in de samenstelling van de Afdeling Financieringsbehoeften en inzake de verkiezing van de

Voorzitter en van de Vice-voorzitter pas in werking te laten treden met ingang van 1 september 2028. Het mandaat van de huidige leden van de Afdeling eindigt immers op die datum, en op die manier wordt de continuïteit van de Afdeling niet in gevaar gebracht.

De andere wijzigingen kunnen in werking treden volgens het gemeenrechtelijke regime, dit wil zeggen tien dagen na publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad. In antwoord op de opmerkingen van de Raad van State, kan verduidelijkt worden dat dit ook geldt voor de samenstelling van het secretariaat van de Afdeling. Er wordt niet in een overgangsregeling voorzien en het secretariaat dient vanaf de inwerkingtreding van het koninklijk besluit volgens de nieuwe samenstelling te functioneren.

Dit is, Sire, de draagwijdte van het besluit dat U wordt voorgelegd, Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. JAMBON


Advies 79.673/2/v van 5 augustus 2026 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de hoge raad van financiën' Op 29 juni 2026 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice eersteminister en Minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen verzocht binnen een termijn van dertig dagen van rechtswege (*) verlengd tot 13 augustus 2026 een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën'.

Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 4 augustus 2026. De kamer was samengesteld uit Patrick Ronvaux, kamervoorzitter, Christine Horevoets en Dimitri Yernault, staatsraden, Philippe De Bruycker, assessor, en Béatrice Drapier Facco, griffier. Het verslag is uitgebracht door Timo Tallgren, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Patrick Ronvaux.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 5 augustus 2026.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving zich, overeenkomstig artikel 84, § 3, van de gecoördineerde wetten, voornamelijk tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, de rechtsgrond en de vraag of de voorgeschreven vormvereisten zijn vervuld.

Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. Het ontworpen artikel 12 van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten `betreffende de Hoge Raad van Financiën' (artikel 7 van het ontwerp), dat het Federaal Planbureau belast met het beheer van het secretariaat van de "Afdeling financieringsbehoeften van de overheid" (hierna: de "Afdeling"), ontleent zijn rechtsgrond aan artikel 108 van de Grondwet (dat de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning verankert), in combinatie met artikel 127 van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1994 pub. 07/03/2012 numac 2012000130 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale en diverse bepalingen . - Duitse vertaling van uittreksels sluiten `houdende sociale en diverse bepalingen'. De voornoemde grondwetsbepaling moet in een nieuw eerste lid worden vermeld.

Er moet ook een nieuw lid worden toegevoegd waarin naar artikel 127 van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1994 pub. 07/03/2012 numac 2012000130 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale en diverse bepalingen . - Duitse vertaling van uittreksels sluiten wordt verwezen. 2. Het samenwerkingsakkoord dat in het derde lid wordt vermeld, vormt geen rechtsgrond voor het ontwerp. Gelet op het belang van dat samenwerkingsakkoord moet het als overweging worden vermeld. Men dient het dan na de aanhefverwijzingen te vermelden, met opgave van de datum en het volledige opschrift.

Dispositief

Artikel 1 Ontworpen artikel 6 1. Zoals de gemachtigde heeft beaamd, moet het dispositief van het ontworpen artikel 6, eerste lid, worden herzien zodat het duidelijk bepaalt dat de voorzitter een van de twaalf leden van de Afdeling is.2. In artikel 49, § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten' wordt het volgende bepaald: "Binnen de Hoge Raad van Financiën richt de Koning een afdeling `Financieringsbehoeften van de overheid' op.Deze afdeling telt twaalf leden, aangeduid door de Koning, op grond van hun bijzondere bevoegdheid en ervaring op financieel-economisch gebied, op voordracht van de Ministers van Financiën en van Begroting. De helft van de leden wordt voorgedragen op voorstel van de Executieven. De andere helft omvat de vertegenwoordiger van de Minister van Financiën in het bureau van deze Raad, alsook drie leden voorgesteld door de Nationale Bank van België, waaronder de vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België in het genoemde bureau. De afdeling telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. De Koning regelt de samenstelling en werking van de afdeling evenals het stelsel van de onverenigbaarheden bij een in Ministerraad overlegd besluit, genomen na advies van de Executieven." De ontworpen bepaling legt die machtiging ten uitvoer, maar is in meerdere opzichten problematisch. 1° Het ontworpen tweede lid, 1°, a), bepaalt dat van de "zes leden door [de Koning] benoemd wegens hun bijzondere onderlegdheid en ervaring op financieel, budgettair en economisch gebied", drie leden worden benoemd "op voordracht van de Nationale Bank van België, waarvan één afkomstig is van het Federaal Planbureau".Artikel 49, § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, dat die bepaling een rechtsgrond verschaft, bepaalt echter dat "drie leden [worden] voorgesteld door de Nationale Bank van België, waaronder de vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België in het genoemde bureau", in dit geval in het bureau van de Hoge Raad van Financiën.

