Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 21 maart 2021
gepubliceerd op 06 mei 2021

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2021030386
pub.
06/05/2021
prom.
21/03/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 MAART 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 maart 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019 Rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd (Overeenkomst geregistreerd op 20 februari 2020 onder het nummer 157188/CO/330)

Artikel 1.Toepassingsgebied § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de hierna vermelde inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd : - de categorale ziekenhuizen (dit is elk ziekenhuis dat uitsluitend beschikt over een G-dienst (revalidatie van geriatrische patiënten) en/of een Sp-dienst (gespecialiseerde dienst voor behandeling en revalidatie) als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen); - de rusthuizen voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de dagverzorgingscentra, de assistentiewoningen, de centra voor kortverblijf voor bejaarden; - de psychiatrische verzorgingstehuizen; - de initiatieven van beschut wonen; - de revalidatiecentra, met uitsluiting van de instellingen waarmee het Verzekeringscomité van het RIZIV op voorstel van het College van geneesheren directeurs, in uitvoering van artikel 22, 6° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, een overeenkomst heeft gesloten en die niet vallen onder de toepassing van artikel 5, § 1, I, 5° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op leidinggevend personeel zoals bedoeld in artikel 4, 4° van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen behoudens wanneer het een sectorale referentiefunctie betreft zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2016 tot het bepalen van sectorale referentiefuncties en een sectorale functieclassificatie (135642/CO/330), noch op de artsen.

Art. 2.Doel § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst geeft uitvoering aan het kader beschreven in artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd.

Voornoemd artikel 5, § 3 voorziet dat een rapportering van loongegevens gedaan zal worden om te kunnen nagaan hoe het door de overheid beschikbaar gestelde IFIC budget zich verhoudt tot de globale reële kost van fase I. § 2. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst bepaalt : - Welke gegevens aan IFIC vzw gerapporteerd moeten worden; - De manier waarop deze gegevens aan IFIC vzw moeten gerapporteerd worden; - De wijze waarop de globale reële kost van fase I berekend wordt; - Aan wie resultaten van de berekening van de globale reële kost van fase I worden gecommuniceerd.

Art. 3.Gerapporteerde gegevens De werkgever moet de gegevens opgenomen in bijlage 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst rapporteren aan IFIC vzw ten laatste op 31 januari 2020, en dit in overeenstemming met de instructies beschreven in deze bijlage.

Art. 4.Wijze van rapporteren van de gegevens § 1. De rapportering wordt op een elektronische manier uitgevoerd, en dit uitsluitend aan de hand van de rapporteringstool opgenomen in bijlage 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

IFIC vzw stelt deze tool ter beschikking van de werkgevers. § 2. De rapporteringsgegevens worden voor indiening bij IFIC vzw door de instelling geanonimiseerd. § 3. De door de werkgevers gerapporteerde gegevens worden aan de IFIC vzw overgemaakt via een beveiligd platform. § 4. De door de werkgevers gerapporteerde gegevens mogen enkel gebruikt worden voor de berekeningen en analyses die noodzakelijk zijn om de doelstellingen beschreven in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst te realiseren alsook om de sociale partners, mits onderling akkoord, in staat te stellen om macro-economische berekeningen te maken met betrekking tot de verdere uitrol van IFIC in de betrokken sectoren (conform artikel 1, § 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst).

Art. 5.Wijze van berekening van de globale reële kost van fase I Om de globale reële kost van fase I te berekenen wordt : - Enkel rekening gehouden met de werknemers die volgens het IFIC barema betaald worden; - Voor de afrekening van het jaar 2019 : de formule opgenomen in bijlage 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt toegepast; - Voor de berekening van het jaar 2020 : de formule opgenomen in bijlage 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt toegepast.

Art. 6.Aan wie de gerapporteerde gegevens worden gecommuniceerd § 1. Behoudens onderstaande informatieverstrekking, mogen in geen enkel geval gegevens, globale dan wel individuele van werkgevers, werknemers of instellingen ter beschikking gesteld worden aan de sociale partners, noch aan derden. § 2. IFIC vzw communiceert de resultaten van de berekeningen en analyses, bedoeld in artikel 5 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, aan de werkgevers en de werknemersorganisaties, vertegenwoordigers van de sectoren vernoemd in artikel 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, zetelend in het paritair comité voor gezondheidsinrichtingen en diensten (hierna de "sectorale sociale partners"). § 3. IFIC vzw bezorgt aan de sectorale sociale partners de globale kost per subsector. Geen enkele berekening of analyse wordt gerealiseerd of gepresenteerd op het niveau van de individuele instelling, de individuele werkgever of de individuele werknemer. § 4. In afwijking op voorgaande paragrafen zal IFIC vzw het bedrag dat door de financierende overheid in 2019 en 2020 aan elke werkgever betaald moet worden communiceren aan het agentschap Zorg en Gezondheid. Deze afwijking heeft uitsluitend tot doel de uitvoering mogelijk te maken van de Collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 in uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord van 8 juni 2018 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd.

Art. 7.Slotbepalingen § 1. Partijen komen uitdrukkelijk overeen dat de sectorale implementatie bedongen in onderhavige overeenkomst beperkt wordt ten belope van de effectieve tenlasteneming van de globale kost ervan, die door de bevoegde voogdijoverheid middels structurele financiering ten behoeve van de invoering ter beschikking gesteld wordt aan de sector. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op de dag van zijn ondertekening en is gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Zij kan op verzoek van de meest gerede ondertekenende partij worden herzien of opgezegd met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden. § 4. De organisatie die het initiatief tot herziening of opzegging neemt, moet in een gewone brief aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten de redenen ervan aangeven en amendementsvoorstellen indienen. De andere organisaties verbinden zich ertoe deze binnen een maand na ontvangst ervan in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten te bespreken.

Bijlagen (4) : - Rapporteringsinstructies - Rapporteringstool (model) - Methodologie voor het berekenen van de reële kost van fase 1voor de afrekening 2019 - Methodologie voor het berekenen van de voorschotten voor de financiering van de reële kost van fase 1 voor het jaar 2020 Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd Rapporteringsinstructies : Dit document heeft als doel de werkgevers uit de sector (conform artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst) te informeren over hoe deze gegevens precies gerapporteerd moeten worden. Deze gegevens dienen ten laatste op 31 januari 2020 aan de vzw IFIC bezorgd te worden. 1. Input : gegevens van individuele werknemers Welke werknemers moeten worden gerapporteerd ? Het betreft alle werknemers, met uitzondering van : - leden van de directie ("directie" volgens artikel 4 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen), behoudens wanneer het een sectorale referentiefunctie betreft zoals bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 september 2016 tot het bepalen van sectorale referentiefuncties en een sectorale functieclassificatie (registratienummer 135642/CO/330)(1); - artsen; - werknemers die geen loon van de werkgever hebben ontvangen voor november en december 2019 : werknemers met een schorsing van de arbeidsovereenkomst van 100 pct. (tijdskrediet, ouderschapverlof), langdurig afwezigen (ziekte, moederschapsverlof), werknemers in volledige SWT; - uitzendkrachten, het personeel van onderaannemers, personeel tewerkgesteld met een leerovereenkomst. Opmerking : Studenten worden wél gerapporteerd voor zover zij een arbeidsovereenkomst hebben die verder loopt na 1 november 2019.

