Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 27 juni 2016
gepubliceerd op 08 augustus 2016

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 oktober 2006 betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma

bron
federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
numac
2016018249
pub.
08/08/2016
prom.
27/06/2016
ELI
eli/besluit/2016/06/27/2016018249/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

27 JUNI 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/10/2006 pub. 27/10/2006 numac 2006023092 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma sluiten betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Grondwet, artikel 108;

Gelet op de Dierengezondheidswet van 24 maart 1987, artikel 15, 1° en 2°, gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007, artikel 16, tweede lid en artikel 18bis, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 1 maart 2007;

Gelet op de wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, artikel 4, §§ 1 en 2, en § 3, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003 en artikel 5, tweede lid, 13, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 6 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/10/2006 pub. 27/10/2006 numac 2006023092 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma sluiten betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma;

Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid op 13 oktober 2015;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 10 november 2015 Gelet op het advies 59.275/3 van de Raad van State, gegeven op 11 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan, laatst gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 176/2012 van de Commissie van 1 maart 2012 tot wijziging van de bijlagen B, C en D bij Richtlijn 90/429/EEG van de Raad wat betreft de veterinairrechtelijke voorschriften voor brucellose en de ziekte van Aujeszky en bij uitvoeringsbesluit 2012/137/EU van de Commissie van 1 maart 2012 betreffende de invoer van sperma van varkens in de Unie.

Dit besluit voorziet tevens in de omzetting van bijlage III van de beschikking 2008/185/EG van de Commissie van 21 februari 2008 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor het intracommunautaire handelsverkeer van varkens, en betreffende criteria voor de over deze ziekte te verstrekken gegevens. HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen

Art. 2.Artikel 1, 15° van het koninklijk besluit van 6 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/10/2006 pub. 27/10/2006 numac 2006023092 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma sluiten betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma wordt vervangen als volgt : "15° Minister : de minister die de veiligheid van de voedselketen onder zijn bevoegdheid heeft."

Art. 3.In bijlage I, Hoofdstuk I, "Sanitaire voorwaarden voor de productie van sperma bestemd voor de nationale handel", van hetzelfde besluit wordt het punt 2.1. vervangen als volgt : "2.1. Alle als landbouwhuisdier gehouden varkens ("dieren") die tot het spermacentrum erkend voor de nationale handel van sperma worden toegelaten, moeten vóór de toelating : 2.1.1. gedurende ten minste 30 dagen in quarantaine zijn gehouden in speciaal daartoe door het Agentschap erkende quarantainevoorzieningen, waar uitsluitend dieren met ten minste dezelfde gezondheidsstatus aanwezig zijn; 2.1.2. en voordat zij in de in punt 2.1.1. bedoelde quarantainevoorzieningen worden binnengebracht : 2.1.2.1. zijn gekozen uit beslagen of bedrijven : a)die vrij zijn van brucellose overeenkomstig het hoofdstuk over varkensbrucellose van de Terrestrial Animal Health Code van de Werelddierengezondheidsorganisatie (OIE); b) waar in de voorgaande twaalf maanden geen tegen mond-en-klauwzeer ingeënte dieren aanwezig zijn geweest;c) waar in de voorafgaande twaalf maanden geen klinische, serologische, virologische of pathologische tekenen van de ziekte van Aujeszky zijn geconstateerd;d) die zich niet bevinden in een gebied waar krachtens de wetgeving van de Unie beperkende maatregelen zijn ingesteld als gevolg van het uitbreken van een infectieuze of besmettelijke ziekte bij als landbouwhuisdier gehouden varkens, waaronder mond-en-klauwzeer, vesiculaire varkensziekte, vesiculaire stomatitis, klassieke varkenspest en Afrikaanse varkenspest; 2.1.2.2. niet eerder zijn gehouden in een beslag met een lagere status dan die beschreven in punt 2.1.2.1.; 2.1.3. binnen 30 dagen vóór het binnenbrengen in de in punt 2.1.1. bedoelde quarantainevoorzieningen negatief hebben gereageerd op de volgende tests, uitgevoerd overeenkomstig de in de desbetreffende wetgeving vastgestelde of bedoelde normen : a) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);b) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE); c) voor klassieke varkenspest : een antilichaam-ELISA of een serumneutralisatietest. Wanneer dieren bij de onder a) bedoelde brucellosetests positief blijken te zijn, mogen dieren met negatieve resultaten op hetzelfde bedrijf niet in de quarantainevoorzieningen worden toegelaten totdat de brucellosevrije status van de beslagen of bedrijven van oorsprong van de positief reagerende dieren is bevestigd.

