Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 20 december 2000
gepubliceerd op 30 december 2000

Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht

bron
ministerie van economische zaken
numac
2000011535
pub.
30/12/2000
prom.
20/12/2000
ELI
eli/besluit/2000/12/20/2000011535/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 DECEMBER 2000. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van domeinconcessies voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 6, § 2, en artikel 30, § 2;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7 juli 2000;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 11 december 2000;

Gelet op het advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas gegeven op 25 mei 2000;

Gelet op het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling gegeven op 20 juni 2000;

Gelet op het besluit van de Ministerraad van 20 juli 2000, over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 12 oktober 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, van Onze Minister van Leefmilieu en van Onze Staatssecretaris voor Energie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, moet verstaan worden onder : 1 "werkdagen" : elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen; 2° "wet" : de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;3° "installatie" : elke installatie voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden bedoeld bij artikel 6 van de wet; 4 "richtlijn 96/92" : de richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit; 5 "commissie" : de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas opgericht bij artikel 23 van de wet en bij artikel 15 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten; 6° "betrokken administraties" : de administraties vertegenwoordigd in de raadgevende commissie opgericht bij het koninklijk besluit van 12 augustus 2000 in uitvoering van artikel 3, § 2, van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat;7° "minister" : de federale Minister tot wiens bevoegdheid de Energie behoort;8° "project" : elke door de concessiehouders beoogde bouw en exploitatie van een installatie. HOOFDSTUK II. - Selectie - en toekenningscriteria Afdeling 1. - Selectiecriteria

Art. 2.De selectiecriteria voor de aanvragen van domeinconcessies voor de bouw en uitbating van installaties in de zeegebieden waarin België zijn rechtsbevoegheid kan uitoefenen zijn de volgende : 1° de aanwezigheid bij de aanvrager of in de schoot van de instantie die gelast is met de exploitatie, van een aangepaste functionele en financiële structuur die de mogelijkheid biedt preventieve maatregelen te plannen en toe te passen ten einde de betrouwbaarheid en de veiligheid van de productie-installatie te verzekeren en eveneens, desgevallend, te zorgen voor een buitendienststelling of definitieve stopzetting in optimale en veilige omstandigheden en met respect voor het milieu;2° indien de aanvraag uitgaat van een vennootschap, of van vennootschappen, die een joint venture hebben afgesloten of van een tijdelijke vennootschappen of vennootschappen in deelneming : a) oprichting ervan overeenkomstig de Belgische wetgeving, de wetgeving van een andere Lidstaat van de Europese Unie of van een Staat die verbintenissen heeft aangegaan die gelijkaardig zijn met de voorwaarden opgelegd door het vergunningsstelsel en/of aanbestedingsstelsel die voortvloeien uit de richtlijn 96/92, b) beschikking over een centrale administratie, een voornaamste vestiging of een maatschappelijke zetel in een Lidstaat van de Europese Unie of in een Staat ten aanzien waarvan verbintenissen zijn aangegaan die gelijkaardig zijn met deze die voortvloeien uit de richtlijn 96/92, op voorwaarde dat de activiteit van deze vestiging of maatschappelijke zetel een effectief en bestendig verband vertoont met de economie van deze Staat of Lidstaat;3° afwezigheid in hoofde van de aanvrager van een toestand van faillissement zonder eerherstel, van vereffening of van elke situatie die het resultaat is van een gelijkaardige procedure die van kracht is in een nationale wetgeving of reglementering, evenals van een lopende procedure die tot dit resultaat zou kunnen leiden.4° afwezigheid van gerechtelijk akkoord of van elke analoge situatie die het resultaat is van een procedure van dezelfde aard, die van kracht is in een nationale wetgeving of reglementering, tenzij het gerechtelijk akkoord of de analoge situatie onderworpen is aan voorwaarden die de ontwikkeling impliceren van de activiteiten die het voorwerp van de aanvraag uitmaken;5° afwezigheid van veroordeling bij vonnis met kracht van gewijsde uitgesproken ten aanzien van de aanvrager, of het nu gaat over een natuurlijke persoon, over een rechtspersoon onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 5 van het strafwetboek, of over een persoon die in de schoot van het bedrijf of de rechtspersoon die de aanvraag indient, een functie waarneemt van beheerder, zaakvoerder, directeur of zaakgelastigde, voor een misdrijf dat na de inwerkingtreding van de wet van 4 mei 1999 tot instelling van de strafrechtelijke aanspraklijkheid van rechtspersonen, ten laste zou zijn gelegd van de rechtspersoon;6° de beschikking over een voldoende financiële en economische draagkracht die wordt beoordeeld op basis van de documenten opgesomd in artikel 4, § 2;7° de verbintenis tot samenstelling van voldoende waarborgen voor de dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid met betrekking tot de installatie, volgens de criteria die in het algemeen door de verzekeringsmaatschappijen worden toegepast;8° de technische bekwaamheden van de aanvrager of van de onderneming die met de oprichting of de exploitatie van de installatie zal belast worden; om hun technische bekwaamheden te beoordelen, wordt rekening gehouden met de volgende elementen : a) de vermelding van voorgaande realisaties inzonderheid inzake elektriciteitsproductie en van marine civiele bouwkunde, aan de hand waarvan de technische kennis kan worden geëvalueerd, op dit gebied of op een gelijkaardig gebied, gedurende de jaren die het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, voorafgaan;b) de referenties, diploma's en professionele titels van de belangrijkste kaderleden van het bedrijf en, in het bijzonder, van diegenen die de betrokken werkzaamheden opvolgen en leiden;c) de technische middelen die men voor ogen heeft voor de realisatie van de werkzaamheden voor de bouw en de exploitatie van de installatie waarop de aanvraag betrekking heeft. Afdeling 2. - Criteria van toekenning