Het dispositief moet worden herzien zodat het overeenstemt met zijn rechtsgrond. 2° Aan de gemachtigde is gevraagd hoe, gelet op de formulering van het ontworpen artikel 6, tweede lid, 1°, b), zal worden gegarandeerd dat er een vertegenwoordiger van de minister van Financiën in het bureau van de Raad aanwezig is, zodat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 49, § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.De gemachtigde heeft het volgende geantwoord: "Nous proposons: - d'ajouter `en ce compris un représentant du Ministre des Finances' à l'article 6, alinéa 2, 1°, b), en projet; - de remplacer l'article 19, 4°, en projet par `du représentant du Ministre des Finances' visé à l'article 6, alinéa 2, 1°, b), nommé par Nous sur proposition du Ministre des Finances et du Ministre du Budget." Het dispositief moet worden herzien op de manier die de gemachtigde voorstelt. 3. De afdeling Wetgeving is zich ten volle bewust van het delicate evenwicht dat de Koning in acht moet nemen bij de samenstelling van de Afdeling en vraagt zich dan ook af of de aanwezigheid van waarnemers

die zijn aangewezen door het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en door het College van de Franse Gemeenschapscommissie - in zoverre dat laatstgenoemde bevoegdheden uitoefent die door de Franse Gemeenschap zijn gedelegeerd op grond van artikel 138 van de Grondwet - niet zou kunnen worden geregeld naar het voorbeeld van wat de ontworpen bepaling voorziet voor de Duitstalige Gemeenschap, zonder afbreuk te doen aan de taalpariteit die wordt vereist door artikel 49, § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. In advies 72.753/2 van 16 januari 2023 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 16 februari 2023Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/02/2023 pub. 13/03/2023 numac 2023040902 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten `tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën', dat weliswaar geen verband hield met de Afdeling als zodanig maar op een andere afdeling van de Hoge Raad voor Financiën, wordt het volgende opgemerkt: "3. De steller van het ontwerp mag niet over het hoofd zien dat, wanneer het deelentiteiten toegestaan is deel te nemen aan de activiteiten van een federale instantie, die mogelijkheid moet openstaan voor alle deelentiteiten die ten aanzien van de opdracht van het adviesorgaan over relevante bevoegdheden beschikken. (1) Gelet op de opdrachten die het voorliggende ontwerp toevertrouwt aan de Studiecommissie voor overheidsinvesteringen, moeten in het ontworpen artikel 19/1, zesde lid, de woorden `De gemeenschappen en gewesten' vervangen worden door de woorden `De deelentiteiten', zodat ook de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie worden bedoeld." Er wordt echter op gewezen enerzijds dat de eventuele leningmogelijkheid van die twee deelentiteiten in voorkomend geval kan worden afgebakend op grond van artikel 49, § 7, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, en anderzijds dat die twee deelentiteiten nu reeds ondertekenaars zijn van het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies `betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie'.

Artikel 2 Ontworpen artikel 8 1. Artikel 49, § 6, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bepaalt dat de leden van de Afdeling worden aangeduid door de Koning. Hetzelfde artikel bepaalt voorts dat ze worden aangeduid op voordracht van de ministers van Financiën en van Begroting. Zoals het ontworpen artikel 8 momenteel gesteld is, lijkt het van die machtiging af te wijken (en een procedure in te stellen die zich onderscheidt van die waarin het ontworpen artikel 6 voorziet) door de aanduiding van de voorzitter van de Afdeling veeleer aan de Ministerraad dan aan de Koning toe te vertrouwen.