Voor de ziekte van Aujeszky moeten de overeenkomstig dit besluit uitgevoerde serologische tests voldoen aan de volgende normen : a) De gevoeligheid van de test moet zodanig zijn dat met de onderstaande communautaire referentiesera een positief resultaat wordt verkregen : - communautair referentieserum ADV1 in een verdunning 1:8, - communautair referentieserum ADV-gE A, - communautair referentieserum ADV-gE B, - communautair referentieserum ADV-gE C, - communautair referentieserum ADV-gE D, - communautair referentieserum ADV-gE E, - communautair referentieserum ADV-gE F.b) De specificiteit van de test moet zodanig zijn dat met de onderstaande communautaire referentiesera een negatief resultaat wordt verkregen : - communautair referentieserum ADV-gE G, - communautair referentieserum ADV-gE H, - communautair referentieserum ADV-gE J, - communautair referentieserum ADV-gE K, - communautair referentieserum ADV-gE L, - communautair referentieserum ADV-gE M, - communautair referentieserum ADV-gE N, - communautair referentieserum ADV-gE O, - communautair referentieserum ADV-gE P, - communautair referentieserum ADV-gE Q.c) Bij de controle van de gehele batch moet met het communautaire referentieserum ADV1 een positief resultaat worden verkregen bij een verdunning 1:8 en met één van de onder b) vermelde communautaire referentiesera ADV-gE G tot en met ADV-gE Q een negatief resultaat. Bij de controle van de gehele batch van ADV-gB- en ADV-gD-testkits moet met het communautaire referentieserum ADV1 een positief resultaat worden verkregen bij een verdunning 1:2 en met het onder b) vermelde communautaire referentieserum Q een negatief resultaat.

CODA - CERVA, Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie, Groeselenberg 99, 1180 Brussel is verantwoordelijk voor de controle op de kwaliteit van de Elisa-methode en met name voor de productie en standaardisering van de nationale referentiesera aan de hand van de communautaire referentiesera. 2.1.4. zijn onderworpen aan de volgende tests, uitgevoerd op monsters die zijn verzameld gedurende de laatste 15 dagen van de in punt 2.1.1. vastgestelde quarantaineperiode : a) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);b) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE).

Als dieren positief blijken te zijn bij de onder a) bedoelde tests op brucellose en het vermoeden van brucellose niet overeenkomstig punt 2.1.5.2. is weerlegd, moeten die dieren onmiddellijk uit de quarantainevoorzieningen worden verwijderd.

Als dieren positief blijken te zijn bij de onder b) bedoelde tests op de ziekte van Aujeszky, moeten die dieren onmiddellijk uit de quarantainevoorzieningen worden verwijderd.

