Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 25 november 2002
gepubliceerd op 21 december 2002

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moet voldoen om te worden erkend

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2002023043
pub.
21/12/2002
prom.
25/11/2002
ELI
eli/besluit/2002/11/25/2002023043/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

25 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 68;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie "mobiele urgentiegroep", gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om erkend te worden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 april 1999, 9 februari 2001 en 15 juli 2002 en bij het ministerieel besluit van 19 april 2001;

Gelet op de adviezen van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, uitgebracht op 11 maart 1999 en 28 september 2000;

Gelet op het advies nr. 32.833/3 van de Raad van State van 14 mei 2002;

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt : « De geneesheer die de leiding van de functie heeft zoals bedoeld in dit artikel, kan tegelijkertijd het geneesheer-diensthoofd van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zijn, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden. »

Art. 2.In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 februari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De paragraaf, zoals die oorspronkelijk van kracht was, wordt aangevuld met een tweede en derde lid, luidend als volgt : « De in deze paragraaf bedoelde geneesheren mogen evenwel tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van de aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen. De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen. »; 2° Tussen het eerste en het tweede lid van de paragraaf, gewijzigd bij 1°, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt : « De in deze paragraaf bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG).Zij kunnen niet tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen als bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om te worden erkend. Zij kunnen evenmin tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen, als bedoeld in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, tenzij zulks gebeurt met inachtneming van de voorwaarden bepaald in het tweede lid van die bepaling. »; 3° De paragraaf, gewijzigd bij 1° en 2° wordt aangevuld met een vijfde lid, luidend als volgt : « In het geval de permanentie wordt waargenomen door een geneesheer welke niet een geneesheer-specialist is zoals bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en er op de vestigingsplaats waar de vertrekplaats zich bevindt, zich eveneens een erkende functie voor intensieve zorg bevindt, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden, dient een geneesheer-specialist, bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit, aanwezig te zijn op bedoelde vestigingsplaats.».

Art. 3.In artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit van 10 augustus 1998 worden de woorden "tenzij hij kan bewijzen dat hij" vervangen door de woorden "tenzij hij/zij als gegradueerd of gebrevetteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij".

Art. 4.Artikel 18, van het hetzelfde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling : «

Art. 18.§ 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993. § 2. Gedurende de in § 1, bedoelde periode kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993. § 3. Gedurende de in § 1 bedoelde periode mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993 voorzover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. § 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit. »

Art. 5.Het koninklijk besluit van 9 februari 2001 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt ingetrokken.

Art. 6.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 1999, met uitzondering van : 1° de artikelen 2, 2° en 5, die uitwerking hebben met ingang van 6 april 2001;2° artikel 2, 3°, dat in werking treedt op de datum waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7.Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 25 november 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, J. TAVERNIER De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^