Art. 3.De criteria van toekenning van de domeinconcessies met het oog op de bouw en de exploitatie van installaties in de zeegebieden waarover België zijn rechtsbevoegdheid kan uitoefenen zijn de volgende : 1° de gelijkvormigheid van de installatie met het technisch reglement van het transmissienet, genomen in uitvoering van artikel 11 van de wet, of in voorkomend geval, van het technisch reglement van het distributienet;2° de invloed van de installatie op de toegestane activiteiten in de zeegebieden krachtens een andere wetgeving of reglementering;3° de kwaliteit van het project op technisch en economisch gebied, inzonderheid door de toepassing van de beste beschikbare technologieën;4° de kwaliteit van het voorgelegde plan inzake uitbating en onderhoud;5° het voorstel van technische en financiële bepalingen voor de behandeling en het weghalen van installaties wanneer zij definitief buiten gebruik worden gesteld;deze bepalingen omvatten inzonderheid de samenstelling van een reserve die wordt geheven op de exploitatieresultaten en die wordt gecontroleerd door de commissie met het oog op het waarborgen van de herinrichting van de gebieden. HOOFDSTUK III. - Indiening van de aanvragen

Art. 4.§ 1. De aanvraag van een domeinconcessie voor de bouw en de exploitatie van installaties in de zeegebieden waarin België zijn rechtsbevoegdheid kan uitoefenen, wordt gericht aan de commissie per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs.

De aanvrager doet voor zijn aanvraag keuze van woonst in België.