Als een groep dieren in quarantaine wordt geplaatst, neemt het Agentschap alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de resterende dieren die negatief op de onder a) en b) bedoelde tests hebben gereageerd, een toereikende gezondheidsstatus hebben voordat zij overeenkomstig deze bijlage tot het spermacentrum worden toegelaten. 2.1.5. Genomen maatregelen bij een vermoeden van brucellose : 2.1.5.1. Het volgende protocol moet worden uitgevoerd ten aanzien van dieren die bij de in punt 2.1.4., onder a), bedoelde test positief op brucellose zijn getest : a) de positieve sera worden onderworpen aan ten minste een van de in punt 2.1.4., onder a), vastgestelde alternatieve tests, die niet is uitgevoerd op de in punt 2.1.4. bedoelde monsters; b) een epidemiologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het(de) bedrijf(bedrijven) van oorsprong van de positief reagerende dieren; c) op de dieren die positief zijn getest bij de in punt 2.1.4., onder a) en punt 2.1.5.1., onder a), bedoelde tests, wordt ten minste een van de volgende tests uitgevoerd op monsters die ten minste zeven dagen na de in punt 2.1.4. bedoelde datum van verzameling van de monsters zijn verzameld : i) gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest); ii) serumagglutinatietest; iii) complementbindingsreactie; iv) competitieve ELISA (cELISA); v) indirecte ELISA (iELISA). 2.1.5.2. Het vermoeden van brucellose wordt weerlegd, als : a) de in punt 2.1.5.1., onder a), bedoelde herhalingstest een negatief resultaat heeft opgeleverd, het epidemiologische onderzoek in het(de) bedrijf(bedrijven) van oorsprong de aanwezigheid van varkensbrucellose niet heeft aangetoond en de in punt 2.1.5.1., onder c), bedoelde test met negatief resultaat is uitgevoerd, of b) het epidemiologische onderzoek in het(de) bedrijf(bedrijven) van oorsprong de aanwezigheid van varkensbrucellose niet heeft aangetoond en alle dieren waarvan het resultaat bij de in punt 2.1.5.1., onder a) of c), bedoelde tests positief was, in elk geval met negatief resultaat zijn onderworpen aan een post-mortemonderzoek en een test voor de opsporing van de ziekteverwekker van varkensbrucellose. 2.1.5.3. Nadat het vermoeden van brucellose is weerlegd, mogen alle dieren uit de in punt 2.1.4., tweede alinea, bedoelde quarantainevoorzieningen tot het spermacentrum worden toegelaten."

Art. 4.In bijlage I, Hoofdstuk I, "Sanitaire voorwaarden voor de productie van sperma bestemd voor de nationale handel", van hetzelfde besluit wordt het punt 3.1. vervangen als volgt : "3.1. Alle in een erkend spermacentrum gehouden dieren moeten met negatief resultaat de onderstaande tests ondergaan : a) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);b) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of tegen zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE); c) voor klassieke varkenspest : een antilichaam-ELISA of een serumneutralisatietest. 3.1./1. De in punt 3.1. vermelde tests moeten worden uitgevoerd op monsters die zijn genomen : a) van alle dieren onmiddellijk vóór het verlaten van het spermacentrum of bij aankomst in het slachthuis, en in geen geval later dan twaalf maanden na de datum van toelating tot het spermacentrum, of, b) van ten minste 25 % van de dieren in het spermacentrum elke drie maanden en de dierenarts van het centrum moet erop toezien dat de bemonsterde dieren representatief zijn voor de totale populatie van dat centrum, met name ten aanzien van leeftijdsgroepen en huisvesting. 3.1./2. Wanneer de tests worden uitgevoerd overeenkomstig punt 3.1./1., b), moet de dierenarts van het centrum erop toezien dat alle dieren ten minste één keer tijdens hun verblijf in het spermacentrum en ten minste elke twaalf maanden na de datum van toelating, als zij langer dan twaalf maanden in het centrum verblijven, overeenkomstig punt 3.1. worden getest." Wanneer dieren een niet-negatief resultaat geven in een in punt 3.1., onder a), bedoelde routinetest voor brucellose wordt evenwel het volgende protocol toegepast : a) de positieve sera worden onderworpen aan ten minste een van de hierna vermelde testen die niet is uitgevoerd op de in punt 3.1., onder a), bedoelde monsters; i) gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest); ii) serumagglutinatietest; iii) complementbindingsreactie; iv) competitieve ELISA (cELISA); v) indirecte ELISA (iELISA).b) de positief reagerende dieren worden ondergebracht in de hiertoe voorziene afzonderingsruimte;c) Indien de dieren getest overeenkomstig punt i) een negatief testresultaat vertonen, wordt het dier of worden de dieren beschouwd als negatief en mag het dier of mogen de dieren opnieuw in het centrum worden binnengebracht.Indien één of meerdere dieren positief reageren op de test bedoeld in punt i), wordt bij alle dieren in de afzonderingsruimte een tweede serie tests verricht met monsters die meer dan zeven dagen na de eerste bemonstering zijn genomen.