Hoe de template in te vullen ? De werkgever registreert één lijn per werknemer. Indien een werknemer meerdere arbeidscontracten heeft bij éénzelfde werkgever (barema en/of baremieke anciënniteit zijn verschillend), dienen de gegevens met betrekking tot deze werknemer op afzonderlijke lijnen ingegeven te worden, weliswaar met dezelfde identificatiecode. Wanneer een werknemer echter meerdere functies (maximum 3) uitvoert binnen éénzelfde arbeidsovereenkomst (zelfde barema en baremieke anciënniteit), is er sprake van een hybride functie, en moeten de gegevens op dezelfde lijn ingegeven worden.

De gegevens moeten de situatie van de werknemer weergeven op 1 november 2019.

Opgelet : Voor werknemers die na 1 november 2019 in dienst zijn getreden, is de referentiedatum de datum van indiensttreding. Deze datum moet worden vermeld in kolom AH van het rapportagedocument.

Specifieke gevallen van werknemers die, tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen), van functie zijn veranderd binnen de instelling of van wie de arbeidstijd in de DMFA is gewijzigd : Er wordt verzocht om op twee afzonderlijke lijnen te rapporteren om een prorata te kunnen berekenen : a. Op een eerste lijn, de situatie op 1 november 2019 : - in het geval van een functiewijziging : in kolommen T tot en met AB : de functie die werd uitgevoerd vóór de functiewijziging en in kolom AG : de datum van de laatste dag waarop deze situatie van toepassing is; - in het geval van een wijziging van arbeidstijd : in kolom G : de arbeidstijd van toepassing op 1 november 2019 en in kolom AG de datum van de laatste dag waarop deze situatie van toepassing is. b. Op een tweede lijn, de nieuwe situatie : - in het geval van functiewijziging: in kolommen T tot en met AB : de nieuwe functie en in kolom AH : de datum van de eerste dag waarop deze situatie van toepassing is; - in het geval van een wijziging van arbeidstijd: in kolom G : de arbeidstijd zoals aangepast en in kolom AH de datum van de eerste dag waarop deze situatie van toepassing is.

Merk op dat de kolom AG ook gebruikt moet worden om de datum van uitdiensttreding voor werknemers die uit dienst zijn gegaan tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen) aan te geven.

Opgelet! De groepen van assistentiewoningen (GAW) en de lokale dienstencentra (LDC) komen ook in aanmerking voor de IFIC-invoering, maar hebben geen RIZIV-nummer.

Voor GAW's en LDC's die aan een woonzorgcentrum (of een centrum voor dagverzorging) gekoppeld zijn, wordt gevraagd om de medewerkers tewerkgesteld in GAW en LDC in de rapporteringstool onder het RIZIV-nummer van het woonzorgcentrum (of het alleenstaand centrum voor dagverzorging indien er geen woonzorgcentrum is) conform onderstaande procedure te identificeren : - Indien de tewerkstellingsuren onder een apart contract vallen: een lijn voor dit contract moet aangemaakt worden en de melding "GAW" of "LDC" moet in kolom AF worden aangegeven; - Anders, indien de functie binnen het GAW/LDC deel uitmaakt van een hybride functie, moeten twee aparte lijnen voor de werknemer gerapporteerd worden: een voor de uren die tewerkgesteld zijn in de WZC (of DVC) met de melding "WZC" (of "DVC") in kolom AF en, een aparte lijn voor de uren die tewerkgesteld zijn in de GAW respectievelijk LDC, met de melding "GAW" of "LDC" in kolom AF. Voor de autonome GAW en LDC moet er uiteraard een aparte rapporteringstaal aangeleverd worden. In dit geval wordt gevraagd om het ondernemingsnummer te vermelden in plaats van het RIZIV nummer in kolom C. Onderstaande tabel geeft aan volgens welk exact format de gegevens moeten worden vervolledigd, teneinde te garanderen dat de gegevens correct zijn opgenomen.

OPGEPAST!!! De structuur van het model mag in geen enkel geval worden gewijzigd. We wijzen er in het bijzonder op dat het niet toegelaten is om kolommen toe te voegen of te verplaatsen.

Excel Kolom

Titel

Algemene informatie over de inhoud

Format

A

Naam instelling

Deze informatie wordt gebruikt om de werkgever te identificeren. De tweede kolom RSZ nummer is optioneel

Tekstformaat, maximum 50 tekens

B

RSZ nummer

xxx-xxxxxxx-xx Bijvoorbeeld 000-1234567-89

C

RIZIV nummer

Deze kolom mag niet leeg blijven (belangrijk voor de identificatie ter attentie van het agentschap Zorg en Gezondheid en voor de financiering) Voor de autonome GAW en LDC die geen RIZIV nummer hebben, is het gevraagd om het ondernemingsnummer (10 cijfers) in te vullen.

Bijvoorbeeld : 87654321000 (11 cijfers)

D

Huidige functietitel in de instelling

Het betreft de interne benaming van de functie die de werknemer uitvoert op 1 november 2019 (of het moment van zijn indiensttreding in de functie).

Tekstformaat, maximum 50 tekens

E

Identificatiecode

Unieke code om elke individuele werknemer in de instelling te identificeren.

Opgelet : één werknemer krijgt één enkele code, ook al staan de gegevens van deze werknemer op meerdere lijnen.

Tekst, nummers, of een combinatie van beiden is mogelijk. Speciale tekens zijn echter niet toegelaten. Bijvoorbeeld : *."//[]:;I=, Opgelet : maximum 7 cijfers

F

Geboortedatum

De geboortedatum laat toe om te bepalen wat de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd van de werknemer is, en dus ook de datum van het pensioen en dit voor de berekening van de cumulatieve loon voor de resterende loopbaan. Zodanig dat men kan bepalen of een werknemer belang heeft om over te schakelen naar het nieuwe systeem (deze informatie is belangrijk voor de simulaties van een mogelijke fase 2).

Formaat datum : dd-mm-jjjj of dd/mm/jjjj

G

Gemiddelde arbeidstijd zoals aangegeven voor het laatste kwartaal 2019 van de DMFA

De arbeidstijd moet worden uitgedrukt in uren en mag geen onregelmatige prestaties bevatten.