De gemachtigde heeft beaamd dat het ontworpen artikel 8, eerste lid, dan ook beter als volgt dient te worden gesteld: "De Koning duidt de voorzitter van de Afdeling aan op voordracht van de ministers van Financiën en van Begroting en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad." 2. Het ontworpen artikel 8 legt geen enkele regel vast voor de aanduiding van de vicevoorzitter van de Afdeling.Op de vraag hoe en volgens welke nadere regels hij zal worden aangeduid, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "Nous confirmons qu'aucune modalité de désignation du vice-président de la section n'a été prévue jusqu'à présent. Un tel ajout est dès lors considéré comme utile (les modalités seront débattues lors de la deuxième lecture du projet d'arrêté royal)." Het dispositief moet dienovereenkomstig worden aangevuld. 3. Artikel 8 betrok de gemeenschappen en de gewesten vroeger bij de procedure tot aanduiding van de voorzitter van de Afdeling door als voorwaarde te stellen dat het advies van de gewest- en gemeenschapsministers van Begroting en van Financiën diende te worden ingewonnen.Op de vraag waarom hun advies vanaf nu niet meer zou worden ingewonnen, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "La modification vise à alléger la procédure de nomination du président de la section (sélectionné parmi les membres de la section) sans toutefois remettre en cause le rôle des entités fédérées dans la désignation de la moitié des membres de la section." 4. Op de vraag wat de in het ontworpen artikel 8, tweede lid, beoogde toevoeging vanuit positiefrechtelijk oogpunt inhoudt voor de huidige situatie van de voorzitter en de vicevoorzitter en meer bepaald of zij thans beperkt worden in hun mogelijkheid om vrij en onafhankelijk te communiceren en zonder beperking omwille van de functies die zij ergens anders uitoefenen, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "L'ajout prévu à l'alinéa 2 de l'article 8 en projet a été rédigé dans le but de renforcer encore l'indépendance de la Section, notamment par rapport au pouvoir exécutif, conformément aux recommandations internationales en matières d'IFI.Il confirme l'absence de rapport hiérarchique entre l'exécutif et la Section. Compte tenu du changement apporté à la procédure de nomination du président de la section, il nous semble utile de maintenir l'article 8, alinéa 2, même si l'article 9, alinéa 3, de l'arrêté royal souligne déjà l'importance de l'indépendance." Het verdient aanbeveling die toelichting op te nemen in het verslag aan de Koning.

Artikel 4 Ontworpen artikel 10 Op de vraag of artikel 4 niet dient te worden weggelaten, aangezien het voortijdig samenwerkingsakkoord momenteel geen enkel juridisch bestaansrecht heeft, en op de vraag of het ontwerp van samenwerkingsakkoord waarvan gewag wordt gemaakt het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten zal opheffen, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "Un nouvel accord de coopération est en cours de finalisation et il abrogera effectivement l'accord de 2013. La nouvelle formulation plus neutre ne pose à notre estime pas de problème juridique puisque tant que le nouvel accord de coopération ne sera pas entré en vigueur, l'accord du 13 décembre 2013 subsistera. L'article 10, alinéa 3 de l'AR ne renverra donc jamais vers un accord de coopération inexistant." Zolang het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten niet is opgeheven en vervangen dient de verwijzing ernaar te worden behouden, gelet op de juridische draagwijdte ervan en de specifieke plaats die het heeft in het positief recht wat betreft de inachtneming van het recht van de Europese Unie met betrekking tot het tekort en de schuld in de sector van de Belgische overheidsdiensten.

Artikel 4 moet bijgevolg worden weggelaten.