Indien de test op het tweede monster negatief is bij elk van de geteste dieren, kan het resultaat beschouwd worden als niet-indicatief voor brucellose, en mag het dier of mogen de dieren opnieuw in het centrum worden binnengebracht.

Indien de test op het tweede monster positief is bij één of meerdere dieren, worden de positieve dieren geslacht of geëuthanaseerd en wordt bacteriologisch onderzoek uitgevoerd aan de hand van een bacteriologische cultuur op een aantal organen overeenkomstig de aanbevelingen in het OIE-handboek voor diagnostische tests en vaccins voor landdieren.

In geval van een in punt 3.1., onder a), bedoelde positieve test bij één of meerdere dieren, mag als alternatief voor het hierboven vermelde protocol voor brucellose het positieve dier onmiddellijk uit het centrum worden verwijderd en geslacht. In deze gevallen wordt steeds een bacteriologisch onderzoek uitgevoerd aan de hand van een bacteriologische cultuur op een aantal organen overeenkomstig de aanbevelingen in het OIE-handboek voor diagnostische tests en vaccins voor landdieren."

Art. 5.In bijlage I, Hoofdstuk I, "Sanitaire voorwaarden voor de productie van sperma bestemd voor de nationale handel", van hetzelfde besluit wordt het punt 3.2.1. vervangen als volgt : "3.2.1. voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);"

Art. 6.In bijlage I, Hoofdstuk II, "Sanitaire voorwaarden voor de productie van sperma bestemd voor het intracommunautair handelsverkeer" van hetzelfde besluit wordt het punt 2.1. vervangen als volgt : "2.1. Alle varkens ("dieren") die tot het spermacentrum erkend voor het intracommunautaire handelsverkeer van sperma worden toegelaten, moeten vóór de toelating : 2.1.1. gedurende ten minste 30 dagen in quarantaine zijn gehouden in speciaal daartoe door het Agentschap erkende quarantainevoorzieningen, waar uitsluitend dieren met ten minste dezelfde gezondheidsstatus aanwezig zijn; 2.1.2. en voordat zij in de in punt 2.1.1. bedoelde quarantainevoorzieningen worden binnengebracht : 2.1.2.1. zijn gekozen uit beslagen of bedrijven : a) die vrij zijn van brucellose overeenkomstig het hoofdstuk over varkensbrucellose van de Terrestrial Animal Health Code van de Werelddierengezondheidsorganisatie (OIE);b) waar in de voorgaande twaalf maanden geen tegen mond-en-klauwzeer ingeënte dieren aanwezig zijn geweest;c) waar in de voorafgaande twaalf maanden geen klinische, serologische, virologische of pathologische tekenen van de ziekte van Aujeszky zijn geconstateerd;d) die zich niet bevinden in een gebied waar krachtens de wetgeving van de Unie beperkende maatregelen zijn ingesteld als gevolg van het uitbreken van een infectieuze of besmettelijke ziekte bij als landbouwhuisdier gehouden varkens, waaronder mond-en-klauwzeer, vesiculaire varkensziekte, vesiculaire stomatitis, klassieke varkenspest en Afrikaanse varkenspest; 2.1.2.2. niet eerder zijn gehouden in een beslag met een lagere status dan die beschreven in punt 2.1.2.1.; 2.1.3. binnen 30 dagen vóór het binnenbrengen in de in punt 2.1.1. bedoelde quarantainevoorzieningen negatief hebben gereageerd op de volgende tests, uitgevoerd overeenkomstig de in de desbetreffende wetgeving van de Unie vastgestelde of bedoelde normen : a) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);b) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE); c) voor klassieke varkenspest : een antilichaam-ELISA of een serumneutralisatietest. Wanneer dieren bij de onder a), bedoelde brucellosetests positief blijken te zijn, mogen dieren met negatieve resultaten op hetzelfde bedrijf niet in de quarantainevoorzieningen worden toegelaten totdat de brucellosevrije status van de beslagen of bedrijven van oorsprong van de positief reagerende dieren is bevestigd.