Bijvoorbeeld : Voltijds werk = 38, Halftijds werk = 19, (4/5) arbeidsregime = 30,40 Indien een werknemer een arbeidsovereenkomst heeft voor 40 uren per week, maar met een bijkomende dag inhaalrust per maand, is er sprake van een contract van 38 uur.

Deze informatie wordt weergegeven voor elke werknemer in uw DMFA-aangifte onder "Gemiddeld aantal uren per week van de werknemer".

Opgelet ! In het geval van een wijziging van deze gegevens tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen) is het noodzakelijk om 2 verschillende lijnen voor deze werknemer te gebruiken (zie specifieke gevallen uitgelegd op pagina 2).

Numeriek in uren, maximaal 2 cijfers na de komma.

Bijvoorbeeld : een werknemer werkt 38 uur per week, vul dan enkel het cijfer 38 in

H

Opleidingsniveau

Deze kolom bevat het niveau van het hoogst behaalde diploma van de werknemer.

Deze kolom dient enkel ingevuld te worden indien een functie met een gedifferentieerd barema werd toegewezen aan de werknemer.

Indien vereiste informatie, kies voor één van volgende opties : - < Bachelor

De functiecodes waarvoor deze informatie vereist is, zijn : 6073, 6170, 6175, 6177, 6180, 6181, 6182, 6183, 6184, 6185, 6186, 6270, 6271, 6273, 6370, 6461, 6462, 6470, 6670 en 6770.

Voor andere functies is deze informatie niet vereist.

- Bachelor of + In andere gevallen mag de cel leeggelaten worden.

I

Loonschaal op basis van het startbarema (vroeger benoemd als "huidige barema" in de tool gebruikt in april 2019)

Het betreft de loonschaal die van toepassing is op de werknemer op 1 november 2019 voor degene die niet in IFIC zijn of de loonschaal op basis van het startbarema voor degene die in IFIC zijn.

Er wordt gevraagd om het barema op te geven dat toegekend wordt aan de werknemer, het kan gaan over één van de barema's van PC 330 (of vaak voorkomend barema in de instellingen van de sector), of de naam van de interne loonschaal die van toepassing is op de werknemer.

Enkel in het geval dat het startbarema hoger is dan het doelbarema voor alle anciënniteitsjaren, kunt u in deze kolom de optie "startbarema hoger dan doelbarema" aangeven.

In de cel rechts hiervan vindt u de lijst terug van de barema's die standaard opgenomen zijn in de tool.

Om interne barema's in te geven, zie volgende sectie betreffende het ingeven van interne barema's in de template.

Naam ingeven van het oude PC 330 of intern barema, erop lettend dat de naam ervan op dezelfde wijze geschreven wordt zoals hieronder aangegeven voor de PC 330 barema's, of zoals u ze heeft ingegeven voor een intern barema.

Opgelet : uit voorgaande loonstudies is gebleken dat sommige instellingen een enkelvoudig barema opgaven terwijl de werknemer eigenlijk een gecombineerd barema toegewezen krijgt (bijvoorbeeld : 1.55 in plaats van 1.55-1.61-1.77). Let er dan ook zeker op dat het juiste barema wordt opgegeven in geval van gecombineerde barema's.

Lijst van mogelijke barema's : 1.12; 1.14; 1.16; 1.18; 1.20; 1.22; 1.24; 1.26; 1.30; 1.22-1.30; 1.31; 1.34; 1.35; 1.37; 1.38; 1.39; 1.40; 1.40-1.57; 1.43-1.55; 1.42; 1.43; 1.45; 1.46; 1.47; 1.49; 1.50; 1.53; 1.54; 1.55; 1.57; 1.55-1.61-1.77; 1.55-1.61-1.77+2j; 1.58; 1.59; 1.60; 1.61; 1.61-1.77; 1.62; 1.63; 1.66; 1.67; 1.75; 1.77; 1.78; 1.78S; 1.79; 1.80; 1.81; 1.82; 1.85; 1.86; 1.87; 1.88; 1.89; 1.90; 1.95; 1.94; 1.93; 1.92; 1.91; 1.96; 1.97; 1.98; 1.99; 1.00; 1.01; 13.3, startbarema hoger dan doelbarema

J-K

Baremieke anciënniteit op 1 november 2019

Jaren

Betreft de baremieke anciënniteit van de werknemer op 1 november 2019.

Dit gegeven wordt uitgedrukt in jaren en maanden.

Numeriek formaat : geheel getal van 0 tot en met 47 Numeriek formaat : geheel getal van 0 tot en met 11

Maanden

L

Haard- of standplaatsvergoeding

Betreft het recht, op basis van de persoonlijke situatie op 1 november 2019 en het inkomensniveau, op een haard- of standplaatsvergoeding of geen van beiden.

Opgelet : voor de berekening van het IFIC-barema fase 1 wordt de persoonlijke situatie van de medewerker vastgelegd op 1 november 2019.

Dit wil dus zeggen dat het barema niet meer zal wijzigen indien een alleenstaande medewerker bijvoorbeeld een familie ten laste zou hebben in 2020. Zijn IFIC-barema zal wel steeds het bedrag va zijn haardvergoeding (of standplaatsvergoeding in een omgekeerde situatie) incorporeren dat overeenstemt met de baremieke anciënniteit van zijn huidig barema.

Merk op dat, indien een intern barema werd toegewezen aan een werknemer, het mogelijk is "Haard" of "Standplaats" in te geven en dat IFIC op basis van de ingegeven bruto geïndexeerde maandlonen automatisch het bedrag van de vergoeding zal berekenen voor elk anciënniteitsjaar. Opgelet, het is echter mogelijk dat een afwijking van 0,01 EUR vastgesteld wordt tussen het werkelijk ontvangen bedrag voor deze vergoeding en deze die door IFIC berekend zal worden. Dit komt omdat de jaarlijkse niet-geïndexeerde basisbedragen hier niet opgegeven zijn, wat tot onnauwkeurigheden kan leiden voor afrondingen Indien u deze onnauwkeurigheid wil vermijden kan u zelf het bedrag van de vergoeding integreren in het intern barema, maar let er dan zeker op "Geen" te selecteren.

Ter herinnering : Bedragen volgens de index van 1 september 2018 voor een voltijdse werknemer : Maandlonen niet hoger dan 2 275,87 EUR : Haardvergoeding : 102,40 EUR Standplaatsvergoeding : 51,20 EUR Maandlonen hoger dan 2 275,87 EUR maar niet hoger dan 2 594,63 EUR : Haardvergoeding : 51,20 EUR Standplaatsvergoeding : 25,60 EUR Maandlonen hoger dan 2 594,63 EUR Haardvergoeding en standplaatsvergoeding : 0 EUR

Kiezen uit één van volgende opties : - Geen - Haard - Standplaats Opgelet : voor het barema 1.12 bij 0 jaar baremieke anciënniteit, waarbij de drempel van het minimumloon niet gehaald wordt wanneer de werknemer een standplaatsvergoeding zou krijgen, wordt gevraagd om toch "Standplaats" in te geven. IFIC zal zelf het bedrag in aanmerking nemen om dat minimumloon te bereiken.