De aanvraag wordt ingediend door middel van een verzoekschrift in twintig exemplaren. § 2. De aanvraag bevat : 1° naam, voornaam, beroep, woonplaats en nationaliteit van de aanvrager;2° indien het gaat over een vennootschap, de handelsnaam of benaming, de juridische vorm, de maatschappelijke zetel en desgevallend de statuten ervan alsook de documenten waarin de bevoegdheid van de ondertekenaars van de aanvraag wordt bevestigd;indien het gaat om een joint venture dient elk der contractspartijen deze informatie mee te delen; 3° een algemene nota met het voorwerp en een globale beschrijving van het project alsook de voorzieningen voor de uitbating en het onderhoud van de installatie;4° een afzonderlijke nota die beantwoordt aan elk van de selectie en toekenningscriteria die in de artikelen 2 en 3 zijn bedoeld; 5° een dieptekaart in projectie Mercator E50 op schaal 1/100.000 met aanduiding van de volgende elementen : a) de afbakening van het blok waarvoor de aanvraag wordt ingediend met verduidelijking van de lokalisering van de installatie in verhouding tot de maritieme activiteiten die er worden verricht;b) de aanduiding van de grenzen van de eventuele naburige blokken waarvoor reeds een concessie werd toegekend;c) het geplande tracé voor de kabels voor de transmissie van de door installaties geproduceerde elektriciteit tot aan de voor de aansluiting op het net geplande vertakking; 6° een nauwkeurig plan ten hoogste op schaal 1/10.000 van de inplanting van de geplande installaties en dit over een afstand van vijfhonderd meter te rekenen vanaf de uiterste grens van de installaties; 7° een nota met de beschrijving van de uit te voeren bouw- en exploitatie-activiteiten, de bij elke etappe aangewende technische middelen alsook de toepassing ervan, incluis de planning van al deze activiteiten;8° een technische nota die de kenmerken van de installaties van elektriciteitsproductie beschrijft, in aanmerking genomen de criteria van toekenning en die inzonderheid de volgende informatie bevat : a) het aantal productie-eenheden b) het geïnstalleerde netto vermogen en de bedrijfszekerheid van elke eenheid;c) het ontwikkelingsplan van de geïnstalleerde capaciteit van het project, jaar per jaar gedurende de duur van de concessie;d) het plan van inplanting op het openbare domein van de eenheden, jaar per jaar gedurende de duur van de concessie;e) een raming van de energie die per jaar wordt geproduceerd tijdens de duur van de concessie, rekening houdend met het ontwikkelingsplan van het project;f) de kenmerken van de elektrische uitrustingen voor de aansluiting van de installaties op het net;g) een uiteenzetting betreffende de wijze waarop het project bijdraagt tot de ontwikkeling van hernieuwbare energieën in België, rekening houdend met de laatste technologische vernieuwingen;9° de nodige documenten om de financiële en economische draagkracht van de aanvrager te beoordelen vermeld in artikel 2, 6° met name : a) een eensluidend afschrift van de goedgekeurde jaarrekeningen die zijn neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel en bij de balanscentrale van de Nationale Bank of van om het even welk gelijkaardig organisme in het buitenland, alsook van een afschrift van de jaarrekeningen van de laatste drie jaren, indien deze beschikbaar zijn;b) de balansen en de voor de vijf volgende jaren voorziene resultaatrekeningen, waarin de geplande investering opgenomen is;c) de interne en/of externe bronnen van financiering, alsook de verdeling van hun gebruik in de loop van de vijf jaren vanaf het begin van de realisering van de geprojecteerde investering;10° de nodige documenten die aantonen dat er voldoende waarborgen zullen zijn ter dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid zoals bedoeld in artikel 2, 7° en artikel 14, 12°. § 3. De commissie kan bijkomende kopieën opvragen van alle of een gedeelte van de documenten bedoeld in § 2. HOOFDSTUK IV. - Behandeling van de aanvragen

Art. 5.§ 1. De commissie gaat na of de aanvraag alle in artikel 4 bedoelde documenten bevat. § 2. Als de aanvraag volledig is, wordt ze door de zorg van de commissie in een register van concessieaanvragen ingeschreven, binnen tien werkdagen volgend op de ontvangst van de aanvraag.

De inschrijving vermeldt het voorwerp van de aanvraag en verwijst naar de documenten die met toepassing van artikel 4 bij de aanvraag zijn gevoegd.