Voor de ziekte van Aujeszky moeten de overeenkomstig dit besluit uitgevoerde serologische tests voldoen aan de volgende normen : a) De gevoeligheid van de test moet zodanig zijn dat met de onderstaande communautaire referentiesera een positief resultaat wordt verkregen : - communautair referentieserum ADV1 in een verdunning 1:8, - communautair referentieserum ADV-gE A, - communautair referentieserum ADV-gE B, - communautair referentieserum ADV-gE C, - communautair referentieserum ADV-gE D, - communautair referentieserum ADV-gE E, - communautair referentieserum ADV-gE F.b) De specificiteit van de test moet zodanig zijn dat met de onderstaande communautaire referentiesera een negatief resultaat wordt verkregen : - communautair referentieserum ADV-gE G, - communautair referentieserum ADV-gE H, - communautair referentieserum ADV-gE J, - communautair referentieserum ADV-gE K, - communautair referentieserum ADV-gE L, - communautair referentieserum ADV-gE M, - communautair referentieserum ADV-gE N, - communautair referentieserum ADV-gE O, - communautair referentieserum ADV-gE P, - communautair referentieserum ADV-gE Q.c) Bij de controle van de gehele batch moet met het communautaire referentieserum ADV1 een positief resultaat worden verkregen bij een verdunning 1:8 en met één van de onder b) vermelde communautaire referentiesera ADV-gE G tot en met ADV-gE Q een negatief resultaat. Bij de controle van de gehele batch van ADV-gB- en ADV-gD-testkits moet met het communautaire referentieserum ADV1 een positief resultaat worden verkregen bij een verdunning 1:2 en met het onder b) vermelde communautaire referentieserum Q een negatief resultaat.

CODA - CERVA, Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie, Groeselenberg 99, 1180 Brussel is verantwoordelijk voor de controle op de kwaliteit van de Elisa-methode en met name voor de productie en standaardisering van de nationale referentiesera aan de hand van de communautaire referentiesera. 2.1.4. zijn onderworpen aan de volgende tests, uitgevoerd op monsters die zijn verzameld gedurende de laatste 15 dagen van de in punt 2.1.1. vastgestelde quarantaineperiode : a) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);b) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE).

Als dieren positief blijken te zijn bij de onder a) bedoelde tests op brucellose en het vermoeden van brucellose niet overeenkomstig punt 2.1.5.2. is weerlegd, moeten die dieren onmiddellijk uit de quarantainevoorzieningen worden verwijderd.

Als dieren positief blijken te zijn bij de onder b) bedoelde tests op de ziekte van Aujeszky, moeten die dieren onmiddellijk uit de quarantainevoorzieningen worden verwijderd.