M

Sectorale functietoeslag (enkel voor categorale ziekenhuizen, PVT's en revalidatiecentra)

Voor ouderenzorg en IBW : Geef in ieder geval "Nee" aan : de functietoeslag is niet sectoraal voor deze sectoren, dus is het niet mogelijk om in deze kolom "Ja" aan te geven.

Als het barema van de werknemer een functietoeslag, in de vorm van een evolutieve premie, bevat die aan het startbarema kan worden geïntegreerd, dient u een intern barema aan te maken die deze toeslag opneemt (zie hieronder).

Kiezen uit één van volgende opties : - Ja - nee

Voor de categorie ziekenhuizen en PVT's(2) : De sectorale functietoeslag wordt maandelijks toegekend aan sommige hoofdverpleegkundigen, paramedische diensthoofden met de loonschalen 1.78, 1.78S, 1.79, 1.80 en 1.00 evenals voor de verpleegkundigen (hoofd van dienst).

Deze toeslag evolueert (4 pct., 8 pct. of 12 pct. van het basis bruto maandloon), naargelang de baremieke anciënniteit van de persoon.

Opgelet : U kan gaan functietoeslag toewijzen voor andere barema's dan bovenvermelde barema's. Indien u dit wenst te doen, dient u zelf een "intern barema" aan te maken die dit element opneemt in de hiervoor voorziene tab (cfr. sectie hieronder).

Voor de revalidatiecentra(3) Aan de diensthoofd van de verpleegkundige dienst, de sociaal, paramedische, en therapeutische diensten alsook aan de opvoeder-groepschef wordt bovenop de brutowedde een functietoeslag toegekend. Deze toeslag evolueert (4 pct., 8 pct. of 12 pct. van het basis bruto maandloon), naargelang de baremieke anciënniteit van de persoon.

Belangrijke opmerking : In geval van interne barema's moet steeds "Nee" aangegeven worden in deze kolom. De functietoeslag moet immers rechtstreeks opgenomen worden in het opgegeven bedrag in de interne loonschaal.

N

Sectoraal functiecomplement (Niet voor de revalidatiecentra)

Voor revalidatiecentra : Geef in ieder geval "Nee" aan : het functiecomplement is niet sectoraal voor deze sector, dus is het niet mogelijk om in deze kolom "Ja" aan te geven.

Als het barema van de werknemer een functiecomplement bevat die aan het startbarema kan worden geïntegreerd, kan het bedrag van 82,98 EUR in kolom R worden aangegeven maar de premie moet dan aan de 3 cumulatieve voorwaarden voldoen (zie hieronder). Voor werknemers die nog geen 18 jaar anciënniteit hebben maar die dat functiecomplement vanaf hun 18de jaar anciënniteit zullen verkrijgen, is het noodzakelijk om een interne barema aan te maken die het complement vanaf dat jaar opneemt (zie hieronder).

Kiezen uit één van volgende opties : - Ja - Nee

Voor de categorale ziekenhuizen en PVT Het sectoraal functiecomplement(4) is een vast maandelijks bedrag van 82,98 EUR (voor een voltijdse werknemer) toegekend aan sommige hoofdverpleegkundigen, paramedische diensthoofden met een geldelijke anciënniteit vanaf 18 jaar en met de loonschalen 1.78, 1.78S, 1.79, 1.80 en 1.00 evenals voor de verpleegkundigen (hoofd van dienst).

Opgelet : u kan geen functiecomplement toewijzen voor andere barema's dan bovenvermelde barema's. Indien u dit wenst te doen(5), dient u zelf een "Intern barema" aan te maken die dit element opneemt in de hiervoor voorziene tab (cfr. sectie hieronder).

Voor de ouderenzorg en IBW Het is een vast maandelijks bedrag van 82,98 EUR (voor een voltijdse werknemer) toegekend aan hoofdverpleegkundigen, de ermee gelijkgestelde paramedici/diensthoofden en de verpleegkundige coördinatoren die als dusdanig zijn aangesteld voor zover zij aan de baremieke anciënniteit voorwaarde van 18 jaar voldoen.

Belangrijke opmerking : 1) In geval van interne barema's moet steeds "Nee" aangegeven worden in deze kolom.Het functiecomplement is immers rechtstreeks opgenomen in de opgegeven bedragen. 2) Opgelet : een werknemer die sowieso recht zou hebben op een functiecomplement bij 18 jaar baremieke anciënniteit (bijvoorbeeld : hoofdverpleegkundigen) hier moet "ja" aangegeven worden in deze kolom.

O

BBT/BBK

Er wordt hier gevraagd om aan te duiden of de werknemer over een premie voor een BBT of een BBK op 1 november 2019 beschikt. Indien de werknemer hier niet over beschikt vult u "Geen" in.

Kiezen uit één van volgende opties : - BBT - BBK - Geen


P

Premie in pct. ten opzichte van het huidig barema

Deze kolommen bieden de mogelijkheid een VASTE niet-sectorale premie in te geven die cumulatief voldoet aan de 3 volgende voorwaarden : - Onderworpen aan de sociale zekerheid (RSZ); - Functiegebonden; - Collectief toegekend aan alle werknemers die dezelfde functietoewijzing hebben gekregen in de instelling.

Numeriek, in percentage met maximum 1 cijfer na de komma.

Bijvoorbeeld : werknemer ontvangt een premie van 5 pct. op bruto maandloon, u vult dan het getal 5 in.

Q

Verklaring premie in pct.

Deze premie kan uitgedrukt worden als percentage van het bruto maandloon en/of als bruto maandbedrag in euro.

Tekstformaat (optioneel)

R

Andere vast niet-sectorale premies te integreren in het startbarema

Bruto maandbedrag (EUR) dat toegevoegd wordt aan het basisbarema

Voorbeeld : de forfaitaire vergoeding voorzien voor afdelingshoofden (225,52 EUR per maand, voltijds) en adjunct-afdelingshoofden (112,64 EUR per maand voltijds) in rustoorden voor bejaarden, rust- en verzorgingsgehuizen en dagverzorgingscentra voor bejaarden kan in kolommen R en S ingegeven worden.

Numeriek, in euro met maximum 2 cijfers na de komma.

Bijvoorbeeld : werknemer ontvangt 100 EUR premie, u vult het getal 100 in.

Opgelet indien de premie NIET VAST is (jaarlijks verschillend), dienst een intern barema aangemaakt te worden (zie hieronder).