De aanvrager ontvangt een kennisgeving van de inschrijving. § 3. In geval van onvolledigheid van de aanvraag, meldt de commissie aan de aanvrager welke informatie of welke documenten ontbreken en wordt de aanvrager een termijn van 10 werkdagen verleend om de aanvraag alsnog te vervolledigen. Deze termijn gaat in de dag volgende op de datum van verzending van het verkoek tot informatie van de commissie. Tijdens deze termijn wordt de inschrijving van de aanvraag in het register des concessieaanvragen geschorst.

Art. 6.Binnen vijftien werkdagen die volgen op de inschrijving bedoeld in artikel 5, § 2, wordt de aanvraag door de zorg van de commissie bekendgemaakt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad en in drie kranten waardoor de informatieverspreiding ten minste het volledig nationaal grondgebied bestrijkt.

De bekendmaking bevat het voorwerp van de aanvraag en vermeldt de plaats waar inlichtingen kunnen worden ingewonnen betreffende de locatie van de door de aanvrager beoogde installatie.

De kosten van bekendmaking zijn ten laste van de commissie.

Art. 7.Elke belanghebbende kan een aanvraag tot mededinging betreffende het bekomen van een domeinconcessie voor dezelfde locatie indienen.

De aanvragen worden bij aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de commissie ter kennis gebracht, binnen dertig werkdagen volgend op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, bedoeld in artikel 6.

De aanvraag tot mededinging wordt ingediend in de vorm bepaald in artikel 4 en maakt het voorwerp uit van een onderzoek overeenkomstig artikel 5. Zij maakt echter niet het voorwerp uit van de bekendmaking vermeld in artikel 6 en wordt onmiddellijk behandeld overeenkomstig de volgende artikelen.

Art. 8.Indien er geen aanvragen tot mededinging ingediend werden, wordt de aanvraag door de commissie binnen veertig werkdagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, bedoeld in artikel 6, aan de betrokken administraties bezorgd. Indien er aanvragen tot mededinging ingediend werden, worden alle aanvragen binnen tien werkdagen na inschrijving van de laatste aanvraag in het register bedoeld in artikel 5 § 2, aan de betrokken administraties gezonden. Die administraties onderzoeken binnen vijf en twintig werkdagen of de elementen van het dossier hen toelaten zich ten gronde uit te spreken.

Op verzoek van de betrokken administraties vraagt de commissie binnen tien werkdagen, aan de aanvrager de bijkomende inlichtingen die voor hun onderzoek nodig zijn. In dit geval wordt de termijn voorgeschreven bij artikel 9 verlengd met een duur gelijk aan de termijn waarbinnen de aanvrager antwoordt.

Art. 9.De betrokken administraties evalueren het technisch dossier dat met betrekking tot de aanvraag is aangelegd. Ze brengen hun advies uit binnen zestig werkdagen nadat de zaak bij hen aanhangig werd gemaakt. In het advies kan het opleggen van technische voorwaarden worden voorgesteld, inzonderheid in verband met de maatregelen als bedoeld bij artikel 14, 6°.

Art. 10.§ 1. Binnen zestig werkdagen na indiening van de adviezen krachtens artikel 9, of, bij gebrek aan adviezen, bij het verstrijken van de in die bepaling bedoelde termijn, eventueel verlengd overeenkomstig artikel 8, tweede lid, brengt de commissie per aangetekend schrijven na raadpleging van de beheerder van het transmissienet, haar voorstel tot het toekennen van een domeinconcessie of haar voorstel tot weigering, alsook het geheel van het dossier dat hiermee verband houdt, inzonderheid de stukken bedoeld onder artikel 4, § 2, en de adviezen van de betrokken administraties, ter kennis aan de minister of aan zijn afgevaardigde.

Indien de commissie een toekenning voorstelt van domeinconcessie, zal deze, in gevallen van aanvraag tot mededinging, haar keuze rechtvaardigen op basis van de selectiecriteria van artikel 2.