Als een groep dieren in quarantaine wordt geplaatst, neemt het Agentschap alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de resterende dieren die negatief op de onder a) en b) bedoelde tests hebben gereageerd, een toereikende gezondheidsstatus hebben voordat zij overeenkomstig deze bijlage tot het spermacentrum worden toegelaten. 2.1.5. Genomen maatregelen bij een vermoeden van brucellose : 2.1.5.1. Het volgende protocol moet worden uitgevoerd ten aanzien van dieren die bij de in punt 2.1.4., onder a), bedoelde test positief op brucellose zijn getest : a) de positieve sera worden onderworpen aan ten minste een van de in punt 2.1.4., onder a), vastgestelde alternatieve tests, die niet is uitgevoerd op de in punt 2.1.4. bedoelde monsters; b) een epidemiologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het(de) bedrijf(bedrijven) van oorsprong van de positief reagerende dieren; c) op de dieren die positief zijn getest bij de in punt 2.1.4., onder a) en punt 2.1.5.1., onder a), bedoelde tests, wordt ten minste een van de volgende tests uitgevoerd op monsters die ten minste zeven dagen na de in punt 2.1.4. bedoelde datum van verzameling van de monsters zijn verzameld : i) gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest); ii) serumagglutinatietest; iii) complementbindingsreactie; iv) competitieve ELISA (cELISA); v) indirecte ELISA (iELISA). 2.1.5.2. Het vermoeden van brucellose wordt weerlegd, als : a) de in punt 2.1.5.1., onder a), bedoelde herhalingstest een negatief resultaat heeft opgeleverd, het epidemiologische onderzoek in het(de) bedrijf(bedrijven) van oorsprong de aanwezigheid van varkensbrucellose niet heeft aangetoond en de in punt 2.1.5.1., onder c), bedoelde test met negatief resultaat is uitgevoerd, of b) het epidemiologische onderzoek in het(de) bedrijf(bedrijven) van oorsprong de aanwezigheid van varkensbrucellose niet heeft aangetoond en alle dieren waarvan het resultaat bij de in punt 2.1.5.1., onder a) of c), bedoelde tests positief was, in elk geval met negatief resultaat zijn onderworpen aan een post-mortemonderzoek en een test voor de opsporing van de ziekteverwekker van varkensbrucellose. 2.1.5.3. Nadat het vermoeden van brucellose is weerlegd, mogen alle dieren uit de in punt 2.1.4., tweede alinea, bedoelde quarantainevoorzieningen tot het spermacentrum worden toegelaten."

Art. 7.In bijlage I, Hoofdstuk II, "Sanitaire voorwaarden voor de productie van sperma bestemd voor het intracommunautair handelsverkeer" van hetzelfde besluit wordt het punt 3.1. vervangen als volgt : "3.1. Alle in een erkend spermacentrum gehouden dieren moeten met negatief resultaat de onderstaande tests ondergaan : a) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);b) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of tegen zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE); c) voor klassieke varkenspest : een antilichaam-ELISA of een serumneutralisatietest. 3.1./1. De in punt 3.1. vermelde tests moeten worden uitgevoerd op monsters die zijn genomen : a) van alle dieren onmiddellijk vóór het verlaten van het spermacentrum of bij aankomst in het slachthuis, en in geen geval later dan twaalf maanden na de datum van toelating tot het spermacentrum;b) van ten minste 25 % van de dieren in het spermacentrum elke drie maanden en de dierenarts van het centrum moet erop toezien dat de bemonsterde dieren representatief zijn voor de totale populatie van dat centrum, met name ten aanzien van leeftijdsgroepen en huisvesting. 3.1./2. Wanneer de tests worden uitgevoerd overeenkomstig punt 3.1./1., b), moet de dierenarts van het centrum erop toezien dat alle dieren ten minste één keer tijdens hun verblijf in het spermacentrum en ten minste elke twaalf maanden na de datum van toelating, als zij langer dan twaalf maanden in het centrum verblijven, overeenkomstig punt 3.1. worden getest." Wanneer dieren een niet-negatief resultaat geven in een in punt 3.1., onder a), bedoelde routinetest voor brucellose wordt evenwel het volgende protocol toegepast : a) de positieve sera worden onderworpen aan minstens een van de hierna vermelde testen die niet is uitgevoerd op de in punt 3.1., onder a), bedoelde monsters : i) gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest); ii) serumagglutinatietest; iii) complementbindingsreactie; iv) competitieve ELISA (cELISA); v) indirecte ELISA (iELISA).b) de positief reagerende dieren worden ondergebracht in de hiertoe voorziene afzonderingsruimte.c) Indien de dieren getest overeenkomstig punt i) een negatief testresultaat vertonen, wordt het dier of worden de dieren beschouwd als negatief en mag het dier of mogen de dieren opnieuw in het centrum worden binnengebracht.Indien één of meerdere dieren positief reageren op de test bedoeld in punt i), wordt bij alle dieren in de afzonderingsruimte een tweede serie tests verricht met monsters die meer dan zeven dagen na de eerste bemonstering zijn genomen.