Artikel 5 Ontworpen artikel 11/1 In advies 72.753/2 over een soortgelijke bepaling heeft de afdeling Wetgeving het volgende opgemerkt: "Het ontworpen vierde lid bepaalt: `De nodige kredieten voor de werking van de Commissie en het secretariaat worden jaarlijks in de begroting opgenomen onder een afzonderlijk programma binnen de sectie 07. Zij kunnen met name worden gebruikt ter betaling van de lonen van de leden van het secretariaat die door een instelling in dienst worden genomen of gedetacheerd, en van de uitbesteding van studieopdrachten.' Die bepaling is niet toelaatbaar.

Het staat namelijk aan de begrotingswetgever in voorkomend geval de nodige kredieten voor de werkwijze van de Commissie toe te kennen en te beslissen in welke afdeling van de algemene uitgavenbegroting die kredieten moeten worden ingeschreven. (2) Het ontworpen vierde lid moet dus worden weggelaten." (3) Een dergelijke opmerking kan ook worden gemaakt over het ontworpen tweede lid. Dit lid moet dus om dezelfde redenen worden weggelaten.

Artikel 7 Ontworpen artikel 12 1. Het ontworpen artikel 12, § 4, bepaalt dat de dotatie van het Federaal Planbureau zal worden verhoogd met het oog op de uitvoering van de opdrachten die eraan worden toevertrouwd bij het ontworpen artikel 12. Het is de begrotingswetgever die, desnoods door middel van een dotatieverhoging voor het Federaal Planbureau, de kredieten moet verstrekken die nodig zijn voor de werking van dat bureau.

Paragraaf 4 moet dan ook worden weggelaten. 2. Luidens het ontworpen artikel 12, § 1, wordt de Afdeling bijgestaan door een secretariaat "dat beheerd wordt door het Federaal Planbureau". Naar aanleiding van een vraag over de procedure voor de aanwerving van de leden van het secretariaat, over het statuut van deze laatsten (statutaire ambtenaar of aangeworven bij arbeidsovereenkomst), over de wijze waarop ze zullen worden vergoed en in het algemeen of de ontworpen bepaling niet dient te worden herzien naar het voorbeeld van artikel 19/11 en de opmerkingen die de afdeling Wetgeving in advies 63.292/2 van 3 mei 2018 heeft gemaakt over het ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "Nous proposons de préciser dans l'arrêté que le bureau fédéral du plan est libre de constituer le secrétariat comme il l'entend et que les membres seront engagés sous le statut du personnel du Bureau fédéral du Plan tel que fixé dans l'arrêté royal du 9 juin 1971 et moyennant la procédure habituelle de recrutement.

Le BFP a été présenté par la Belgique comme Institution budgétaire indépendante (Independent Fiscal Institution ou `IFI'), au même titre que le Conseil Supérieur des Finances, section besoin de financement.

Le BFP ayant reçu la mission d'assurer le secrétariat de la section besoin de financement du Conseil Supérieur des Finances, ce sont les procédures, statuts et échelles de rémunération du personnel existants qui seront d'application." De voorliggende bepaling moet dus worden aangevuld teneinde duidelijker te stellen dat de leden van het secretariaat onder het op het Federaal Planbureau toepasselijke personeelsstatuut zullen vallen zoals dat vastgelegd is in het koninklijk besluit van 9 juni 1971 `houdende statuut van het personeel van het Planbureau'.

Artikelen 7 en 9

Artikel 12, § 4, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten luidt momenteel als volgt: "De voorgedragen leden van het secretariaat worden, na eensluidend advies van de Voorzitter van de Afdeling, gezamenlijk aangewezen door de Minister van Financiën en de Minister van Begroting. Zij worden gedurende vijf jaar ter beschikking gesteld van het secretariaat. Deze aanwijzing is hernieuwbaar." Krachtens artikel 9 van het ontwerp is de inwerkingtreding van de artikelen 1 en 2 van het ontwerp vastgesteld op 1 september 2028. Die bepalingen hebben betrekking op de aanduiding van de leden van de Afdeling. Bij ontstentenis van een specifieke regel van inwerkingtreding, zal artikel 7 dat strekt tot wijziging van de regels betreffende het secretariaat tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad in werking treden.