S


Verklaring premie in EUR

Merk op : 1. De bedragen die ingegeven worden moeten overeenkomen met hetgeen iemand die voltijds werkt, toegekend zou krijgen, IFIC zal dan zelf de omzetting maken rekening houdend met de arbeidstijd van de werknemer.2. Indien er meerdere premies worden opgenomen : a.Dient men een som op te maken in de kolom dat het bedrag bevat zodat de individuele bedragen achteraf geïdentificeerd kunnen worden Bijvoorbeeld = 230,3 + 50 b. Dient in de verklaring een duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen de verschillende premies. Bijvoorbeeld = VVI premie afdelingshoofd + managementpremie

Tekstformaat (optioneel)

T-W-Z

Code van de IFIC functie

De code overeenkomstig met de sectorale referentiefunctie(s) (cfr. functiewijzer) op 1 november 2019. De functietitel dient niet aangegeven te worden, enkel de code dienst in deze kolom weergegeven te worden. In geval van een ontbrekende functie geeft u "Ontbrekend" in en vult u de kolom V, Y of AB verder aan.

Numeriek voor de IFIC codes, voor ontbrekende functies vult u "Ontbrekend" in, in tekstformaat (zonder aanhalingstekens).

Opgelet, indien u gegevens uit uw database exporteert, dient u na te gaan dat de IFIC-codes als numerieke gegevens zijn geëxporteerd.

U-X-AA


Pct. arbeidstijd toegewezen aan deze functie

Betreft de verdeling (in pct.) van de totale arbeidstijd die de werknemer besteedt aan de verschillende IFIC functies.

Opgelet : Wat de arbeidstijd in kolom G ook mag zijn, de som van de 3 percentages in kolommen U, X en AA moet steeds gelijk zijn aan 100 pct.

Indien de werknemer slechts één functie uitvoert, moet 100 pct. aangegeven worden in kolom U (kolom X en AA blijven leeg).

In geval van een hybride functie : er moet minimum 10 pct. toegewezen worden.

Numeriek in percentage : geen cijfers na de komma.

Opgelet : de combinatie 1/3, 1/3, 1/3 kan dus niet opgegeven worden, er moet dus 34 pct. aan één van de functies toegewezen worden, en 33 pct. voor de andere twee functies.

V-Y-AB

Categorie toegewezen aan de ontbrekende functie

In geval van een ontbrekende functie, de categorie die u eraan toewijst door ze te vergelijken met de andere bestaande IFIC-functies.

Numeriek formaat : geheel getal tussen 4 en 20.

Opgelet : GEEN 14B


AC

Werknemer in IFIC-barema fase 1?

Het moet hier gemeld worden als de werknemer effectief volgens het IFIC-barema wordt betaald (het antwoord is altijd "Ja" voor de nieuwe intreders vanaf 1 november 2019).

De optie "Ja" betekent dat de werknemer wordt betaald volgens het IFIC barema fase 1 : ze zijn de nieuwe werknemers vanaf 1 november 2019 en de werknemers die hebben gekozen voor het IFIC barema.

De optie "nee" betekent dat de werknemer ervoor heeft gekozen zijn eerdere salarisvoorwaarden te handhaven en daarom geen IFIC barema fase 1 ontvangt : het zijn de werknemers die niet hebben gekozen voor het IFIC barema. Opgelet : deze werknemers moeten wel gerapporteerd worden.

Kiezen uit één van volgende opties : - Ja - Nee


AD


Type van premievrijstelling van arbeidsprestaties op 1 november 2019?

Voor de betrokken werknemers wordt gevraagd aan te geven welk type van premie van toepassing is.

Voor de werknemers die jonger zijn dan 45 jaar, of de werknemers die gekozen hebben voor de vrijstelling van arbeidsprestaties of degenen die niet aan de voorwaarden voldoen, moet "0 pct." worden vermeld.

Ter herinnering : Vanaf de leeftijd van 45 jaar kunnen sommige verpleegkundigen hun recht op een vrijstelling van arbeidsprestaties omzetten in een premie(6) (pct. van het brutosalaris) : - 45 jaar : 96 uren per jaar (indien optie : 5,26 pct. op loon); - 50 jaar : 192 uren per jaar (indien optie : 10,52 pct. op loon); - 55 jaar : 288 uren per jaar (indien optie : 15,78 pct. op loon).

Kiezen uit één van volgende opties : - 0 pct.; - 5,26 pct.; - 10,52 pct.; - 15,78 pct.; - Niet van toepassing.

AE


Nummer PC

Het PC-nummer wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen de verschillende sectoren. De regels voor sectorale elementen zijn verschillend per sector. Deze kolom moet dus ingevuld worden.

Het PC-nummer wordt ook aangeduid op de individuele fiche van de werknemer. 330.01.10 : PVT's en categorale ziekenhuizen; 330.01.20 : Ouderenzorg; 330.01.41 : Revalidatiecentra (CAR, verslavingszorg en overige revalidatiecentra); 330.01.51 : Initiatieven van beschut wonen

Kiezen uit één van volgende opties : - 330.01.10 - 330.01.20 - 330.01.41 - 330.01.51


AF


Type van de instelling (alleen voor instellingen uit PC 330.01.20)

Als de instelling aan het PC 330.01.20 behoort, moet de type van de instelling vermeld worden : WZC : Woonzorgcentra KVC : Kortverblijfcentra DVC : Dagverzorgingscentra LDC : Lokale dienstencentra GAW : Groep vaan assistentiewoningen

Kiezen uit één van volgende opties : - WZC - KVC - DVC - LDC - GAW


AG


Datum van uitdiensttreding (voor werknemers die uit dienst zijn gegaan of van wie de arbeidstijd of functie is veranderd tussen 2 november 2019 en 31 december 2019)

Deze kolom is enkel in te vullen voor - Werknemers die tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen) uit dienst zijn gegaan. Gelieve de datum in te geven waarop de werknemer niet meer contractueel gebonden is aan de werkgever. - Werknemers van wie de arbeidstijd of functie is veranderd tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen) : zie specifieke gevallen uitgelegd op pagina 2.

Formaat datum : dd-mm-jjjj of dd/mm/jjjj


AH

Datum van indiensttreding (voor werknemers die in dienst zijn getreden of van wie de arbeidstijd of functie is veranderd tussen 2 november 2019 en 31 december 2019)

Deze kolom is enkel in te vullen voor Werknemers die tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen) in dienst zijn getreden;

Werknemers van wie de arbeidstijd of functie is veranderd tussen 2 november 2019 en 31 december 2019 (beide inbegrepen) : zie specifieke gevallen uitgelegd op pagina 2.