Indien de test op het tweede monster negatief is bij elk van de geteste dieren, kan het resultaat beschouwd worden als niet-indicatief voor brucellose, en mag het dier of mogen de dieren opnieuw in het centrum worden binnengebracht.

Indien de test op het tweede monster positief is bij één of meerdere dieren, wordt het volgende protocol toegepast : de positieve dieren worden geslacht of geëuthanaseerd en bacteriologisch onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van een bacteriologische cultuur op een aantal organen overeenkomstig de aanbevelingen in het OIE-handboek voor diagnostische tests en vaccins voor landdieren.

In geval van een in punt 3.1., onder a), bedoelde positieve test bij één of meerdere dieren, mag als alternatief voor het hierboven vermelde protocol voor brucellose het positieve dier onmiddellijk uit het centrum worden verwijderd en geslacht of geëuthanaseerd. In deze gevallen wordt een bacteriologisch onderzoek uitgevoerd aan de hand van een bacteriologische cultuur op een aantal organen overeenkomstig de aanbevelingen in het OIE-handboek voor diagnostische tests en vaccins voor landdieren.

Art. 8.In bijlage I, Hoofdstuk IV, "Sanitaire voorwaarden voor de productie van sperma bestemd voor de inseminatie van zeugen op een referentiebedrijf", van hetzelfde besluit wordt het punt 2.2. vervangen als volgt : "2.2. zij moeten binnen de 30 dagen voor de geplande sperma-afname met negatief resultaat worden onderworpen aan de volgende tests : a) voor de ziekte van Aujeszky : i) bij niet-ingeënte dieren, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen het gehele virus van de ziekte van Aujeszky of zijn glycoproteïne B (ADV-gB) of glycoproteïne D (ADV-gD) of een serumneutralisatietest; ii) bij dieren die zijn ingeënt met een gE-deletievaccin, een ELISA voor de opsporing van antilichamen tegen glycoproteïne E van het virus van de ziekte van Aujeszky (ADV-gE). b) voor brucellose : een gebufferde Brucella-antigeentest (bengaals-roodtest), een competitieve ELISA (cELISA) of een indirecte ELISA (iELISA);c) voor klassieke varkenspest : een antilichaam-ELISA of een serumneutralisatietest. Indien één van bovengenoemde tests positief uitvalt, mag het sperma niet voor kunstmatige inseminatie worden gebruikt.

Alle tests worden verricht in een door het Agentschap erkend laboratorium."

Art. 9.In bijlage II, hoofdstuk I, "Voorwaarden waaraan sperma moet voldoen voor de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer", punt 1.6. van hetzelfde besluit worden de woorden "mond- en klauwzeer, klassieke varkenspest, Afrikaanse varkenspest, vesiculaire varkensziekte, vesiculaire stomatitis en" ingevoegd tussen de woorden "vrij was van" en de woorden "de ziekte van Aujeszky".

Art. 10.Bijlage III bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage I bij dit besluit.

Art. 11.De minister bevoegd voor de veiligheid van de voedselketen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 juni 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw, W. BORSUS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 27 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 oktober 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/10/2006 pub. 27/10/2006 numac 2006023092 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma sluiten betreffende de sanitaire voorwaarden inzake de productie, de nationale handel, het intracommunautair handelsverkeer en de invoer van varkenssperma.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Landbouw W. BORSUS

^