gepubliceerd op 12 oktober 2026
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 januari 2007 betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
20 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 20/02/2007 numac 2007022157 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007022067 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, wijzgt het
koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
20/02/2007
numac
2007022157
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022067
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen, en dit naar aanleiding van de wijzigingen aangebracht in de programmawet (I) van 24 december 2002 door de
wet van 20 juli 2026Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2026
pub.
12/10/2026
numac
2026007037
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet tot wijziging van de programmawet van 24 december 2002 (1)
sluiten tot wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002.
Overeenkomstig artikel 42, 3°, b), van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd door voornoemde wet van 20 juli 2026Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2026 pub. 12/10/2026 numac 2026007037 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de programmawet van 24 december 2002 (1) sluiten, kunnen voortaan bepaalde zelfstandigen in bijberoep een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) opbouwen, voor zover ze minstens sociale bijdragen verschuldigd zijn op een jaarlijks beroepsinkomen van 1.922,16 euro. Met inbegrip van de zelfstandigen in hoofdberoep die de toepassing genieten van artikel 37 van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen (gelijkgesteld met een zelfstandige in bijberoep). Vóór de inwerkingtreding van deze wet konden enkel de zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen verschuldigd waren die minstens even hoog waren als de sociale minimumbijdragen die zelfstandigen in hoofdberoep dienen te betalen, een VAPZ opbouwen. Deze voorwaarde was enkel vervuld indien het geherwaardeerde inkomen van drie jaar geleden minstens gelijk was aan de minimumdrempel van een zelfstandige in hoofdberoep.
Daarnaast is het VAPZ voortaan ook mogelijk voor zelfstandigen in bijberoep die zich in begin van bezigheid bevinden (artikel 13bis, § 2, 4°, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen). Vóór de aanpassing van artikel 42, 3°, van de programmawet (I) van 24 december 2002 door de wet van 20 juli 2026Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2026 pub. 12/10/2026 numac 2026007037 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de programmawet van 24 december 2002 (1) sluiten waren zij uitgesloten van de opbouw van een VAPZ. Naar aanleiding van de invoering van de mogelijkheid voor zelfstandigen in bijberoep om een VAPZ op te bouwen (voor zover ze minstens sociale bijdragen verschuldigd zijn op een jaarlijks beroepsinkomen van 1.922,16 euro), dienen in het koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 20/02/2007 numac 2007022157 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007022067 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen de nodige aanpassingen te gebeuren voor wat betreft de berekening van de VAPZ-bijdrage voor de zelfstandige in bijberoep die zich in de periode van begin van bezigheid bevindt. Daarnaast worden er enkele verduidelijkingen aangebracht aan de berekeningswijze van de VAPZ-bijdrage voor de zelfstandigen in hoofdberoep die zich in begin van bezigheid bevinden.
ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING
Artikel 1
Artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 20/02/2007 numac 2007022157 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007022067 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen bepaalt welke beroepsinkomsten in aanmerking genomen worden voor de berekening van de VAPZ-bijdrage tijdens de periode van aanvang of hervatting van de beroepsactiviteit.
Enerzijds wordt verduidelijkt wat er moet begrepen worden onder 'de periode van aanvang of hervatting van de beroepsactiviteit' voor zelfstandigen in hoofdberoep, omdat in de praktijk bleek dat hieromtrent verwarring bestond. In de wetgeving betreffende het VAPZ was immers geen definitie van het begrip 'periode van aanvang of hervatting van de beroepsactiviteit' opgenomen. Nochtans is het belangrijk dat dit begrip op identieke wijze wordt geïnterpreteerd als het begrip 'begin van bezigheid' in de wetgeving betreffende het sociaal statuut der zelfstandigen. Daarom verwijst het eerste lid van paragraaf 2 voortaan uitdrukkelijk naar artikel 13bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Zodoende is het duidelijk dat het begrip 'de periode van aanvang of hervatting van de beroepsactiviteit' op identieke wijze moet begrepen worden als 'de periode van begin van bezigheid', met name de periode van het eerste kalenderkwartaal van onderwerping tot en met het laatste kalenderkwartaal van het derde volledige kalenderjaar van onderwerping en desgevallend, elk van de volgende kalenderkwartalen onderwerping waarvoor geen refertejaar bestaat in de zin van artikel 11, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
In die periode wordt de VAPZ-bijdrage berekend op het inkomen op basis waarvan de minimumbijdrage berekend wordt (17.374,08 euro voor 2026).