Zij informeert de aanvrager van overzending van haar voorstel. § 2. Indien de minister beslist de domeinconcessie toe te kennen, dan gebeurt dit via ministerieel besluit, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Desgevallend vermeldt dit besluit bijzondere voorwaarden van toekenning.

Indien de minister beslist de domeinconcessie niet toe te kennen, worden de aanvrager en de commissie daarvan in kennis gesteld bij aangetekend schrijven, binnen een termijn van zestig werkdagen te rekenen van de ontvangst van het voorstel van de commissie.

Art. 11.De beslissing van het toekennen van de domeinconcessie wordt via aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de aanvrager en van de commissie binnen een termijn van zestig werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het voorstel van de commissie.

Binnen een termijn van tien werkdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, richt de aanvrager aan de minister of zijn afgevaardigde, de fiscale zegels die nodig zijn voor de aflevering van de domeinconcessie.

Het ministeriële besluit van de toekenning van de domeinconcessie wordt overgemaakt aan de aanvrager binnen een termijn van twintig werkdagen, beginnende vanaf de datum van de ontvangst van de fiscale zegels, vereist in het kader van het tweede lid.

Art. 12.Wanneer voor de installatie die het voorwerp uitmaakt van een domeinconcessie, één of meer bijkomende vergunningen of machtigingen zijn vereist op grond van een andere wetgeving, blijft de betekende domeinconcessie geschorst totdat iedere bijkomend vergunning of machtiging is verleend en totdat kennisgeving overeenkomstig de toepasselijke wetgeving is gebeurd. Indien een van de bijkomend vereiste vergunningen of machtigingen definitief is geweigerd, vervalt de betekende domeinconcessie op de dag van de kennisgeving van deze weigering.

Art. 13.De domeinconcessie wordt verleend voor een bepaalde duur, die beperkt is tot ten hoogste twintig jaar. Zij kan verlengd worden zonder een totale duur van dertig jaar te overschrijden. HOOFDSTUK V. - Verplichtingen van de titularissen van een domeinconcessie

