Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 november 2001
gepubliceerd op 23 februari 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de risicogroepen in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2001013094
pub.
23/02/2002
prom.
21/11/2001
ELI
eli/besluit/2001/11/21/2001013094/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de risicogroepen in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het vervoer;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer, betreffende de risicogroepen in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 november 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het vervoer Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1999 Risicogroepen in de subsector voor verhuisondernemingen, meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten (Overeenkomst geregistreerd op 17 oktober 2000 onder het nummer 55712/CO/140.05) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en behoren tot de subsector voor de verhuisondernemingen, de meubelbewaring en hun aanverwante activiteiten alsook op hun werklieden. § 2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt bedoeld onder : « verhuizing » : elke overbrenging van installaties van de ene plaats naar de andere, onder meer : privé, kantoren, magazijnen, werkplaatsen, beurzen, fabrieken, tentoonstellingen, enz., met inbegrip van alle begeleidende werkzaamheden, zoals inpak, uitpak, monteren, demonteren, zonder dat deze opsomming limitatief is; « meubelbewaring » : de opslagplaatsen voor meubelen en andere voorwerpen die dezelfde of gelijkaardige speciale bewaringsinstallaties vergen; « aanverwante activiteiten » : elk goederenvervoer dat het gebruik vereist van voertuigen die speciaal uitgerust zijn zoals voor het vervoer van meubelen en om de beschadiging tijdens het vervoer te voorkomen van diverse goederen, zoals nieuwe meubelen, kunstvoorwerpen, elektrische huishoudapparaten, archieven, enz.; « voertuigen speciaal uitgerust voor het vervoer van meubelen » : elk voertuig met vast of beweegbaar koetswerk, niet buigzaam, waterdicht, binnenin voorzien van vastsnoeringsmateriaal, van een stuwinrichting, behoorlijk gebouwd voor het vervoer van verhuizingen en uitgerust met klein stuw- en beschermingsmaterieel, zoals dekens, kisten, elk ander soortgelijk materieel, enz. § 3. Onder « werklieden » wordt bedoeld : de werklieden en werksters. HOOFDSTUK II. - Juridisch kader

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van hoofdstuk III, afdeling VI, onderafdeling 1 (Inspanningen ten voordele van de werklozen), van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. HOOFDSTUK III. - Risicogroepen

Art. 3.Onder « risicogroepen » wordt verstaan : de personen behorend tot één van de volgende categorieën : 1. de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde werklozen;2. de laaggeschoolde of onvoldoende geschoolde jongeren;3. de langdurig werklozen;4. de werklozen ouder dan 45 jaar;5. de personen die het bestaansminimum genieten;6. de arbeiders van de sector waarvan de beroepskwalificatie aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast is of die het risico lopen aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast te zijn.

Art. 4.§ 1. De in artikel 1 van deze overeenkomst bedoelde werkgevers zijn voor de jaren 1999-2000 een bijzondere bijdrage verschuldigd van 0,15 pct., berekend op grond van het volledige loon van de door hen tewerkgestelde werklieden. § 2. De in artikel 4, § 1 van deze overeenkomst bedoelde bijdrage wordt geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ten bate van het sociaal fonds van de sector.

De middelen die aldus ter beschikking worden gesteld, zullen aangewend worden ter verwezenlijking van de doelstellingen van het interprofessioneel akkoord 1999-2000, rekening houdend met de specificiteit van de subsector, voor de opleiding en de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen. § 3. De raad van beheer van het sociaal fonds van de sector zal nadere regelingen bepalen ter uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK IV. - Geldigheidsduur

Art. 5.Deze arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 november 2001.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^