Formaat datum : dd-mm-jjjj of dd/mm/jjjj


2. Interne barema's : barema's die niet opgenomen zijn in de lijst van sectorale of vaak voorkomende barema's In deze tab kunnen de interne barema's eigen aan uw instelling ingegeven worden, maar ook barema's die niet rechtstreeks in de lijst met barema's die standaard voorkomen, zijn opgenomen.Typische voorbeelden hiervan zouden kunnen zijn: een evolutieve premie (de helft van een functietoeslag algemene ziekenhuizen die toegekend wordt aan een adjunct met een barema 1.78S) of een combinatie van verschillende PC 330 barema's afhankelijk van de baremieke anciënniteit (bijvoorbeeld : 1.12-1.14, 1.26-1.30-1.35). Voor al deze gevallen, moet u zelf voor elk anciënniteitsjaar het bedrag van het overeenkomstig brutoloon berekenen.

Opgelet : bijkomende toegekende baremieke anciënniteit geldt niet als een intern barema.

Opgelet : - Elk barema moet de bedragen (met twee cijfers na de komma) bevatten voor een VTE; - De benaming van het barema (zie verder) mag geen speciale tekens bevatten.

Hieronder zijn twee voorbeelden uitgewerkt :

1.12

1.14

1.12-1.14

Basis/Base

Basis/Base

(sprong na 10 jaar) (saut après 10 ans)

Baremieke anciënniteit/ Ancienneté barémique

0

1761,64

1790,70

1761,64

1

1909,19

1943,27

1909,19

2

1919,22

1961,82

1919,22

3

1929,25

1980,37

1929,25

...


9

1989,42

2091,67

1989,42

10

2051,17

2162,37

2162,37

11

2061,19

2184,92

2184,92

12

2071,22

2207,47

2207,47

...


20

2151,45

2387,88

2387,88

21

2161,48

2410,43

2410,43

22

2171,51

2432,98

2432,98

...

Figuur 1 : Loonschaal met combinatie van barema's

1.78S

1.78S + 0,5 AZ toeslag/ 1.78S + 0,5 supplément AZ

Basis/Base

Berekening 1/2 toeslag/ Calcul supplément 1/2


Baremieke anciënniteit/ Ancienneté barémique

0

3 049,54

=afronden/arrondir (3.049,54*2 pct./p.c.;2)

60,99

3 110,53

1

3 170,29

=afronden/arrondir (3.170,29*2 pct./p.c.;2)

63,41

3 233,70

2

3 170,29

=afronden/arrondir (3.170,29* 2 pct./p.c.;2)

63,41

3 233,70

3

3 258,54

=afronden/arrondir (3.258,54*2 pct./p.c.;2)

65,17

3 323,71

...


9

3 523,27

=afronden/arrondir (3.523,27*4 pct./p.c.;2)

140,93

3 664,20

10

3 575,28

=afronden/arrondir (3.575,28*4 pct./p.c.;2)

143,01

3 718,29

11

3 663,53

=afronden/arrondir (3.663,53*4 pct./p.c.;2)

146,54

3 810,07

12

3 663,53

=afronden/arrondir (3.663,53*4 pct./p.c.;2)

146,54

3 810,07

...


20

4 016,51

=afronden/arrondir (4.016,51*6 pct./p.c.;2)

240,99

4 257,50

21

4 104,75

=afronden/arrondir (4.104,75*6 pct./p.c.;2)

246,29

4 351,04

22

4 104,75

=afronden/arrondir (4.104,75*6 pct./p.c.;2)

246,29

4 351,04

...

Figuur 2 : Loonschaal met evolutieve premie/ Een unieke naam dient aan elk van deze barema's gegeven te worden (deze naam mag dus niet - volledig - overeenkomen met de benaming van de barema's die standaard zijn opgenomen (cf. kolom I tab "Input")).

Voor elk jaar baremieke anciënniteit (cf. kolom C tot AX) moet een bruto maandbedrag ingegeven worden. Indien het interne barema niet tot 47 jaar doorloopt, dient het bedrag van het laatste jaar overgenomen te worden voor de volgende anciënniteitsjaren.

Deze tab kan maximaal 150 verschillende loonschalen bevatten.

Opgepast!!! Deze beperking dient strikt gerespecteerd te worden.

Bij vragen rond het gebruik van dit model, kan u, liefst per e-mail, contact opnemen met IFIC : rapportage@if-ic.org.

Privacy IFIC verzekert dat de analyses enkel op sectoraal niveau uitgevoerd zullen worden en dat de gegevens van de instellingen dus nooit afzonderlijk besproken en gepubliceerd worden. Bovendien zullen zij nooit voor andere zaken dan de kostprijsinschatting en de financiering van de instellingen voor de implementatie van de IFIC barema's fase 1 gebruikt worden. De GDPR-regelgeving wordt nageleefd. De gegevens zijn geanonimiseerd en worden enkel op macroniveau verwerkt. De informatieaanvraag vertrekt bovendien vanuit een wettelijke basis (onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd Rapporteringstool (model) : Tablad 1 (Input) :

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

Baremieke anciënniteit op 1 november 2019


Naam instelling

RSZ nummer

RIZIV nummer

Huidige functietitel in de instelling

Identificatiecode maximum 7 cijfers

Geboortedatum (dd-mm-jjjj)

Gemiddelde arbeidstijd zoals aangegeven voor het laatste kwartaal 2019 van de DMFA voltijds = 38 uren

Opleidingsniveau < Bachelor, Bachelor of +

Loonschaal op basis van het startbarema

Jaren

Maanden

Haard- of standplaatstoelage


M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

AA

AB

Sectorale premies

Andere vaste (niet-sectorale) premies Te integreren in het startbarema

IFIC functie 1

IFIC functie 2 (hybride)

IFIC functie 3 (hybride)

Sectorale functietoeslag (enkel voor categorale ziekenhuizen en revalidatiecentra

Sectoraal functiecomplement (niet voor de revalidatiecentra)

BBT/BBK

Premie in pct. ten opzichte van het huidig barema

Verklaring premie in pct.

Bruto maandbedrag (1) dat toegevoegd wordt aan het basisbarema

Verklaring premie in I

Code van de IFIC functie

pct. arbeidstijd toegewezen aan deze functie

Categorie toegewezen aan de ontbrekende functie

Code van de IFIC functie

Pct. arbeidstijd toegewezen aan deze functie

Categorie toegewezen aan de ontbrekende functie

Code van de IFIC functie

Pct. arbeidstijd toegewezen aan deze functie

Categorie toegewezen aan de ontbrekende functie


AC

AD

AE

AF

AG

AH

Werknemer in IFIC-barema fase 1?

Type van premie vrijstelling van arbeidsprestaties op 1 november 2019?