Gelet op het feit dat de ontworpen bepaling zal leiden tot een grondige wijziging van de regels inzake de samenstelling van het secretariaat, rijst de vraag of niet zou moeten worden voorzien in een overgangsregeling voor de huidige leden van het secretariaat die zijn aangeduid voor een termijn van vijf jaar.

Het dispositief moet op dat punt opnieuw worden onderzocht.

Artikel 8 Ontworpen artikel 19 Zoals de gemachtigde heeft beaamd en zoals in opmerking 2 over artikel 1 eveneens wordt vermeld, moet het ontworpen artikel 19, 4°, als volgt worden vervangen: "de vertegenwoordiger van de Minister van Financiën bedoeld in artikel 6, tweede lid, 1°, b), door Ons daartoe aangeduid op voordracht van de Minister van Financiën en de Minister van Begroting".

De griffier, B. Drapier Facco De voorzitter, P. Ronvaux _______ Nota (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juni en 15 augustus. (1) Voetnoot 5 van het geciteerde advies: Zie inzonderheid advies 39.922/2 van 27 februari 2006 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 3 april 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/04/2006 pub. 13/04/2006 numac 2006003239 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten `betreffende de Hoge Raad van Financiën'. (2) Voetnoot 11 van het geciteerde advies: Zie in dezelfde zin advies 48.382/4 van 30 juni 2010 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende oprichting van een Permanente Commissie voor de opvolging van het verwijder- en terugkeerbeleid voor vreemdelingen'. (3) Advies 72.573/2 van 16 januari 2023 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 16 februari 2023Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/02/2023 pub. 13/03/2023 numac 2023040902 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten `tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën', opmerking 5 over het ontworpen artikel 19/11.


27 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, artikel 49, § 6;

Gelet op het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën;

Gelet op artikel 127 van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1994 pub. 07/03/2012 numac 2012000130 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale en diverse bepalingen . - Duitse vertaling van uittreksels sluiten houdende sociale en diverse bepalingen;

Gelet op het advies van 18 mei 2026 van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;

Gelet op het advies van 4 juni 2026 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het advies van 5 juni 2026 van de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;

Gelet op het advies van 5 juni 2026 van de Vlaamse Regering;

Gelet op het advies van 9 juni 2026 van de Regering van de Franstalige Gemeenschap;

Gelet op het advies van 11 juni 2026 van de Waalse Regering;

Gelet op het advies van 18 juni 2026 van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 september 2025;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 20 oktober 2025;

Gelet op het advies n° 79.673/2/V van de Raad van State, gegeven op 5 augustus 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de vrijstelling van de impactanalyse ingevolge artikel 8, § 1, 4°, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Overwegende dat op 13 december 2013 een samenwerkingsakkoord werd gesloten tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de economische governance;

Op de voordracht van de Minister van Financiën en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 6 van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën sluiten betreffende de Hoge Raad van Financiën wordt als volgt vervangen: "

Art. 6.De Afdeling is samengesteld uit twaalf leden met stemrecht, onder wie de Voorzitter en de Vicevoorzitter bedoeld in artikel 8, door Ons op voordracht van de Minister van Financiën en van de Minister van Begroting benoemd.

De twaalf leden bestaan uit: 1° zes leden door Ons benoemd wegens hun bijzondere onderlegdheid en ervaring op financieel, budgettair en economisch gebied: a) drie leden op voordracht van de Nationale Bank van België;b) drie leden op voordracht van de federale Regering, waaronder een vertegenwoordiger van de Minister van Financiën;2° zes leden door Ons benoemd wegens hun bijzondere onderlegdheid en ervaring op financieel, budgettair en economisch gebied, op voordracht van de Minister van Financiën en van de Minister van Begroting en op voordracht van de regeringen van de gemeenschappen en van de gewesten, onder wie: a) twee leden op voordracht van de Vlaamse Regering;b) één lid op voordracht van de Regering van de Franse Gemeenschap;c) één lid op voordracht van de Regering van het Waalse Gewest;d) twee leden op voordracht van de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarvan een lid tot de Franse taalrol en het andere tot de Nederlandse taalrol behoort. Ieder van de voordrachten bedoeld in het voorgaande lid, punt 1°, a) en b) en punt 2°, a), b), c) en d) omvat minstens één hoogleraar of emeritus hoogleraar aan een universiteit of hogeschool in de Vlaamse of Franse Gemeenschap of een persoon met een gelijkwaardige academische graad aan een buitenlandse universiteit of hogeschool of een persoon waarvan de beroepservaring daaraan gelijkwaardig kan worden beschouwd, en met een relevante ervaring van tenminste 10 jaar op financieel, budgettair of economisch vlak.