Evenwel heeft de zelfstandige in hoofdberoep de mogelijkheid om de VAPZ-bijdrage te laten berekenen op een geschat inkomen dat hoger ligt dan het inkomen op basis waarvan de minimumbijdrage berekend wordt.
Daarnaast dient, omwille van het feit dat zelfstandigen in bijberoep op basis van het nieuwe artikel 42, 3°, b), van de programmawet (I) van 24 december 2002 eveneens toegelaten worden tot het VAPZ voor zover ze minstens sociale bijdragen verschuldigd zijn op een jaarlijks beroepsinkomen van 1.922,16 euro, eveneens verduidelijkt te worden welk beroepsinkomen in aanmerking genomen wordt voor de zelfstandige in bijberoep tijdens de periode van begin van bezigheid. Het nieuwe tweede lid van artikel 2, § 2, bepaalt dat er rekening gehouden wordt met een jaarlijks beroepsinkomen van 1.922,16 euro (bedrag voor 2026) of met een hoger geschat inkomen.
Een zelfstandige in bijberoep is geen enkele sociale bijdrage verschuldigd wanneer zijn jaarlijks beroepsinkomen onder deze drempel van 1.922,16 euro blijft en kan dan ook geen VAPZ opbouwen.
Art. 2 Dit artikel bepaalt dat dit besluit uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2026 en dit gelijktijdig met de inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 20 juli 2026Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2026 pub. 12/10/2026 numac 2026007037 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de programmawet van 24 december 2002 (1) sluiten tot wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002.
De nieuwe bepalingen hebben betrekking op het volledige inkomstenjaar 2026.
Art. 3 Dit artikel bepaalt welke ministers bevoegd zijn voor de uitvoering van dit besluit.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Economie, D. CLARINVAL De Minister van Financiën en Pensioenen, J. JAMBON De Minister van Zelfstandigen, E. SIMONET
Raad van State afdeling Wetgeving Advies 79.845/1/V van 30 juli 2026 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het
koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
20/02/2007
numac
2007022157
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022067
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen' Op 17 juli 2026 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Zelfstandigen verzocht binnen een termijn van dertig dagen, van rechtswege verlengd tot 4 september 2026,* en advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het
koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
20/02/2007
numac
2007022157
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022067
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen'.
Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 28 juli 2026 . De kamer was samengesteld uit Wilfried Van Vaerenbergh, eerste voorzitter van de Raad van State, Pierre Lefranc, kamervoorzitter, Toon Moonen, staatsraad, en Yves Depoorter, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Ronald Van Crombrugge, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Lefranc, kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 30 juli 2026. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 20/02/2007 numac 2007022157 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007022067 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen sluiten `betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen'.(1)
Artikel 1 van het ontwerp strekt tot vervanging van artikel 2, § 2, van voormeld koninklijk besluit. De ontworpen bepaling beoogt rekening te houden met het feit dat ingevolge de wet van 20 juli 2026Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2026 pub. 12/10/2026 numac 2026007037 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de programmawet van 24 december 2002 (1) sluiten `tot wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002' zelfstandigen in bijberoep een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen zullen kunnen opbouwen, ook wanneer zij sociale bijdragen betalen die minder hoog zijn dan de sociale bijdragen die zelfstandigen in hoofdberoep dienen te betalen.
Artikel 2 regelt de inwerkingtreding van het te nemen koninklijk besluit. Het bepaalt dat het koninklijk besluit in werking treedt op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
RECHTSGROND 3. Het ontwerp van koninklijk besluit vindt voldoende rechtsgrond in artikel 44, § 2/4, van de programmawet (I) van 24 december 2002, dat de Koning machtigt te bepalen hoe de bijdragen worden berekend bij aanvang of hervatting van beroepsactiviteit.Er hoeft bijgevolg geen beroep te worden gedaan op artikel 80, eerste lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002 dat een algemene machtiging verleent aan de Koning om uitvoering te geven aan de bepalingen over de aanvullende pensioenen van zelfstandigen.
ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 4. De verwijzing naar artikel 80, eerste lid, van de programmawet (I) van 24 december 2002 dient, gelet op opmerking 3, te worden weggelaten.5. In de verwijzing in de aanhef naar het advies van de "Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen" schrijve men de "Commissie voor de Aanvullende Pensioenen voor Zelfstandigen". Artikel 2 6. Artikel 2 van het ontwerp bepaalt dat het te nemen koninklijk besluit in werking treedt op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.Tenzij er een bijzondere reden is om af te wijken van de gebruikelijke termijn van inwerkingtreding van besluiten, bepaald bij artikel 6, eerste lid, van de wet van 31 mei 1961 `betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen', moet dat artikel uit het ontwerp worden weggelaten.
Bovendien dient erop te worden gelet dat het te nemen koninklijk besluit niet in werking treedt voordat de wet van 20 juli 2026Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2026 pub. 12/10/2026 numac 2026007037 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de programmawet van 24 december 2002 (1) sluiten `tot wijziging van de programmawet (I) van 24 december 2002' in werking is getreden, vermits de wijzigingen die bij deze wet worden doorgevoerd noodzakelijk samenhangen met de rechtsgrondbepaling.(2) DE GRIFFIER, Yves DEPOORTER DE EERSTE VOORZITTER, Wilfried VAN VAERENBERGH _______ Nota's * Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juni en 15 augustus. (1) Een eerdere adviesaanvraag over het ontwerp heeft de afdeling Wetgeving bij advies 79.279/1 van 18 mei 2026 onontvankelijk verklaard omdat het onderzoek van de rechtsgrond niet op sluitende wijze kon worden gevoerd. (2) Zie adv.RvS 79.279/1 van 18 mei 2026 over hetzelfde ontwerp.
20 SEPTEMBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
20/02/2007
numac
2007022157
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
type
koninklijk besluit
prom.
12/01/2007
pub.
23/01/2007
numac
2007022067
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen
sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de programmawet (I) van 24 december 2002, artikel 44, § 2/4, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 14/05/2014 numac 2014009199 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende diverse bepalingen betreffende Justitie type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen sluiten;
Gelet op het koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 20/02/2007 numac 2007022157 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007022067 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 maart 2026;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven op 3 april 2026;
Gelet op het advies van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen 2025/20, gegeven op 15 december 2025;
Gelet op het advies nr. 20 van de Commissie voor de Aanvullende Pensioenen voor Zelfstandigen, gegeven op 17 april 2026;
Gelet op het advies van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten gegeven op 5 mei 2026;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies nr. 79.845/1 van de Raad van State, gegeven op 30 juli 2026 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Economie, de Minister van Financiën en Pensioenen, de Minister van Zelfstandigen en op het advies van de in Raad vergaderde ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1.Artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 12 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 20/02/2007 numac 2007022157 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen type koninklijk besluit prom. 12/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007022067 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen sluiten betreffende de aanvullende pensioenovereenkomsten voor zelfstandigen, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 augustus 2015, wordt vervangen als volgt: " § 2. In de periode van aanvang of hervatting van beroepsactiviteit, zoals bedoeld in artikel 13bis, § 2, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38, wordt de bijdrage, binnen de grenzen bedoeld in § 1, vastgesteld op basis van het minimuminkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38 of een door de zelfstandige geschat inkomen bedoeld in artikel 11, § 3, vijfde lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38, dat hoger is dan het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38.
In afwijking van het voorgaande lid, wordt, voor de zelfstandige bedoeld in artikel 13bis, § 2, 4°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38, de bijdrage, binnen de grenzen bedoeld in § 1, vastgesteld op basis van het inkomen bedoeld in artikel 13bis, § 2, 4°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 38 of een door de zelfstandige geschat inkomen bedoeld in artikel 11, § 3, vijfde lid van voornoemd koninklijk besluit nr. 38.".
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 3.De minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Pensioenen en de minister bevoegd voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 september 2026.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, D. CLARINVAL De Minister van Financiën en van Pensioenen, J. JAMBON De Minister van Zelfstandigen, E. SIMONET