Nummer PC van de werkgever

Type van de instelling (alleen voor instellingen ut PC 330.01.20)

Datum van uitdiensttreding (enkel voor werknemers die uit dienst zijn gegaan of wier arbeidstijd of functie is veranderd tussen 2 november 2019 en 31 december 2019)

Datum van indiensttreding (voor werknemers die in dienst zijn getreden of wier arbeidstijd of functie is veranderd tussen 2 november 2019 en 31 december 2019)


Tablad 2 (Interne barema's) :

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Benaming interne barema

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22


Y

Z

AA

AB

AC

AD

AE

AF

AG

AH

AI

AJ

AK

AL

AM

AN

AO

AP

AQ

AR

AS

AT

AU

AV

AW

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47


Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 3 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd Methodologie voor het berekenen van de reële kost van fase 1 voor de afrekening 2019 : De gegevens zoals beschreven in bijlage 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst moeten aan de VZW IFIC binnen de termijn en volgens de modaliteiten bepaald door onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst gerapporteerd worden, per instelling en voor alle werknemers die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst vallen.

Deze derde bijlage bepaalt : - hoe de maandelijkse kost per werknemer voor het jaar 2019 wordt berekend; - hoe de jaarlijkse kost per werknemer voor het jaar 2019 wordt berekend; - hoe de jaarlijkse kost per instelling voor het jaar 2019 wordt berekend; - hoe de jaarlijkse kost per subsector voor het jaar 2019 wordt berekend.

Stap 1 : Uitsluiting van de niet betrokken werknemers Voor de berekening van de kost wordt er enkel rekening gehouden met de werknemers die volgens het IFIC-barema fase 1 effectief betaald worden (cf. bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, "Ja" in kolom AC van het rapporteringsbestand). De gegevens van werknemers die niet volgens de IFIC-barema's fase 1 betaald worden, zijn uitgesloten om de kost te berekenen.

Stap 2 : Berekening van de maandelijkse kost voor elke werknemer die in aanmerking moet worden genomen De maandelijkse kost voor elke werknemer (conform stap 1) bestaat uit de som van de volgende elementen : a) Baremieke kost : de baremieke kost wordt berekend op basis van het anciënniteitsjaar ingevoerd in het rapporteringsbestand (cf.bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst). Het bedrag van het doelbarema voor dat jaar wordt vergeleken met dat van het startbarema.

Om de kost van de IFIC-barema's fase 1 te berekenen, is de volgende formule van toepassing : - Als het startbarema > doelbarema dan is de kost = 0; - Anders is de kost = (doelbarema - startbarema) * 18,25 pct. b) Impact op de onregelmatige prestaties Om de impact van de IFIC-barema's fase 1 op de onregelmatige prestaties in rekening te nemen, wordt per werknemer en per functietoewijzing (op basis van de code IFIC functie 1) een extra percentage op de baremieke kost toegepast. De lijst van de betrokkene functies en het extra percentage per functie (gemiddelde percentage per functie op basis van reële gegevens uit de sector) worden bepaald door de sociale partners, per subsector.

Dezelfde lijst en dezelfde percentages worden voor de berekeningen voor de jaren 2019 en 2020 gebruikt. c) Impact op de premies vrijstelling van arbeidsprestaties (VAP-DPT) Om de impact van de IFIC-barema's fase 1 op de premies vrijstelling van arbeidsprestaties in rekening te nemen, wordt het percentage van toepassing volgens de leeftijd van elke betrokkene werknemer (cf. bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kolom AD : 0 pct., 5,26 pct., 10,52 pct. of 15,78 pct.) op de baremieke kost van deze werknemer toegepast.

De berekeningen worden gemaakt voor de maanden van november en december 2019 op basis van de specifieke gegevens die hiervoor gerapporteerd worden (i.e. "Gemiddelde arbeidstijd voor het laatste kwartaal van 2019" - cf. bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kolom G van het rapporteringsbestand). In het geval van een werknemer die na 1 november 2019 in of uit dienst treedt (zie kolommen AG en AH van het rapporteringsbestand), wordt de kost alleen voor de desbetreffende periode berekend.

Stap 3 : Berekening van de jaarlijkse kost per werknemer voor het jaar 2019 Voor de berekening van de jaarlijkse kost per werknemer worden de volgende vermenigvuldigingsfactoren gebruikt : - 1,3445 : om de werkgeversbijdragen in rekening te brengen; - 0,92/12 : om het dubbel vakantiegeld in rekening te brengen.

Elke van deze vermenigvuldigingsfactoren wordt op de betrokken componenten van de kost per werknemer (cf. stap 2) toegepast, conform de geldende wetgeving.

De jaarlijkse kost per werknemer bestaat uit de som van de resultaten per werknemer voor de maanden november en december 2019.

Stap 4 : Berekening van de jaarlijkse kost per instelling voor het jaar 2019 De jaarlijkse kost per instelling wordt berekend door de som van de jaarlijkse kost voor elke werknemer van de instelling (cf. stap 3).

De berekende kost per instelling voor het jaar 2019 (november en december) wordt door IFIC aan het agentschap "Zorg en Gezondheid" meegedeeld. Dit cijfer wordt door het agentschap "Zorg en Gezondheid" gebruikt om het bedrag dat aan elke instelling moet gestort worden te bepalen, ter financiering van de implementatie van de IFlC-barema's fase 1 voor het jaar 2019, rekening houdend met het mogelijke voorschot ontvangen in 2019.

Stap 5 : Berekening van de jaarlijkse kost per subsector voor het jaar 2019 Voor elk van de volgende subsectoren moet een jaarlijkse kost voor het jaar 2019 berekend worden : 330.01.10 PVT; 330.01.10 Categorale ziekenhuizen; 330.01.20 Ouderenzorg; 330.01.41 Centra ambulante revalidatie; 330.01.41 Behandelingscentra verslavingszorg; 330.01.41 Andere instellingen; 330.01.51 Initiatieven van beschut wonen.

De jaarlijkse kost per subsector voor het jaar 2019 (november en december) wordt zo berekend : Som per subsector van de jaarlijkse kost voor het jaar 2019 (conform stap 4) van de instellingen die gerapporteerd hebben conform de modaliteiten van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 4 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 november 2019, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de rapporteringsprocedure aan de vzw IFIC in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 april 2019 betreffende de invoering van een nieuw loonmodel voor de inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd Methodologie voor het berekenen van de voorschotten voor de financiering van de reële kost van fase 1 voor het jaar 2020 : De gegevens zoals beschreven in bijlage 1 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst moeten aan de vzw IFIC binnen de termijn en volgens de modaliteiten bepaald door onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst gerapporteerd worden, per instelling en voor alle werknemers die onder het toepassingsgebied van deze collectieve arbeidsovereenkomst vallen.

Deze vierde bijlage bepaalt : - hoe de maandelijkse kost per werknemer voor het jaar 2020 wordt berekend; - hoe de jaarlijkse kost per werknemer voor het jaar 2020 wordt berekend; - hoe de jaarlijkse kost per instelling voor het jaar 2020 wordt berekend; - hoe de jaarlijkse kost per subsector voor het jaar 2020 wordt berekend.