De helft van de twaalf leden met stemrecht behoren tot de Franse taalrol, de andere helft tot de Nederlandse taalrol.

De Afdeling wordt aangevuld met twee leden door Ons benoemd, respectievelijk op voordracht van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap en het Federaal Planbureau. Deze leden wonen de vergaderingen bij met raadgevende stem.

Het mandaat van de leden van de Afdeling duurt vijf jaar. Het kan worden vernieuwd.".

Art. 2.Artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit wordt als volgt vervangen: "

Art. 8.De Koning wijst, op voordracht van de Minister van Financiën en de Minister van Begroting, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de Voorzitter van de Afdeling aan onder de leden bedoeld in artikel 6, tweede lid.

De leden verkiezen de Vicevoorzitter onder de leden bedoeld in artikel 6, tweede lid, die tot een andere taalrol behoren dan die waartoe de Voorzitter behoort.

De Voorzitter en de Vicevoorzitter mogen niet tegelijk behoren tot de leden bedoeld in artikel 6, tweede lid, 1° dan wel in artikel 6, tweede lid, 2°.

De Voorzitter en Vicevoorzitter van de Afdeling moeten over het gevoerde budgettaire beleid vrij en onafhankelijk en zonder enige beperking wegens zijn of haar functies buiten de Afdeling, kunnen communiceren met alle belanghebbenden, de media en de maatschappij in het algemeen.".

Art. 3.Artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met een vierde lid, luidende: "De Afdeling verstrekt in de documenten die zij opstelt en op haar website de nodige toelichting bij de door haar gebruikte of toegepaste methodologie, gegevens en procedures.".

Art. 4.In artikel 10, derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "het samenwerkingsakkoord van 13 december 2013Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 13/12/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013206878 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister, federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen, de Gewesten en de Gemeenschapscommissies betreffende de uitvoering van artikel 3, § 1, van het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie sluiten" vervangen door de woorden "een samenwerkingsakkoord".

Art. 5.In hoofdstuk II, afdeling 2, van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende: "

Art. 11/1.De Afdeling beschikt over voldoende middelen om haar taken te vervullen.".

Art. 6.In hoofdstuk II van hetzelfde koninklijk besluit wordt het opschrift van afdeling 3 aangevuld met de woorden "en ondersteuning door het Federaal Planbureau".

Art. 7.Artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit wordt als volgt vervangen: "

Art. 12.§ 1. De Afdeling wordt bijgestaan door een secretariaat dat beheerd wordt door het Federaal Planbureau en waarvan de personeelsleden onderworpen zijn aan het personeelsstatuut zoals vastgesteld bij het koninklijk besluit van 9 juni 1971 houdende het statuut van het personeel van het Federaal Planbureau. § 2. Het secretariaat is belast met het bijstaan van de Afdeling en de eventuele werkgroepen bedoeld in artikel 20. Daartoe beschikt het secretariaat over voldoende expertise inzake het begrotingsbeleid en de overheidsfinanciën van de federale overheid en de deelstaten. § 3. Het Federaal Planbureau stelt gratis kantoor- en vergaderruimte ter beschikking van de Afdeling.".

Art. 8.In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het bepaalde onder 4° als volgt vervangen: "4° de in artikel 6, tweede lid, 1°, b), bedoelde vertegenwoordiger van de Minister van Financiën, door Ons benoemd op voordracht van de federale Regering;".

Art. 9.Artikel 1 treedt in werking op 1 september 2028.

Artikel 2 treedt in werking op 1 september 2028.

Gegeven te Brussel, 27 september 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. JAMBON


^