Art. 14.De titularissen van een domeinconcessie : 1° maken, indien de statuten van de vennootschap of de contractuele bepalingen met betrekking tot de oprichting van een joint venture, tijdelijke vereniging of vereniging in deelneming, ten gunste waarvan de concessie is verleend en die van toepassing waren op het moment van de concessieaanvraag, aanzienlijk gewijzigd worden, aan de commissie deze wijzigingen over evenals, in voorkomend geval, het proces-verbaal van de buitengewone algemene vergadering die daartoe heeft beslist;2° lichten de commissie voorafgaandelijk in over elk plan tot wijziging van de rechtspersoon, titularis van de concessie, door middel van herverdeling van aandelen, of op enige andere wijze, waardoor de controle op de rechtspersoon wijzigt of waardoor er een gehele of gedeeltelijke overdracht plaatsvindt aan derden van de rechten die voortvloeien uit het bezit van de concessie;3° informeren de commissie over elke belangrijke wijziging die van die aard is het technisch en het financieel vermogen, vermeld in het oorspronkelijk dossier en op basis waarvan de concessie werd toegestaan, te wijzigen;4° starten de exploitatiefase van de installatie, of desgevallend, de demonstratiefase, indien deze noodzakelijk is en gerechtvaardigd wordt bij de Commissie en de betrokken administraties, binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de concessie of indien deze op een latere datum plaatsvindt, vanaf de dag waarop kennisgeving wordt gegeven van de laatste vergunning of machtiging krachtens een andere wetgeving;5° kunnen de exploitatie van een aanzienlijk gedeelte van de installatie niet zonder wettige, grondige technische redenen of omwille van overmacht gedurende meer dan een jaar stilleggen;6° treffen alle noodzakelijke maatregelen voor de bescherming van de openbare veiligheid, zowel tijdens de bouw als tijdens de exploitatie van de installatie en bij de stopzetting ervan of er nu al dan niet wordt afgezien van de concessie;7° bouwen een permanent systeem uit voor de evaluatie en de controle van de verplichtingen bedoeld in 6;8° treffen alle maatregelen ter bescherming en behoud van het marine milieu, zoals bepaald door de vergunning of de machtiging verleend krachtens artikel 25 van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het marine milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;9° treffen tijdens de bouw en gedurende de uitbatingsfase alle nodige maatregelen inzake signalisatie en lichtbakens, die voorgeschreven zijn door de van kracht zijnde wetgevingen en reglementeringen om het risico te voorkomen dat schepen, luchtschepen en andere drijvende of vliegende toestellen met de installaties zouden in botsing komen;10° voorzien de inplanting van de installaties zodat de het toegekende domein zo intensief mogelijk wordt gebruikt, rekening houdend met de toegepaste technologie;11° bouwen de installaties volgens de normen en reglementen die van toepassing zijn in België, op een wijze die de uitbating, het onderhoud en alle andere tussenkomsten op een veilige manier toelaten;12° beschikken over voldoende waarborgen voor de dekking van het risico van burgerlijke aansprakelijkheid ten gevolge van de nieuwe installatie, volgens de criteria die in het algemeen door de verzekeringsmaatschappijen worden toegepast en brengen de commissie op de hoogte van elke wijziging van voornoemde waarborgen;13° kiezen of passen de statuten aan van de residente vennootschap ten gunste waarvan de vergunning is toegekend en waarvan de activiteit hoofdzakelijk of bijkomstig bestaat uit de productie van elektriciteit met het oog op de verkoop ervan, derwijze dat deze vennootschap belastingplichtig is in het kader van de vennootschapbelasting;14° bezorgen jaarlijks aan de minister of zijn afgevaardigde de nodige administratieve gegevens om België toe te laten te voldoen aan zijn verplichtingen inzake het meedelen van informatie aan de Europese Commissie, die voortvloeien uit de richtlijnen betreffende de organisatie of de werking van de elektriciteitsmarkt;15° verstrekken jaarlijks aan de commissie de technische gegevens inzake de werking van de installaties met het oog op de voorbereiding van het indicatief programma van de productiemiddelen van elektriciteit. HOOFDSTUK VI. - Verlenging, uitbreiding en overdracht van de domeinconcessie

Art. 15.De aanvraag tot verlenging van de domeinconcessie wordt aan de commissie gericht bij een ter post aangetekende brief, tenminste twee jaar voor het verstrijken van de geldigheidsduur.

Art. 16.De commissie maakt het dossier van aanvraag tot verlenging van domeinconcessie over aan de betrokken administraties.

Laatstgenoemde onderzoeken binnen twintig werkdagen of de elementen van het dossier hen toelaten zich uit te spreken ten gronde.

Op verzoek van de betrokken administraties vraagt de commissie aan de aanvrager de bijkomende inlichtingen die voor hun onderzoek nodig zijn. In dat geval wordt de termijn voorgeschreven bij artikel 17 verlengd met een duur gelijk aan de termijn waarbinnen de aanvrager antwoordt.

Art. 17.De betrokken administraties evalueren de aanvraag tot verlenging van de domeinconcessie. De betrokken administraties brengen hun advies uit binnen zestig werkdagen nadat ze gevat werden. In dat advies kan het opleggen van technische voorwaarden betreffende de concessie worden voorgesteld.

Art. 18.§ 1. Binnen zestig werkdagen volgend op het advies uitgebracht krachtens artikel 17, of, bij gebrek aan advies bij het verstrijken van de in die bepaling bedoelde termijn, maakt de commissie, per aangetekend schrijven, na raadpleging van de beheerder van het transmissienet zijn voorstel tot verlenging van de domeinconcessie of haar voorstel tot weigering, en het geheel van het desbetreffende dossier, omvattende inzonderheid de adviezen van de betrokken administraties, over aan de minister of zijn afgevaardigde.

Zij informeert er de aanvrager over. § 2. Binnen een termijn van zestig werkdagen vanaf ontvangst van het voorstel van de commissie, aanvaardt of weigert de minister de aanvraag tot verlenging. De aanvrager en de commissie worden er van op de hoogte gebracht per aangetekend schrijven.

