Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 26 april 2007
gepubliceerd op 11 juni 2007

Koninklijk besluit tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan de personeelsleden belast met een rondreizende functie van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2007022842
pub.
11/06/2007
prom.
26/04/2007
ELI
eli/besluit/2007/04/26/2007022842/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

26 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot toekenning van een forfaitaire vergoeding wegens verblijfkosten aan de personeelsleden belast met een rondreizende functie van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, gewijzigd bij de wetten van 13 juli 2001, 24 december 2002, 22 december 2003, 9 juli 2004, 9 december 2004, 20 juli 2005 en 27 december 2005, inzonderheid op artikel 6, § 7;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der federale overheidsdiensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 december 1970, 4 december 1990, 4 maart 1993, 17 maart 1995, 10 april 1995, 20 juli 2000, 5 september 2002 en 4 augustus 2004, inzonderheid op artikel 10;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel der federale overheidsdiensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 februari 1967, 2 maart 1989, 20 juli 2000, 5 september 2002, 3 augustus 2004 en 22 november 2006, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 augustus 1973, 6 december 1974, 10 mei 1976, 8 augustus 1983, 26 januari 1984, 21 januari 1991, 7 augustus 1991, 4 maart 1993, 22 juli 1993, 25 november 1993, 20 mei 1994, 14 september 1994, 17 maart 1995, 10 april 1995, 7 december 1998, 20 juli 2000, 5 september 2002 en 8 juli 2005, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 februari 2003 tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 maart 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 16 juni 2004;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 3 juni 2005;

Gelet op het protocol van onderhandelingen van 26 april 2006 van het Sectorcomité XII;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat een algemene vergoedingsregeling moet worden uitgewerkt voor de werkzaamheden die het personeelslid vervult buiten zijn standplaats;

Overwegende dat deze regeling het best op een forfaitaire wijze wordt uitgewerkt teneinde de administratieve afwikkeling ervan tot een minimum te beperken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder personeelslid belast met een rondreizende functie : het personeelslid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen dat regelmatig en voornamelijk, voor bepaalde of onbepaalde duur, door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid of zijn afgevaardigde, belast wordt met een opdracht buiten de lokalen van zijn standplaats.

Art. 2.De personeelsleden belast met een rondreizende functie krijgen een maandelijkse forfaitaire vergoeding van 150 EUR toegekend.

Deze vergoeding wordt verbonden aan de spilindex van 138,01.

Art. 3.Deze vergoeding mag niet worden gecumuleerd met een vergoeding wegens verblijfkosten, bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der federale overheidsdiensten. Ze mag evenmin gecumuleerd worden met de terugbetaling van de maaltijdkosten, begrepen in de kosten voor deelneming aan een studiedag, en onlosmakelijk hieraan verbonden zijn of de terugbetaling van de werkelijke uitgaven aangaande een zending in het buitenland die in dat geval de vermindering van deze vergoeding met 1/20e tot gevolg heeft voor elke dag van de zending.

Art. 4.In geval van verminderde prestaties, wordt de vergoeding berekend pro rata van de reëel uitgevoerde prestaties, uitgedrukt in een percentage.

Art. 5.§ 1. Deze vergoeding wordt verminderd met 1/20e per niet gepresteerde werkdag, met uitzondering van het jaarlijks verlof, van het recuperatieverlof, van de verlofdagen toegekend als compensatie voor een feestdag en van de dagen waarop een dienstvrijstelling werd toegekend. § 2. De forfaitaire vergoeding wordt in de volgende gevallen verminderd met 1/20e : - verlof wegens ziekte; - omstandigheidsverlof; - bevallingsverlof; - ouderschapsverlof; - verlof voor opvang met het oog op adoptie of pleegvoogdij; - verlof voor het vergezellen en bijstaan, tijdens de reis en het verblijf, van mindervaliden (5 dagen/jaar); - verlof voor stage of een proefperiode in een andere overheidsbetrekking; - verlof om kandidaat te kunnen zijn voor de verkiezingen van de federale wetgevende kamers, van de gewest- en gemeenschapsraden, van de provincieraden, de gemeenteraden of van de Europese vergaderingen; - verlof om in vredestijd prestaties bij het korps civiele bescherming te vervullen; - verlof om dwingende redenen van familiaal belang.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2004.

Art. 7.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 april 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^