Stap 1 : Uitsluiting van de niet betrokken werknemers Voor de berekening van de kost wordt er enkel rekening gehouden met de werknemers die volgens het IFIC-barema fase 1 effectief betaald worden (cf. bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, "Ja" in kolom AC van het rapporteringsbestand). De gegevens van werknemers die niet volgens de IFIC-barema's fase 1 betaald worden, zijn uitgesloten om de kost te berekenen.

Stap 2 : Berekening van de maandelijkse kost voor elke werknemer die in aanmerking moet worden genomen De maandelijkse kost voor elke werknemer (conform stap 1) bestaat uit de som van de volgende elementen : a) Baremieke kost : de baremieke kost wordt berekend op basis van het anciënniteitsjaar ingevoerd in het rapporteringsbestand (bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst).Het bedrag van het doelbarema voor dat jaar wordt vergeleken met dat van het startbarema.

Om de kost van de IFIC-barema's fase 1 te berekenen, is de volgende formule van toepassing : - Als het startbarema > doelbarema dan is de kost = 0; - Anders is de kost = (doelbarema - startbarema) * 18,25 pct. b) Impact op de onregelmatige prestaties Om de impact van de IFIC-barema's fase 1 op de onregelmatige prestaties in rekening te nemen, wordt per werknemer en per functietoewijzing (op basis van de code IFIC functie 1) een extra percentage op de baremieke kost toegepast. De lijst van de betrokkene functies en het extra percentage per functie (gemiddelde percentage per functie op basis van reële gegevens uit de sector) worden bepaald door de sociale partners, per subsector.

Dezelfde lijst en dezelfde percentages worden voor de berekeningen voor de jaren 2019 en 2020 gebruikt. c) Impact op de premies vrijstelling van arbeidsprestaties (VAP-DPT) Om de impact van de IFIC-barema's fase 1 op de premies vrijstelling van arbeidsprestaties in rekening te nemen, wordt het percentage van toepassing volgens de leeftijd van elke betrokkene werknemer (cf. bijlage 2 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, kolom AD : 0 pct., 5,26 pct. 10,52 pct. of 15,78 pct.) op de baremieke kost van deze werknemer toegepast.

Stap 3 : Berekening van de jaarlijkse kost per werknemer voor het jaar 2020 Voor de berekening van de jaarlijkse kost per werknemer worden de volgende vermenigvuldigingsfactoren gebruikt : - 12 : voor de 12 maanden van het jaar in rekening te brengen; - 1,3445 : om de werkgeversbijdragen in rekening te brengen; - 0,92 : om het dubbel vakantiegeld in rekening te brengen(7); - 0,0303 : om het variabel deel van de eindejaarspremie in rekening te brengerf(8).

Elke van deze vermenigvuldigingsfactoren wordt op de betrokken componenten van de kost per werknemer (cf. stap 2) toegepast, conform de geldende wetgeving, om de jaarlijkse kost per werknemer te berekenen.

Stap 4 : Berekening van de jaarlijkse kost per instelling voor het jaar 2020 De jaarlijkse kost per instelling wordt berekend door de som van de jaarlijkse kost voor elke werknemer van de instelling (cf. stap 3).

Opmerking: voor de woonzorgcentra en de kortverblijfcentra van het PC 330.01.20 wordt de kost gerelateerd aan de leidinggevende functies door een andere financieringsbron dan het IFIC budget gefinancierd. De kost gerelateerd aan de werknemers met als toewijzing (IFIC functie 1) codes 4020, 4021, 4022, 4040, 5022, 5023, 5030, 6010, 6111, 6122, 6320, 6330 wordt dus uit de totaal jaarlijkse kost geïsoleerd.

De berekende jaarlijkse kost per instelling wordt door IFIC aan het agentschap "Zorg en Gezondheid" meegedeeld (na uittrekking van het bedrag voor de kost gerelateerd aan de leidinggevende functies, voor de woonzorgcentra en de kortverblijfcentra van het PC 330.01.20). Deze jaarlijkse kost per instelling bepaalt het bedrag dat door het agentschap "Zorg en Gezondheid" aan elke instelling zal betaald worden als voorschot voor het jaar 2020, conform de modaliteiten beschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 tot financiering van sommige sociale akkoorden in bepaalde gezondheidsinrichtingen en -diensten.

Stap 5 : Berekening van de jaarlijkse kost per subsector voor het jaar 2020 Voor elk van de volgende subsectoren moet een jaarlijkse kost voor het jaar 2020 berekend worden : 330.01.10 PVT; 330.01.10 Categorale ziekenhuizen; 330.01.20 Ouderenzorg; 330.01.41 Centra ambulante revalidatie; 330.01.41 Behandelingscentra verslavingszorg; 330.01.41 Andere instellingen; 330.01.51 Initiatieven van beschut wonen.

Om de kosten te kunnen extrapoleren naar de totale loonmassa van elk subsector moet de representativiteit van gerapporteerde loongegevens worden vastgesteld : Jaarlijkse loonmassa per subsector volgens de gerapporteerde gegevens/jaarlijkse loonmassa van de subsector = pct. van representativiteit Op deze basis wordt de jaarlijkse kost per subsector geëxtrapoleerd : Berekening van de jaarlijkse kost per subsector = jaarlijkse kost per subsector volgens de gerapporteerde gegevens (som van de jaarlijkse kost van de instellingen uit de subsector)/pct. van representativiteit van de gerapporteerde gegevens per subsector.

Opmerking : voor de woonzorgcentra en de kortverblijfcentra van het PC 330.01.20 wordt de kost gerelateerd aan de leidinggevende functies geïsoleerd uit de totale kost voor de sector 330.01.20.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota's (1) Leidinggevenden, uitgezonderd hoofdverpleegkundigen, die een functie uit de sectorale functiewijzer bekleden, worden van toewijzing uitgesloten indien nader onderzoek aantoont dat ze effectief leidinggevende zijn zoals bedoeld in het kader van de sociale verkiezingen.(2) Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1992.(3) Cfr.collectieve arbeidsovereenkomst van 26 augustus 1992. (4) Cfr.collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2006. (5) Opgelet : in dit geval moet dit complement cumulatief voldoen aan de 3 volgende voorwaarden : onderworpen aan de sociale zekerheid (RSZ);Functiegebonden; Collectief toegekend aan alle werknemers die dezelfde functietoewijzing hebben gekregen in de instelling. (6) Sinds 1 oktober 2005 bestaat er geen keuzemogelijkheid meer per leeftijdsgrens (45, 50 of 55 jaar), met uitzondering van het verpleegkundig personeel, verpleegkundige diensthoofden en adjunct-diensthoofden.Het personeel, dat voor 1 oktober 2005 heeft gekozen voor de premie, behoudt de premie. De optie uitkering kan ten allen tijde omgezet worden in vrijstelling. De vrijstelling is een definitieve keuze. (7) Deze factor wordt toegepast op het maandelijks basissalaris. (8) Deze factor wordt toegepast op het jaarlijks basissalaris.

^