Art. 19.De bepalingen van de hoofdstukken III en IV zijn van toepassing op de aanvragen tot uitbreiding van de perimeter van de domeinconcessie.

Art. 20.De aanvraag tot verkoop, gehele of gedeeltelijke overdracht, verdeling en verhuur van de domeinconcessie moet aan de commissie ter kennis worden gebracht. De concessiehouder mag geen gevolg geven aan dit plan, voor het verstrijken van een termijn van vijftig werkdagen tijdens dewelke de minister, op voorstel van de commissie, aan de titularis van de concessie kan betekenen dat deze verrichting onverenigbaar is met het behoud van de domeinconcessie. De kandidaat-overnemer van de concessie is onderworpen aan de selectiecriteria opgesomd in artikel 2. De verplichtingen en voorwaarden betreffende de concessie zijn tegenstelbaar aan de nieuwe begunstigde. HOOFDSTUK VII. - Het vervallen en de intrekking van de domeinconcessie

Art. 21.De rechten die met de domeinconcessie verbonden zijn, eindigen door het vervallen van de concessie of door intrekking van deze titel wegens vervallenverklaring of verzaking door de titularis.

Art. 22.De intrekking wegens vervallenverklaring van de domeinconcessie kan worden uitgesproken door de minister, ingeval de voorgeschreven verplichtingen en voorwaarden niet zijn nageleefd.

De commissie richt bij een ter post aangetekende brief een ingebrekestelling aan de titularis van de concessie, waarin een termijn wordt vastgelegd die niet korter mag zijn dan vijftig werkdagen, hetzij om te voldoen aan zijn verplichtingen en de voorwaarden inzake exploitatie, hetzij om uitleg te verschaffen.

Bij het verstrijken van deze door de commissie verleende termijn, stuurt deze desgevallend haar voorstel tot intrekking en het desbetreffende dossier naar de minister of zijn afgevaardigde.

Art. 23.De aanvraag tot verzaking aan de concessie wordt aan de commissie gericht.

De aanvaarding van een verzaking is desgevallend onderworpen aan de uitvoering van de maatregelen vereist krachtens artikel 14, 6° en artikel 24.

De aanvaarding van een verzaking wordt door de minister uitgesproken, op voorstel van de commissie.

Art. 24.Bij het vervallen of in geval van intrekking tengevolge van vervallenverklaring of verzaking worden de maatregelen die voorgeschreven zijn voor het definitief buiten gebruik stellen en het weghalen van de installatie, voor het beveiligen van de betrokken zone en voor het behoud en de bescherming van het marine milieu, verwezenlijkt door de titularis van de domeinconcessie en onder zijn verantwoordelijkheid.

Mits akkoord van de Minister na advies de betrokken administraties en van de commissie en in functie van de evolutie van de technieken kunnen ook andere maatregelen worden toegepast dan die welke bij de toekenning van de domeinconcessie voorzien zijn en die ten minste een evenwaardig resultaat garanderen. HOOFDSTUK VIII. - Strafbepalingen

Art. 25.De inbreuken op de bepalingen van het artikel 14 van dit besluit worden gestraft met een geldboete van vijftig frank tot twintigduizend frank. HOOFDSTUK IX. - Diverse en overgangs bepalingen

Art. 26.Tot op de datum van inwerkingtreding van het technisch reglement, dat moet worden opgesteld in uitvoering van artikel 11 van de wet, moet de overeenstemming van de met de bestaande reglementen en bepalingen inzake het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe worden geëvalueerd, zoals toegepast door de beheerder die daadwerkelijk is belast met het transmissienet.

Art. 27.Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, Onze Minister van Leefmilieu en Onze Staatssecretaris voor Energie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 december 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Minister van Leefmilieu, Mevr. M. AELVOET De Staatsecretaris voor Energie, O. DELEUZE

^